Beeldvormende vragen CDA – Criteria voor vervangen ondergrondse afvalcontainers
Tekst van het document
Beeldvormende vragen CDA – Criteria voor vervangen ondergrondse afvalcontainers
Kunt u onze vragen doorgeleiden naar het college t.b.v. beantwoording?
Financiële robuustheid 1. Besparingspotentieel: het vervangen van een container kost circa € 30.000. Kan het college een onderbouwde raming geven van de verwachte besparing door toepassing van de criteria, bijvoorbeeld voor de komende vijf jaar? 2. Effect op beheerkosten: worden de verwachte lagere beheerkosten concreet gemaakt? En zo ja, op welke aannames over aantallen verwijderde containers is dit gebaseerd?
Verschillen t.o.v. de locatiecriteria (2020) 3. Loopafstanden: de locatiecriteria hanteren maximale loopafstanden van 75 meter voor GFT en 250 meter voor restafval. In de nieuwe criteria wordt gesteld dat ‘een iets langere loopafstand aanvaardbaar is’. Welke grenzen hanteert het college hierbij, en hoe wordt voorkomen dat de normen sluipenderwijs worden opgerekt? 4. Verhouding tot bestaande beleidsregels: hoe verhouden de nieuwe criteria zich precies tot de bestaande locatiecriteria? Blijven deze volledig van kracht, of worden ze deels buiten werking gesteld?
Participatie en draagvlak 5. Geen participatie: het college stelt dat communicatie en participatie niet van toepassing zijn, terwijl het verwijderen van containers direct impact kan hebben op bewoners. Waarom is er niet gekozen voor voorafgaande participatie en is er geen sprake van communicatie? 6. Bewonersimpact: hoe wordt geborgd dat kwetsbare groepen, zoals ouderen of mindervaliden, niet onevenredig benadeeld worden als containers verdwijnen?
Monitoring van effecten 7. Waarom is er geen evaluatiebepaling opgenomen? Hoe borgt het college dat de effecten op bijv. zwerfafval en scheidingsresultaten inzichtelijk worden voor de raad?
Groet, Janno