CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beeldvormende vragen CDA – Aanvullende kaders wonen in het glastuinbouwgebied

Raad Beeldvorming 8 mei 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen673 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beeldvormende vragen CDA – Aanvullende kaders wonen in het glastuinbouwgebied

Kunt u de onderstaande vragen bij agendapunt 6a Aanvullende kaders wonen in het glastuinbouwgebied doorgeleiden naar het college ter beantwoording?

Vragen bij Bijlage 2 Aanvullende conceptkaders voor wonen in (het omgevingsprogramma) Vitale Glastuinbouwgebieden:

1. Blz. 6, het 2e conceptkader is: “In de Vitale Glastuinbouwgebieden onder voorwaarden ruimte te bieden voor de huisvesting van de eigen arbeidsmigranten zonder dat daarmee de ruimte om te ondernemen onevenredig wordt beperkt” Kan “onevenredig” concreter worden gemaakt, bijvoorbeeld in een percentage?

2. Blz. 9: "Bedrijfswoningen worden ontkoppeld van de tuinbouwbedrijven en apart in de verkoop gezet als burgerwoning; bedrijfsgebouwen worden voor andere doeleinden ingezet of verhuurd." Hoe kan het dat bedrijfswoningen als burgerwoning worden verkocht? Bij de verkoop moet dan toch aan het licht komen dat er iets gebeurt dat niet mag?

3. Blz. 17: in scenario 2 worden historische wegen losgekoppeld van de glastuinbouw. Is er inzicht over hoe groot de bijdrage hiervan is aan het verkleinen van het verschil tussen het bruto- en het netto glastuinbouw areaal?

4. Voor de Omzettingsregeling (blz. 25) en de Verplaatsingsregeling (blz. 26) wordt aangegeven: "Eigenaar vergoedt de gemeente 50% van de toegenomen meerwaarde." a) Waarom is dit 50%? (waarom niet hoger of lager?) b) Zou het mogelijk zijn voor de Verplaatsingsregeling een ander percentage dan voor de Omzettingsregeling te hanteren? Of levert dat rechtsongelijkheid op? c) Zou het mogelijk zijn om voor de Verplaatsingsregeling een x percentage (bijvoorbeeld 50%) te hanteren tot de waarde van een woning die

gelijkwaardig is aan de woning die verlaten wordt, en een hoger percentage voor het meerdere daarboven? (het doel hiervan zou zijn te voorkomen dat deze regeling gaat neerkomen op een subsidie op het kopen van een grotere woning)

5. Is rekening gehouden met de mogelijkheid dat woningeigenaren wel van één van deze regelingen gebruik willen maken, maar de financiering niet (binnen vijf jaar) rond krijgen? Is er een beeld hoe vaak dit zich zou kunnen voordoen en hoe ermee om te gaan?

6. In bovenstaande regelingen wordt niet gekeken naar de oorzaak van het strijdig gebruik. Is het mogelijk dat wel te doen en de financiële gevolgen geheel of gedeeltelijk neer te leggen bij de partij die het strijdig gebruik heeft veroorzaakt?

7. Gesteld wordt dat een voorwaarde o.a. is de invoering van de planbatenheffing. a) Hoe groot is de kans dat deze er komt? b) Als er geen planbatenheffing komt, heeft de gemeente dan wellicht nog andere mogelijkheden om toch kosten door te berekenen? (eigenaren hebben immers een reële waarde vermeerdering als het strijdig gebruikt van hun woning wordt opgelost)

8. Op blz. 25 lezen we: “Het is praktisch om alle strijdig in gebruik zijnde bedrijfswoningen in één keer om te zetten in het omgevingsplan”. Maar vervolgens wordt aangegeven dat het vanwege uitvoering en de werkdruk op de organisatie niet in één keer kan. Waarom is dit niet haalbaar? Heeft de overgangsperiode van vijf jaar hiermee te maken, of is die enkel bedoeld om eigenaren voldoende tijd te geven?

9. Blz. 30 "De verplaatsingsregeling houdt in dat de bedrijfswoning met een strijdig gebruik tegen marktwaarde wordt ingebracht en gesloopt."

10. Hoe stel je de marktwaarde van een dergelijke woning vast? (Vanwege het strijdig gebruik gaat het immers om onroerend goed die je niet als woning kunt/mag verkopen.)

Wordt bedoeld: de waarde die de woning zou hebben als het nog een echte bedrijfswoning zou zijn en blijven?

11. Blz. 31 verbindingsweg Langelandseweg-Nieuwkoopseweg: Waar zou deze weg komen en wat wordt er dan beter?

12. In de aanbiedingsnota, blz. 7 lezen we: “Na besluitvorming door ons college en voor behandeling in uw raad is een informatieve bijeenkomst georganiseerd. Deze vindt plaats op 24 april. Voor deze bijeenkomst worden dezelfde organisaties, inwoners en ondernemers uitgenodigd als eerder in het participatieproces.” a) Waarom is niet gekozen voor een open informatieavond voor iedereen? (Het kan immers een grote impact hebben op veel inwoners en ondernemers). b) Kan het college aangeven hoe het participatieproces verder vorm wordt gegeven?

Rogier van Aken CDA fractie Pijnacker-Nootdorp

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15503486/1