Beeldvormende vragen CDA - 5e verordening maatschappelijke ondersteuning 2024*
Tekst van het document
Beeldvormende vragen CDA - 5e verordening maatschappelijke ondersteuning 2024
1) Bij kanttekening 1 van de aanbiedingsnota staat dat een wetsvoorstel nodig is, omdat uit uitspraken van de CRvB is gebleken dat de rechtszekerheid van de inwoners met resultaatgerichte beschikking onvoldoende gewaarborgd is. Daarnaast staat dat andere gemeenten in het land weinig urgentie te lijken te voelen, nu het wetsvoorstel op zich laat wachten. •
Er wordt gesteld dat andere gemeente deze urgentie van het invoeren van het resultaatgericht werken niet voelen, waarom niet? En waarom Pijnacker-Nootdorp wel?
•
Hoe gaan andere gemeenten hiermee om? En hoe ligt dat binnen de H5?
2) U stelt in de aanbiedingsnota dat u verwacht in 2024/2025 dat de doordecentralisatie van beschermd wonen en de transitie van beschermd wonen naar beschermd thuis zal plaatsvinden. •
In hoeverre is de gemeente PN aanzet en wat is de rol van PN, gezien de artikelen 3.11 en 3.12 waar de centrumgemeente Delft in wordt genoemd?
3) U stelt bij artikel 13 Naast keuzevrijheid is het vooral van belang dat de cliënt zelf invloed heeft op de wijze waarop de ondersteuning wordt ingevuld. Gecontracteerde aanbieders stellen daarom samen met de cliënt het zorgplan op. Cliënt en aanbieder krijgen meer ruimte en flexibiliteit voor het invullen van de ondersteuning doordat de Wmo consulent samen met de cliënt bepaalt wat de gewenste resultaten zijn en de aanbieder samen met de cliënt bepaalt hoe de ondersteuning plaatsvindt om dit resultaat te kunnen behalen. •
Het lijkt erop dat de cliënt en de aanbieder het zorgplan bepaald en niet de WMO consulent. Is dit juist?
4) U stelt bij artikel 4.3 De hoogte van het pgb tarief voor professionele ondersteuning bij individuele begeleiding door een zzp’er werd voorheen vastgesteld op basis van een marktconform tarief. Nu de begeleiding resultaatgericht wordt ingekocht is een marktconform tarief moeilijk vast te stellen. Doorgaans hebben zzp’ers minder overheadkosten dan een grote zorginstelling. Daarom wordt het tarief nu gebaseerd op 80% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura. • •
Uit het PGB budget mag iedere aanbieder, ZZP-er in den landen ingezet worden? Staat het tarief dat nu gebaseerd is op 80% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura vast? Of is het mogelijk dat er meer kosten te verwachten zijn bij het vragen van hogere tarieven door ZZP-ers?
6 ) U stelt dat het aantal bezwaar en beroepszaken voor de WMO minimaal zijn en dat is goed om te horen. •
Vraag is of er ook gecheckt is hoe de WLZ cliënten (voorheen WMO) de overgang hebben ervaren?
Monique de Veld Raadslid CDA