Beantwoording vragen - Financiële verordening 2024 BIJLAGE
Tekst van het document
Onderbouwing normbedrag ad €100.000 Het normbedrag van €100.000 wordt diverse keren bij verschillende artikelen / toepassingen gehanteerd. Zuiver bekeken zou het goed zijn geweest als voor elk artikel een individuele afweging opgesteld zou zijn om de hoogte van het desbetreffende bedrag te onderbouwen en toe te passen. Pragmatischer in zowel de onderbouwing als met name bij de uitvoering is het toepassen van een enkel normbedrag dat voor elk artikel gelijk is. Zo kan er geen onduidelijkheid, spraakverwarring of een vergissing ontstaan. Nadeel hiervan is dat het normbedrag ruwweg een ‘gemiddelde’ is dat wel voor elk artikel goed toepasbaar moet zijn. # 1
2
Artikel voorgestelde verordening 3.3 In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf €100.000 afzonderlijk gespecificeerd. 4.2 In de begroting wordt een post onvoorzien van €100.000 opgenomen.
Oude verordening Een dergelijk artikel is niet opgenomen in de huidige verordening.
Onderbouwing normbedrag De normering vanuit het Provinciaal toezicht is bepaald op minimaal €1,00 per inwoner. In de voorliggende verordening stellen we het kader voor met betrekking tot één bedrag.
In de huidige verordening is hier geen normbedrag voor opgenomen. (In de begroting 2024 is hier een bedrag van € 103.000 aangehouden)
Gelet op voorgaande jaren komt de post onvoorzien van €100.000 redelijk uit met uitputting in voorgaande jaren.
Hieronder een overzicht van de post onvoorzien in voorgaande jaren alsmede de uitnutting ervan.
Jaar
2023 2022 2021 2020 3
5.5 Voor een investering waarvan het investeringsbudget niet met het
Post Uitputting onvoorzien post onvoorzien 103.000 100.000 202.000 197.000
102.497 20.000 0 0
Een dergelijk artikel is niet opgenomen in de huidige verordening.
Het amendement op de nota waarderen en afschrijven is meer geëigend om geborgd te worden via de financiële verordening. Een verordening gaat over de
vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een Investeringsbudget aan de raad voor. Bij investeringen groter dan €100.000 informeren burgemeester en wethouders de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente.
Aanvulling 04-04 Aanvulling 04-04 Bij de vaststelling van nota waardering en afschrijving activa 2021 is een amendement aangenomen te weten; Als het totale budget van de investering wordt overschreden met meer dan €50.000, dan zal het college de raad om aanvullend budget vragen.
gestelde kaders vanuit de raad en een nota gaat vooral over de wijze waarop binnen de gestelde kaders de uitvoering plaats vindt. De nota waarderen en afschrijven wordt dit jaar nog geactualiseerd. Alle investeringen komen tot stand via de facturatie. Uit analyse van de facturenstroom blijkt dat voor factuurbedragen tot €100.000 dit een massa met zich meebrengt van 98,5% van de totale omvang van de facturen stroom. Onderstaande tabel toont een historisch overzicht vanaf 2015 met het verwerkt aantal facturen tot en met € 50.000. We zien daarbij een forse toename van de aantallen facturen. Door de norm van € 50.000 naar € 100.000 ontstaat een transparantere en efficiëntere werkwijze op de afwijkingen.
5.6 Bij investeringen met een meerjarig karakter stellen burgemeester en wethouders aan de raad voor op welke wijze de jaarschijven binnen het investeringsbudget worden opgebouwd. Goedkeuring voor verschuivingen tussen de jaarschijven van meer dan €100.000 aan lasten van een investeringsbudget worden aan de raad integraal voorgelegd middels besluitvorming vanuit het Planning & Control proces.
4
6.3 In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden, prioriteiten en Investeringsbudgetten in de begroting groter dan €100.000 toegelicht.
7.5 In de tussenrapportages worden in elk geval afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van: a. de baten en lasten in de begroting groter dan €50.000 en met een afwijking van minimaal 10% toegelicht.
Gelet op reguliere indexatie en specifieke prijsverhogingen lijkt een bijstelling van dit bedrag naar €100.000 een logisch vervolg. Voor toelichting zie ook de eerder getoonde tabel met de toename van de facturenstroom met bedragen tot € 50.000.
b.
5
9.3 In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan €100.000 nader toegelicht.
investeringsbudgetten boven de €50.000 met een afwijking van minimaal 10% toegelicht. (Verordering was €25.000 door amendement is dit opgehoogd naar € 50.000) Een dergelijk artikel is niet opgenomen in de huidige verordening.
In het controleprotocol 2022 is vastgelegd dat de accountant elke fout of onzekerheid gelijk aan dan wel groter dan € 156.700 rapporteert. Baker Tilly heeft in controlerapport over 2022 een rapporteringstolerantie van €88.500 gehanteerd zijnde 5% van de goedkeuringstolerantie (€1.770.000) Het voorgestelde normbedrag van €100.000 ligt netjes tussen de wens van de raad in 2022 en de rapportering van de accountant.
Het normbedrag voor nummer 2, 4 en 5 kan vanuit ervaringen uit het verleden gestaafd worden. Voor nummer 1 en 3 is sprake van nieuwe artikelen die niet in de voorgaande verordening waren geregeld. Hier kan dus niet teruggevallen worden op eerder opgedane ervaringen. Voor deze artikelen zijn wij van mening dat het normbedrag van €100.000 recht doet aan afdoende informatievoorziening richting de raad zonder dat dit te veel in details verzandt waarbij ook de uitvoering binnen het ambtelijk apparaat afdoende behapbaar is. Allicht overbodig om hier te melden is dat, mede op verzoek van de auditcommissie, wordt voorgesteld om in 2026 deze verordening te heroverwegen. Pas dan zijn de eerste ervaringen opgedaan. De toepassing van het normbedrag wordt in de heroverweging meegenomen.