CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vragen CDA, Progressief PN, D66 en PvdD, Trots - Uitvoeringsplan 2024-2025 Jeugdhulp Haaglanden

Raad Beeldvorming 6 februari 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen3.462 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

zaaknummer

1563335

berichtnummer

1417206

aan

Raad

van

College

afschrift datum onderwerp

6 februari 2025 Memo beantwoording raadsvragen over Uitvoeringsplan 2024-2025 Jeugdhulp Haaglanden

status

Geachte leden van de raad, Op 4 februari 2025 hebben CDA, Progressief PN, D66 en Trots beeldvormende vragen gesteld over het Uitvoeringsplan 2025-2026 Jeugdhulp Haaglanden. Hieronder volgt de beantwoording per fractie. De beantwoording van de vragen van het CDA Vraag 1 Hoe verhoudt het uitvoeringsprogramma zich tot de regio visie m.b.t. het stellen van nieuwe prioriteiten in het kader van wettelijke eisen en de regionale aanpak Kostenbeheersing? We zien o.a. de hervormingsagenda jeugd en eventuele tussentijdse wijzigingen nu zijn opgenomen. In hoeverre is de raad hier aanzet ook m.b.t. prioritering? Kunnen wij de subsidiebeschikking zien? Antwoord Met behulp van het Regionale Uitvoeringsplan wordt invulling gegeven aan de uitvoering van ambities van de Regiovisie die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Zowel de regionale aanpak kostenbeheersing als de opgave vanuit de Hervormingsagenda liggen in het verlengde hiervan en hebben ervoor gezorgd dat er versnelling is gekomen op onderdelen. Het Regionale Uitvoeringsplan is een bevoegdheid van de colleges en wordt in de gemeenteraden van Pijnacker- Nootdorp en Zoetermeer ter besluitvorming voorgelegd naar aanleiding van de behoefte van de gemeenteraden middels een amendement bij de besluitvorming van de Regiovisie. Het uitvoeren van het Uitvoeringsplan gaat middels de regiobegroting zoals opgenomen in het Uitvoeringsplan.

Het aandeel voor Pijnacker- Nootdorp is ongeveer 100.00 euro per jaar, dit is 5,1% van de totaalbegroting. Dit maakt structureel onderdeel uit van onze eigen begroting. Vraag 2 Is het mogelijk ook als raden om tussentijds nieuwe prioriteiten mee te geven? Dit ook in het licht van de hervormingsagenda en zaken die daaruit nog niet zijn uitgevoerd of wel ingang gezet, zoals afbakenen jeugdhulp vs jeugdzorg, meer standaardisering etc. Antwoord Nieuwe prioriteiten kunnen de gemeenteraden van Haaglanden op verschillende momenten meegeven. Bijvoorbeeld via de lokale verordeningen, de nieuwe regionale inkoopstrategie Jeugdhulp Haaglanden en de nieuw op te stellen Regiovisie. Voor de inkoopstrategie laatste wordt een extra informatiebijeenkomst gepland in maart. Vraag 3 In de brief over het nieuwe inkoopkader wordt segmenteren en domein overschrijdend werken genoemd als mogelijkheid om kosten te besparen in hoeverre kan dit al worden meegenomen in

pagina

1/11

Memo

voorliggende uitvoeringsprogramma of moeten we wachten tot het nieuwe inkoopkader is vastgesteld en gaat gelden in 2027? Antwoord De beide thema’s krijgen plek in de nieuwe Inkoopstrategie en gaat gelden vanaf 2027. - Het segmenteren is onderdeel van de nieuwe Inkoopstrategie dat in juni ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt aangeboden. - Een ander element in de nieuwe Inkoopstrategie is de rol- en taakverdeling tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders. In het kader van de landelijke doorontwikkeling sterke lokale teams is het op termijn de gemeentelijke verantwoordelijkheid om regie te voeren wanneer het problematiek betreft die domeinen overschrijden. Het kernteam voert de regie voor deze gezinnen en werkt voor 0-100 jaar. Op termijn komen hier nog wel de gezinnen bij waar een kinderbeschermingsmaatregel geldt (en dus gedwongen hulp). Vraag 4 Kunt u aangeven wat de effecten zijn van de voorgenomen acties in het voorliggende uitvoeringsplan m.b.t. de doorberekening hoe te komen tot efficiëntere jeugdzorg en een overzicht hoe de kosten worden gereduceerd? (opgave regio 25 miljoen euro, ingekomen stuk 1551630, 17-12-2024) Antwoord Vanuit de Hervormingsagenda is voor onze jeugdhulpregio een kostenbeheersingspotentieel van 60 miljoen euro toegekend.

De invulling hiervan heeft voor een deel plaatsgevonden door middel van de vier maatregelen die regionaal kunnen worden geïmplementeerd met een besparingspotentieel van 25 miljoen euro. Begin september 2024 heeft de gemeenteraad een informatienota hierover ontvangen. Dit is de informatienota voor gemeenteraden over de regionale aanpak kostenbeheersing jeugd (1374017). De uitwerking van deze vier maatregelen moet uiteindelijk leiden tot regionaal 25 miljoen euro lagere kosten. Hieronder staat de doorberekening van de regio voor de opgave van 25 miljoen euro.

In de onderstaande tabel is het verwachte financiële effect (besparing) voor Pijnacker- Nootdorp in beeld gebracht. Deze tabel is opgenomen in de informatienota Voortgang kostenbeheersing sociaal domein (1535521) dat op 15 oktober 2024 aan de gemeenteraad is gestuurd. Bedragen * € 1,1. Zo thuis mogelijk 2. Terugdringen gebruik lichte hulp 3. Meer collectieve ondersteuning in het onderwijs ipv individueel 4. Verbeteren regionale inrichting

Vraag 5

pagina

2/11

2025 0

2026 0

2027 €98.700

2028 €98.700

0 0 0

0 0 0

€131.600 €280.153 €510.453

€131.600 €280.153 €510.453

Memo

Wordt er in het uitvoeringsprogramma ook gekeken naar de (regio) organisatie, wat zij hier zelf aan kunnen bijdragen? Antwoord Het uitvoeringsprogramma wordt uitgevoerd door de regionale samenwerking van de bestaande dat bestaat uit het Programmabureau Jeugdhulp Haaglanden, beleidsmedewerkers van de negen gemeenten (Programmateam Jeugdhulp Haaglanden), financiële medewerkers van de negen gemeenten (bedrijfsvoeringsoverleg) en Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden. Vraag 6 Wanneer wordt de raad betrokken bij het opstellen van de nieuwe regiovisie? Antwoord De verwachting is dat de nieuwe Regiovisie (uiterlijk laatste kwartaal) 2026 aan de gemeenteraad ter besluitvorming wordt aangeboden.

pagina

3/11

Memo

De beantwoording van de vragen Progressief PN Vraag 1 Kan het college ons meer meenemen in (p.4): • de concrete inzichten in de wachttijden zijn die zijn opgedaan? • tot welke acties die inzichten hebben geleid? • wat dit betekent voor het actief wachtlijstbeheer? • wat de gemeenten nog willen onderzoek over de wachttijden? Antwoord In de regio Haaglanden is in het begin van de aanpak wachttijden sterk ingezet op het vergroten van inzicht in de aard en de omvang van de wachttijden in een structurele monitor. De resultaten staan beschreven in de Regiovisiemonitor. Er is in de regio een brede meerjarige aanpak wachttijden opgezet. De aanpak richt zich op kinderen en jongeren die langer dan drie maanden ‘schadelijk wachten’, conform de norm van de Inspectie IGJ. Inmiddels weten de partijen elkaar goed te vinden en elkaars expertise goed te benutten om de hulp te versterken. Het meest concrete inzicht in wachttijden is dat de gemiddelde wachttijd met name bij specialistische GGZ en KDC is gestegen ten opzichte van eerdere jaren. Hier is ook sprake van schadelijk wachten. Schadelijk wachten wordt veroorzaakt door knelpunten op het vlak van in-, door- en uitstroom. Concrete acties om dat op te pakken, zijn: - Inzetten van alternatieve interventies om de wachttijden te verkorten zoals ‘Love Your Mind’, waarin ervaringsdeskundigheid ingezet wordt als overbruggingshulp in de J-GGZ.

- Er is een ‘Regionaal afwegingskader schadelijk wachten’ ontwikkeld, zodat er afwegingen gemaakt kunnen worden bij de inzet van schaarse jeugdhulp. Met de krappe arbeidsmarkt en toenemende vraag is het nog belangrijker dat met een regionaal afwegingskader afgewogen wordt door jeugdhulpaanbieders en lokale teams welke jeugdigen het snelst zorg krijgen. Dit kan bijvoorbeeld zijn op basis van de ernst van de problematiek, leeftijd van de jeugdige (heel jonge kinderen gaan voor) en bij een kinderbeschermingsmaatregel. - Acties met betrekking tot KDC zijn gesprekken die worden gevoerd over het ontwikkelen van kinderopvang of buitenschoolse opvang plus. Dit betekent dat een reguliere opvangplek wordt aangevuld met (ambulante) jeugdhulp. Hiermee kunnen kinderen die lichtere vormen van hulp nodig hebben dan een KDC geholpen worden. Ook wordt er gesproken met de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs om de uitstroom richting onderwijs te bevorderen met de kinderen met perspectief op onderwijs. Bovengenoemde acties dragen bij aan actief wachtlijstbeheer om schadelijk wachten te voorkomen. De gemeenten hebben geen nieuwe onderzoeksplannen t.a.v. wachttijden.

Vraag 2 Wat zijn de inzichten over het grensverkeer van zorg in het onderwijs en aan wat voor een afspraken tussen gemeenten en de lokale teams wordt gedacht? (p.4)

Antwoord Het project ‘grensverkeer van leerlingen’ heeft geleid tot inzicht, overzicht en uitzicht in grensverkeer van leerlingen voor scholen met een regionale functie. Er is inzicht dat er binnen Haaglanden vooral grensverkeer van leerlingen is tussen gemeenten bij (v)so cluster 3 (lichamelijk gehandicapte en/of verstandelijk gehandicapte en langdurig zieke leerlingen) en cluster 4 (kinderen met psychische stoornissen en gedragsproblemen). Daarbij is er overzicht van collectieve ondersteuning/jeugdhulp op de regioscholen gekomen op basis van dat onderzoek. De beweging van individuele naar collectieve ondersteuning/jeugdhulp op de regioscholen is in volle gang. Het is alleen niet overal collectief

pagina

4/11

Memo

georganiseerd en afhankelijk van waar je woont of waar je school staat. Tot slot, is er met de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs in Haaglanden een “uitzicht” ontwikkeld van waar we heen willen met elkaar. Er ligt nu een gezamenlijke visie, missie en leidende principes van hoe we met elkaar willen samenwerken voor de gemeenten, samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs en jeugdhulpaanbieders in de regio Haaglanden. Voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn er afgerond 10.000 schoolgaande leerlingen, waarvan afgerond 6000 leerlingen in onze gemeente naar school gaan en 4000 leerlingen buiten onze gemeente. Hieronder volgen de afgeronde cijfers voor alle schooltypen. - Binnen primair onderwijs gaan er van de 5000 leerlingen, 1000 leerlingen buiten onze gemeente naar school. - Voor voortgezet onderwijs gaan er van de 4000 leerlingen, 3000 leerlingen buiten onze gemeente naar school, met name richting Den Haag en Lansingerland. - Voor Speciaal basisonderwijs gaan er van de 80 leerlingen, 50 binnen onze gemeente naar school (SBO Prinsenhof). - Van de 85 leerlingen binnen speciaal onderwijs (cluster 1, 2,3 en 4) gaan er 70 buiten onze gemeente naar school. - Van de 130 leerlingen binnen voortgezet speciaal onderwijs gaan er 90 leerlingen buiten onze gemeente naar school.

- Voor de scholen SBO Prinsenhof komt globaal genomen 60% van de leerlingen uit Lansingerland en voor ’t Kraaienest komt 40% uit Den Haag. Ten aanzien van afspraken tussen gemeenten en lokale teams gaat het om inzetten van jeugdhulp op scholen waar leerlingen naar school gaan die niet in die gemeente wonen en waarvoor die scholen naar lokale teams moeten om (tot nu toe individuele) jeugdhulp op school te kunnen inzetten. Voor (v)so cluster 3 en 4 worden hiervoor in de regio Haaglanden voorbereidingen getroffen, zodat het voor die leerlingen die daar naar school gaan niet meer uitmaakt waar je woont om geholpen te kunnen worden op school.

pagina

5/11

Memo

De beantwoording van de vragen van D66 Vraag 1 In het Uitvoeringsplan staat op bladzijde 4 bij Prioriteit nummer 3: kunt u al concrete voorbeelden geven mbt de goede verbinding met het Onderwijs? Antwoord Concrete voorbeelden m.b.t. een goede verbinding tussen jeugdhulp en onderwijs vinden plaats binnen een grotere beweging van individuele (curatieve) oplossingen op scholen naar (preventieve) collectieve en contextgerichte oplossingen, waarin onze kinderen centraal staan. - Voor de reguliere scholen zijn onze lokale schoolmaatschappelijk werkers (kernteam) de ‘vertrouwde’ gezichten voor leerlingen en ouders met (jeugdhulp)vragen. Dit versterken we nog met de lokale campagne normaliseren die binnenkort van start gaat. - Voor (v)so cluster 3 en 4 willen we de inkoop van jeugdhulp anders organiseren, zodat per 2026 gewerkt kan worden via deze nieuwe werkwijze. Hiermee willen we bereiken dat leerlingen op hun (eigen) school kunnen blijven. Daarbij komen er vaste hulpverleners op school, die de hele schoolweek beschikbaar zijn en niet een paar uur per week. Er komt meer rust in de klas, omdat niet ieder kind een eigen hulpverlener de klas in neemt. Ook willen we dat er per school 1 of 2 aanbieders werken in plaats van- op sommige scholen 40- verschillende aanbieders.

Dit maakt het mogelijk om tijdig hulp te bieden, zorg en ondersteuning beter af te stemmen op de individuele behoeften van leerlingen, en het risico op schooluitval aanzienlijk te verkleinen. In de Klankbordgroep Sociaal Domein van 11 februari 2025 geven we meer uitleg over de (lokale en regionale) aanpak om de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp te versterken. Vraag 2 In het Uitvoeringsplan staat op bladzijde 5 bij Prioriteit "Aanpakken van onnodige administratieve belasting via meer standaardisatie en uniforme uitvoering; Er zijn geen aparte maatregelen opgesteld. In de regio onderzoeken we hoe de implementatie van het landelijk ontwikkeld aanmeldformulier vorm kan krijgen, waarmee de administratieve lasten afnemen." Onze vragen hierover worden ingegeven door het feit, dat in de Hervormingsagenda Jeugd een van de pijlers is dat de administratieve lasten worden teruggedrongen. Waarom zijn er geen aparte maatregelen opgesteld? En hoe lang gaat het onderzoek over de implementatie van het landelijk ontwikkeld aanmeldformulier ongeveer in beslag nemen? Antwoord Veel acties dragen bij aan administratieve lastenverlaging voor de jeugdhulpaanbieders. Zoals binnen de samenwerking onderwijs en jeugdhulp of ontwikkelingen t.a.v. het Richtinggevend Kader dat door alle gemeenten wordt gehanteerd.

De inschatting is dat het onderzoek naar implementatie van het landelijk ontwikkeld aanmeldformulier nog in 2025 doorloopt. Duidelijk is dat dit eenvoudig lijkt maar in de praktijk nog niet meevalt om toe te passen. Jeugdhulpaanbieders, Gecertificeerde Instellingen (verantwoordelijk voor het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen) en de lokale teams van gemeenten kennen allemaal hun eigen aanmeldformulieren. Ook de nieuwe inkoop levert een bijdrage aan administratieve lastenverlaging. Vraag 3 Eveneens bladzijde 5 Prioriteit: "Door ontwikkelen Richtinggevend Kader inclusief verantwoording op outcome en resultaat: In het kader van de aanpak kostenbeheersing is de doorontwikkeling van het Richtinggevend Kader beperkt gehouden. Systematisch en geautomatiseerde rapportage t.a.v. het resultaat van de geboden hulp is voor een aantal aanbieders inmiddels gerealiseerd." Onze vraag luidt: Welke resultaten worden door deze aanbieders verantwoord? En is er al iets te zeggen wat het oplevert?

pagina

6/11

Memo

Antwoord Aanbieders zijn wettelijk verplicht te rapporteren over de effectiviteit van de jeugdzorg. Op drie landelijke outcome indicatoren. Dit zijn uitval (bijvoorbeeld no- show en voortijdig stoppen van jeugdzorgtrajecten), doelrealisatie (is het beoogde doel van de inzet van jeugdzorg bereikt?) en cliënttevredenheid. Aanbieders hanteren hiervoor eigen methoden waardoor het vergelijken van de resultaten op deze criteria nog niet mogelijk is binnen Haaglanden. Dit is één van de zaken binnen het monitoren van de jeugdhulp dat de komende jaren nog verdere doorontwikkeling behoeft. Vraag 4 Bladzijde 7 Prioriteit C. "Governance traject H9: afspraken Governance: onze vraag is of hier al iets concreets over gemeld kan worden? Antwoord Vanuit de regio is Berenschot ingezet om advies te geven over de regionale governance. Dit vindt op dit moment plaats.

pagina

7/11

Memo

De beantwoording van de vragen van TROTS Vraag 1 In bijlage 1 staat onder bijlage 3 op pagina 17: “ Extra kosten noodbedden I.v.m. tekort aan crisisplekken is eind 2023 een extra bedrag gereserveerd. Een nieuwe invulling moet nog vormkrijgen in 2025. Derhalve is rekening gehouden met uitgaven. Wel is rekening gehouden met lagere uitgaven, mede door beperkte uitnutting in 2024” a. In hoeverre heeft de afname van reguliere opnamecapaciteit voor jongeren invloed op de crisisopvang met noodbedden? b. Geeft dit in verhouding een hogere kostennorm per individu? Antwoord a. De afname van de reguliere opnamecapaciteit heeft invloed op de totale beschikbare capaciteit van crisisplekken. Er bleek op basis van de huidige beschikbare capaciteit, dat er extra acute crisisplekken nodig voor de regio om jeugdigen op te vangen. Dit maakt ook dat het belangrijk is een minimaal aantal crisisplekken beschikbaar blijft voor de regio Haaglanden. b. Dit wordt duidelijk bij de vormgeving van de nieuwe invulling in 2025. Vraag 2 In het uitvoeringsplan wordt prioriteit gegeven aan de wachtlijsten en wordt gesproken over de rapportage in Q2 en wachtlijstenbeheer. a. Hoe specifiek is deze rapportage en kunt u aangeven in deze rapportage wat de stand van zaken is van het aantal personen op de wachtlijst en de daarbij behorende termijn per regeling? b. Dit staat niet zo uitgebreid in de rapportage.

Kunt u dan deze los verstrekken? Antwoord In de informatienota (1512498/1364152) met bijbehorende Regiovisie monitor 2023 die op 11 juni 2024 naar de gemeenteraad is gestuurd, treft de gemeenteraad nadere informatie aan over wachttijden. In hoofdstuk 5 van de Regiovisie monitor 2023 is gebruik gemaakt van de rapportage in Q2 2023, waarbij 156 aanbieders hebben meegewerkt (van de 180 aanbieders). Schadelijk wachtenden (langer dan 90 dagen) zijn met name kinderen die wachten op KDC (Kinderdagcentrum) of j-GGZ. Hieronder volgen gegevens voor de wachttijden van jeugdhulp. Nadere informatie en figuren zijn te vinden in de Regiovisie monitor 2023. • •

•

De meeste kinderen wachten 0-14 dagen op hulp, zowel voor ambulante hulp als verblijf. Het aantal jeugdigen dat wacht op een Kinderdagcentrum (KDC) is in het tweede kwartaal van 2023 is 342. Deze jeugdigen wachten langer dan drie maanden op KDC-zorg en bij de semi-KDCaanbieders zijn er 94 wachtenden. De gemiddelde wachttijd voor KDC-zorg bedraagt één tot twee jaar. Het aantal wachtenden bij de J-GGZ in de regio Haaglanden, is voor verblijfshulp J-GGZ de gemiddelde wachttijd tussen de vijftig tot vijfenzeventig dagen.

Vraag 3 In bijlage 1 worden onderwerpen in de tabellen op pagina’s 11 en 12 aangeduid als “Is gewenst; wordt onderdeel lopende trajecten(oranje)” a. Houdt deze verplaatsing in dat er deze buiten beschouwing blijven voor eventuele financiële bezuinigingen? b. Wordt er binnen deze actielijnen nog gekeken naar efficiënt handelen? (Denk hierbij aan 1 contact voor betrokkenen)

pagina

8/11

Memo

Antwoord a. Nee, het wil zeggen dat deze activiteiten zijn ondergebracht bij lopende trajecten waaronder de regionale aanpak kostenbeheersing. b. Er wordt binnen de actielijnen inderdaad gekeken naar efficiënt handelen. Dit is de reden dat verschillende actielijnen zijn samengebracht. Hiermee is ook de aansturing van de diverse activiteiten vereenvoudigd.

pagina

9/11

Memo

De beantwoording van de vragen van PvdD Vraag 1 Kan worden aangegeven wat voor de diverse soorten van jeugdzorg de wachtlijsten zijn? Antwoord Zie de beantwoording van Progressief PN en TROTS. In de informatienota (1512498/1364152) met bijbehorende Regiovisie monitor 2023 die op 11 juni 2024 naar de gemeenteraad is gestuurd, treft de gemeenteraad nadere informatie aan over wachttijden per soort jeugdzorgvoorziening aan. Vraag 2 Er staat: ‘De beschikbare capaciteit bij zowel het Programmabureau, het Servicebureau als bij de negen lokale gemeenten in combinatie met de al benoemde clusters van prioriteiten (A t/m E), maakt dat de uitvoering van dit Uitvoeringsplan kwetsbaar is. Bovendien moeten we bij de vertaling van de prioritering naar inzet rekening houden met het feit, dat niet alle zaken die aandacht eisen voorspelbaar zijn.’ Kan helder worden weergegeven waar de prioriteit wordt gelegd bij bezuinigingen die eraan komen en waar wordt niet op bezuinigd? Dat is ons nog niet helemaal duidelijk (op pagina 9 staat het vrij algemeen beschreven, maar het is niet goed te duiden wat hiervan de consequenties zijn). Antwoord Er is gekozen binnen de regionale aanpak kostenbeheersing gekozen voor een viertal actielijnen, namelijk: o Aanpak verblijf.

Door bijvoorbeeld het gerichter inrichten van verblijfsvoorzieningen tbv afschaling en verkorting van de verblijfsduur; o Terugdringen gebruik (lichte) hulp zoals individuele begeleiding door samenhang en afstemming jeugdhulp en aanpalende domeinen zoals de Wet langdurige zorg en de Wmo te versterken. Dit kan de overgang versoepelen en voorkomt dat jeugdigen (onnodig) te lang in jeugdhulp blijven); o Meer substitutie van individuele zorg naar collectieve zorg in het onderwijs; o Sturing op het regionale zorglandschap en vanuit gezamenlijke uitgangspunten komen tot inrichting van het brede zorglandschap van zowel verblijfs- als ambulante voorzieningen. Van daaruit kijken we naar financieringsstrategieën op segmenten. Er is voor deze focus gekozen vanwege de mate van het besparingspotentieel op de korte en/of lange termijn en welke een onvermijdelijk karakter hebben, bijvoorbeeld door bezuinigingsopgaven vanuit de Hervormingsagenda Jeugd (Regionale Kostenbeheersing Jeugd). Vraag 3 Hoe wordt incidenten als bij een Vlaardings meisje dat werd mishandeld door pleegouders voorkomen? Met andere woorden welke lessen zijn daar uit getrokken en wat is er naar aanleiding daarvan veranderd? Antwoord Onze pleegzorgorganisaties proberen incidenten te voorkomen. De grootste pleegzorgaanbieder in de regio is stichting Jeugdformaat.

Stichting Jeugdformaat hanteert een uitgebreide selectieprocedure met gezinsonderzoek voor nieuwe pleegouders. Alle pleegouders volgen een basistraining tot pleegouder. Ook is er veel aandacht voor een goede matching tussen pleegkinderen en pleegouders. Tijdens de plaatsing worden er ook diverse trainingen aangeboden aan pleegouders. Daarnaast worden de pleegzorgouders regelmatig bezocht en wordt tijdens die momenten ook het pleegkind gezien. Hiermee wordt continue beoordeeld of het pleegkind veilig is. Vraag 4 Hoeveel kinderen uit onze gemeente maken gebruik van de complexe casuïstiek?

pagina

10/11

Memo

Antwoord In 2023: • Hoog specialistische GGZ: 23 kinderen. • Jeugdhulpverblijf met behandeling: 46 kinderen. • Jeugdbeschermingsmaatregel: 41 kinderen. • Kleinschalige gespecialiseerde woonvoorziening: twee kinderen. Alle informatie over het gebruik van verschillende vormen van jeugdhulp in onze gemeente wordt ieder jaar in de lokale voortgangsrapportage aan de gemeenteraad geleverd. De laatste was op 11 juni 2024, tegelijk met de Regiovisie monitor (1512498/1364152) en vergezeld met een samenvattende raadsinformatienota. Vraag 5 In hoeverre heeft de inzet op meer preventie latere zorg voorkomen? Kan daar wat over gezegd worden? Antwoord De inschatting is dat inzet op preventie latere zorg voorkomt. Eerder hebben we dit via het interventieplan met de inzet van praktijkondersteuners bij de huisartsen aangetoond. Dit heeft ook geleid tot besparingen op jeugdhulp. Dit hebben we ook laten zien met de inzet van v-smw (voorschools maatschappelijk werk). Dit zijn beide preventieve lokale maatregelen. We breiden het aanbod aan preventieve maatregelen uit, zoals door de inzet van een JIM en het project Kind aan Huis van Humanitas Zoetermeer.

pagina

11/11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15132024/2