Beantwoording vraag VVD over P-maatregelen Interventieplan kostenbeheersing Sociaal Domein
Tekst van het document
Informatienota raad
beeldvorming op oordeelvorming op besluitvorming op
invullen organisatie
zaaknummer
1232975
berichtnummer
1112702
onderwerp reden portefeuillehouder behandeld in college
Informatienota vraag VVD over maatregelen P5 extra inzet POJ (zaaknummer 1222903). Actieve informatieplicht Marieke van Bijnen 9 maart 2021
afdeling
Beleid
bijlagen
Geen
pagina
1/3
Informatienota raad
Geachte leden van de raad, In de beeldvormende raadsvergadering van 4 maart heeft de fractie van de VVD gevraagd om de berekening bij de inzet van de extra 1,4 fte praktijkondersteuners jeugd (POJ) en de daarmee te behalen besparing, nader toe te lichten. De portefeuillehouder heeft hierop een schriftelijk antwoord toegezegd. In deze informatienota formuleren wij het antwoord op de vraag van de VVD. We stellen voor om de huidige inzet POJ van 2,6 fte als pilot uit te breiden met 1,4 fte voor de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2023. Hiermee verwachten een besparing te kunnen realiseren van € 375.000, wat nog hoger kan worden door de toevoeging van nieuwe taken voor de POJ-ers. We komen tot deze raming door gebruik te maken van ervaringsgegevens uit 2020. Op basis hiervan zien we dat het haalbaar is dat een POJ-er een casus kan afhandelen voor € 1.480. Hiermee besparen we per casus € 2.400 ten opzichte van de gemiddelde kosten van een jeugdhulp GGZ-traject. In 2020 zijn 125 cases behandeld door de POJ-ers. Rekenkundig ziet dit er als volgt uit: 125 cases door de inzet van 2,6 fte POJ x besparing van € 2.400 = € 300.000. We stellen voor om in de pilot 1,4 fte extra capaciteit POJ in te zetten. De kosten daarvoor ramen we op € 105.000 per jaar.
De aanvullende besparing voor 1,4 fte POJ ramen we op: Taak Inzet bij de nieuwe huisartsenpraktijken Beheersbaar maken van de automatische verlengingen door inzet POJ Implementeren van het richtinggevend kader op de huisartsenpraktijken door POJ Aanvullende inzet bij de huidige huisartsenpraktijken, de vraag neemt toe.
Besparing 31 cases x besparing van € 2.400 per case = € 75.000 Dit besparingspotentieel wordt helder gemaakt in de uitvoering van de pilot Dit besparingspotentieel wordt helder gemaakt in de uitvoering van de pilot Iedere extra casus kent een besparingspotentieel van € 2.400
Voor het behandelen van de 31 cases is ongeveer 0,6 fte POJ nodig, dit blijkt uit de ervaring uit 2020. De overige 0,8 fte capaciteit POJ willen we inzetten voor de uitvoering van de taakuitbreiding. Het gaat daarbij om het beheersbaar maken van de automatische verlengingen en op het implementeren van het richtinggevend kader. Hiermee wordt gestuurd op de intensiteit van de casuïstiek die niet door de POJers wordt behandeld, maar door tweedelijns zorgaanbieders. Het ramen van het besparingspotentieel van de aanvullende taken vinden wij in dit stadium niet reëel, vanwege de onzekerheid en het gebrek aan ervaring met deze instrumenten. Om die reden stellen we voor om deze aanvullende inzet van de POJ te doen in de vorm van een pilot. Totale besparing POJ Bij elkaar ramen we het besparingspotentieel voor de maatregel P5 op ten minste € 375.000. We denken hiermee een voorzichtige, maar haalbare raming te geven. We zien nog meer besparingspotentieel door de inzet op extra cases bij de bestaande huisartsenpraktijken. Uit ervaring uit 2020 blijkt dat 1 fte POJ 48 cases kan realiseren. In totaal zetten we 4 fte in, dus zijn 192 cases mogelijk. Een besparing tot € 461.000 is daarbij maximaal haalbaar.
We gaan ervan uit dat we hiermee duidelijkheid hebben gegeven over onze vertrekpunten bij het opstellen van het voorstel voor de extra inzet van de POJ met 1,4 fte en het besparingspotentieel.
pagina
2/3
Informatienota raad
Het college van Pijnacker-Nootdorp,
H. Hulswit secretaris (plv.)
pagina
3/3
mw. F. Ravestein burgemeester