Beantwoording technische vragen VVD – Financiën participatiewet in 2026
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1543757
berichtnummer
1396495
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
28 oktober 2024 Beantwoording technische vragen over financiën Participatiewet 2026 Informatief
De VVD-fractie heeft vragen gesteld over de financiën in 2026 rondom afspraken over de toekomst van het sociaal ontwikkelbedrijf en de herziening van de Participatiewet. Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1 Wat zijn de financiële effecten van de nieuwe afspraken over de toekomst van de Sociaal ontwikkelbedrijf en de aangepaste participatiewet op de begroting van 2026? Antwoord Het ministerie van SZW, VNG, Divosa en Cedris zijn overeengekomen om nauwer samen te werken aan een toekomstbestendige inrichting van de sociale ontwikkelbedrijven. Daarom zijn in het bestuurlijk overleg tussen deze partijen van vorige maand nieuwe afspraken hierover gemaakt. Concreet stelt het Rijk een impulsbudget beschikbaar aan gemeenten via een decentralisatie-uitkering. De hoogte van het budget wordt bepaald op basis van de maatstaf ‘doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep’. In 2025 gaat het landelijk om een bedrag van 35 miljoen. In 2026 wordt een vergelijkbaar bedrag verwacht. Het geld is bedoeld voor het maken en uitvoeren van concrete plannen voor een toekomstbestendige inrichting van de sociale infrastructuur, waarbinnen de sociale ontwikkelbedrijven een cruciale rol vervullen. Het beschikbare budget wordt uitgekeerd aan een door het samenwerkingsverband aangewezen gemeente. In ons geval zijn dat de gemeenten Zoetermeer en Delft.
De nieuwe afspraken over de toekomst van het sociaal ontwikkelbedrijf hebben dan ook geen direct effect op de begroting 2026 van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Het wetsvoorstel ‘Participatiewet in balans’ is primair gericht op een meer ‘mensgeoriënteerde’ invulling van de dienstverlening aan mensen met een bijstandsuitkering en een vereenvoudiging van de uitvoering. Op dit moment is de verwachtte ingangsdatum 1 januari 2026. We zullen 2025 gebruiken om ons hierop voor te bereiden. De verwachting is dat de aanpassingen/handelingen die voortvloeien uit de wetswijziging niet geheel budgetneutraal zullen verlopen, maar op dit moment is nog niets bekend over mogelijke invoeringsmiddelen of wijziging van het bestaande verdeelmodel voor de financiering van de bijstandsuitkeringen. Over eventuele financiële effecten verwachten wij u bij de kadernota 2026 voorstellen te kunnen doen.
Vraag 2 Welke momenten/data zijn er nog tot aan de kadernota 2026 waarop financiële informatie van de landelijke overheid wordt ontvangen die van invloed is op de begroting 2026? Antwoord De circulaires gemeentefonds zijn de geijkte momenten waarop we financiële informatie van de rijksoverheid ontvangen. Tot en met de kadernota 2026 verschijnt alleen nog een decembercirculaire.
pagina
1/2
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Die rekent over het algemeen af over het lopend jaar. Tussentijds kunnen individuele ministeries ook nog financiële informatie verstrekken. Dit is niet van tevoren bekend.
pagina
2/2