Beantwoording raadsvragen div. fractie beleidsnota huisvesting arbeidsmigranten
Tekst van het document
Informatienota raad
beeldvorming op oordeelvorming op besluitvorming op
invullen organisatie
zaaknummer
1300411
berichtnummer
1162469
onderwerp reden
Beantwoording vragen over ontwerp-beleidsnota huisvesting arbeidsmigranten Vraag
portefeuillehouder
Frank van Kuppeveld
behandeld in college
14 december 2021
afdeling
BEL
bijlagen
n.v.t.
pagina
1/9
Informatienota raad
Geachte leden van de raad, Door de fracties van de Partij voor de Dieren, D66, Progressief Pijnacker-Nootdorp, CDA en Trots zijn vragen gesteld over uw voorstel inzake de Beleidsnota huisvesting arbeidsmigranten. Hieronder treft u de beantwoording van de vragen aan. Vragen van D66: Vraag 1 Op pagina 5 staat dat volgens provinciale verordening huisvesting van arbeidsmigranten alleen mogelijk is binnen de kernen. Kunt u aangeven waarom dit zo is verordineerd? Antwoord De provincie heeft in haar regelgeving opgenomen dat stedelijke functies, zoals wonen, voorzieningen, bedrijventerreinen, alleen binnen het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) mogen worden gerealiseerd. Buiten het BSD mogen dergelijke functies niet. Het is dan ook geen specifieke uitzondering voor arbeidsmigranten, maar een algemene bepaling die erop gericht is om de stedelijke functies zoveel mogelijk te concentreren en de andere gebieden (zoals het buitengebied en de glastuinbouwgebieden) daar tegen te beschermen. Wel lijkt hier beweging in te komen bij de provincie. Daarom gaan we op korte termijn hierover het gesprek aan met de provincie waarbij de inhoud van de ontwerp-beleidsnota ons uitgangspunt zal zijn. Vraag 2 Op pagina 9 staat dat binnen een straal van 50m vanaf erfgrenzen geen andere woning voor kamergewijze bewoning mogelijk is.
Kunt u aangeven waar deze grens van 50 m op is gebaseerd, en welke beperkingen dit concreet met zich meebrengt voor huisvesting van arbeidsmigranten binnen (delen van) onze gemeente? Antwoord Het is prettig en veilig wonen in onze gemeente. Dat willen we graag zo houden. Een hierop aansluitende ambitie vindt u terug in de woonvisie en de omgevingsvisie waarin we een aantrekkelijk woon- en leefklimaat nastreven in onze gemeente. Hierbij hanteren we één lijn voor de kernen en de buitengebieden. De afstand van 50 meter tussen percelen voorkomt dat er in een rijtje woningen bijvoorbeeld geen drie woningen naast elkaar kunnen worden verkamerd. Dat staat los van de toekomstige bewoners. Het maakt dus niet uit of er studenten, arbeidsmigranten of andere ‘doelgroepen’ in deze kamers (gaan) wonen. Dit wordt ook beschreven in het ontwerp van de beleidsnota Woningvoorraad die in januari 2021 aan uw raad wordt aangeboden. Vraag 3 Op pagina 9 staat dat omliggende bedrijven niet gehinderd mogen worden in hun bedrijfsvoering. Wat zijn hier voor de concrete criteria? Wie bepaalt dit en hoe? Antwoord We kijken naar de impact bij het omzetten van de bedrijfswoningen op de omliggende bedrijven op basis van de wet- en regelgeving en eerder verleende vergunningen aan deze omliggende bedrijven. U kunt daarbij bijvoorbeeld denken aan geluid, gebruik van bestrijdingsmiddelen en geur.
Een nieuw initiatief zal moeten aantonen dat zij aan eisen voldoet en moet daarbij ook inzichtelijk maken wat de effecten van de nieuwe functie op de omliggende bedrijven zijn. De gemeente toetst, indien nodig in overleg met de uitvoeringsdienst van de milieuwetgeving (de ODH), daarbij de overgelegde informatie.
pagina
2/9
Informatienota raad
Vraag 4 Ten aanzien van pagina 10, voorwaarde a: wat is de implicatie van deze voorwaarde? welke mogelijkheden blijven er dan nog over in deze gemeente? Antwoord Bij bebouwing binnen de kernen kan een ontwikkeling van een locatie bijvoorbeeld samengaan met een ontwikkeling voor reguliere woningen voor andere doelgroepen. Ook zou (hoewel we dit momenteel niet beschikbaar hebben) het omvormen van een leegstaand gebouw een mogelijkheid kunnen zijn. Wij zien ontwikkelingsmogelijkheden in zowel de kern als in de glastuinbouwgebieden. Bij ontwikkelingen in de glastuinbouw gaat de voorkeur uit naar locaties aan de randen. Vraag 5 Ten aanzien van pagina 12, waarom is er niet gelijk met AH gesproken? Waarom is er maatwerk nodig? Gaat dit om een wezenlijk andere groep arbeidsmigranten met andere behoeften/omstandigheden? Antwoord De behoefte aan huisvesting voor arbeidsmigranten komt alleen generiek terug in de glastuinbouw. Daarom is in de ontwerp-beleidsnota hierop de focus gelegd. Dat betekent dat we voor de arbeidsmigranten die werkzaam zijn in deze sector ook mogelijkheden zien in de (randen van de) glastuinbouwgebieden zelf. Dat geldt niet voor arbeidsmigranten uit andere sectoren.
Zij kunnen niet in de glastuinbouwgebieden worden gevestigd Hoewel wij niet de indruk hebben dat het hier om arbeidsmigranten gaat met andere behoeften, is er voor dit ene bedrijf uit een andere sector dan ook maatwerk nodig. Uit de gesprekken met de lokale logistiek is geen behoefte aan huisvesting voor arbeidsmigranten naar voren gekomen. De vraag voor huisvesting van arbeidsmigranten vanuit Albert Heijn is uiteindelijk bij het rondetafelgesprek aan de orde gekomen. Inmiddels zijn we het gesprek met Albert Heijn gestart. Hieruit moet blijken welke wensen, behoefte en urgentie bestaat bij dit bedrijf. Vragen van de Partij voor de Dieren: Vraag 6 Artikel a en art. c II op pagina 9 lijken in tegenspraak te kunnen zijn in sommige situaties. Welk artikel is dan leidend en moet dat er niet expliciet bij komen in de nota? Antwoord De genoemde artikelen zijn niet met elkaar in tegenspraak. Artikel a gaat over de benutting van leegstaande panden waarbij woningen en bedrijfspanden op bedrijfsterreinen en bedrijfsgebouwen of kassen in de glastuinbouwgebieden zijn uitgezonderd. Artikel c II gaat over de mogelijkheid van aanwending van een (bedrijfs)woning boven de NHG-grens in het buitengebied. Vraag 7 Pagina 9. Bij verkameren mag toch in principe iedereen die dat wil een kamer huren? Van tevoren weet je dus niet wie erin komt.
Hoe weegt u dit bij een aanvraag, ook met het oog op de 50 meter afstand eis. Geldt die altijd bij verkameren of alleen voor arbeidsmigranten? Antwoord In het ontwerp van de Beleidsregels Woningvoorraad (die in januari ter besluitvorming aan uw raad wordt aangeboden) staat in het kader van de leefbaarheidstoets de voorwaarde opgenomen dat bij een nieuwe vergunningaanvraag getoetst wordt of zich binnen een straal van 50 meter vanaf de erfgrens
pagina
3/9
Informatienota raad
geen woning bevindt die reeds is verkamerd. Het maakt hierbij dus niet uit welke doelgroep in de woning komt. Het vaststellen van de eerste herziening van de Huisvestingsverordening en de daarbij geldende Beleidsregels staan voor de raadsvergaderingen in januari gepland. Vraag 8 Pagina 10. Gangbare (beleids)eisen aan de woningen zoals gasloos, natuurinclusief, klimaatadaptief, welstand (passend in het landschap), etc. Waar en hoe is dat voor deze nieuwbouwvorm in het glastuinbouwgebied geborgd? Antwoord Dit ligt in feite buiten het bereik van deze nota. Woningen moet voldoen aan allerlei wettelijke eisen zoals bijvoorbeeld vastgelegd in het Bouwbesluit. Dat bevat eisen over constructies, daglicht, etc. Sinds 1 juli 2018 moeten woningen inderdaad gasloos worden gerealiseerd. Deze verplichting staat los van de nu voorliggende nota. In deze nota is vooral gefocust onder welke voorwaarden en waar we huisvesting voor de arbeidsmigranten willen toelaten. De Omgevingsvisie beschrijft ambities op het gebied van natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen. Dat is nog niet altijd geheel juridisch afdwingbaar. Bij een eventueel initiatief nemen we deze ambities uiteraard wel mee in de afweging. Vraag 9 Pagina 10.
Welke status heeft deze nieuwbouw als het na zeg 20 jaar de herstructurering toch in de weg blijkt te staan in het glastuinbouwgebied? Moet het dan alsnog gesloopt worden door de eigenaar voor eigen rekening en risico? Antwoord Vooralsnog wordt voorgestaan om dit type huisvesting tijdelijk toe te staan. Gedacht wordt daarbij aan een termijn van 15 jaar. Daarna zullen we opnieuw moeten bezien of deze huisvesting nog langer noodzakelijk en wenselijk is of niet. Dan zal waarschijnlijk ook een beter inzicht bestaan over de herstructureringsontwikkelingen in dat betreffende glastuinbouwgebied. Als de conclusie dan is dat de bebouwing niet langer noodzakelijk en wenselijk is dan wel de herstructurering belemmert, is het zeer waarschijnlijk dat geen toestemming worden verleend voor een aanvullende termijn en zal het gebouw op rekening en risico van de initiatiefnemer moeten worden verwijderd. Vraag 10 Pagina 19. “Naast de enquête hebben we ook een concreet initiatief voor het realiseren van 400 plekken, vanuit de drie ondernemers binnen onze glastuinbouw gekregen.” Graag meer informatie hierover. Antwoord Drie glastuinbouwondernemers uit Pijnacker West willen in samenwerking met een uitzender gezamenlijk huisvesting realiseren voor arbeidsmigranten die bij hen werkzaam zijn.
Vragen van het CDA: Vraag 11 We missen in de nota een passage over de woonbehoefte van arbeidsmigranten bij het aantrekken van nieuwe bedrijven. In de nota wordt aangegeven dat er in andere sectoren dan de glastuinbouw geen generieke behoefte op tafel is gekomen. Maar die behoefte bij bedrijven uit andere sectoren die worden aangetrokken zou er in de toekomst wel kunnen zijn. Ook bij het aantrekken van nieuwe glastuinbouwbedrijven kan die behoefte er zijn. Graag horen we of bij het aantrekken van nieuwe
pagina
4/9
Informatienota raad
bedrijven de woonbehoefte van arbeidsmigranten als criterium wordt meegenomen en of de nota op dit punt kan worden aangevuld. Antwoord We vragen ons af of hierbij gedoeld wordt op grootschalige distributiebedrijven zoals Zalando of dat u ook kijkt naar kleinere ontwikkelingen op bedrijventerreinen en in de glastuinbouw? Voor grootschalige distributiebedrijven is op dit moment in onze gemeente, naar ons inzicht, weinig tot geen ruimte beschikbaar. Ons advies zou zijn om het alleen een afwegingscriterium te laten zijn bij dergelijke grootschalige bedrijven en niet bij ieder glastuinbouwbedrijf of regulier bedrijf op een bedrijventerrein. In het algemeen kan gesteld worden dat we dit met name kunnen toepassen bij de uitgifte van gronden die in ons eigendom zijn dan wel wanneer een ontheffing van of wijziging van het bestemmingsplan nodig is. Bij een directe bouwtitel op basis van een geldend bestemmingsplan kan dat niet, dan moet het bestemmingsplan ook worden aangepast. De nota kan op dit punt worden aangevuld, maar dan is het wel belangrijk om duidelijkheid te bieden over het bovenstaande. De provincie is overigens op dit punt ook haar beleid aan het aanpassen. Vraag 12 In bijlage 1 is een indicatie gegeven van het aantal arbeidsmigranten. Daarbij ontbreekt een verdeling van deze arbeidsmigranten over kort, middellang en lang verblijf.
Gezien de relatie tussen de verblijfsduur en de woonbehoefte, is de vraag of die gegeven beschikbaar kunnen komen. Antwoord Het gevraagde inzicht op deze data, met name over korte en middellange termijn, is niet beschikbaar en kan ook niet worden geboden. Daarvoor zijn verschillende redenen: aard van de werkzaamheden, beperkte registratie en onzekerheid bij de arbeidsmigranten zelf. Ook weten zij vaak zelf niet hoelang ze hier blijven. Daarnaast hebben we in de nota vooral onderscheid gemaakt tussen tijdelijk verblijf (specifieke vorm van huisvesting) en langer verblijf (reguliere woningvoorraad). Vraag 13 Gezien het grote tekort aan betaalbare woningen en de toch al gespannen woningmarkt de vraag of de voorstellen in deze nota die spanning vermindert of juist vergroot? Kan hiermee een verdringingseffect worden voorkomen? Antwoord Met nieuwbouw binnen de glastuinbouw vindt verruiming van het aanbod van specifieke woningen voor arbeidsmigranten plaats waarmee in theorie de druk op de woningmarkt in de kern kan afnemen. Zij hebben dan immers een goed, aantrekkelijk, betaalbaar en veilig alternatief. Daarbij beperken we aan de andere kant (via de Huisvestingsverordening en beleidsnota) de mogelijkheden tot verkamering van woningen tot de NHG-grens, wat ook weer een deel van de bestaande voorraad beschermd.
Het blijft echter zo dat de spanning op de woningmarkt zich ook kan uiten doordat ook een (klein) deel van deze doelgroep uiteindelijk aanspraak maakt op de bestaande woningen in de kernen en de mogelijke uitbreidingsruimte voor woningen in de kernen. Daar waar het gaat om arbeidsmigranten die hier permanent willen blijven, moeten we ze ook beschouwen als reguliere woningzoekenden. Vraag 14 Op bladzijde 8 bij 5.1.1 staat dat er geen mogelijkheden zijn voor huisvesting op bedrijventerreinen, ook niet in de toekomst. Geldt dit ook bij herstructurering van bestaand bedrijventerreinen?
pagina
5/9
Informatienota raad
Antwoord Ja. Hier willen we graag ruimte blijven bieden aan het ondernemen en (nieuwe) bedrijvigheid. We hebben er in de omgevingsvisie voor gekozen om de bedrijventerreinen niet uit te breiden. Daarom is deze ruimte hoognodig voor het behoud en waar mogelijk de groei van de werkgelegenheid. Vraag 15 En past het voorgaande wel bij de trend van een meer multifunctioneel gebruik van ruimte? Antwoord In principe wel, de behoefte aan het behoud van bedrijvigheid is op dit moment groot in de regio en past ook in het economisch en ruimtelijk beleid om de werkgelegenheid op niveau te houden en bij voorkeur te laten oplopen met de groei van de bevolking. Daarin past dus een beleid waarin maximaal wordt ingezet op de versterking van de werkgelegenheid. De omgevingsvisie biedt de mogelijkheid tot functiemenging, maar gaat daarbij niet uit van een combinatie met wonen maar aan bijvoorbeeld functiemenging met leren, ontmoeten, ZZP-ers, etc. Vraag 16 Op blz. 9 bij 5.1.2 staat dat combinatie van doelgroepen in een campusachtige opzet mogelijk is. Kunt u dat toelichten en een beeld schetsen hoe dat er uit moet komen te zien, in het bijzonder in een kern? Antwoord Door meerdere doelgroepen in diverse gebouwen te huisvesten en een bijbehorende openbare ruimte daarbij op te nemen kan dit tot een campusachtige opzet leiden.
Het noemen of in beeld brengen van voorbeelden sluit niet aan bij de ambitie om juist te kijken naar de kenmerken van de omgeving. De plek moet dus leidend zijn voor de grootte, omvang en inrichting van de locatie. Vraag 17 Op bladzijde 10 worden nieuw te bouwen locaties genoemd. Er worden geen aantallen wooneenheden en aantal bewoners genoemd. Over hoeveel wooneenheden/bewoners per gebied gaat het, zowel binnen de bebouwde kom als binnen genoemde glastuinbouwgebieden en voldoet dit aan de het uitgangspunt van kleinschaligheid? Antwoord Voor ons college werd op de avond van het rondetafelgesprek duidelijk dat de omvang van de locaties niet doorslaggevend is maar meer de inpassing in zijn omgeving. Daarom hebben wij in de nota ook niet meer het criterium kleinschaligheid opgenomen. Het aantal locaties is overigens ook niet gemaximeerd. Wel hebben we een voorkeur dan wel idee hierover uitgesproken (2 per glastuinbouwgebied). Dit biedt dus flexibiliteit in omvang en speelruimte. Ook hiervoor geldt weer dat de ruimtelijke, economische, milieukundige en sociale kenmerken van de potentiële locaties leidend zijn voor het aantal wooneenheden en daarmee het aantal bewoners. Vraag 18 Op bladzijde 11 bij 5.2.2, punt a wordt een aantal aspecten genoemd. Houdt dit in feite een certificatieplicht in voor de partners? Antwoord Ja, dat klopt.
Door partijen te verplichten zich te binden aan deze keurmerken en overkoepelende organisaties, leggen we de lat hoger en selecteren we partijen die serieus met huisvesting willen omgaan.
pagina
6/9
Informatienota raad
Vraag 19 Op bladzijde 12 bij 5.3.2 wordt bij punt b een aantal maatregelen genoemd. Dat roept de vraag op of een registratieplicht mogelijk is, opgelegd aan de arbeidsmigranten en/of de werkgevers en/of de uitzenders. Antwoord Bij een langer verblijf dan vier maanden in een periode van zes maanden in de gemeente is iemand al verplicht zich te registeren in de Basis Registratie Personen (BRP). Korter verblijf tot vier maanden wordt (zonder woonadres) veelal geregistreerd bij het Register Niet Ingezetenen (RNI) maar dit is niet verplicht. Veelal vindt registratie bij het RNI plaats omdat de werkgever een BSN-nummer van de arbeidsmigrant nodig heeft om te kunnen verlonen. Er wordt met dit onderwerp door partijen om onduidelijke redenen niet (altijd) serieus mee omgegaan waardoor er ook geen goed beeld is van deze doelgroep. Eén van de ambities die we met deze nota hebben is om de registratie te verbeteren, waardoor dit beeld beter en completer is. Vraag 20 Bij de diverse onderdelen worden aspecten van toezicht en handhaving genoemd. Is het mogelijk om in het kader van “wat gaan we daarvoor doen” een overzicht te geven van voorstellen op het gebied van toezicht en handhaving? Antwoord Per locatie zullen we concrete afspraken maken over beheer en exploitatie, afhankelijk van en gericht op de kenmerken van de betreffende locatie.
Door bovendien het SNF-keurmerk voor te schrijven aan partijen die hier arbeidsmigranten willen huisvesten, is sowieso direct de jaarlijkse kwaliteitscontrole vanuit het SNF op de locaties van die partijen geregeld. Daar bovenop willen we nog onderzoeken of een convenant met SNF ons nog verder kan helpen met adressen waar nu al arbeidsmigranten gehuisvest worden. In dat kader zal ook bekeken moeten worden waar vanuit de gemeente nog aanvullend toezicht of handhaving nodig is. Dit beeld hebben we nog niet volledig en zullen we in de komende periode verder uitwerken. Vragen van Trots: Vraag 21 In de Beleidsnota staat op pag. 15 onder het thema verhuurderschap, beheer en leefbaarheid “ Wat gaan we daarvoor doen? IV. Een door de verhuurder aangewezen beheerder die op (of nabij) de locatie aanwezig is. En bereikbaar is voor bewoners, omwonenden, de gemeente en overige instanties. Deze beheerder dient binnen 24 uur te reageren op vragen en/of klachten en houdt deze bij volgens een klachtenreglement2. Dit laat onverlet dat voor de gemeente alle partijen (zijnde de eigenaar, verhuurder, beheerder en huurder) aanspreekbaar en verantwoordelijk zijn voor een goed beheer. Indien het aantal arbeidsmigranten op een locatie meer bedraagt dan 100 mensen, dan moet er 24/7 een beheerder aanwezig zijn op de locatie; V.
Het door de beheerder dagelijks bijhouden en actualiseren van een nachtregister waarin minimaal de volgende gegevens staan opgenomen: i. personalia en contactgegevens, ii. Datum aanvang huisvesting en iii. Datum beëindiging huisvesting”. Hoe gaat u dit borgen en handhaven?
pagina
7/9
Informatienota raad
Antwoord We willen dit vooral borgen door vooraf goede en heldere (contractuele) afspraken te maken met verhuurders. Het nachtregister is een eis die gekoppeld is aan de bestemming logies en is daarmee dus juridisch geborgd. Wanneer mocht blijken dat de afspraken niet worden nagekomen en het nachtregister niet op orde is, dan kunnen we de betrokkene hierop aanspreken. Indien nodig kan handhaving plaatsvinden, maar dit lijkt ons op voorhand niet het aangewezen instrument om de zaken op orde te moeten krijgen. Vraag 22 Wordt de raad nog verder ingelicht over het initiatief (pagina 19) voor de realisatie van 400 plekken? Antwoord In het antwoord op vraag 10 is globaal omschreven wat het initiatief inhoudt. In afwachting van deze nota en bestuurlijke besluitvorming hierover hebben we hier nog geen gesprekken over gevoerd. Eerste stap in dit proces zou zijn om te verkennen of het initiatief kansrijk is, mede gelet op de omgevingsvisie, de contouren van de voorliggende ontwerp-beleidsnota en het provinciale beleid. Hierboven is aangegeven dat de provincie haar beleid aan het bijstellen is als het gaat om huisvesting van arbeidsmigranten in de glastuinbouwgebieden. Het nieuwe beleidsstandpunt van de provincie zal mede van invloed zijn op de ontwikkelingsmogelijkheden van de huisvesting voor deze doelgroep in de glastuinbouwgebieden.
Wanneer het initiatief kansrijk is, wordt de raad uiteraard betrokken, net als de omwonenden (zie paragraaf 5.6). Vraag 23 Pagina 19. Hier staat dat 50 adressen bekend/locaties zijn. Vindt hier ook handhaving plaats op de kwaliteit van huisvesting? Antwoord In de betreffende alinea is aangegeven dat op deze adressen in het verleden alleen naar brandveiligheid is gekeken en dus niet naar de kwaliteit van de huisvesting. Door regels op te nemen in deze beleidsnota, de aanpassingen in de huisvestingsverordening (en beleidsregels) en door met SNF samen met werken willen we de kwaliteit van het wonen wel beter borgen. Vragen van PPN: Vraag 24 Op pagina 8 (en op pagina 10 onder a. sub ii) staat dat er mogelijkheden zijn binnen de randen van de glastuinbouw mits deze de herstructurering niet in de weg zit. Wat wordt daarmee bedoeld? Antwoord Hiermee bedoelen we dat bij de beoordeling van huisvestingslocaties mede kijken of de beoogde locaties de ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende bedrijven voor de nabije toekomst niet belemmeren. Dit sluit aan bij de omgevingsvisie. Vraag 25 Op pagina 9 wordt gesproken over de huisvesting van een combinatie van doelgroepen. Ziet het college daarin een rol voor de gemeente weggelegd? Antwoord De rol van de gemeente kan per initiatief variëren.
Bij nieuwe initiatieven waarbij een mix wordt voorgesteld hebben wij als gemeente, naar verwachting, inderdaad een rol. Niet iedere doelgroep laat zich goed mengen, dus vanuit de leefbaarheid en het beheer binnen het complex zullen we daarin kritisch meekijken. Bij bepaalde doelgroepen is de woningcorporatie onze logische partner. En wij zullen deze dan vroegtijdig betrekken bij de planvorming.
pagina
8/9
Informatienota raad
Vraag 26 Vindt het college dat de privacy gewaarborgd is als er twee personen op één kamer zijn gehuisvest (pagina 14)? Antwoord Idealiter heeft ieder persoon zijn eigen kamer. Daar zullen we ook naar kijken bij de indiening van nieuwe plannen. Dit is echter niet altijd haalbaar. Met twee personen blijft sprake van een bepaalde mate van privacy, ook voor stelletjes of vrienden kan dit een prettige vorm van samenwonen zijn. Vraag 27 Waarom wordt er in lijn met het advies van de commissie Roemer geen duidelijk standpunt ingenomen over het scheiden van uitzendbureau en een huisvester (pag. 11 onder b. sub i)? Antwoord 27 Uit de gesprekken met de stakeholders blijkt dat arbeidsmigranten die hier voor het eerst komen vaak wel alles in een keer geregeld willen hebben. Dus zowel huisvesting als het werk. Een gemeente heeft op dit moment ook niet de instrumenten om deze scheiding af te dwingen. We proberen de kans op uitbuiting dan wel slechte woon- en/of leefomstandigheden (want daar gaat het om) te voorkomen, door alleen met betrouwbare partners te werken en door private afspraken te maken met de verhuurders/werkgevers. Naar verwachting levert de Wet goed verhuurderschap in de toekomst meer instrumenten op voor de gemeente om hierop te sturen.
Het college van Pijnacker-Nootdorp,
J.P.R. Woudstra secretaris
pagina
9/9
F.J.M. van Kuppeveld burgemeester (plv.)