Beantwoording beeldvormermende vragen - Parkeervisie Pijnacker-Nootdorp
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1557021
berichtnummer
1410962
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
9 januari 2025 Beantwoording beeldvormende vragen over het Ontwerp Parkeervisie Informatief
Door de fractie Trots, Eerlijk Alternatief, D66 en het CDA zijn schriftelijke vragen gesteld over de Ontwerp parkeervisie (agendapunt 4a). Hieronder treft u de beantwoording aan. De vragen van de fractie TROTS Vraag 1 In de tabel op pagina 6 wordt gesproken over het aantal auto’s in onze gemeente van 14.522. In de statistieken gebaseerd op het kentekenregister van de RDW zijn er op 1 januari 2025 zijn er al alleen al aan personenauto’s 26.721. Kunt u het verschil van ruim 12.000 auto’s verklaren? a. Zitten de bedrijfsauto’s al wel het aantal van 14.522? b. Welke invloed op de parkeernorm per huishouden wordt hierdoor gemist? c. Hoeveel parkeerplaatsen zijn er te weinig gerealiseerd? Antwoord Het getal op pagina 6 klopt inderdaad niet. Hier wordt per ongeluk het aantal van de kern Pijnacker getoond. Het juiste aantal had 26.126 (CBS, 2023) moeten zijn. Deze tabel is vooral ter illustratie en is niet gebruikt bij het parkeeronderzoek (bijlage 2) of de parkeernormen (CROW-normen). Er is dus geen sprake van te weinig parkeerplaatsen. Vraag 2 In de tabel op pagina 6 wordt gesproken over 1,11 auto’s per huishouden. Kunt u het actuele aantal huishoudens in onze gemeente vermenigvuldigen met dit cijfer? En hoeveel verschilt dit met het aangegeven aantal auto’s van 14.522? Antwoord Zie antwoord vraag 1.
Vraag 3 Wat is de gemiste impact van het gebruik van de huidige methode bij nieuwe woonwijken? Antwoord Zie antwoord vraag 1. Vraag 4 In de aanbiedingsnota staat: “Nieuwe ontwikkelingen zoals de opkomst van deelmobiliteit en de elektrische fiets, hebben invloed op het autobezit en de parkeerbehoefte.” Waaruit blijkt dit? Is er een onderzoek wat deze uitspraak staaft? Antwoord Van elektrische fietsen is bewezen dat dit een substitutie-effect heeft op de auto voor bijvoorbeeld woon-werkverplaatsingen. Dat wordt bijvoorbeeld aangetoond in onderzoeken zoals die van het Kennisinstituut voor mobiliteitsbeleid, Het gebruik van de e-fiets en de effecten op andere vervoerwijzen
pagina
1/8
Memo beantwoording beeldvormende vragen
(2019). https://www.kimnet.nl/publicaties/rapporten/2019/12/02/gebruik-van-e-fiets-en-effecten-opandere-vervoerwijzen Rijkswaterstaat heeft een mooi overzicht van de effecten van deelmobiliteit op het autobezit. Wel is deelmobiliteit nog volop in ontwikkeling. Voorwaarde voor de groei van het gebruik van de deelauto en deelfiets is dat er voldoende aanbod is. Vraag 5 In de Kamerbrief https://open.overheid.nl/documenten/dpc13a3d3ead9f0141f38add1eab343688303b1fc30/pdf is omschreven dat er wordt gewerkt aan effectiever en efficiënter beleid voor deelmobiliteit, dat moet bijdragen aan de verdere opschaling ervan. Tegelijkertijd is het goed om te beseffen dat deelmobiliteit een opkomende private en ook nog kwetsbare markt is. a. Welke aanbieders deelmobiliteit zijn er in de gemeente? b. In welke mate zijn zij winstgevend en toekomstbestendig? c. In welke mate heeft deel mobiliteit aantoonbaar bijgedragen aan een afname of stilstand van het aantal voertuigen in bezit binnen de gemeente? Antwoord a. Binnen onze gemeente bieden onder andere Greenwheels en mywheels deelauto’s aan. Ook zijn er OV fietsen en deelscooters (Felyx) in onze gemeente beschikbaar. b. Als gemeente hebben wij geen zicht op de bedrijfsvoering van genoemde bedrijven. Wel zijn er cijfers beschikbaar over het gebruik van (een deel van) deze vervoerswijzen.
Deze laten zien dat de meeste ritten naar Den Haag, Rotterdam en Delft gaan. Gemiddeld worden er maandelijks ongeveer 500 ritten gemaakt van en naar Pijnacker-Nootdorp. c. Dit is niet specifiek onderzocht. Vraag 6 In hoeverre is het onderzoek van Spark meegenomen in deze visie? Antwoord Spark is betrokken geweest bij het participatietraject en heeft bijgedragen aan de inhoud en structuur van de visie. Spark heeft gebruikt gemaakt van data uit hun bestanden en deze hebben we meegenomen in de parkeervisie. Spark zelf heeft geen parkeeronderzoek uitgevoerd. Bureau De Groot Volker heeft het parkeerdrukonderzoek uitgevoerd (bijlage 2). Vraag 7 In het artikel https://nieuws.feelgoodradio.nl/2024/06/20/gemeente-pijnacker-nootdorpwil-nieuwparkeerbeleid/ spreekt wethouder Van Straten over het plaatsen van tweede en derde auto’s buiten de wijken. In hoeverre is deze opmerking teruggekomen in deze visie? Antwoord Deze opmerking is verweven met de parkeervisie. Er zijn voldoende parkeerplaatsen, maar het kan voorkomen dat de auto iets verder van de bestemming af wordt geparkeerd. Ook komt dit terug in de uitgangspunten voor nieuwe woonwijken, waarbij parkeren (wanneer mogelijk) aan de randen van wijken wordt georganiseerd. De visie beschrijf het 4B-principe beschreven waarvan benutten een onderdeel is.
Hierbij worden parkeerplekken, mogelijk aan de randen van de wijken, benut, om de niet gevulde parkeerplekken te gebruiken, ook als dit op een wat grotere loopafstand van de woning is. Vraag 8 Is de demografische ontwikkeling van een (deel)wijk meegenomen in deze visie?
pagina
2/8
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord De visie heeft betrekking op de gehele gemeente. We gebruiken parkeertellingen en daar uitvolgende parkeerdruk als belangrijkste indicator voor de parkeervisie. Deze geven een direct beeld van de parkeersituatie, waarbij het toepassen van de 4B’s mogelijkheid geeft voor het toevoegen van parkeerplaatsen. Bouwen is de laatste optie! Vraag 9 Op welke manier worden de bekende hotspots aangepakt? Antwoord Deze parkeervisie beschrijft de inzet voor een geleidelijke verandering op het gebied van parkeren. En aan de andere kant geeft het concreet richting en kaders (o.a. STOMP- en 4b-principe) mee om (toekomstige) knelpunten op te lossen. Na vaststelling van deze visie door de gemeenteraad wordt gestart met de verdere uitwerking van het parkeerbeleid. Dit staat beschreven in hoofdstuk 7 van de parkeervisie. Bij parkeeroverlast wordt aan de hand van het 4b-principe gezocht naar de juiste oplossingen en maatregelen. Het 4b-principe wordt verder uitgewerkt in de uitwerking van de parkeervisie. Vraag 10 Op pagina 26 staat: Als alle voorgaande stappen onvoldoende resultaat hebben, is de aanleg van extra parkeerplaatsen de laatste optie, mits dit in balans is met duurzaamheids- en leefbaarheidsambities. a. Wat is de definitie van duurzaamheids- en leefbaarheidsambities? b. En wie bepaalt deze ambities? c. Hoe verhoudt zich dit tot de inspraak van de wijkbewoners? d.
Betekent ‘mits’ dat er altijd theoretisch wel een reden verzonnen kan worden om geen uitbreiding te realiseren? Antwoord De druk op de beschikbare ruimte is hoog. Bij de inrichting van de ruimte moet altijd de afweging worden gemaakt voor welke functie de ruimte wordt ingezet. De raad heeft voor deze afweging ambities en kaders vastgesteld, onder andere in de Omgevingsvisie. In deze context is de ‘mits’ dan ook opgenomen om aan te geven dat voor een eventuele uitbreiding een bredere afweging nodig is. Daarnaast volgen we bij ruimtelijke ontwikkelingen ons participatiebeleid. Dit betekent dat ook bewoners, wanneer de schaal, belangen en impact van een ontwikkeling daar aanleiding voor geven, betrokken worden. Vraag 11 In meerdere wijken is er al vele jaren parkeeroverlast doordat er te weinig parkeerplaatsen zijn. a. Waarom wordt er in dit plan niet duidelijk een oplossing voorgesteld? b. Wat gaat de gemeente doen als de inwoners zelf maar oplossingen gaan regelen? c. Op welk moment komt de gemeente in actie om met oplossingen te komen? d. Wat zijn de concrete stappen bij wijken waar structureel foutgeparkeerd wordt? Antwoord Deze parkeervisie beschrijft de inzet voor een geleidelijke verandering op het gebied van parkeren. En aan de andere kant geeft het concreet richting en kaders (o.a. STOMP- en 4b-principe) mee om (toekomstige) knelpunten op te lossen.
Na vaststelling van deze visie door de gemeenteraad wordt gestart met de verdere uitwerking van het parkeerbeleid. Dit staat beschreven in hoofdstuk 7 van de parkeervisie. Bij parkeeroverlast wordt aan de hand van het 4b-principe gezocht naar de juiste oplossingen en maatregelen. Het 4b-principe wordt verder uitgewerkt in de uitwerking van de parkeervisie. We monitoren de parkeerdruk in de (woon)wijken. Daarnaast kan parkeeroverlast gemeld worden bijvoorbeeld via het meldpunt leefomgeving. Meldingen over foutparkeren worden doorgezet en opgepakt door handhaving.
pagina
3/8
Memo beantwoording beeldvormende vragen
De vragen van de fractie van Eerlijk Alternatief Vraag 1 U vraagt ons de parkeervisie vast te stellen, achter de inhoud te staan En daarna voor te leggen voor zienswijzen. Vervolgens overweegt college op basis van de zienswijzen aanpassingen te doen. 1) Hoe ziet u dan de rol van de raad als zienswijzen afwijken van de goedkeuring van de raad.? Antwoord Na vaststelling van het ontwerp Parkeervisie wordt deze ter inzage gelegd voor 6 weken. Hierin kunnen belanghebbende zienswijzen indienen. Deze worden verwerkt in een nota van Beantwoording. Hierin staat beschreven hoe de zienswijzen zijn meegenomen en of deze tot wijzigingen hebben geleid. Vervolgens legt het college de definitieve parkeervisie, samen met de Nota van Beantwoording, voor aan de raad. De raad beoordeelt of de zienswijzen zorgvuldig zijn verwerkt en of de voorgestelde wijzigingen binnen de eerder vastgestelde kaders passen. Vraag 2 Landelijk is 28% van de huishoudens in bezit van 2 auto’s In onze gemeente bezit meer dan 40% twee auto’s of meer per huishouden 2) .Hoe verklaart u dat rote verschil? Antwoord Pijnacker-Nootdorp is een gemeente met relatief veel (dure) eengezinswoningen en een beperkte sociale woningvoorraad. Dit heeft invloed op het autobezit. Daarnaast is het autobezit in de grote steden vaak een stuk lager.
Bezit wordt hier ontmoedigd door bijvoorbeeld nabijheid van voorzieningen, gebrek aan parkeerruimte en verkeersopstoppingen. Vraag 3 In de parkeervisie verondersteld het college uit van toename van het aantal elektrische auto’s. 3) Zijn hierbij ook de huidige en toekomstige ontwikkelingen rond aanschaf bezit en kosten van elektrische auto’s meegenomen? Zoals: Vrijstelling BPM van de baan Vrijstelling MRB wordt afgebouwd subsidie voor elektrische auto’s beschikbaar, zowel nieuw als gebruikt. Vanaf 2025 niet meer. Antwoord Deze ontwikkelingen komen vanuit het Rijksbeleid en hebben ook invloed op de regionale ontwikkelingen. We houden deze ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Ondanks bovenstaande wijzigingen is de verwachting dat de groei van elektrische auto’s doorzet. Europese en Nederlandse klimaatdoelstellingen om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn heeft ook gevolgen voor regels rondom uitstoot van auto’s. Dit uit zich onder andere in een verbod op de verkoop van nieuwe benzineauto’s vanaf 2035. Het college blijft de ontwikkelingen rondom elektrisch rijden nauwlettend volgen. Vraag 4 In de parkeervisie worden de komende 5 jaar 10% van de huidige parkeerplaatsen opgeheven ten gunste van laadpaalplekken.
4)Hoeveel parkeerplaatsen zijn dit? 5) Welke keuzen worden hierbij gemaakt? Antwoord De gemeente heeft ca 25.000 (+/- 500) openbare parkeerplaatsen, exclusief de centrumparkeergarages (ca 1.500, geen eigendom gemeente), inclusief openbare parkeerplaatsen bij sportterreinen, begraafplaats, bedrijventerreinen. De keuze om een laadpaalplek aan te leggen is vastgelegd in het Plaatsingskader openbare laadpalen Pijnacker-Nootdorp. De verwachting is dat ongeveer 10% van de parkeerplekken de komende vijf tot tien jaar als laadplek ingericht zal worden.
pagina
4/8
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Vraag 5 In de nota wordt gesproken over een parkeerregime. 6) Wat wordt hier concreet mee bedoeld? 7) U laat het parkeerregime over aan de betreffende inwoners van een bepaald gebied .Hoe gaat u dat organiseren? Antwoord Een parkeerregime omvat regels en maatregelen om parkeren in een gebied te reguleren. Dit kan bestaan uit betaald parkeren, vergunningen, tijdslimieten, differentiatie van tarieven, parkeerverboden en gereserveerde plekken voor specifieke doelgroepen zoals gehandicapten of elektrische auto's. Het besluit over het wel of niet invoeren van een parkeerregime is aan de gemeenteraad. Wanneer er aanleiding is om een parkeerregime te overwegen (bij bijvoorbeeld een waterbedeffect zoals beschreven op pagina 21 van de visie) zullen daar ook betrokken zoals bewoners over worden geraadpleegd. Deze participatie draagt bij aan de afweging of er een passend parkeerregime met voldoende draagvlak kan worden ingesteld. Vraag 6 Hoe verklaart u het dat de gemeten gemiddelde bezetiing van het aantal parkeerplekken afwijkt van de beleving van inwoners uit sommige wijken. Betreffende de bezetting Antwoord Het verschil kan verklaard worden door een aantal factoren: Inwoners ervaren vaak parkeerdruk tijdens specifieke piekmomenten, zoals ’s avonds of in het weekend, ook al zijn de metingen op verschillende tijdsstippen gedaan. De parkeermetingen zijn ‘s nachts uitgevoerd.
Zelfs als de gemiddelde bezetting laag is, kunnen bepaalde straten of zones intensiever worden gebruikt, wat voor bewoners in die gebieden voelt als een hoge parkeerdruk. De metingen zijn uitgevoerd op wijkniveau, een specifieke straat kan dus vol staan, terwijl er in de rest van de wijk wel plekken beschikbaar zijn. Onze algemene ervaring is dat bewoners graag in de straat parkeren waar ze wonen. Als dat niet lukt, zelfs bij voldoende plekken elders, kan dat als een tekort worden ervaren. Vraag 7 Is de gemiddelde bezetting gebaseerd op de straal van 250m? Antwoord Gekeken is naar het aantal parkeerplekken in een wijk, de druk (aantal geparkeerde auto’s) en het aantal vrije plekken (restcapaciteit). Op wijkniveau blijft dit onder de 90% (zie ook bijlage 2). Wel zijn er een aantal straten zichtbaar waar de bezittingsgraad hoger ligt. Maar binnen 250 meter is er voldoende restcapaciteit. Binnen 250 meter is er bijna altijd een parkeerplek te vinden. Vraag 8 Hoe wilt u het gebruik van parkeerplaatsen realiseren bijzoorbeeld rond CulurA enzo en SCC Pijnacker? Antwoord Dit antwoord voert verder dan waar de parkeervisie zich op richt. Is de vraag hoe de parkeerplaatsen geregeld zijn bij CulturA en het SCC is het antwoord als volgt: Bij CulturA hebben we een parkeerschijfzone en bij het SCC een parkeergarage, met bepaalde openingstijden.
Bij dit soort voorzieningen stimuleren we mensen om lopend of met de fiets te komen, waarbij we goede parkeervoorzieningen aanleggen voor de fiets. Vraag 9 Kan er ook gebruik worden gemaakt van dde parkeergarages door langer openingstijden?
pagina
5/8
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord De gemeente is niet in het bezit van parkeergarages en hebben dus geen directe invloed op de openingstijden. Bij nieuwe ontwikkelingen rondom parkeergarages, zoals het SCC, gaan we in gesprek met de eigenaar van de garage om een eventuele aanpassing van de openingstijden. De vragen van de CDA-fractie Vraag 1 blz. 12 Er wordt melding gemaakt van parkeerproblemen op bedrijventerreinen doordat bedrijfsvoertuigen in de openbare ruimte worden geparkeerd en dat auto’s als handelswaar in de openbare ruimte worden geparkeerd. Heeft de gemeente nu de mogelijkheid en bevoegdheid om hiertegen op te treden? Gebeurt dit ook? Antwoord In onze huidige APV is artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. vervallen; de huidige wegsleepregeling is hierbij van toepassing. Staan auto’s goed geparkeerd op een parkeerplek in de openbare ruimte, kunnen we hier niet tegen optreden. Betreft het een autowrak welke een parkeerplek in neemt is de wegsleepregeling van toepassing. Vraag 2 blz. 21: "Dit betekent dat een parkeerplek ten koste mag gaan van deelmobiliteit of een laadplek." Zoals het er staat betekent het dat een parkeerplek behouden of gemaakt mag worden ten koste van ruimte voor deelmobiliteit of een laadplek.
Wordt dat bedoeld, of juist het omgekeerde? Indien het laatste: hoe verhoudt dit zich tot de parkeerdruk van maximaal 90% zoals aangegeven in "Principe 1: Goede bereikbaarheid"? Mag daar dan op worden ingeboet of blijft dat overeind staan? Antwoord Dit betekent dat, ongeacht de parkeerdruk, als er een laadplek of een plek voor deelmobiliteit nodig is, deze op de plek van een bestaande parkeerplek mag worden wordt gemaakt. Er wordt gekeken naar of deze parkeerplek geschikt is voor een laadplek. Daarbij blijven de principes van de parkeervisie leidend. Aanpassingen mogen er niet toe leiden dat de bereikbaarheid te veel onder druk komt te staan. Vraag 3 blz. 21 onderaan: Er staat: "Voor nieuwe ontwikkelingen is het uitgangspunt dat parkeeroverlast voor de omgeving beperkt wordt." Op blz. 27 en 28 staat het stelliger en duidelijker: "Nieuwe ontwikkelingen mogen geen parkeeroverlast veroorzaken in straten en buurten in de omgeving." Is er een reden voor dit verschil, of kan de tekst op blz. 21 in lijn worden gebracht met wat op blz. 27 en 28 staat? Antwoord Er is geen specifieke reden voor dit verschil. De tekst op blz. 21 kan in lijn worden gebracht met wat er op blz. 27 en 28 staat. Vraag 4 Blz. 21 (en blz. 27 en 28): Aangegeven wordt dat als parkeeroverlast dreigt voor zittende bewoners, de gemeente actief stuurt op de parkeersituatie.
Als voorbeeld wordt genoemd het instellen van een parkeerregime. Zijn er nog andere maatregelen die genomen kunnen worden? Antwoord In hoofdstuk 6 zijn mogelijke maatregelen per gebiedstype beschreven. Deze maatregelen vallen in de categorie beïnvloeden, benutten, beheersen (parkeerregime) of bouwen. Vraag 5 blz. 22 4B principe: betekent dit uitgangspunt, waarbij beheersen voor bouwen komt, dat bouwen van nieuwe parkeerplaatsen pas overwogen wordt nadat parkeerregulering is toegepast?
pagina
6/8
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord Nee, om parkeerproblematiek op te lossen worden eerste maatregelen uit eerdere categorieën overwogen. Als (de inschatting is dat) problematiek hiermee onvoldoende wordt opgelost is ook het bijbouwen van parkeerplaatsen een optie. Vraag 6 de 2e B, benutten: gaat dit enkel om het beter benutten van bestaande parkeerruimte, of kan hieronder ook vallen: het benutten van ongebruikte ruimte die nu nog niet is ingericht als parkeerplaats? Antwoord Het benutten van bestaande parkeerruimte verwijst in dit geval enkel naar het optimaliseren van de beschikbare parkeerplekken die aanwezig zijn. Het gaat dus niet om het bijbouwen van parkeerplekken op plekken die nu een andere functie hebben. Vraag 7 M.b.t. Beheersen: kan hier ook betaald parkeren onder vallen? Zo ja, in welke situaties en/of welke gebieden is dit aan de orde? Antwoord Ja, betaald parkeren is ook een maatregel om parkeren te beheersen (zie ook definities). Uitbreiding van betaalde parkeerregimes is op dit moment niet aan de orde. Betaalbaarheid is onderdeel van de principes van deze parkeervisie, mede doordat dit tijdens de participatie vaak genoemd is. Aanvullende maatregelen zoals betaald parkeren kunnen aan de orde komen in de verdere uitwerking van de parkeervisie. Vraag 8 blz.
25 Als de Parkeergarage niet van de gemeente is, in hoeverre kan de gemeente dan de regie hebben over hoe de parkeergarage wordt ingezet? Antwoord De gemeente is niet in het bezit van parkeergarages en hebben dus geen directe invloed op de openingstijden. Bij nieuwe ontwikkelingen rondom parkeergarages, zoals het SCC, gaan we in gesprek met de eigenaar van de garage om een eventuele aanpassing van de openingstijden. Vraag 9 Blz. 27 onder het kopje bouwen staat: "Hiervoor worden passende sociale parkeernormen gehanteerd." Wat zijn sociale parkeernormen? Wordt bedoeld dat de parkeernormen voor sociale huur worden gehanteerd? Antwoord De provincie heeft in de Provinciale Omgevingsverordening een lagere parkeernorm vastgesteld voor woningen in de sociale huur. Het ligt voor de hand om dit beleid mee te nemen in de nog op te stellen nieuwe nota Parkeernormen. De nota parkeernormen wordt na vaststelling van de parkeervisie opgesteld en voorgelegd aan de raad. Vraag 10 blz. 29 Er worden mogelijke maatregelen genoemd om langdurig parkeren op de P+R locaties tegen te gaan. Hoe groot is de overlast van langparkeerders; hoeveel auto's staan er langer dan een dag en in hoeverre zit dit het woon-werkverkeer in de weg? Antwoord Harde cijfers over langparkeren zijn niet beschikbaar. Vooralsnog zijn ons geen signalen bekend van overlast betreffende langdurig parkeren op de P+R locaties..
pagina
7/8
Memo beantwoording beeldvormende vragen
De vraag van de fractie van D66 Vraag 1 In de parkeervisie lezen we niets over de mogelijke uitbreiding van betaald parkeren in de gemeente. Blijft het College van mening dat de toenemende verkeerscongestie op een aantal wegen niet kan worden bestreden door het autoverkeer binnen onze gemeente te ontmoedigen? Antwoord Ten aanzien van uw vraag over congestie op het wegennet willen wij u het volgende meegeven. Op 5 november 2024 hebben wij u een informatienota gestuurd over de stand van zaken duurzame mobiliteit (zaaknummer 1540659). Daarin hebben wij onder andere aandacht besteed aan de huidige stand van zaken op het wegennet en is een onderzoek naar de capaciteit van het wegennet nu en in de toekomst aangekondigd. Met dit onderzoek willen we de eerder uitgevoerde onderzoeken aanscherpen. Mochten hieruit knelpunten naar voren komen, dan onderzoeken we mogelijke oplossingen en maatregelen.
pagina
8/8