Beantwoording beeldvormende vragen VVD - Rapport Rekenkamer Pijnacker-Nootdorp beleid financiële reserves
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1570105
berichtnummer
1423586
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
6 maart 2025 Beantwoording beeldvormende vragen fractie VVD over het rekenkameronderzoek "financiële reserves” Informatief
Door de VVD-fractie zijn vragen gesteld over het rekenkameronderzoek “financiële reserves” (agendapunt 5a). Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1 Kan het college aangeven wat de verwachte stand is van alle reserves in 2031? Is het mogelijke om (een deel van) deze reserves dan weer toe te voegen aan de algemene reserve? Antwoord In de programmabegroting 2025 is de stand opgenomen van alle reserves tot en met 2028. Deze vindt u op pagina 223 van de programmabegroting 2025. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd (Cf. Financiële verordening 2024 gemeente Pijnacker-Nootdorp). Voor bestemmingsreserves die niet zijn bedoeld voor dekking van afschrijvingslasten kan de raad besluiten deze te laten vrijvallen ten gunste van de algemene reserve. Vraag 2 Wat is de verwachte stand van alle leningen in 2031. Kan het college aangeven wat een verantwoord leningsbedrag is dat de gemeente kan lenen binnen de bestaande kaders? Antwoord Het inzicht in het saldo van de langlopende leningen is tot met 2028 opgenomen in de programmabegroting 2025 op pagina 221. Daarnaast is een doorkijk gegeven in de jaren 2029 tot en met 2031.
Een verantwoord leningenbedrag hangt af van de huidige financiële situatie van de gemeente, de begroting, geplande investeringen, risicobereidheid en de gewenste solvabiliteit. Voor uitgangspunten van een verantwoord leningenbedrag verwijzen we onder andere naar de paragraaf Financiering in de Programmabegroting 2025. Een aantal uitgangspunten is als volgt geformuleerd:
pagina
1/2
Memo beantwoording beeldvormende vragen
“De Wet Fido (financiering decentrale overheden) stelt een maximum aan de renterisico’s die een gemeente mag lopen, voor zowel de korte (kasgeldlimiet) als de lange (renterisiconorm) termijn.” “Om het effect van renteschommelingen op korte termijn te beperken moet de gemeente zich houden aan de kasgeldlimiet. Deze limiet bepaalt wat het maximum totaal aan kortlopende schulden in de vorm van rekening-courantkrediet en kasgeld mag zijn, en is gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal.” “Ter beperking van renterisico’s op de lange termijn geldt vanuit de wet Fido de renterisiconorm. Volgens deze norm mag het renterisico maximaal 20% van het begrotingstotaal bedragen.“
pagina
2/2