Beantwoording beeldvormende vragen VVD over Nota sturing fysieke leefomgeving
Tekst van het document
Memo
zaaknummer
1368574
berichtnummer
1233351
aan
raad
van
college
afschrift datum onderwerp status
1 december 2022 Beantwoording beeldvormende vragen van de VVD over de Nota sturing fysieke leefomgeving Informatief
In de aanloop naar de beeldvormende vergadering heeft de fractie van de VVD enkele vragen gesteld over het voorstel tot vaststelling van de Nota sturing fysieke leefomgeving. In dit memo treft u de vragen en de antwoorden op deze vragen. Vraag 1. De gevraagde beslissing is onder meer de Nota Sturing fysieke leefomgeving vast te stellen. Verspreid door de nota staat een aantal voorgestelde beslissingen in rode blokjes. Vraagt het college de raad om op al die beslispunten expliciet te reageren? Antwoord: Ja, op elk van de rood-gemarkeerde voorstellen is een besluit van de raad gewenst. Bij het voorstel tot vaststelling van de Nota zijn hiertoe verschillende raadsvoorstellen bijgevoegd. Vraag 2. De nota sturing fysieke leefomgeving stelt dat het college de raad informeert als het college gebruikmaakt van een gedelegeerde bevoegdheid. Is bijsturing door de raad in een dergelijk geval achteraf nog mogelijk? Bijvoorbeeld als het college ‘op eigen titel’ besluit voorbeschermingsregels vast te stellen? Antwoord: Bij delegatie wordt een bevoegdheid volledig overgedragen. In voorliggend geval komt de bevoegdheid volledig bij het college te liggen. De raad kan een gedelegeerd besluit niet eigenstandig terugdraaien. Uiteraard heeft de raad wel de mogelijkheid om het college te bevragen en eventueel aan te spreken op de wijze waarop het college de gedelegeerde bevoegdheid gebruikt.
Ook kan de gemeenteraad beslissen om het delegatiebesluit in te trekken of aan te passen. Vraag 3. Begrijpt de VVD-fractie het voorgestelde besluit goed, als deze fractie stelt dat de lijst met adviesplichtige ontwikkelingen bepalend is voor de volgende twee procedures in ruimtelijke besluitvorming? - Wanneer de gemeenteraad wel of niet advies moet geven over omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; - En in welke gevallen het college zonder tussenkomst van de raad een omgevingsplan kan vaststellen of kan besluiten over het ontwerp van een omgevingsplan. Antwoord: Deze uitleg is correct.
pagina
1/2
Memo
Vraag 4. Bij het opstellen van de lijst met adviesplichtige ontwikkelingen is onder meer aangesloten bij het volkshuisvestingsbeleid, meer specifiek de grens voor verplichte sociale woningbouw in bouwplannen. Volkshuisvestingsbeleid is niet opgesteld met een primair ruimtelijk oogmerk. Waarom is het college van mening dat de in het volkshuisvestingsbeleid gekozen begrenzingen een geschikt criterium vormen voor ruimtelijke afwegingen in besluitvorming over omgevingsplannen? Antwoord: Wij onderschrijven dat het volkshuisvestingsbeleid niet is opgesteld met een primair ruimtelijk oogmerk. We zien in de in dit beleid opgenomen grens van 10 woningen wel een ‘haakje’ waar we met de Lijst adviesplichtige ontwikkelingen op aan kunnen haken. Het leidt ertoe dat over bouwplannen van meer dan 10 woningen door uw raad moet worden besloten. Hierbij kunt u tevens beslissen over het al dan niet afwijken van het uitgangspunt uit het volkshuisvestingsbeleid. Vraag 5. Wat zijn de criteria aan de hand waarvan het college beoordeelt of een ontwikkeling “politiek of maatschappelijk gevoelig ligt” (artikel 7)? Antwoord: Voor de beoordeling van dit aspect hebben wij geen expliciete criteria geformuleerd.
De toepassing van artikel 7 van de regeling (college kan in afwijking van het gestelde in de lijst toch advies vragen aan uw raad) zal incidenteel zijn en is sterk afhankelijk van de aard en omvang van de ontwikkeling en de geluiden die wij ontvangen vanuit de samenleving. Vraag 6. Hoe waardeert het college de uitvoeringslasten voor initiatiefnemers als voor alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten een participatieplicht geldt (blz. 22 nota sturing fysieke leefomgeving)? Is overwogen ook daarin een ondergrens te stellen, naar analogie van de lijst met adviesplichtige ontwikkelingen? Antwoord: Wij zijn van mening dat participatie bij ruimtelijke ontwikkelingen voordelen heeft voor initiatiefnemer en omwonenden en belanghebbenden. Daarom stellen wij voor deze te verplichten bij alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Ook bij kleinere ontwikkelingen is naar onze mening participatie gewenst. De wijze waarop iemand de participatie vorm geeft gaan wij niet bepalen of afdwingen; daarin laten we de initiatiefnemer vrij. Wij kunnen ons goed voorstellen dat er bij kleinschalige ontwikkelingen er een eenvoudiger participatietraject wordt doorlopen dan bij grootschaliger ontwikkelingen.
pagina
2/2