Beantwoording beeldvormende vragen VVD en CDA - Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024
Tekst van het document
Memo
zaaknummer
1464818
berichtnummer
1315660
aan
Raad
van
College van B&W
afschrift datum onderwerp status
25 oktober 2023 Beantwoording beeldvormende vragen verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 Informatief
De fracties van de VVD en het CDA hebben beeldvormende vragen gesteld over de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2024 (agendapunt 5e van de beeldvormende vergadering van 26 november 2023). Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1 VVD Is er een lijst met Professionele PGB tussenpersonen? Indien zich nieuwe tussenpersonen aandienen, hoe worden deze gescreend en wat hebben zij nodig om op de lijst terecht te komen? Antwoord Wij houden geen lijst met professionele pgb tussenpersonen bij. Zoals blijkt uit artikel 4.1, vierde lid van de verordening die nu aan u voorligt, is het niet toegestaan om het pgb te besteden aan een tussenpersoon. De cliënt moet zelf of met hulp van zijn netwerk in staat zijn om het pgb te beheren. Dit is een van de voorwaarden om een pgb te kunnen ontvangen (artikel 4.1, tweede lid van de voorliggende verordening). Wel nodigen wij alle Wmo cliënten uit om gebruik te maken van gratis onafhankelijke cliëntondersteuning. In Pijnacker-Nootdorp wordt dit aangeboden door Adviespunt Zorgbelang. Cliënten worden hierover minimaal twee keer mondeling geïnformeerd tijdens het intakeproces en daarnaast schriftelijk via een folder en in hun beschikking.
Vraag 1 CDA Bij kanttekening 1 van de aanbiedingsnota staat dat een wetsvoorstel nodig is, omdat uit uitspraken van de CRvB is gebleken dat de rechtszekerheid van de inwoners met resultaatgerichte beschikking onvoldoende gewaarborgd is. Daarnaast staat dat andere gemeenten in het land weinig urgentie te lijken te voelen, nu het wetsvoorstel op zich laat wachten. Er wordt gesteld dat andere gemeente deze urgentie van het invoeren van het resultaatgericht werken niet voelen, waarom niet? En waarom Pijnacker-Nootdorp wel? Hoe gaan andere gemeenten hiermee om? En hoe ligt dat binnen de H5? Antwoord Veel gemeenten werken al langere tijd resultaatgericht. Zolang er nog geen duidelijkheid is over de consequenties van het intrekken van het wetsvoorstel resultaatgericht werken, kunnen zij het aanpassen van hun werkwijze uitstellen. Voor hen is dit dus niet per se ongunstig. Voor PijnackerNootdorp is de urgentie hoger, omdat wij voor het eerst op deze manier gaan werken. Het was prettig geweest als er voor het aanbieden van deze nieuwe verordening al meer duidelijk was geweest over de consequenties van het intrekken van het wetsvoorstel resultaatgericht werken. Helaas is dat niet het geval.
pagina
1/3
Memo
De andere gemeenten in de H5 zijn net als wij in afwachting van de handreiking van de VNG. Mochten er in de tussentijd bezwaren binnenkomen over resultaatgerichte indicaties, dan zal er met de cliënt in kwestie op individueel niveau naar een passende oplossing worden gezocht. Dit zal ook gelden voor de meeste andere gemeenten. Er is bij ons in ieder geval niet bekend dat er gemeenten zijn die hier op een andere manier mee omgaan. Vraag 2 CDA U stelt in de aanbiedingsnota dat u verwacht in 2024/2025 dat de doordecentralisatie van beschermd wonen en de transitie van beschermd wonen naar beschermd thuis zal plaatsvinden. In hoeverre is de gemeente PN aanzet en wat is de rol van PN, gezien de artikelen 3.11 en 3.12 waar de centrumgemeente Delft in wordt genoemd? Antwoord Sinds januari 2015 zijn alle gemeenten verantwoordelijk voor de taak Beschermd Wonen. Gemeenten werken hiervoor regionaal samen, waarbij centrumgemeenten de rijksmiddelen voor deze taak ontvangen. In de DWO-regio, gevormd door de gemeenten Delft, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp en Westland, is de gemeente Delft de centrumgemeente voor Beschermd Wonen. De doorcentralisatie van beschermd wonen en de transitie van beschermd wonen naar beschermd thuis is een gezamenlijke opgave van de DWO gemeenten. Pijnacker-Nootdorp neemt deel aan de ambtelijke en bestuurlijke overleggen hierover.
U kunt meer lezen over de ambities van de DWO gemeenten op het gebied van beschermd wonen en beschermd thuis in de Uitvoeringsagenda Transformatie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang 2022-2026: Naar een Beschermd Thuis die u op 07-09-2022 van ons heeft ontvangen. Vraag 3 CDA U stelt bij artikel 13 Naast keuzevrijheid is het vooral van belang dat de cliënt zelf invloed heeft op de wijze waarop de ondersteuning wordt ingevuld. Gecontracteerde aanbieders stellen daarom samen met de cliënt het zorgplan op. Cliënt en aanbieder krijgen meer ruimte en flexibiliteit voor het invullen van de ondersteuning doordat de Wmo consulent samen met de cliënt bepaalt wat de gewenste resultaten zijn en de aanbieder samen met de cliënt bepaalt hoe de ondersteuning plaatsvindt om dit resultaat te kunnen behalen. Het lijkt erop dat de cliënt en de aanbieder het zorgplan bepaald en niet de WMO consulent. Is dit juist? Antwoord Dat klopt. De Wmo consulent stelt het ondersteuningsplan op. Hierin staat welke ondersteuning de cliënt nodig heeft (wat). Als de cliënt akkoord gaat met het ondersteuningsplan, is het opstellen van het zorgplan de volgende stap. Hierin staat op welke manier de ondersteuning wordt geleverd (hoe). De cliënt en de aanbieder stellen het zorgplan samen op en sturen deze naar de gemeente. Als het zorgplan aan de eisen van de gemeente voldoet (o.a.
SMART geformuleerd), kan de ondersteuning starten. Vraag 4 CDA U stelt bij artikel 4.3 De hoogte van het pgb tarief voor professionele ondersteuning bij individuele begeleiding door een zzp’er werd voorheen vastgesteld op basis van een marktconform tarief. Nu de begeleiding resultaatgericht wordt ingekocht is een marktconform tarief moeilijk vast te stellen. Doorgaans hebben zzp’ers minder overheadkosten dan een grote zorginstelling. Daarom wordt het tarief nu gebaseerd op 80% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura. Uit het PGB budget mag iedere aanbieder, ZZP-er in den landen ingezet worden? Antwoord Een zzp’er mag ingezet worden om maatschappelijke ondersteuning te bieden via een pgb als deze zzp’er de benodigde ondersteuning op een veilige, doeltreffende en cliëntgericht manier kan bieden. Dit is ook opgenomen in artikel 4.1, tweede lid, van de voorliggende verordening. Daarnaast moet de zzp’er
pagina
2/3
Memo
ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel, beschouwd worden als ondernemer door de Belastingdienst, voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen als gecontracteerde (zorg in natura) aanbieders, beschikken over relevante diploma’s en een marktconform tarief rekenen. Verder mag de zzp’er geen eerste- of tweedegraads bloed- of aanverwant zijn van de cliënt. Dit staat in artikel 4.2, tweede lid, van de voorliggende verordening. Vraag 5 CDA Staat het tarief dat nu gebaseerd is op 80% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura vast? Of is het mogelijk dat er meer kosten te verwachten zijn bij het vragen van hogere tarieven door ZZP-ers? Antwoord Wij verwachten dat 80% van het zorg in natura (ZIN) tarief in veruit de meeste gevallen toereikend zal zijn voor ondersteuning door een zzp’er. Het ZIN tarief stijgt jaarlijks mee met de inflatie (op basis van de OVA index) en daarmee ook het bijbehorende pgb tarief voor zzp’ers. Als in de praktijk blijkt dat dit tarief niet voldoende is om adequate ondersteuning in te kopen, dan wordt het tarief zodanig aangepast dat de begeleiding hiermee bij tenminste één zorgaanbieder kan worden ingekocht. Het pgb bedraagt dan maximaal het pgb voor professionele ondersteuning door een organisatie. Dit is opgenomen in artikel 4.3, tweede lid, onderdeel b van de voorliggende verordening.
Vraag 6 CDA U stelt dat het aantal bezwaar en beroepszaken voor de WMO minimaal zijn en dat is goed om te horen. Vraag is of er ook gecheckt is hoe de WLZ cliënten (voorheen WMO) de overgang hebben ervaren? Antwoord Wij doen geen onderzoek naar de ervaringen van cliënten bij de overgang van de Wmo naar de Wlz. Op het moment dat cliënten overgaan van de Wmo naar de Wlz zijn zij niet altijd meer in beeld bij de gemeente. Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) onderzoekt eerst of de cliënt zorg vanuit de Wlz kan krijgen. Is dat het geval, dan is zorgkantoor DSW in onze regio vervolgens de hoofdverantwoordelijke voor de zorg via de Wlz. In sommige gevallen heeft de cliënt naast de Wlz-zorg ook nog een Wmovoorziening, waardoor de cliënt in beeld blijft bij de gemeente. Dit is echter lang niet altijd het geval. Dit maakt een dergelijk onderzoek lastig.
pagina
3/3