Beantwoording beeldvormende vragen VVD - Aanpassen kaders realisatie Sociaal Cultureel Centrum (SCC)
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen Zaaknummer
1635360
Berichtnummer
1497107
Aan
Raad
Van
College
Afschrift Datum Onderwerp Status
12 januari 2026 Beantwoording beeldvormende vragen over aanpassen kaders realisatie scc Informatief
Door de fractie van de VVD zijn beeldvormende vragen gesteld bij het voorstel ‘Aanpassen kaders realisatie SCC’. Hieronder treft u de beantwoording aan. Aanpassen kaders realisatie SCC 1. Als de aanvankelijk voorgestelde uitbouw niet wordt gerealiseerd, wat gebeurt er dan met de grond? Is er een mogelijkheid daar een vorm van (terug)verdienvermogen te creëren om bouw of exploitatie financieel minder negatief te laten uitpakken? Antwoord: Er is op dit moment nog geen concreet plan uitgewerkt. In de verkenningen ligt het meest voor de hand dat wordt aangesloten bij het bestaande karakter van de woonbebouwing aan het Emmapark, bijvoorbeeld door het in vergelijkbare vorm doortrekken van deze bebouwing, mogelijk in de vorm van tweeonder-een-kapwoningen of appartementen met een plint met voorzieningen. 2.
De nota suggereert dat de toegenomen exploitatiekosten kunnen worden gedekt door extra inkomsten of huurders te zoeken. Is dat een realistische aanname? Heeft het college concreet zicht op inkomstenbronnen of huurders die eerder nog niet in beeld waren?
Antwoord: Het door de raad meegegeven subsidie plafond is leidend voor gesprekken over de exploitatie met de beoogde exploitant. Er zijn nog mogelijkheden voor een efficiëntere exploitatie door slimmer benutten van ruimtes en bv het aantrekken van commerciële huurders. 3.
De nota maakt de kanttekening dat er nog steeds prijsontwikkelingen gaande zijn en het onzeker is hoe de markt zich zal ontwikkelen. Een daling van de bouwkosten lijkt niet voor de hand te liggen. Wat is de volgende stap als toegenomen bouwkosten opnieuw het schrappen van onderdelen van het SCC nodig zou maken?
Antwoord: Het is veel te vroeg om te veronderstellen dat er onderdelen geschrapt zouden moeten worden. Wat is aangegeven is dat er bij elk project sprake kan zijn van financiële fluctuaties. Daar wordt op gestuurd (risicobeheersing) en er wordt gekeken naar passende maatregelen. Dat kunnen ook verdere versoberingen in installatie en gebouw zijn. Een volgend ijkmoment is de aanbesteding om te zien hoe de ramingen zich verhouden tot de biedingen. 4.
In hoeverre beïnvloedt de voorgestelde aanpassing van het SCC de uitvoering van de voorgestelde Cultuurnota 2026, die op veel punten het SCC noemt als essentieel onderdeel van het cultuuraanbod en -beleid?
Antwoord: Het SCC voorziet in circa 20 verhuurbare ruimtes, variërend van repetitieruimtes voor muziek en dans tot een schilderlokaal en vergader- en bespreekruimtes en een grote multifunctionele zaal. Het vervallen van de grote repetitieruimte heeft vanzelfsprekend invloed, maar het SCC zal voldoende ruimte blijven bieden voor de realisatie van de inhoudelijke doelen op het gebied van cultuur en sociaal domein.
Memo beantwoording beeldvormende vragen 5.
De nota stelt dat Stichting Cultura &Zo niet over financiële middelen beschikt om horeca in te richten, waarvoor Cultura een beroep op gemeentelijke subsidie zou willen doen. Ook zijn ontwikkelingen bij Cultura meegenomen om de exploitatiekosten te kunnen drukken, stelt de nota. Uit de informatienota die het college op 19 december 2025 stuurde, blijkt dat Cultura op de locatie Nootdorp moeite heeft om de horeca goed te exploiteren en over de breedte van de organisatie over het gehele jaar een negatieve exploitatie laat zien. Waarom vindt het college het voor de hand liggen om desondanks Cultura & Zo als preferente partner voor een grootschaliger locatie als het SCC aan te merken, die als voorbeeld te noemen voor het SCC, en ook subsidie voor horeca-exploitatie door deze aanbieder als mogelijkheid te noemen?
Antwoord: Voor Stichting Cultura & Zo kan het uitvoeren van de exploitatie van zowel Nootdorp als het SCC voordelen opleveren op het gebied van efficiëntie. In 2026 zullen met de Stichting de kaders en randvoorwaarden voor de exploitatie worden verkend. Op basis daarvan zal worden bezien of en onder welke voorwaarden een mogelijk vervolg wenselijk en haalbaar is.