Beantwoording beeldvormende vragen Trots, PvdD, Eerlijk Alternatief, Progressief PN, CDA, D66, PNV en VVD - Gebiedsvisie Dwarskade
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1636840
berichtnummer
1498484
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
14 januari 2026 Beantwoording beeldvormende vragen over gebiedsvisie dwarskade Informatief
Door de fracties Trots, PvdD, Eerlijk Alternatief, Progressief PN, CDA, D66, PNV en VVD zijn vragen gesteld over de gebiedsvisie dwarskade (agendapunt 4a). Hieronder treft u de beantwoording aan.
TROTS Vraag 1 Klopt het dat er in deelgebied II geen parkeervoorzieningen zijn ingetekend? Zo niet, op welke manier gaan de bewoners daar met hun auto parkeren? Antwoord 1 Nee, dat klopt niet. Ook in deelgebied 2 zijn parkeervoorzieningen ingetekend. Vraag 2 Hoe hoog worden de appartementen? Antwoord 2 De gebiedsvisie beschrijft een geleidelijke overgang in hoogte van de bestaande linten tot aan de centrale parkzone. Daarbij is het uitgangspunt altijd om nieuwe bebouwing qua schaal, architectuur en materialisatie aan te laten sluiten op bestaande bebouwing. Tegen het lint aan is er ruimte tot maximaal drie bouwlagen om zoveel mogelijk aan te sluiten bij het karakter van de linten. Tegen de parkzone aan wordt er maximaal zes bouwlagen toegestaan, wat de brede groenstrook goed kan dragen en verzachten. Deze zone maakt ook hoogteaccenten mogelijk die bovenop de zes bouwlagen kunnen komen. Vraag 3 Is het gebruik van ondergrondse parkeergarages onderzocht en wat was hier het resultaat van? Antwoord 3 De gebiedsvisie is een strategisch richtinggevend stuk met daarin kernambities, gewenste identiteit, sfeer en hoofdstructuren. Om te toetsen of de daarin opgenomen ambities haalbaar zijn is in de gebiedsvisie ook een voorbeelduitwerking opgenomen en is er een globale financiële doorrekening uitgevoerd.
In de voorbeelduitwerking en de financiële haalbaarheid van de gebiedsvisie is uitgegaan van parkeren op maaiveld en op sommige plekken parkeerhubs. Ondergrondse parkeergarages als voorwaarde in de gebiedsvisie opnemen achten we financieel onhaalbaar. Het woningbouwprogramma kan de hogere bouwkosten om al het parkeren in parkeergarages op te lossen niet dekken. De gebiedsvisie sluit ondergrondse parkeergarages echter niet uit. Na de gebiedsvisie volgt het stedenbouwkundigplan met een concretere ruimtelijke uitwerking waarin verkaveling, bouwvolumes- en hoogtes, invulling openbaar
pagina
1/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
gebied, ontsluiting en parkeren zijn opgenomen. Samen met de marktpartijen zal dan nader onderzocht worden of gedeeltelijk ondergronds parkeren of onder de gebouwen (financieel) haalbaar is. Vraag 4 Waren de inwoners tijdens het participatieproces al op de hoogte van het beoogde woningenaantal van 1500? Antwoord 4 Ja. Dit is tijdens de participatiebijeenkomsten van 7 en 9 oktober 2025 benoemd. Vraag 5 Hoeveel extra auto’s worden er verwacht met het aantal van 1500 woningen? Antwoord 5 Er wordt momenteel een gemeentebreed verkeersonderzoek uitgevoerd waarin (onder andere) de ontwikkeling van Dwarskade en de impact daarvan wordt meegenomen. De resultaten daarvan verwachten we in het tweede kwartaal van 2026. Vraag 6 Op welke manier is er bepaald aan welke ‘knoppen’ de gemeenteraad kan draaien? Kan er een overzicht worden gestuurd van alle knoppen waaraan we als gemeenteraad kunnen draaien? Antwoord 6 De voorliggende gebiedsvisie is haalbaar en past binnen de uitgangspunten zoals door de gemeenteraad zijn vastgesteld in de ambitienotitie Dwarskade. Als aan knoppen gedraaid wordt, kan dat ertoe leiden dat afgeweken wordt van de eerder meegegeven uitgangspunten.
“Grote” knoppen waaraan gedraaid zou kunnen worden: - Aantallen woningen - Programmatische verdeling (aandeel sociaal/betaalbaar/duur) - Parkeernormering - Bouwhoogte Aan het draaien van knoppen zijn consequenties verbonden. Financieel, ruimtelijk, stedenbouwkundig en/of maatschappelijk. Vraag 7 Kan het aangekondigde verkeersonderzoek aanleiding zijn om de gebiedsvisie aan te passen? Zo ja, op welke manier? Antwoord 7 Wellicht, maar de verwachting is niet dat als dit al gebeurt, het grote aanpassingen zijn. Vraag 8 Hoe wordt een ‘fuikwerking’ van één uitgang per wijkdeel voorkomen? Antwoord 8 Op de drukste momenten van de dag kan het ook bij de in- en uitgang van een deelgebied druk zijn. Voor calamiteiten zijn alternatieven voorzien, met name voor deelgebied 1 en 3 waar de meeste woningen komen. Dat zijn de langzaamverkeersverbindingen naar re spectievelijk de Oudeweg en Molenweg die voldoende maat hebben om als calamiteitenverbinding te dienen. Vraag 9 Wordt er in de plannen rekening gehouden met een eventuele verschuiving van de manage, gelet op de BOPA aanvraag?
pagina
2/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord 9 Het is bekend dat er plannen van de manege zijn, maar dat is een op zichzelf staande ontwikkeling. Randvoorwaarde voor die ontwikkeling is dat die geen belemmering mag geven voor de realisatie van woningen in het Dwarskadegebied, bijvoorbeeld in de vorm van geur en/of geluidsbelasting. Bovendien is de BOPA-aanvraag nog niet afgerond. Vraag 10 In het participatieverslag wordt op vraag 11 over het centrale parkeerconcept aangegeven dat centrale parkeerconcepten al veelvuldig met succes zijn toegepast. Kan er worden aangegeven waar dit in onze gemeente succesvol is toegepast? Graag met concrete voorbeelden en locaties. Antwoord 10 De wijken Tuindershof en Boszoom zijn mooie voorbeelden van hoe we met parkeerclusters zijn omgegaan. Gestapeld parkeren (parkeerhubs) is binnen onze gemeente een redelijk nieuw concept. De projecten WijCK en Oranjepark maken daar gebruik van. Vraag 11 Wat is de reden dat er alleen maar voor deelgebied I een grondexploitatie wordt geopend en mag dit volgens de financiële regels? Antwoord Wij hebben het grootste deel van de gronden in deelgebied 1 in eigendom en daarom ligt het voor de hand dat wij als gemeente het initiatief nemen om dat deelgebied te ontwikkelen en dus de grondexploitatie te voeren.
In deelgebied 2 en 3 hebben we slechts beperkt grondeigendom en is de verwachting dat marktpartijen de gronden aankopen en het initiatief nemen om de ontwikkelingen daar tot stand te brengen (en daarmee zelf de grondexploitatie te voeren). De gemeente heeft dan een faciliterende rol. Wettelijk is vastgelegd dat bij bouwplannen de gemeente haar kosten moet verhalen. Bij het openen van een grondexploitatie worden de kosten verhaald door grondverkoop. Bij een faciliterende rol zal de gemeente een anterieure overeenkomst sluiten met de initiatiefnemen van het bouwplan waarin de financiële afspraken worden vastgelegd over het kostenverhaal. Vraag 12 Waarom wordt er afgeweken van de afspraak om alleen een dergelijke ontwikkeling aan te gaan met een positief financieel resultaat? Antwoord 12 De grondexploitatie voor deelgebied 1 heeft een positief resultaat. De verwachting is dat de markt in staat is om voor deelgebied 2 een haalbare ontwikkeling tot stand te brengen. Voor deelgebied 3 geldt dat hier op langere termijn nog een grote en kostbar e verwerving moet plaatsvinden. We kiezen ervoor niet de hele gebiedsontwikkeling daarvan af te laten hangen en laten het aan marktpartijen en de tijd over om binnen de kaders van de gebiedsvisie met voorstellen te komen hoe deelgebied 3 haalbaar gemaakt kan worden.
pagina
3/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
PvdD 1. Op pagina 5 van de gebiedsvisie staat: “De ambitienotitie en deze gebiedsvisie moeten in samenhang met elkaar worden gezien”. In de ambitienotitie staat als onderbouwing voor de bouw van een nieuwe school het volgende: “De exacte behoefte is afhankelijk van de doelgroepen in de wijk, maar als vuistregel is per 1.000 woningen in de piekfase een school van 400 leerlingen nodig en in de stabiele fase een school van 250 leerlingen.” Uit het participatieverslag blijkt bij elke bijeenkomst twijfel te bestaan bij de aanwezige inwoners over de noodzaak van een nieuwe school/IKC. Enerzijds vanwege teruglopende leerlingencijfers bij basisscholen in de buurt (zie onderstaande grafieken). Anderzijds vanwege een bouwprogramma dat gericht is op meer woningen voor senioren en jongeren en daarmee afwijkt van de gemiddelde wijk in Nootdorp.
pagina
4/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Graf ieken van leerlingentotaal per schooljaar op de vier basisscholen in Nootdorp die het dichtst bij het Dwarskadegebied liggen [bron: allecijf ers.nl]
Vraag 1a. Kunt u voor de nieuw te bouwen school een cijfermatige onderbouwing geven van de geschatte leerlingenaantallen per jaar vanaf het jaar van oplevering tot 10 jaar daarna? Hierbij graag het actuele woningbouwprogramma voor Dwarskade qua tijdslijn en type woningen betrekken en aannames expliciet maken. Antwoord 1a Bij het opstellen van de laatste prognoses hebben wij de prognosemaker gevraagd om ook de realisatie van het Dwarskadegebied mee te nemen in de berekeningen. De prognosemaker is uitgegaan van een woningbouw planning van 1.200 woningen, met start bouw in 20 29 en spreekt vooralsnog van een ‘zachte’ planning. De prognosemaker komt tot de volgende (te verwachten) aantallen leerlingen: 2029 --> 66 lln. 2030 --> 141 lln. 2031 --> 217 lln. 2036 --> 346 lln. 2041 --> 291 lln. 2045 --> 227 lln. De verwachting is dat ook bij het hogere woningaantal van 1.500 woningen voldoende ruimte is gereserveerd voor schoolvoorzieningen passend bij het aantal verwachte leerlingen. Vraag 1b. Als er een nieuwe basisschool in het Dwarskade gebied gebouwd wordt, wordt er dan een andere basisschool in Nootdorp opgeheven?
pagina
5/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord 1b Dat ligt niet in de lijn der verwachting. Het opheffen van een school is bovendien niet aan de gemeente. Bij een vrijwillige opheffing van een school, besluit het schoolbestuur zelf om een school op te heffen. Bijvoorbeeld als een school onder de zogeheten opheffingsnorm komt in het aantal leerlingen. Bij een verplichte opheffing van een school gaat het om een gedwongen sluiting van de school, nadat er een procedure is geweest, waarbij de minister heeft vastgesteld dat de school te weinig leerlingen had. De minister beëindigt vervolgens de bekostiging van de school. Vraag 1c Kunt u voor het nieuw te bouwen IKC een cijfermatige onderbouwing geven van de geschatte gebruikersaantallen per jaar vanaf het jaar van oplevering tot 10 jaar daarna, en aangeven of dit in principe een levensvatbare business case voor het IKC oplevert? Antwoord 1c In de Visie op samenwerking onderwijs en kinderopvang uit 2016 is de gezamenlijke ambitie van de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties uitgewerkt, namelijk om onderwijs en kinderopvang toe te laten groeien naar een Integraal Kindcentrum (IKC). Qua omvang is de behoefte aan kinderopvang gebaseerd op één lokaal kinderopvang op vier lokalen onderwijs. Uitgaande van acht lokalen onderwijs, zou de behoefte aan ruimte voor kinderopvang uitkomen op twee lokalen. Vraag 1d.
In de ambitienotitie staat: “Het is onze wettelijke plicht om te zorgen voor een school en wenselijk om een Integraal Kindcentrum (IKC) te realiseren.” Klopt het dat deze wettelijk plicht geldt op gemeenteniveau en niet op wijkniveau? Antwoord 1d De gemeente heeft een wettelijke plicht om te zorgen voor onderwijshuisvesting. Deze plicht is niet wijk gebonden. Het is redelijk om te voorzien in onderwijshuisvesting in de nabijheid van de herkomst van de leerlingen. Daarbij komt dat een school bij draagt aan de woonkwaliteit van een wijk. Het is een voorziening waar inwoners (gezinnen, ouders, kinderen) en medewerkers elkaar ontmoeten. De aanwezigheid van een school of kindcentrum bevordert de sociale cohesie in een wijk of buurt. Vraag 1e Is het niet bouwen van een basisschool en/of IKC in het Dwarskadegebied een knop om aan te draaien? Antwoord 1e Als er elders in de gemeente voldoende onderwijsvoorzieningen zijn die de leerlingen uit het Dwarskadegebied onderwijs kunnen bieden, wel. Indien dat niet het geval is, is de gemeente verplicht onderwijshuisvesting te realiseren. Maar de gemeente bepaalt zelf op welke plek. Vraag 2 In de figuur op p.33 van de gebiedsvisie is geen gezondheidscentrum ingetekend, maar wel genoemd in de tekst links ervan.
Kunt u de locatie of het zoekgebied voor dit gezondheidscentrum – dat ook een functie gaat vervullen voor mensen in de omliggende wijken – aangeven op de kaart van p. 33? Antwoord 2 Het zoekgebied voor het gezondheidscentrum is rondom de schoolzone. Vraag 3 In de gebiedsvisie staat “Daarnaast worden ook woningen voor specifieke doelgroepen gerealiseerd met in deelgebied 1 ruimte voor zorgwoningen (2.000 m² BVO)”. Kunt u de locatie of het zoekgebied voor deze ruimte aangeven op de kaart van p. 33?
pagina
6/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord 3 Voor deze functie is nog geen locatie aangewezen. Omdat deelgebied 1 als eerste zal ontwikkelen en een directe verbinding heeft met voorzieningen is dit een logisch gebied om ruimte voor zorgwoningen te zoeken. Vraag 4 In de ambitienotitie is op p. 17 onderstaande figuur te vinden. Uit de toelichting in de ambitienotitie is op te maken dat deelgebied 1 vanwege de ligging (nabij alle faciliteiten in Nootdorp centrum en in het deelgebied zelf) het meest geschikt is voor senioren. In de gebiedsvisie staat echter (p.28) “Het woonprogramma is in alle deelgebieden gelijk”.
Wordt de verdeling van woningen voor verschillende doelgroepen over de drie deelgebieden, zoals in bovenstaande figuur aangegeven, nog steeds nagestreefd of is dit uitgangspunt komen te vervallen? Antwoord 4 Ja dat wordt nog steeds nagestreefd. Met woonprogramma wordt bedoeld 35% sociale huur, 33% betaalbare huur/koop en 32% dure huur/koop. Dat is per deelgebied gelijk. Binnen die woonprogramma’s zijn verschillende woonproducten voor verschillende doelgroepen mogelijk.
pagina
7/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Vraag 5 In de ambitienotitie (p. 9) staat genoemd dat de openbare ruimte rolstoeltoegankelijk wordt. Tijdens het participatietraject zijn zorgen geuit over de toegankelijkheid van groene parkeeroplossingen. Wat wordt hiervoor de oplossing? Antwoord 5 Dat zal bij de nadere uitwerking worden meegenomen en inzichtelijk worden gemaakt.
pagina
8/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Eerlijk Alternatief Vraag 1a In de vastgestelde ambitienotitie wordt uitgegaan van de realisatie van 1.200 woningen. De gebiedsvisie stelt dat er 1.500 woningen worden gerealiseerd. Waarom wordt er afgeweken van de ambitienotitie en 25% meer woningen gerealiseerd? Antwoord 1a Het aantal woningen is niet leidend, maar een resultante van alle ambities die we invullen. De gebiedsvisie laat zien dat in het gebied op goede wijze 1.500 woningen kunnen komen. Bovendien zijn de 1.500 woningen nodig om te zorgen voor een financieel haalbare ontwikkeling. Vraag 1b Hoeveel woningzoekenden hebben wij in onze gemeente met betrekking tot sociale huurwoningen? Antwoord 1b Eind 2025 waren er 7.269 woningzoekenden uit de gemeente ingeschreven op Woonnet-Haaglanden. Daarvan hebben 1.675 woningzoekenden minimaal 1 reactie geplaatst in 2025. Vraag 1c Hoeveel van hen zouden gebruik kunnen maken van de 500 nieuwe sociale huurwoningen? Antwoord 1c Volgens de huisvestingswet mogen we 50% van de woningen met lokale of regionale voorrang toewijzen. Vraag 1d Is er rekening gehouden met de demografische ontwikkeling waarbij minder jongeren in de gemeente vraagt om minder sociale woningbouw? Antwoord 1d Ja de woningbouwprogrammering is gebaseerd op de woningbehoefte in onze gemeente, daarbij wordt rekening gehouden met de huidige en verwachte demografie.
Vraag 2 Is de ruimte voor maatschappelijke voorzieningen meegegroeid met de toename van het aantal woningen? Zo nee, waarom niet? Antwoord 2 In de ambitienotitie hebben we ruimte reserveringen gedaan voor maatschappelijke voorzieningen. Ook met een toename van het aantal woningen is er voldoende ruimte voor benodigde voorzieningen. Het aantal vierkante meters is daarom niet aangepast. Vraag 3 Is er in dit plan rekening gehouden met voorzieningen voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar? Zo ja, in welke vorm? Antwoord 3 In de openbare ruimte is rekening gehouden met speelplaatsen en ontmoetingsplekken, ook voor jongeren. In de verdere uitwerking wordt bepaald welke invulling past bij verschillende leeftijdsgroepen. Vraag 4a Ontsluiting vindt plaats alleen via de Braslaan. Geeft dit geen problemen bij mogelijk afsluiting van de weg door onderhoud of ongeval (graag met toelichting)?
pagina
9/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord 4a Voor calamiteiten zijn alternatieve routes voorzien en wordt voldoende ruimte gehouden in de bouwvelden en straatprofielen. Vraag 4b Is er een punt in de wijk die als ontsluiting kan dienen bij calamiteiten? Antwoord 4b Ja, meerdere. Dat zijn de langzaam verkeersverbindingen naar respectievelijk de omliggende wegen die voldoende maat hebben om als calamiteitenverbinding te dienen. Vraag 4c In de ambitienotitie hadden we het over het plaatsen van ouderen nabij het centrum. Volgens de gebiedsvisie gaan we ze over alle gebieden verspreiden. Daarnaast staat er in de gebiedsvisie “dit betekent dat opgaande bebouwing (tot en met vijf woonlagen) en hoogteaccenten centraal in het gebied worden geconcentreerd.” In de ambitienotitie staat nog: “daardoor heeft de programmering per deelgebied een specifieke focus. Nabij het centrum van Nootdorp ligt meer nadruk op woningen voor senioren en jongeren”. Waarom kiest het college er nu voor om te kiezen voor spreiding in plaats van een specifieke focus? Antwoord 4c Ook in de gebiedsvisie ligt de nadruk op senioren (en jongeren) nabij het centrum. Er is een gelijke verdeling van woningbouwprogramma in de drie deelgebieden, maar dat betekent niet een gelijke verdeling van doelgroepen. Daarnaast worden voor senioren ook zorgwoningen gerealiseerd in deelgebied 1.
pagina
10/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Progressief Pijnacker-Nootdorp Vraag 1a Uit de aanbiedingsnota blijkt dat er nog een verkeersonderzoek volgt en nu nog niet duidelijk is wat de gevolgen van de plannen zijn voor de verkeersdrukte. Is de gebiedsvisie dan wel rijp voor besluitvorming? Antwoord 1b Ja. Ten tijde van het opstellen van de Omgevingsvisie, waarin de ontwikkeling van Dwarskade ook is voorzien, is ook een verkeersonderzoek uitgevoerd. Daaruit bleek dat de Omgevingsvisie en zo ook de ontwikkeling van Dwarskade verkeerskundig haalbaar was. Het nieuwe verkeersonderzoek is een actualisatie van dit onderzoek. Vraag 1b Welke gevolgen heeft het vaststellen van de gebiedsvisie nu, als later uit het onderzoek blijkt dat er aanvullende maatregelen zouden moeten worden genomen? Antwoord 1b Als er aanvullende maatregelen genomen zouden moeten worden, zou dat buiten het plangebied moeten plaatsvinden. Dat heeft geen effect op de voorliggende gebiedsvisie. Daarbij geldt ook dat ten tijde van het opstellen van de Omgevingsvisie ook al verkeerskundig onderzoek is gedaan. Vraag 2a In de gebiedsvisie staat op pagina 28 dat er binnen de gestelde segmenten ruimte is voor nadere uitwerking van woonproducten. Wat betekent dit voor de percentages die in de gebiedsvisie zijn vastgesteld? Antwoord 2a Niets. De programmatische verdeling blijft 35% sociale huur, 33% betaalbare koop/huur en 32% dure koop/huur.
Vraag 2b Kan dit betekenen dat het aantal betaalbare woningen, sociale huur of woningen voor senioren bijvoorbeeld minder wordt? Antwoord 2b Nee, dat is niet het geval. Vraag 2c Wordt, en zo ja hoe, de Raad betrokken bij de uiteindelijke getallen? Antwoord 2c Indien wordt afgeweken van de door de raad vast te stellen percentages in de gebiedsvisie wel. Vraag 3 Wanneer krijgt de raad meer informatie/een voorstel over de realisatie en financiering van het IKC? Antwoord 3 De raad zal moeten besluiten over de realisatie van het IKC. Daar volgt een apart voorstel voor. Dat zal gebeuren op het moment dat zeker is dat het IKC ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Naar verwachting zal dat pas in 2027 of 2028 zijn.
pagina
11/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Vraag 4 Op pagina 28 van de gebiedsvisie staat dat er ook woningen voor specifieke doelgroepen wordt gerealiseerd in deelgebied 1 voor zorgwoningen. Om welke doelgroepen gaat het? Antwoord 4 Nu en in de toekomst verwachten we vooral behoefte aan zorgwoningen voor ouderen. Een groot deel van de zorgwoningen willen we dan ook geschikt maken voor deze doelgroep. De exacte producten en doelgroepen worden nog nader uitgewerkt. Vraag 5 Hoe wordt voorkomen dat de genoemde voorzieningen sneuvelen in gevallen van financiële tegenvallers? Antwoord 5 Indien afgeweken wordt van de kaders die de raad middels de gebiedsvisie vaststelt, zal de raad daar opnieuw over moeten besluiten. Vraag 6 Op pagina 5 van het participatieverslag staat dat enkele opmerkingen in een later stadium aan bod komt. Wat zijn (voorbeelden van) de overwegingen dat bepaalde opmerkingen van inwoners niet nu worden meegenomen maar later? Antwoord 6 Dan gaat het bijvoorbeeld over vragen over de routing van bouwverkeer of voorbelasting. Daar kan nu nog geen antwoord op gegeven worden omdat de gebiedsvisie daar niet het instrument voor is, maar dat zal in een later stadium, als de werkzaamheden in het gebied zelf in voorbereiding zijn, meegenomen worden.
pagina
12/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
CDA Vraag 1a In de Gebiedsvisie op pag. 27 staat dat de ‘Braslaan als enige ontsluitingsroute voor gemotoriseerd verkeer [geldt], overige delen van het gebied zijn autoluw of autovrij waaronder de parkzone en enkele straatjes die daarop aantakken.’Klopt het dat deze ontsluitingsroute richting Delft/Den Haag onderdeel is van fase 2? Antwoord 1a Dat klopt Vraag 1b Klopt het dat de ontsluitingsroute richting Pijnacker onderdeel is van fase 1? Antwoord 1b Dat klopt Vraag 1c Kan het college aangeven of deze ontsluitingsroute valt onder het kopje ‘aanleg van zogenoemde gebied overstijgende activiteiten (voorheen bovenwijkse voorzieningen)’, zoals geduid op pag. 8 van de door de raad vastgestelde nota kostenverhaal? Zo ja, hoe wordt deze verhaald op de fasen 1, 2 en 3? Antwoord 1c De aansluitingen van fase 1, 2 en 3 op de Braslaan vallen niet onder de gebied overstijgende activiteiten en dienen door deze fasen zelf gerealiseerd en bekostigd te worden. Kosten voor aansluiting op de Braslaan zijn meegenomen in de financiële haalbaarhe id. Vraag 1d In hoeverre wordt het financieel instrument ‘afdwingbare financiële bijdrage’ (bovenop eventueel verschuldigd kostenverhaal) toegepast op elk van de fasen? Antwoord 1d Bij het sluiten van anterieure overeenkomsten met de initiatiefnemers zullen alle voor zo ver mogelijke wettelijke financiële instrumenten worden toegepast.
Vraag 1e Dat de Braslaan als enige ontsluitingsroute voor gemotoriseerd verkeer fungeert, roept ook de vraag op of dit is afgestemd met de gemeente Den Haag, daar het hier Ypenburg betreft? Zo nee, waarom niet? Antwoord 1e Er is afstemming geweest met gemeente Den Haag tijdens het opstellen van de gebiedsvisie. Vraag 1f ‘Het gebied [blijft] grotendeels autoluw […] auto’s worden zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst en parkeren wordt geclusterd georganiseerd’, zo valt te lezen op pag. 21 en 34. Hoe wordt geborgd dat er voldoende parkeerplaatsen zijn? Antwoord 1f In de gebiedsvisie en verdere uitwerking worden de geldende parkeernormen gehandhaafd. Vraag 1g ‘Oplossingen als parkeergarages tot en met kleinere parkeerkoffers zijn passende mogelijkheden.’ Zijn deze oplossingen (financieel) haalbaar en reeds meegenomen in de berekeningen? In hoeverre wordt de rekening van deze parkeeroplossing afgewenteld op de toekomstig bewoners?
pagina
13/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord 1g Dit wordt beantwoord in het geheime onderdeel. Vraag 2 Klopt het dat het college alleen voorstelt om de grondexploitatie voor deelgebied 1 van het gebied Dwarskade te openen voor planvorming en overige kosten in 2026? Antwoord 2 Dat klopt. Vraag 3 Klopt het eveneens dat het voor verwerven van de gronden in het plangebied niet per se noodzakelijk is om de grondexploitatie te openen? Dit getuige het feit dat het college voorstelt alleen de grondexploitatie voor deelgebied 1 van het gebied Dwarskade te openen, terwijl ook in de andere fases (2 en 3) kosten worden gemaakt? Antwoord 3 Dat klopt. Vraag 4a Uit de voorbeelduitwerking op pag. 38 lijkt het erop dat er qua hoogbouw vooral wordt gekozen voor fase 2, klopt dat? Antwoord 4a Dat klopt niet. In de voorbeelduitwerking is gestapelde bouw in alle deelgebieden toegepast, voornamelijk langs de parkzone. Vraag 4b Hoe hoog wordt beoogd in elk van de fasen te bouwen (verdiepingen)? Antwoord 4b De overgang van bestaande linten naar de centrale parkzone gaat stapsgewijs. Vanaf het lint maximaal 3 bouwlagen en aan de parkzone maximaal 6 bouwlagen, uitgezonderd hoogteaccenten.
Vraag 5 Waarom heeft het college ervoor gekozen dit stuk nog net voor de verkiezingen naar de raad te sturen? Te meer vertraging in de doorlooptijd met één jaar vanwege de lage rente in de grondexploitatie en de kosten- en opbrengstenindex geen negatief effect oplevert. Antwoord 5 Er is een grote behoefte aan woningen en door de grootte van het project Dwarskade is het vertragen van dit project een belemmering voor het ontwikkelproces van het gebied. Vraag 6 Op pag. 4 van uw aanbiedingsnota valt te lezen dat ‘De grondexploitatie eindigt met een verwacht positief saldo.’ Welke scope hanteert het college? Antwoord 6 Dit wordt beantwoord in het geheime onderdeel. Vraag 7a Het college ‘[verwacht] medio 2027 [te] kunnen starten met de voorbereiding op de bouw van de eerste woningen.’
pagina
14/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Wanneer de raad ervoor kiest om nu alleen de gebiedsvisie Dwarskade vast te stellen en de grondexploitatie later, in hoeverre zou er dan sprake zijn van vertraging? Antwoord 7a De raad heeft budget beschikbaar gesteld tot aan het maken van de gebiedsvisie. Voor de nadere uitwerking van de ontwikkeling dient nieuw budget beschikbaar te worden gesteld. Voorgesteld wordt om dit te doen middels het openen van een grondexploitatie. Uitstel van openen van de grex betekent voorts dat de aangekochte strategische gronden niet worden ingebracht in de grex wat betekent dat de rentelasten en overige beheer- en zakelijke kosten hiervan als last binnen de begroting blijven. Vraag 7b Valt er iets te zeggen over de vertraging bij het pas openen van de grondexploitatie wanneer er zicht is op positieve business cases voor alle fasen afzonderlijk en het plangebied als geheel? Antwoord 7b Zie antwoord hierboven. Vraag 7c Indien er sprake is van vertraging, hoe lang zou die bedragen? Antwoord 7c Er is sprake van vertraging indien er geen budget beschikbaar wordt gesteld voor de nadere uitwerking van de ontwikkeling. Vraag 8a In de aanbiedingsnota wordt niet gesproken over de positie van de Provincie Zuid -Holland.
Is bekend hoe de provincie tegen voorliggende gebiedsvisie aankijkt? Antwoord 8a Het provinciaal omgevingsbeleid bestaat uit een omgevingsvisie, een omgevingsprogramma en een omgevingsverordening. Daarin staat hoe de provincie zich op de lange termijn wil ontwikkelen (visie), de uitwerking om daar te komen (programma) en regels die van toepassing zijn in de leefomgeving (verordening). Bij het opstellen van de gebiedsvisie hebben we ook gekeken naar wat de provincie belangrijk vindt bij veranderingen in de leefomgeving en hebben we daarbij zoveel mogelijk aansluiting gezocht. Zo is het woningbouwprogramma overeenkomstig de eisen die de provincie daaraan stelt en is aandacht voor bijvoorbeeld mobiliteit, klimaatbestendigheid en ruimtelijke kwaliteit. Er heeft geen apart overleg met de provincie over de gebiedsvisie plaatsgevonden. Vraag 8b Kan het college haar visie op het standpunt van de provincie met de gemeenteraad delen t.a.v.
dat er in plangebied Dwarskade een goed functionerend en geautomatiseerd glastuinbouwbedrijf aanwezig is wat toekomstbestendig is, maar dat dit gebied wel is opge nomen als toekomstig woongebied terwijl dat voor Overgauw niet door de provincie is gedaan? Is daar ook sprake van een of meer goed functionerende en geautomatiseerde glastuinbouwbedrijven? Antwoord 8b Dwarskade is in het provinciaal omgevingsbeleid aangeduid als een zogenaamde 3 -ha locatie of een grote buitenstedelijke bouwlocatie. Daarmee heeft de provincie aangegeven dat ontwikkeling van Dwarskade als woningbouwlocatie tot de mogelijkheden behoort. Overgauw heeft deze aanduiding niet. Daar werkt de provincie dus (nu) niet mee aan transformatie. De provincie kijkt niet naar individuele bedrijven, maar naar gebieden. Per gebied wordt de afweging gemaakt of het voldoet aan de randvoorwaarden voor een duurzaam en toekomstbestendig glastuinbouwgebied. Bij Dwarskade onderschrijft de provincie dat de randvoorwaarden voor een toekomstbestendig glastuinbouwcluster niet meer aanwezig zijn. Bij Overgauw verschillen we daarover van mening met de provincie.
pagina
15/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Glastuinbouwbedrijven in de transformatiegebieden, die graag willen blijven ondernemen, willen we de ruimte te geven om zich elders in onze gemeente te opnieuw te vestigen Vraag 9a Op pag. 12 van de gebiedsvisie staat dat er sprake is van een molenbiotoop, ‘wat betekent dat voldoende vrije windvang en zichtbaarheid behouden moet blijven binnen een straal van 400 meter.’ Obstakels zoals bebouwing kunnen de windtoevoer hinderen, waardoor de molen niet goed kan draaien. Kan het college aangeven wat de ruimtelijke regels t.a.v. de molenbiotoop betekenen voor de woningen in het plangebied Dwarskade? Antwoord 9a De molenbiotoop heeft invloed op de bouwhoogte en dus de mogelijke woningtypologiën en aantallen. Binnen landelijk gebied geldt de 1:100 regel, wat betekent dat de bouwhoogte in fase 1 binnen de 400 meter zone per 100 meter verder van de molen 1 meter hoge r is toegestaan dan de onderzijde van de molenwieken. Binnen stedelijk gebied geldt de 1:30 regel, wat betekent dat de bouwhoogte elke 30 meter 1 meter hoger toestaat. Vraag 9b In hoeverre is de vrijwaringszone (bouwregels) van toepassing en meegenomen in de planvorming? Antwoord 9b Het Hoogheemraadschap Delfland heeft meegekeken in het uitwerken van de gebiedsvisie, waarbij rekening is gehouden met vrijwarings-/beschermingszones en watergangen. Het plangebied kent geen vaarwegen.
Vraag 9c ‘Opgaande bebouwing (tot en met vijf woonlagen) en hoogteaccenten centraal in het gebied worden geconcentreerd.’ Uit de ruimtelijke principes en visuele weergave op pag. 29 kan niet worden afgeleid waar deze hoogteaccenten beoogd worden, eveneens wat de indeling qua bouwlagen en hoogtes zijn. Waar worden de hoogteaccenten gelegd en hoeveel bouwlagen worden beoogd bij een hoogteaccent? Antwoord 9c De locaties van eventuele hoogteaccenten worden in het vervolgtraject verder uitgewerkt. Het aantal bouwlagen hiervoor is nader uit te werken en hangt af van het woningaantal Vraag 9d Hoe bindend is de tekening op pag. 29 voor de planvorming? Antwoord 9d De principes uit de gebiedsvisie, waaronder begrepen een stapsgewijze overgang van bestaande linten naar de parkzone, zijn bindend. Deze principes zijn de basis voor verdere uitwerking. De tekening op pagina 29 is niet bedoeld om bijvoorbeeld exacte bouwve lden vast te leggen.
Vraag 10a ‘In het Dwarskadegebied wordt een grote differentiatie aan woonproducten gerealiseerd, met bijzondere aandacht voor variatie en passende levensloopbestendige oplossingen voor oudere doelgroepen.’ Waarom heeft het college gekozen geen specifieke locatie aan te wijzen voor realisatie van woonvormen voor oudere doelgroepen, zoals zij deed bij Overgauw, waarbij is aangegeven dat ‘het noordelijk deel een zeer geschikte woonplek voor senioren door de nab ijheid van voorzieningen in het centrum van Pijnacker [is].’
pagina
16/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord 10a Het noordelijk deel van deelgebied 1 heeft de nadruk op jongeren en senioren vanwege de nabijheid van voorzieningen in het centrum van Nootdorp. Vraag 10b Ziet het college mogelijkheden om in deelgebied 1, dichtbij het dorpscentrum, ook een gebied in te kleuren waar geclusterde woonvormen en hofjes gerealiseerd kunnen worden, zodat senioren prettig met elkaar in de eigen wijk en dichtbij voorzieningen kunnen wonen? Antwoord 10b Ja dat is mogelijk binnen de ambities van de gebiedsvisie Dwarskade. Wel zou dit negatieve financiële gevolgen kunnen hebben voor dit deelgebied. Vraag 11 Kunt u elke van de bovenstaande vragen afzonderlijk beantwoorden? Antwoord 11 Ja, zie bovenstaande antwoorden
pagina
17/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
D66 Vraag 1 In welk deelgebied zijn de woonwagenstandplaatsen voorzien? Antwoord 1 Het staat nog niet vast in welk deelgebied deze komen. Het heeft de voorkeur om dit te doen in het eerste deelgebied dat zal worden ontwikkeld, dus in deelgebied 1 of 2.
pagina
18/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
PNV Vraag 1 In de nota wordt gesproken over “ruimte voor onderwijs en zorg”. Echter, we zien vaak dat woningbouw voorrang krijgt en voorzieningen achterblijven. Welke harde minimale ondergrenzen (zoals m² maatschappelijk vastgoed of een koppelingsclausule tussen woningen en voorzieningen) bevat deze visie, zodat wij als raad de garantie hebben dat het 'aantrekkelijke vestigingsklimaat' ook echt wordt gerealiseerd?" Antwoord 1 De vierkante meters die benodigd zijn voor de voorzieningen zijn benoemd in de gebiedsvisie en die ruimte is gereserveerd in zowel de gebiedsvisie als de grondexploitatie. De voorzieningen zijn ook bedacht op gronden die in eigendom van de gemeente zijn. Vraag 2 "Het college noemt 'veerkracht' als kernwaarde. Als ik zoek naar de borging daarvan, zie ik vooral woningbouwaantallen. Wat verstaat het college onder “veerkrachtige samenleving” in dit kader. Kan aangegeven worden waar in dit document de kwalitatieve randvoorwaarden staan die voorkomen dat dit enkel een stenenstapel wordt? Indien deze ontbreken: welke ruimte ziet het college om de visie aan te vullen met een 'programma van eisen' voor de publie ke ruimte?" Op welke objectieve criteria wordt een toekomstige Bopa-aanvraag getoetst wat betreft die 'veerkracht'? Is de huidige tekst concreet genoeg om een vergunning te weigeren als een ontwikkelaar de maatschappelijke voorzieningen wegbezuinigt.
Antwoord 2 De gebiedsvisie Dwarskade is opgebouwd rondom vijf planessenties die borgen dat het gebied niet alleen wordt ontwikkeld met als doel het bouwen van woningen, maar dat tegelijkertijd ook wordt bijgedragen aan andere gemeentelijke doelstellingen bijvoorbeeld op het vlak van een veerkrachtige leefomgeving. Deze basis zorgt ervoor dat ook andere ambities dan de woonambities verweven zijn in de gehele visie, zoals ook is uitgewerkt in de ruimtelijke principes per thema. Vraag 3 De visie stelt dat Dwarskade een 'aantrekkelijk vestigingsklimaat' moet bieden. Wat verstaat het college onder “een aantrekkelijk vestigingsklimaat” Als we straks een Bopa-aanvraag ontvangen die het aantal vierkante meters voor ondernemerschap of werkplekken minimaliseert ten gunste van extra woningen: welke concrete ruimtelijke kaders biedt deze visie dan om die aanvraag af te wijzen? Met andere woord en: bevat dit document harde ondergrenzen voor de functiemenging (wonen/werken)? Antwoord 3 In de gebiedsvisie Dwarskade wordt niet gesproken over een aantrekkelijk vestigingsklimaat. De gebiedsvisie zet in op transformatie van het glastuinbouw gebied naar woongebied, niet naar een werkgebied. Dat betekent dat ruimte voor werken in dit gebied altijd ondergeschikt is aan de woonfunctie.
Vraag 4 Vragen over de “flexibiliteitsparagraaf” Op welke wijze is in de besluitvorming vastgelegd welke onderdelen van de gebiedsvisie gelden als limitatieve (harde) randvoorwaarden voor de toetsing van een Bopa-aanvraag, en welke onderdelen als indicatieve (zachte) richtlijnen? Kan het college een over zicht aanleveren waarin per ambitie (zoals de 35% sociale huur) wordt aangegeven of hiervan bij vergunningverlening gemotiveerd kan worden afgeweken?
pagina
19/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord 4 In het geval van BOPA aanvragen zal niet getoetst worden aan de 35% sociale huur, omdat we een dergelijk uitgangspunt per deelgebied toetsen. Het kan dus zo zijn dat een BOPA aanvraag wordt ingediend voor een plan waarin die 35% niet gehaald wordt, maar dat dit past binnen de opgave om voor het totale deelgebied dat percentage wel te halen. Vraag 5 In de voorliggende visie wordt gesteld dat dit document het ruimtelijk kader vormt voor toekomstige Bopa’s. Kan het college, teneinde de rechtszekerheid en de toetsbaarheid te vergroten, een geoperationaliseerd (concreet) toetsingskader of een 'Kaderkaart met voorschriftenoverzicht' aanleveren? Antwoord 5 Nee. De gebiedsvisie en op een later moment het omgevingsplan vormen de toetsingskaders voor een BOPA aanvraag. Naast tal van andere gebruikelijke toetsingskaders zoals te doen gebruikelijk bij dergelijke procedures. Vraag 6 In de nota staat dat de bouw van het IKC geen onderdeel is van de grondexploitatie. Kan het college aangeven of er in de meerjarenprogrammabegroting (MPB) reeds een investeringskrediet of een reserve is opgenomen voor de bouw van dit IKC? Zo nee, hoe verhoudt dit zich tot de stelling dat de gebiedsvisie 'financieel haalbaar' is? Antwoord 6 Er is nog geen rekening gehouden in de meerjarenprogrammabegroting met de school in Dwarskade. De gebiedsvisie bekostigt een IKC niet.
Dat mag ook niet volgens de BBV. De gebiedsvisie reserveert de ruimte voor een dergelijke voorziening en in de financiële haalbaarheid wordt rekening gehouden met een maatschappelijke grondprijs, conform onze Nota Grondprijzen, passend bij die functie. Er is geen verhouding – en dat mag wettelijk ook niet – tussen de stelling dat de gebiedsvisie haalbaar is, en de kosten gemoeid met de bouw van een IKC. Vraag 7 De gebiedsvisie hanteert het kwalitatieve kader 'lage snelheden'. Kan het college technisch specificeren welke maximale ontwerpsnelheid (bijv. 15 km/u of 30 km/u) als harde voorwaarde wordt meegegeven aan de inrichting van de openbare ruimte? En op welke wijze borgt dit document dat de fysieke weginrichting (profielbreedte en materiaalgebruik) dwingend leidt tot dit rijgedrag, zodat 'lage snelheid' een resultaatverplichting wordt in plaats van een inspanningswens? Antwoord 7 De inrichting van de openbare ruimte moet nog uitgewerkt worden. De gebiedsvisie geeft hier dus nog geen antwoord op. Vraag 8 Onder ruimtelijke principes staat dat bouwblokken 'deels in het park mogen schuiven'. Wat is het minimale netto-oppervlakte aan aaneengesloten openbaar groen dat in de parkzone overblijft, en hoe voorkomt dit kader dat de parkzone een 'snippergroen-invulling' wordt tussen de gebouwen? Antwoord 8 De gebiedsvisie legt structuren en principes vast.
Eén van de belangrijkste structuren is de groenstructuur. De flexibiliteit die de gebiedsvisie in zich heeft moet niet gelezen worden als carte blanche om bijvoorbeeld ongelimiteerd en ongefundeerd gebouwe n in het groen te plaatsen. Dat zou namelijk niet in overeenstemming zijn met de gebiedsvisie.
pagina
20/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Vraag 9 De visie benoemt 'toegankelijkheid' als uitgangspunt voor de parkzone en de openbare ruimte. Kan het college technisch specificeren welke erkende toegankelijkheidsnormen als harde inrichtingseis in het programma van eisen worden opgenomen? M.a.w. hoe wordt voorkomen dat zonder vastgesteld minimaal percentage van de speel- en verblijfsvoorzieningen (bijv. 50%) fysiek bespeelbaar en bruikbaar is voor minder validen, zodat 'toegankelijkheid' een toetsbaar criterium wordt bij de vergunningverlening van de buitenruimte? Antwoord 9 Voor de inrichting van de inrichting van de openbare ruimte maken we gebruik van onze LIOR.
pagina
21/22
Memo beantwoording beeldvormende vragen
VVD Vraag 1 Bij de totstandkoming van de gebiedsvisie is er breed en uitgebreid geparticipeerd. Mogen wij ervan uitgaan dat de participatie in de volgende stap van het proces minder uitgebreid wordt opgepakt zodat er vaart in plan blijft en wij op korte termijn huizen kunnen gaan bouwen en er mensen in deze mooie wijk kunnen wonen? Antwoord 1 We zullen ook in het vervolgtraject blijven participeren. De intensiteit en de wijze waarop , hebben we nog niet bepaald. Omdat de uitwerking van de verdere plannen gefaseerd plaatsvindt, is het aannemelijk dat de schaal van participatie kleiner wordt. Vraag 2 Gezien de samenstelling van de wijk vraagt de fractie van de VVD zich af of het aantal parkeerplaatsen niet hoger zou moeten zijn? Antwoord 2 Het aantal parkeerplaatsen waarmee in de gebiedsvisie rekening is gehouden is conform de door de gemeenteraad vastgestelde nota parkeernormen. We zien geen aanleiding meer parkeerplaatsen toe te voegen. De gemeenteraad besluit naar verwachting in de tweede helft van dit jaar over een nieuwe nota parkeernormen. Vraag 3 Op de tekening zijn de diverse ontsluitingen van de wijk ingetekend. Vragen deze ontsluitingsmogelijkheden gezien de gewenste samenstelling van de wijk en de verwachte verkeersstromen niet nu al om problemen? Antwoord 3 De wijk wordt ingericht volgens het STOMP principe.
Dat betekent dat we eerste prioriteit geven aan goede verbindingen voor voetgangers en fietsers, daarna het openbaar vervoer faciliteren en pas als laatste de auto. De wijk is ook voor de auto goed toegankelijk, maar het kan zijn dat op drukke momenten van de dag, het op de ontsluitingswegen in deze wijk druk kan zijn. Vraag 4 Er staat een voorbeelduitwerking opgenomen in de visie. In hoeverre is de placering van hoog en laagbouw nog te beïnvloeden? Antwoord 4 Uitgangspunt binnen de gebiedsvisie is dat vanaf de bestaande bebouwing langs de Dwarskade, Oudeweg en Molenweg, er een geleidelijke overgang ontstaat naar het midden van het gebied. Daarbij zal in die overgang ook de bouwhoogte geleidelijk aan kunnen toenemen. De gebiedsvisie legt dit uitgangspunt vast. Waar de gebouwen exact komen en welke hoogte ze krijgen, is onderdeel van de uitwerking. Vraag 5 Het valt de fractie van de VVD op dat er veel van de geplande hogere bouw aan de rand lijkt gesitueerd. Hoe matcht dat bij voorbeeld met de zichtlijnen naar het mooie buitengebied? Antwoord 5 De gestapelde bebouwing is vooral gesitueerd langs de hoofdgroenstructuur in de centrale as van het gebied. Daarbij wordt afstand gecreëerd ten opzichte van de bestaande bebouwing langs de Dwarskade, Oudeweg en Molenweg.
pagina
22/22