Beantwoording beeldvormende vragen Trots, PPN, D66 en CDA over de visie op een veerkrachtig sociaal domein
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1515450
berichtnummer
1367122
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
6 juni 2024 Beantwoording beeldvormende vragen over de visie op een veerkrachtig sociaal domein Informatief
Door de fracties van Trots, Progressief Pijnacker-Nootdorp, D66 en het CDA zijn vragen gesteld over de visie op een veerkrachtig sociaal domein (agendapunt 4c.). Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1 Trots Met betrekking tot de casus Overgauwseweg 50. Zijn de reclamanten blij met de wijziging van 6 naar 8 meter vanaf de erfgrens? Antwoord Wij gaan er van uit dat deze vraag betrekking heeft op een ander agendapunt. Vraag 2 Trots Pag. 12. Staat 27% van onze inwoners doet vrijwilligerswerk, dat is meer dan het landelijk gemiddelde van 25%. a. Wat is de leeftijdsopbouw van de vrijwilligers? b. Is ook duidelijk zichtbaar hoe de leeftijdsopbouw van de vrijwilligers is verdeelt over de verschillende sectoren? (denk hierbij bijvoorbeeld aan opbouw SWOP en sportverenigingen) Antwoord a. We hebben deze gegevens alleen op het niveau van Haaglanden. De tabel laat de leeftijdsopbouw zien van vrijwilligers naar leeftijd in de regio Haaglanden. Hieruit blijkt dat de groep ouderen meer actief is als vrijwilliger in de regio Haaglanden.
b.
pagina
1/8
De gezondheidsmonitor 2022 is een gezondheidsonderzoek dat is uitgevoerd door de GGD Haaglanden. Deelnemers werden via een brief uitgenodigd om online of op papier een vragenlijst in te vullen. De sectoren waar vrijwilligers werkzaam zijn, is in dit onderzoek niet als zodanig uitgevraagd. Dus de koppeling tussen leeftijd en sector kunnen wij helaas niet maken.
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Uit onderzoek van het CBS uit 2023 blijkt dat in Nederland, de meeste vrijwilligers zich inzetten voor: 1. Sportverenigingen; 2. Scholen, buurt en hobbyverenigingen; 3. Gezondheidszorg, levensbeschouwelijke organisaties, culturele verenigingen of organisaties, en voor natuurbehoud. Op andere manieren kunnen we wel het aantal vrijwilligers bij lokale partners en verenigingen terugvinden. Hieronder een paar voorbeelden: a. In het meerjarenbeleidsplan van CulturA & zo worden 36 vrijwilligers genoemd; b. Het jaarverslag Voedselbank Delft spreekt over 30 vrijwilligers in Pijnacker-Nootdorp; c. Vrienden van Windlust geeft in het jaarverslag 2022 26 vrijwilligers aan; d. Op de website van de Zonnebloem afdeling Pijnacker is vermeld dat zij 41 vrijwilligers hebben; e. Bij de dag van de vrijwilligers kunt u lezen dat de SWOP 350 vrijwilligers heeft; f. In het beleidsplan van DSVP staat dat zij 350 vrijwilligers hebben; g. Op de website van het Repair Café Pijnacker staat dat zij 30 vrijwilligers hebben. Vraag 3 Trots Pag. 13 staat aantal bijstandsuitkeringen CBS 2023 146,6 per 10.000. Betekend dit dat we nu 850 (146,6 x5,8) bijstandsuitkeringen hebben? Antwoord Nee, onze gemeente verstrekte op 31 december 2023, 458 bijstandsuitkeringen aan een- of meerdere personen binnen een huishouden. Daar zit het verschil: Het CBS registreert het aantal personen dat een bijstandsuitkering ontvangt.
Ingeval van één bijstandsuitkering aan een echtpaar of samenwonenden, registreert het CBS dit als twee personen. Daarnaast verstrekt ook de Sociale Verzekeringsbank (SVB) bijstandsuitkeringen aan inwoners boven de pensioengerechtigde leeftijd. Dit zijn over het algemeen inwoners die tussen hun 18e levensjaar en de pensioengerechtigde leeftijd in het buitenland hebben gewoond, waardoor er geen volledige AOW rechten zijn opgebouwd. Ook hierbij geldt dat het CBS het aantal personen registreert. Vraag 4 Trots In hoeverre is er bij deze berekening gehouden met het feit dat voor veel jongeren in onze gemeente een woning onbetaalbaar is. En dat nu de volgende generatie aan het weggaan is? Antwoord Primos is een prognosemodel op gemeente- en buurtniveau voor bevolking, huishoudens en woningvoorraad naar diverse kenmerken. Daarnaast is ook het woningtekort een onderdeel van de Primos-prognose. Het model wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de laatste trends en sluit aan op de nationale prognose van het CBS. Vraag 5 Trots Trots leest: We zien een groter wordende groep mensen die minder toegerust is op basisvaardigheden (lezen, schrijven en digitale vaardigheden). Ook wordt het voor sommige inwoners steeds moeilijker de verschillen te overbruggen. De afbeelding hiernaast laat het aantal laaggeletterden in de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal zien, uitgedrukt in percentages.
In Tabel 9% In hoeverre wordt hier extra op geïnvesteerd door onze gemeente? Antwoord We bieden taalcursussen aan via NL Training, een organisatie met professionele taaldocenten. Aan het eind van deze, zogenaamde formele, taalcursussen ontvangen cursisten een certificaat. Deze taalcursussen bieden wij aan in samenwerking met diverse gemeenten in de regio en deze worden
pagina
2/8
Memo beantwoording beeldvormende vragen
onder andere aangeboden in Buurt & Zo in Pijnacker. In samenwerking met de bibliotheek Oostland, onder de naam Taalhuis, bieden wij zogenaamde non formele taalcursussen aan die laagdrempelig toegankelijk zijn. Het Taalhuis werkt met vaste krachten en met vrijwilligers op de locaties Buurt & Zo in Pijnacker en Cultura & Zo in Nootdorp. In 2023 hebben ruim 200 inwoners meegedaan aan een traject van het Taalhuis. Zie ook: Programma 5. Onderwijs en kinderopvang in de Jaarstukken 2023. Daarnaast werken we samen met de gemeente Lansingerland aan de mogelijkheden voor een project Taal op de werkvloer. Hierbij kunnen werknemers met taalachterstand les krijgen bij één of meerdere ondernemers in onze beide gemeenten. Met de uitvoering van de nieuwe wet Inburgering wordt extra ingezet op het vergroten van de basisvaardigheden van nieuwkomers in onze gemeente. Vraag 6 Trots Pag. 56 Hier wordt gesproken over het ontwikkelen van de sociale kaart. In hoeverre vormt de AVG een beperkende factor ten opzichte van het doel van de sociale kaart? Antwoord In een sociale kaart vinden inwoners en hulpverleners informatie over organisaties en hun aanbod van diensten, producten en activiteiten in het sociale domein. Hierbij worden geen persoonsgegevens gebruikt en verwerkt. De AVG is hierdoor geen beperkende factor.
Zie bijvoorbeeld de sociale kaart van de gemeente Den Haag: https://socialekaartdenhaag.nl/. Vraag 7 Trots Is er al een beursvloer georganiseerd? Zo niet, wanneer dan wel? Antwoord We zijn bezig om de beursvloer te organiseren. De beursvloer zal plaatsvinden op maandag 30 september 2024. De uitnodiging zal voor de zomervakantie naar alle belanghebbenden verstuurd worden, waaronder naar uw raad. Vraag 1 Progressief Pijnacker- Nootdorp Op pagina 47 staat dat de gemeente voor de opgave staat om de uitgaven binnen het sociaal domein te dempen en waar mogelijk terug te dringen. Daarna staat aan welke knoppen het college denkt te kunnen draaien. Betekent dit dat er niet wordt bezuinigd op de basisvoorzieningen en het collectief aanbod? Antwoord Dit proberen we te vermijden. Zoals uit de visie blijkt zetten we juist in op het verrijken en versterken van de sociale basis (de beweging naar de voorkant). Samen met de inzet op preventie, normaliseren en meer integraliteit werken we aan de opgave om het sociaal domein financieel beheersbaar en uitvoerbaar te houden. Het gaat hierbij om het maatschappelijk voorveld optimaal te laten werken door een juiste balans tussen collectieve en individuele voorzieningen te realiseren, waarbij we een sterkere beweging maken van individuele ondersteuning naar collectieve ondersteuning.
Door hulpvragen méér collectief te benaderen (en minder individueel) kunnen kosten in programma 7 (individuele voorzieningen) worden bespaard. In het najaar van 2024 wordt het nieuwe interventieplan aan uw raad aangeboden. Hierna wordt het interventieplan uitgevoerd. Vraag 2 Progressief Pijnacker- Nootdorp Er staan bij een aantal onderdelen van de uitvoeringsagenda op hoofdlijnen (bijlage 4) extra benodigde kosten vermeld. Deze worden begroot in 2025.
pagina
3/8
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Is met deze kosten rekening gehouden bij de kadernota; met andere woorden waar worden deze kosten uit gedekt? Antwoord Voor deze vraag verwijzen wij u naar het derde beslispunt uit de aanbiedingsnota. Wij stellen u voor dit bedrag te dekken uit de reserve sociaal domein en dit vast te stellen bij de najaarsnota 2024. Vraag 3 Progressief Pijnacker- Nootdorp Komt de uitvoeringsagenda in de raad terug en welke rol heeft de raad hierbij? (Stelt de raad deze vast?) Antwoord De uitvoeringsagenda wordt door het college vastgesteld, vervolgens wordt de uitvoeringsagenda naar uw raad gestuurd. U kunt de uitvoeringsagenda agenderen in uw raad, zodat we de inhoud met elkaar kunnen bespreken. Dit geeft de gemeenteraad de gelegenheid om haar zienswijze kenbaar te maken. Vraag 4 Progressief Pijnacker- Nootdorp In de Startnotitie visie op het Sociaal Domein staat wat de bedoeling is van de visie op het sociaal domein (p. 8). “De nieuwe visie op het sociaal domein biedt een gedeeld toekomstperspectief waarin de richting en de keuzen voor het sociaal domein op strategisch niveau (bij raad, college en directie), op tactisch niveau (bij teamleiders en beleidsadviseurs), op uitvoerend niveau (bij in- en externe uitvoerders) en voor onze partners en inwoners te begrijpen zijn. De visie moet enthousiasmeren en houvast bieden.
De visie is een leidraad voor ons handelen, die aansluit bij de veranderende samenleving en passend is bij de toekomstige ontwikkelingen in Pijnacker-Nootdorp.” a. b. c.
Op welke manier passen de omgekeerde toets (Stimulanz) en de doorbraakmethode (Instituut Publieke Waarden) bij de visie op het sociaal domein? Werkt de gemeente met de omgekeerde toets en/ of de doorbraakmethode? Kunnen we zeggen dat het verminderen van bestaansonzekerheid de basis is bij de mensen/ huishoudens waar dit speelt?
Antwoord a. Het principe van de omgekeerde toets is kijken naar wat nodig is en de effecten van een besluit in de volle breedte wegen. De doorbraakmethode is kijken naar de situatie, de doorbraak en wat de doorbraak in de weg staat, waardoor onderbouwd maatwerk kan worden geleverd. Het doel is het systeem zo normaal en logisch mogelijk vóór mensen te laten werken. In beide gevallen gaat dit over de benadering vanuit samenhangende opgaven, integraal (samen)werken en het bieden van maatwerkondersteuning. U vindt dit in de visie terug in onze kernwaarden (hoofdstuk 6), samenhangende opgaven (hoofdstuk 7) en integraal samenwerken (paragraaf 8.2). b.
Ja, het gedachtegoed van de omgekeerde toets en de doorbraakmethode wordt (al jaren) toegepast in het sociaal domein. De afdeling sociaal domein is zo georganiseerd, dit optimaal te faciliteren. Het budget maatwerkondersteuning is ondersteunend aan casuïstiek waarbij wettelijke grondslagen ontbreken. Een aantal voorbeelden: -
pagina
4/8
Een alleenstaande inwoner kon vanwege verslavingsproblematiek en onveiligheid niet langer voor de kinderen zorgen. Het kernteam is actief opzoek gegaan naar de andere ouder. Via (tijdelijke) financiële bijstand en begeleiding heeft de andere ouder de kinderen thuis kunnen opnemen. Daarmee is de andere ouder in zijn/ haar kracht gezet, kunnen de kinderen zo thuis
Memo beantwoording beeldvormende vragen
-
-
c.
mogelijk opgroeien (en hebben een mindere traumatische ervaring) en zijn tegelijkertijd veel kosten bespaard. Vanuit vroegsignalering kwam een gezin met kinderen in beeld. Zij hadden schulden en er was sprake van een dreigende huisuitzetting. Om dit te voorkomen is de huur twee maanden betaald. Daarnaast is direct gewerkt aan een oplossing voor de lange termijn, waarbij de schuldenproblematiek werd opgepakt en de financiële situatie van het gezin is versterkt door begeleiding naar werk. Een jongere met diverse stoornissen heeft een hulphond gekregen, zodat deze kon studeren. Hiermee kan de jongere een zelfstandig bestaan opbouwen en actief deelnemen aan de samenleving. Ja, in zekere mate kunnen we dit stellen. Vaak is problematiek complex en grijpt op elkaar in op meerdere leefdomeinen. Met de voorliggende visie willen we de onderliggende oorzaken van problematiek daarom in samenhang aanpakken (hoofdstuk 7). Het verminderen van de bestaansonzekerheid is hierin een belangrijk onderdeel.
Vraag 5 Progressief Pijnacker- Nootdorp De gemeente gaat aan de slag met het opstellen van de lokale inclusie agenda (uitvoering VN-verdrag handicap). a. b. c.
Heeft het college al een idee hoe tot een lokale inclusie agenda te komen en ervaringsdeskundigen te betrekken bij (nieuw) beleid Wanneer denkt de gemeente te kunnen starten met de lokale inclusieagenda? Hoeveel geld denkt het college nodig te hebben voor het kunnen organiseren van ervaringsdeskundigen en het gezamenlijk opstellen van een lokale inclusie agenda?
Antwoord a. We hebben aan de Adviesraad Sociaal Domein advies gevraagd op welke wijze het betrekken van ervaringsdeskundigheid in de beleidsvorming het beste georganiseerd kan worden. Mogelijk kan de Adviesraad Sociaal Domein hier ook een belangrijke rol in vervullen. Ook hierover gaan zij met elkaar in gesprek en het college van een advies voorzien. b. We streven ernaar in 2024 te starten met het opstellen van de lokale inclusieagenda en deze in 2025 op te leveren. c. Voor het opstellen van de inclusieagenda is binnen bestaande formatie en middelen voorzien. Over eventueel structureel benodigd budget voor het onderhoud van de inclusieagenda en/of het organiseren van ervaringsdeskundigheid wordt bij besluitvorming over de lokale inclusieagenda geadviseerd. Vraag 1 D66 Kunt u aangeven hoe de laaggeletterdheid zich in onze gemeente de laatste 10 jaar heeft ontwikkeld? Volgens staatje op bladzijde 21 is nu 9% van onze inwoners laaggeletterd. Antwoord Er is helaas geen dashboard beschikbaar die de (jaarlijkse) trend laat zien. Uit de themapublicatie Laaggeletterdheid Zuid-Holland Probiblio 2019 wordt een percentage met een bandbreedte tussen de 5% en 8% beschreven. Er is dus sprake van een stijging. Vraag 2 D66 Kan het college (zo mogelijk) aangeven welke groepen inwoners van PN dit betreft? Antwoord Omschrijving
pagina
5/8
Percentage P-N
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Ouderen, werkend, met Nederlandse achtergrond, en zowel partner én kinderen 50 tot en met 65 jaar Ouderen, niet-actief, met Nederlandse achtergrond, en zowel partner én kinderen 50 tot en met 65 jaar Tussen 30 en 50 jaar oud, werkend, met Nederlandse achtergrond, divers qua partners en kinderen Ouderen, zowel werkend als niet-werkend, met Nederlandse achtergrond, en ófwel een partner, ófwel kinderen, 50 tot en met 65 jaar Jongeren, zowel werkend als niet-werkend, zowel met Nederlandse achtergrond als met migratieachtergrond, en zonder partner en kinderen, 16 tot 30 jaar oud Mensen met migratieachtergrond, 30 jaar en ouder, zowel werkend als nietwerkend, en met partner, met kinderen of met beide. Met name 1e generatie Divers - mensen die niet in één van de bovenstaande groepen vallen Bron: geletterdheid in zicht
18% 9% 10% 7% 12% 31% 13%
Vraag 3 D66 Wat gaat het college aan concrete maatregelen nemen om de trend van vraag 1 te keren? Antwoord Zie het antwoord dat is gegeven op vraag 5 gesteld door de fractie van Trots. Naast onze inspanningen ten aanzien van het terugdringen van laaggeletterdheid is onze gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Inburgering 2021. Door middel van ondersteuning en passende leerroutes worden statushouders en gezinsmigranten wegwijs gemaakt in de Nederlandse taal en maatschappij. Deze nieuwe inwoners leren de taal op het voor hen hoogst haalbare niveau in een combinatie van activiteiten gericht op het leren van de Nederlandse taal en meedoen in de samenleving. Naast het formele taalonderwijs binnen de leerroutes van de Wet Inburgering is er aanvullend aanbod in de vorm van informeel taalonderwijs, waarbij inburgeraars naast hun inburgeringstraject gebruik maken van taalmaatjes en taalactiviteiten zoals Taalontmoeting en het Taalcafé. Vraag 4 D66 Hoe staat het College er tegenover om alvorens te komen tot het opstellen van een lokale inclusieagenda een zogenaamd "Platform voor Gehandicapten" samen te stellen? Deze visie dient ook mede met hen goed te worden afgestemd. In de motie "dementievriendelijke routes etc" is destijds al aangegeven of gedacht kan worden aan een Platform waarbij o.a. deze ervaringsdeskundigen cq mindervaliden opmerkingen/ideeën kunnen delen.
Antwoord We hebben aan de Adviesraad Sociaal Domein advies gevraagd op welke wijze het betrekken van ervaringsdeskundigheid in de beleidsvorming het beste georganiseerd kan worden. Mogelijk kan de Adviesraad Sociaal Domein hier ook een belangrijke rol in vervullen. Ook hierover gaan zij met elkaar in gesprek. Vraag 5 D66 We zien in deze visie niets terug over het PGB, kunt u aangeven wat hier de reden van is? Antwoord De visie gaat niet in op de bekostiging van zorg, zoals het verstrekken van zorg in natura of een persoonsgebonden budget. De grondslagen hiervoor zijn opgenomen in de diverse wetten en lokaal uitgewerkt in diverse verordeningen welke door uw raad zijn vastgesteld. Het persoonsgeboden budget blijft een volwaardig alternatief voor zorg in natura. Vraag 1 CDA Kunt u aangeven wat het verschil is met de nieuwe visie sociaal domein en het huidige beleid?
pagina
6/8
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord De oude visie op het sociaal dateert uit 2013. Deze visie was gericht op de decentralisaties binnen het sociaal domein (de overname van de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet). Na de transitie is met zorg en aandacht vormgegeven aan de transformatie in het sociaal domein. Hierover kunt u meer teruglezen in hoofdstuk 1. De voorliggende visie is daarom niet geheel nieuw. We bestendigen het pad wat we eerder zijn ingeslagen. Uiteraard brengen we met de visie op een veerkrachtig sociaal domein accentverschuivingen aan, zoals: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Ontkokering en meer domeinoverstijgende benadering van sociale- en maatschappelijke vraagstukken; Werken aan een meer collectief perspectief; versterken van de sterke sociale basis die mensen in staat stelt de kwaliteit van hun leven te verbeteren in wisselwerking met hun sociale omgeving; Stimuleren van de beweging van zorg naar gezondheid; Waar nodig, meer buurt- en wijkgerichte inzet; Meer integrale samenwerking met andere leefdomeinen; Structurele focus op kostenbeheersing.
De rol van de gemeente wordt meer samenwerkend en in verbinding met de samenleving en ook partners. Ook gaat de rol van de gemeente van een meer faciliterende, naar een registerende rol in maatschappelijke opgaven. Onze Adviesraad Sociaal Domein heeft de accentverschuivingen in haar advies als volgt beschreven: ''Verlaten wordt het idee om te denken vanuit de wetten, maar wordt gekozen voor een integrale benadering, waarbij alle beleidsterreinen betrokken worden''. Vraag 2 CDA Waarom zijn niet alle ‘doelen’ zoals verwoord in de visie (o.a. hoofdstuk 8) opgenomen in de doelenlijst op pag. 49? Wat zijn de uitgangspunten/kaders? Antwoord Hoofdstuk 8 bevat de uitgangspunten voor de uitvoering en zijn daarmee een middel om de doelen die we willen bereiken met de visie op het sociaal domein (voor onze inwoners). De uitgangspunten in hoofdstuk 8 gaan meer over de kwaliteit van onze dienstverlening. Beiden liggen uiteraard wel in elkaars verlengde. Vraag 3 CDA Op pag. 35 stelt het college 'In feite speelt onze gemeente pas een rol aan het einde van de keten: bij het minimabeleid, bijzondere bijstand, schuldhulpverlening, uitkeringen en re-integratie'. a.
Het CDA vraagt zich af of we met deze passage niet tekortdoen aan de betekenis van de Participatiewet en de bijstand als vangnet onder het sociale zekerheidsstelstel? De mate waarin bestaanszekerheid buiten de gemeentelijke invloedsfeer ligt maakt de vangnetrol van de gemeente er toch niet minder om? Antwoord We bedoelen hiermee dat we zeker een belangrijke rol kunnen én (willen) vervullen in het minimabeleid (bestaanszekerheid is immers één van de speerpunten uit de nieuwe visie), maar dat gemeenten niet het bevoegd gezag zijn met betrekking tot het bepalen van het sociaal minimum/ bestaansminimum. De rijksoverheid bepaalt ieder halfjaar het sociaal minimum. Het sociaal minimum is het minimale bedrag dat iemand nodig heeft om in levensonderhoud te kunnen voorzien. Denk hierbij aan de hoogte van uitkeringen, hoogte van lonen/zoals minimumloon en de hoogte van toeslagen. De rol van gemeenten is hierdoor meer aan het einde van de keten. Er zijn ook beperkingen voor gemeenten in de uitvoering van
pagina
7/8
Memo beantwoording beeldvormende vragen
de Participatiewet. Daarnaast hebben gemeenten bijvoorbeeld weinig tot geen grip op de ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud. Vraag 4 CDA Op pag. 57 stelt het college dat zij 'na de vaststelling van de visie een (proces)voorstel [doet] over de wijze waarop we de (uitvoering van de) visie op het sociaal domein gaan monitoren.' Hierin beschrijft zij ook de samenwerking tussen college en raad en de rolverdeling en '[d]e behoefte aan (verbetering van) de informatievoorziening vanuit de gemeenteraad wordt bij de nog te ontwikkelen monitor meegenomen. Hierin wordt samen met de raad opgetrokken.' a. In hoeverre is dit nieuw? b. Doelt het college er hier op dat de raad een monitor krijgt met indicatoren waardoor de raad meer sturing kan geven, kan prioriteren en beter kan controleren? Zo nee, wat bedoelt zij dan? Antwoord We werken op dit moment met meerdere monitoringsdocumenten en jaarverslagen in het sociaal domein. Het college heeft de ambitie om vanuit de doelen, zoals geformuleerd in de nieuwe visie op sociaal domein, met uw raad indicatoren te formuleren. Deze indicatoren zijn leidend in een nieuw samenhangend monitoringsdocument. Dit sluit aan bij de opdracht die de gemeenteraad geformuleerd heeft in het raadsakkoord op hoofdlijnen en gebaseerd op eerder advies van de Rekenkamer.
Hiermee bedoelt het college inderdaad dat we een monitor willen opstellen die integraal is, meer aansluit bij de informatiebehoefte van de gemeenteraad en uw raad in staat stelt om uw kaderstellende en controlerende taak goed in te vullen. Dit sluit aan op de eerdere werksessies die hierover zijn georganiseerd met het Instituut voor Publieke Waarden.
pagina
8/8