CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen Trots en CDA - Stand van zaken doorontwikkeling afvalbeleid - onderzoek invoeren restafvaltarief

Raad Oordeelvorming 22 januari 2026, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen1.938 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo beantwoording beeldvormende vragen zaaknummer

1636729

berichtnummer

1498340

aan

Raad

van

College

afschrift datum onderwerp status

15 januari 2026 Beantwoording beeldvormende vragen over Stand van zaken doorontwikkeling afvalbeleid: onderzoek invoeren restafvaltarief’ Informatief

Door de fracties van Trots en van het CDA zijn beeldvormende vragen gesteld bij agendapunt 4b ‘Stand van zaken doorontwikkeling afvalbeleid: onderzoek invoeren restafvaltarief’ van de oordeelsvormende vergadering van 22 januari 2026. Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1 (Trots) Wat wil het college bereiken met deze informatienota? Antwoord Op 21 september 2023 heeft de gemeenteraad ingestemd met de aanbevelingen van de rekenkamer en is aan het college de opdracht gegeven om het afvalbeleid door te ontwikkelen om zo de doelstellingen van VANG te kunnen behalen. De aanpak- met de inzet op drie verschillende sporen- is vastgelegd in de Startnotitie doorontwikkeling afvalbeleid (vastgesteld in raad december 2023). In de planning van de startnotitie is opgenomen dat in spoor 3 de mogelijkheid tot het invoeren van een tariefprikkel zou worden onderzocht. De uitkomst van dit onderzoek is aan de gemeenteraad ter informatie aangeboden. Daarnaast hebben we in de informatienota een geactualiseerde planning voor de verdere doorontwikkeling van het afvalbeleid opgenomen. In de ze planning ligt de prioriteit bij het op orde brengen van de kwaliteit van het ingezamelde GFT en PMD. Voor PMD geldt dat we overleg met Verpact de keuzemogelijkheden voor de toekomstige PMD-inzameling voor onze gemeente in beeld brengen.

Wij zullen de gemeenteraad eind 2026 een voorstel voorleggen voor de toekomstige PMD-inzameling voor onze inwoners die gebruik maken van ondergrondse containers. Vraag 2 (Trots) Waarom is er in de inwonerspeiling niets gevraagd over de optie van nascheiding? Antwoord Nascheiding is alleen een toepasbare methode voor het inzamelen van PMD. In de inwonerspeiling is de vraag gesteld welke voorkeur onze inwoners hebben voor de inzameling van PMD. Dit leverde het volgende resultaat op:

pagina

1/5

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Daarnaast is in dialoogavonden met inwoners gesproken over de verbetering van kwaliteit van ingezamelde GFT en PMD. In de dialoogavond van 29 mei 2024 is de inzameling van PMD en ook nascheiden als optie ingebracht door een aantal inwoners uit de wijken met ondergrondse containers. Vraag 3 (Trots) Waar in de stukken wordt er ingegaan op afvaldumpingen zoals bij de containers op de Sportlaan waar er iedere week een vrachtwagen vol afval wordt weg gehaald. Antwoord De problematiek van bijplaatsingen is actueel en is in de afgelopen jaren toegenomen. Dit geldt zowel voor bijplaatsingen bij de gemeentelijke ondergrondse containers als die bij de containers voor oud papier en karton die door de verenigingen wordt beheerd. Wij werken nauw samen met Avalex om (de overlast van) bijplaatsingen tegen te gaan. Binnen Avalex is specifiek hiervoor een werkgroep ingesteld. Verder wordt een aantal acties door onze gemeente zelf uitgevoerd: o Op verzoek van de papier inzamelende verenigingen zetten we binnenkort op de inzamellocatie aan de Sportlaan verlichting met een sensor in als maatregel om bijplaatsingen te voorkomen. o Naast de meldingen die de BOA’s nu al meenemen op hun rondes, zal de nieuw te werven BOA toezicht op afval/bijplaatsingen als taak krijgen.

o Communicatie: er volgt in januari een nieuwe themapagina over het belang van afvalscheiden en aandacht voor het tegengaan van bijplaatsingen. In de toegezonden rapportage staat in paragraaf “5.3.1b Monitoring bijplaatsingen fijn restafval” op pagina 22 beschreven wat aanvullend nodig is- bij een mogelijke invoering van een tariefprikkel- om bijplaatsingen en zwerfafval te voorkomen. Als de gemeenteraad besluit tot het invoeren van een restafvaltarief zal in de voorbereidingsperiode een plan van aanpak worden opgesteld om bijplaatsingen en zwerfafval te voorkomen. Vraag 4 (Trots) Welke invloed zal Diftar hierop hebben? Antwoord Op deze vraag wordt in de rapportage invoeren restafvaltarief ingegaan in paragraaf “5.3.1b Monitoring bijplaatsingen fijn restafval”. Voor een goede begeleiding van de invoering van een restafvaltarief is de inzet van afvalcoaches in samenwerking met handhaving van belang. Zij kunnen juist in de overgangsfase extra aandacht geven aan afvalscheiding en het tegengaan van bijplaatsingen en dumpingen, zodat inwoners goed worden ondersteund en ongewenst gedrag tijdig wordt gecorrigeerd. Vraag 5 (Trots) In onze gemeente wordt er bedrijfsafval in de ondergrondse containers gedumpt. Waar kunnen we de invloed hiervan in het beleid vinden? Antwoord De ondergrondse containers zijn openbaar toegankelijk.

Het is zeker mogelijk dat er naast het huishoudelijke afval van onze inwoners ook in enige mate een zekere hoeveelheid aan bedrijfsafval wordt aangeboden. De verwachting is dat de inzet van pasjes de hoeveelheid bedrijfsafval doet beperken. In het rapport- op bladzijde 25- wordt hierop ingegaan (mogelijke afname van ca. -15% van het restafval). Vraag 6 (Trots) Welke oplossingen zijn onderzocht?

pagina

2/5

Memo beantwoording beeldvormende vragen Antwoord Bedrijven mogen hun afval niet aanbieden via de ondergrondse containers van de gemeente, zij moeten hier zelf contracten voor afsluiten. Zie beantwoording vraag 5 voor het effect voor het voorkomen van bedrijfsafval door een toegangscontrolesysteem op de ondergrondse restafvalcontainers. Vraag 7 (Trots) Waarom komt er pas in 2028 een plan van aanpak bijplaatsingen en zwerfafval, terwijl nu al deze type van dumpingen toeneemt? Antwoord Het in de rapportage voorgestelde plan voor het monitoren van bijplaatsingen is gericht op het voorkomen van bijplaatsingen en zwerfafval bij het invoeren van een restafvaltarief. Uiteraard heeft, zie hierbij ook de beantwoording van vraag 3, het tegengaan van bijplaatsingen die op dit moment plaatsvinden in onze gemeente onze nadrukkelijke aandacht.

Vraag 8 (Trots) In de RAPPORTAGE INVOEREN RESTAFVALTARIEF wordt gesproken over “Hoe minder restafval een huishouden aanbiedt, hoe lager het variabele tariefdeel van de heffing voor dat huishouden zal zijn.” Waar is de onderbouwing, want dit werd destijds ook al belooft bij de invoering van omgekeerd inzamelen in 2015? Antwoord Elke gemeente met een restafvaltarief of diftar heeft een vast basistarief dat elk huishouden moet betalen en een variabel deel dat je (extra) betaalt op basis van het aantal keren of het gewicht van het restafval dat wordt aangeboden. Het invoeren van een restafvaltarief leidt altijd tot een verschil in kosten op basis van het aanbiedgedrag van huishoudens. Vraag 9 (Trots) Waarom zou het nu wel lukken? Antwoord Ook op dit moment is het lastig om in te schatten hoe de kosten voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijke afval zich gaat ontwikkelen. In de raadsinformatienota hebben wij onder het kopje “Een restafvaltarief beperkt toekomstige financiële risico’s” in beeld gebracht welke (financiële) aspecten in de komende jaren op de gemeente af komen. Niet alleen milieuoverwegingen, maar ook de financiële ontwikkelingen geven aanleiding om de hoeveelheid restafval te verminderden.

Vraag 10 (Trots) In hoeverre kan het college met gebruikmaking van haar bevoegdheid dit proces al in gang zetten? Antwoord Het college werkt op basis van de startnotitie aan drie sporen voor het doorontwikkelen van het afvalbeleid. De keuze om een restafvaltarief wel of niet in te voeren vraagt een besluit van de gemeenteraad. In 2027 wordt deze keuze aan de gemeenteraad voorgelegd. Vraag 11 (Trots) Kan de Raad dit proces stoppen of stilzetten voor na de verkiezingen? Antwoord In de planning voor de doorontwikkeling van het afvalbeleid is uitgangspunt dat de gemeenteraad in het najaar 2026 eerst een besluit neemt over de PMD-inzameling (ivm de landelijke ontwikkelingen rondom de inzameling van PMD). Pas daarna kan (planning in 2027) aan de gemeenteraad de keuze voor het invoeren van een restafvaltarief worden voorgelegd.

pagina

3/5

Memo beantwoording beeldvormende vragen Vraag 1A (CDA) ‘Vooral de kwaliteit van het ingezamelde PMD met ondergrondse containers is slecht. Deze moeten daarom worden uitgefaseerd, te beginnen bij de slechtst presterende gebieden […] De gevolgen van de uitfasering van de ondergrondse PMD-inzameling heeft grote impact [en] om een restafvaltarief te kunnen invoeren, moet eerst de nieuwe wijze van inzamelen van PMD worden ingeregeld.’ Hoe verklaart het college dat veel (nabijgelegen) gemeenten, die tevens kampen met slechte kwaliteit van ingezameld PMD, al wel een restafvaltarief hanteren? Antwoord De kwaliteit van het ingezamelde PMD is vooral afhankelijk van het soort inzamelvoorziening dat gebruikt wordt. Daarom is in de overeenkomst met Verpact ervoor gekozen om in Nederland het gebruik van verzamelcontainers/ondergrondse containers voor PMD uit te faseren, omdat deze inzamelvoorzieningen vooral zorgen voor een slechte kwaliteit. Het verschil van kwaliteit per inzamelvoorziening zien we ook in onze gemeente. Uit de opdrachtgeversrapportage van Avalex (januari- augustus 2025) blijkt dat de kwaliteit van het ingezamelde PMD via minicontainers met een afkeur van 0,8 % goed is. Bij de inzameling van PMD met ondergrondse containers blijft de afkeur met 98,6 % extreem hoog.

In de nabijgelegen gemeenten waar een restafvaltarief is ingevoerd of wordt ingevoerd, dit zijn de gemeenten Lansingerland en Midden- Delfland, wordt gebruik gemaakt van zakken aan lantaarnpalen met PMD of mini- containers. Vraag 1B (CDA) Vervolgens, in dezelfde alinea op pag. 8, stelt het college dat ‘waar dat noodzakelijk is, nagescheiden mag worden.’ In de rapportage invoeren restafvaltarief staat ‘[a]ls het bronscheiden van PMD niet goed verloopt kan het aantrekkelijk worden over te stappen op het nascheiden van PMD.’ Waarom is nascheiden geen optie voor Pijnacker-Nootdorp nu blijkt dat de kwaliteit van het ingezamelde PMD met ondergrondse containers al jaren slecht is? Antwoord Het landelijke uitgangspunt is dat we PMD aan de bron scheiden waar dat mogelijk is, daarmee wordt nascheiding niet uitgesloten voor gemeenten waar bronscheiding niet mogelijk is. In de komende tijd worden scenario's in beeld gebracht met daarin de mogelijkheden voor onze gemeente. Vraag 2 (CDA) Op pag. 18 van de rapportage staat dat ‘[v]anwege de huidige infrastructuur met ondergrondse containers in Pijnacker-Nootdorp ook wordt onderzocht of nascheiding van PMD voor dat deel van de woningen wat het PMD inzamelt via ondergrondse containers binnen de nieuwe afspraken een alternatief kan zijn.’ Wanneer wordt dit onderzocht? Antwoord Dat onderzoek loopt op dit moment.

In het proces wordt met Verpact afgestemd. In dat overleg wordt onder meer besproken welke opties de gemeente heeft, welke urgentie er is vanuit het uitgangspunt dat het uitfaseren van de slechtst presterende gebieden prioriteit heeft en of/welke opties er zijn vanuit Verpact om financieel bij te dragen in de kosten van de transitie . Tegelijkertijd wordt met Avalex in beeld gebracht welke inzamelsystemen (met onderscheid naar appartementen en laagbouw) kunnen worden ingezet als alternatief voor brongescheiden inzameling van PMD met de ondergrondse verzamelcontainers. Hierbij wordt onder meer onderzocht de inzameling met minicontainers, inzameling met een zak aan de paal en nascheiden. In beeld wordt gebracht wat de gevolgen van de verschillende opties zijn voor de toekomstige inzamel- en verwerkingskosten, voor de beoogde milieudoelstellingen en welke eenmalige acties en kosten van toepassing zijn als gevolg van de transitie. Vraag 2B (CDA) ‘Het nascheiden van PMD is alleen toegestaan als het aansluit bij de Kaderrichtlijn Afvalstoffen.’ Voor de leken onder ons: wat wordt hier bedoelt?

pagina

4/5

Memo beantwoording beeldvormende vragen Antwoord Artikel 10 van de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (2008/98/EG) behandelt de gescheiden inzameling van afvalstromen. In lid 2 worden lidstaten verplicht om bijvoorbeeld papier, glas, metaal en plastic apart in te zamelen. Er mag van bronscheiden worden afgeweken indien scheiden bij de bron “technisch, ecologisch of economisch niet uitvoerbaar” is. Hieruit volgt het algemene uitgangspunt in de overeenkomst met Verpact dat we PMD willen scheiden aan de bron waar mogelijk en nascheiding toepassen waar bronscheiding niet mogelijk is. Vraag 3C (CDA) Klopt het dat de keuze tussen bron- en nascheiding een gemeentelijke bevoegdheid is? Zo nee, waaruit blijkt dat? Antwoord De gemeente heeft een grote mate van vrijheid bij het bepalen van haar afvalbeleid . De gemeente kan in beginsel zelf de keuze maken voor bron- of nascheiding. Indien een gemeente kiest voor nascheiden is het daarna wel zelf verantwoordelijk voor het inkopen van de hiervoor benodigde verwerkingscapaciteit.

pagina

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16484624/1