CConstaterende datPijnacker-Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen - Rekenkameronderzoek verkeersveiligheid

Raad Oordeelvorming 4 december 2025, gemeente Pijnacker-NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen1.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

zaaknummer

1626561

berichtnummer

1487721

aan

de gemeenteraad

van

College van B&W

afschrift datum onderwerp

20 november 2025 Beeldvormende vragen naar aanleiding van rekenkameronderzoek verkeersveiligheid

status

Beeldvormende vragen Pijnacker-Nootdorp Vooruit – Rekenkameronderzoek Verkeersveiligheid Vragen: Rekenkameronderzoek Verkeersveiligheid Fractie: Pijnacker-Nootdorp Vooruit 1.

Waarom ontbreekt een expliciete visie op verkeersveiligheid in recente beleidsdocumenten zoals Omgevingsvisie 2050, terwijl dit een kernpunt is in het landelijke Strategisch Plan Verkeersveiligheid? Antwoord In plan MER behorende bij de omgevingsvisie is aandacht geweest voor verkeersveiligheid. Verkeersveiligheid is een vanzelfsprekendheid bij ontwikkeling. Het Omgevingsprogramma mobiliteit is de uitwerking van de omgevingsvisie en hier in wordt nader ingegaan op verkeersveiligheid. In het fietsplan wordt ingegaan op verkeersveiligheid. Het fietsplan is het eerste beleidsdocument na de omgevingsvisie waar we expliciet verkeersveiligheid benoemen.

2.

Hoe gaat de gemeente zorgen voor een integrale aanpak, gezien de huidige versnippering van beleid over verschillende documenten? Antwoord In het komende omgevingsprogramma duurzame mobiliteit wordt het verkeersveiligheidsbeleid integraal opgenomen.

3.

Hoe wordt het capaciteitsprobleem bij verkeerskundigen structureel opgelost, zodat niet alleen analyses maar ook uitvoering van maatregelen plaatsvindt? Antwoord Er zijn twee mogelijkheden om dit structureel op te lossen. Als eerste door belegde taken anders in te delen. De verkeerskundigen in de gemeente hebben een breed takenpakket dat gekoppeld is aan diverse onderhouds- en ontwikkelingsprojecten en anderzijds gericht is op meldingen, verkeersmaatregelen en beleidsuitwerking. Het college zoekt daarbij altijd naar een balans tussen alle opgaven en de dienstverlening. Een andere mogelijkheid is door de verkeerskundige capaciteit structureel te verhogen. Dat vraagt om een brede afweging in de raad, in de context van de begroting en toekomstbestendige gemeentefinanciën.

4.

pagina

1/5

Welke concrete stappen neemt het college om de afhankelijkheid van één beleidsmedewerker voor subsidies te verminderen.

Memo

Antwoord Hoewel er één beleidsmedewerker als subsidiecoördinator fungeert, draagt het college zorg dat verschillende medewerkers bij dit proces betrokken om deze afhankelijkheid te verkleinen. 5.

Hoe gaat de gemeente invulling geven aan structurele monitoring van verkeersveiligheidsmaatregelen, inclusief effectmeting, gezien de complexiteit en kosten die het college benoemt? Antwoord In het komende Omgevingsprogramma definiëren we verkeersveiligheidsdoelstellingen en versterken we de wijze van monitoring. In de tussenliggende periode informeren wij de raad via het jaarverslag over de stand van zaken met betrekking tot verkeersveiligheid. Hierbij zullen wij uitgebreider rapporteren dan in voorgaande jaren.

6.

Hoe wordt geborgd dat de raad niet alleen jaarlijks cijfers krijgt, maar ook inzicht in effectiviteit van maatregelen? Antwoord Structurele effectmeting van maatregelen is complex en kostbaar, en merkbare effecten op verkeersgedrag en ongevalcijfers worden vaak pas na jaren zichtbaar. We hebben niet de middelen om effectmeting vraagstukken te laten onderzoeken. Daarnaast is er niet altijd een oorzakelijk verband te leggen tussen getroffen maatregelen en de effecten daarvan. De raad wordt op basis van bestaande ongevalsdata, verkeerskundige schouwen en meldingen van gebruikers geïnformeerd.

7.

Hoeveel extra budget is nodig om de aanbevelingen uit te voeren, en hoe wordt dit structureel gedekt binnen de P&C-cyclus? Antwoord In onze bestuurlijke reactie hebben we aangegeven welke aanbevelingen we kunnen overnemen gezien de financiële middelen en huidige capaciteit. Het college acht dit voldoende. Mocht de raad hierin meer willen dan is aanvullende capaciteit nodig om onderzoek te doen naar de haalbaarheid van de aanbevelingen en de financiële gevolgen daarvan. Zie ook antwoord 3.

8.

Hoe wordt prioritering van kleinschalige maatregelen bepaald, zodat meldingen van inwoners niet blijven liggen? Antwoord Bij elke melding beoordelen wij in hoeverre sprake is van directe, objectieve onveiligheid. Indien hiervan sprake is, wordt de melding met voorrang opgepakt.

9.

Hoe gaat de gemeente de kloof tussen subjectieve onveiligheid en objectieve data verkleinen? Wordt sociale media actief ingezet voor beleidsinput? Antwoord Op dit moment maken we gebruik van verschillende media kanalen voor invloed op het verkeersgedrag. We willen onze inspanningen op dit gebied verhogen met meer gerichte inzet op verkeersveiligheidscampagnes. Capaciteit om onze inzet te verhogen op dit gebied ontbreekt.

10. Hoe wordt transparantie richting inwoners verbeterd over wat er met meldingen gebeurt?

pagina

2/5

Memo

Antwoord Melders worden geïnformeerd over hoe wij de melding hebben beoordeeld en of daar al dan niet actie op wordt ondernomen. Het college acht dit voldoende. 11. Waarom acht het college een aanvullende analyse van risicolocaties niet noodzakelijk, terwijl de Rekenkamer stelt dat oorzaken van onveiligheid op 30 km/u-wegen onvoldoende duidelijk zijn? Antwoord Wij verwijzen naar de beantwoording op aanbeveling 4 in de bestuurlijke reactie. De hierin genoemde onderzoeken en uitvoeringsmaatregelen hebben op dit moment onze prioriteit. Zoals aangegeven gaan we in het komende omgevingsprogramma mobiliteit dieper in op aanvullende analyses voor andere risicolocaties. 12. Hoe wordt de effectiviteit van huidige maatregelen op rotondes en drukke 30 km/u-wegen aangetoond? Antwoord Zie de beantwoording op vraag 6. Beeldvormende vragen CDA – Rekenkamerrapport verkeersveiligheid N.a.v. het advies van het college om aanbeveling 4 niet over te nemen en de reactie van de rekenkamer daarop de volgende vragen: 1.

Kan het college toelichten waarom de rekenkamer tijdens het onderzoek niet geïnformeerd is over het bestaan van een ‘Ongevallenrisico viewer’, zodat dit in de conclusies en aanbevelingen meegewogen had kunnen worden? Antwoord De ongevallenrisicoviewer is ontwikkeld in het kader van het onderzoek ‘Veilige schoolroutes’. De rekenkamer heeft de raad op 6 maart 2025 geïnformeerd dat het onderzoek ‘Veilige schoolroutes’ buiten het onderzoek van de rekenkamer valt

2.

Bij de Programmabegroting 2026 heeft het college op de vraag naar het relatief hoge aantal ongevallen met letsel geantwoord: "Het relatief hoge aantal letselongevallen komt vooral voor op drukkere 30 km/u-wegen zonder vrijliggende fietspaden en op rotondes. Dit komt door menging van verkeersstromen en intensief gebruik. Deze inzichten worden actief betrokken bij onze aanpak, bijvoorbeeld via GOW30-maatregelen op de Kerkweg/Veenweg in Nootdorp. Daarbij worden wegen met een gebiedsontsluitende functie en gemengd verkeer fysiek ingericht als geloofwaardige en veilige 30 km/u-wegen, conform landelijke richtlijnen." Kan het college ons meenemen in hoe het tot deze conclusie gekomen is? Speelt de genoemde ‘Ongevallenrisico viewer’ hierbij een rol? Gaarne toelichten zodat de raad kan wegen hoe deze conclusie tot stand gekomen is en hoe robuust deze conclusie is Antwoord Voor drukke wegen met zowel een doorgaande als verblijffunctie bestaat sinds 2024 een afwegingskader van het kennisinstituut CROW voor een nieuwe wegcategorie gebiedsontsluitingsweg 30 km/u (GOW30). Omdat in dit geval eveneens sprake is van dergelijke wegen, beoordeelt het college aan de hand van dit afwegingskader of een bestaande weg in aanmerking komt voor een GOW30 inrichting. De ongevallenrisicoviewer kan hierin een rol gaan spelen. Voor de Kerkweg/Veenweg in

pagina

3/5

Memo

Nootdorp is deze viewer nog niet gebruikt maar zijn we uitgegaan van ongevallencijfers, subjectieve ervaringen, verkeerstellingen en snelheidsmetingen. 3.

"De rekenkamer wijst de raad erop dat ondanks de analyses die het college doet, tijdens het rekenkameronderzoek onvoldoende duidelijk is geworden wat de oorzaak is van de verkeersonveiligheid. Dat geldt met name voor het hoge aantal ongevallen met letsel op wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u." Is voor het college voldoende duidelijk wat de oorzaak is van de verkeersonveiligheid? Kunt u dit toelichten? Antwoord Als er veel ongevallen gebeuren op een 30 km/uur weg is dat aanleiding om onderzoek te doen, alvorens maatregelen te nemen. Daarbij worden ook subjectieve meldingen en enquêtes meegenomen. Op die manier is in 2018 een meerjarige onderzoeksagenda opgesteld. Een van de projecten is de Kerkweg/Veenweg in Nootdorp. Hier is onderzoek gedaan naar oorzaken. Het gaat daarbij om onduidelijkheid voorrang op kruispunten, drukte en hoge snelheid. Dit beeld zien we ook bij veel andere drukke 30 km/uur wegen. De hoge snelheid is vaak een teken dat de weg onvoldoende geloofwaardig als 30 km/uur weg is ingericht. Effectieve maatregelen zijn drempels en inrichting met klinkerbestrating in plaats van asfalt, maar die ontbreken vaak op de drukkere wegen vanwege geluid- en trillinghinder bij direct langs de weg liggende oude woningen. Onduidelijkheid over de voorrang heeft meestal te maken met de verwachting van weggebruikers dat de doorgaande weg voorrang heeft.

Andere vragen: 4. Bij aanbeveling 1 aan de raad staan acties waar het college een (uitvoerende) rol in heeft: "Organiseer periodieke sessies waarin ambtenaren de raad informeren over de nieuwste inzichten en ontwikkelingen. Stel een systematische aanpak in voor het monitoren en rapporteren van de voortgang en effectiviteit van verkeersveiligheidsmaatregelen." Gaat het college dit doen, en hoe? Antwoord Deze aanbeveling is voorgesteld aan de raad. Indien de raad deze aanbeveling overneemt, dan zal het college hier uitvoering aan geven. Hier zal ambtelijke capaciteit beschikbaar voor moeten worden gesteld. Zoals in het rapport te lezen is, is capaciteit een knelpunt. 5.

Aanbeveling 2 aan de raad is: "Formuleer op voorstel van het college een eenduidige visie voor verkeersveiligheidsbeleid." Kan het college een dergelijk voorstel maken? Wat heeft het college nodig om zo'n voorstel te maken? Antwoord Het college wil dit bij het opstellen van een Omgevingsprogramma Mobiliteit oppakken.

6.

Aanbeveling 3 aan de raad is: "Stel op voorstel van het college structureel meer budget beschikbaar voor (kleinschalige) verkeerskundige aanpassingen." Kan het college aangeven hoeveel extra budget nodig is? Is het mogelijk en zinvol om de raad meerdere keuzes voor te leggen m.b.t. hoeveel meer budget? Past dit binnen de huidige begroting? Antwoord Het is belangrijk dat de gemeente snel kan inspelen op onveilige situaties naar aanleiding van ongevallen of terechte meldingen. Structureel budget voor verkeersveiligheid is opgenomen in kleine verkeersmaatregelen en verkeerszaken (onderzoeken, campagnes, etc.)

pagina

4/5

Memo

Voor kleine verkeersmaatregelen is er tot op heden € 54.000,-- budget en idealiter is er circa 100.000 beschikbaar. Het gaat dan om kleine maatregelen die binnen de raamcontracten kunnen worden uitgevoerd. Denk aan borden, wegmarkeringen, kleine straataanpassingen of drempels tot € 25.000 per maatregel

Voor verkeerszaken is er een structureel budget van € 24.000,-- en idealiter is er circa 114.000 beschikbaar. Dit budget is dan bestemd voor: o

een onderzoeksbudget van € 75.000,-- . Hiermee kunnen circa 3 onderzoeken voor eventuele grotere maatregelen worden uitgevoerd. Opgemerkt moet worden dat de onderzoeken niet gelijk staan aan uitvoering van maatregelen. Op basis van de kostenraming zal daarvoor dekking moeten worden gezocht en zal er vervolgens een uitvoeringsplanning moeten worden gemaakt.

o

een jaarlijks budget van minimaal € 27.000 voor het voortzetten van de huidige verkeersveiligheidscampagnes en educatie.

o

een jaarlijks budget van € 12.000 voor data en datatools zoals ongevallengegevens en snelheden.

In totaal is € 136.000 aan extra budget nodig. Om verkeersbeleid, monitoring, onderzoeken, projecten, (kleine) maatregelen, budgetten en subsidies beter te organiseren is daar bovenop behoefte aan structureel extra formatie, bijvoorbeeld in de vorm van een verkeersveiligheidscoördinator. Het college ziet dat deze gelden gewenst zijn, maar in de brede afweging van de gemeentebegroting zijn deze niet beschikbaar. 7.

In het Raadsvoorstel van het Presidium lezen we op blz. 2 dat rekenkamer twee aandachtspunten meegeeft aan de raad. We zien in het rapport één aandachtspunt staan in de laatste alinea op blz. 15. Wat is het tweede aandachtspunt? Antwoord Deze vraag wordt door de rekenkamer beantwoord.

8.

De raad heeft ook de rapportage over verkeersveilige schoolroutes ontvangen. Kunnen we dat bij de bespreking van dit onderwerp betrekken? Antwoord Met de informatienota’s ‘Onderzoek verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid Noordweg/Nootdorpseweg – Sportlaan Pijnacker’ en ‘Verkeersveilige schoolroutes’ van 28 oktober 2025 (zaaknummer 1616689) is de raad onder meer geïnformeerd over het onderzoek verkeersveilige schoolroutes. Het is aan de raad en de agendacommissie om te besluiten over de wijze van behandeling van de informatienota’s.

pagina

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16270741/1