Beantwoording beeldvormende vragen - Regiovisie Aanpak Huiselijk geweld Haaglanden voor de periode 2026 en verder
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1626098
berichtnummer
1487241
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
20 november 2025 Beantwoording beeldvormende vragen over de Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld Haaglanden voor de periode 2026 en verder Informatief
Door de fracties van Pijnacker-Nootdorp Vooruit, Eerlijk Alternatief, TROTS, CDA en D66 zijn vragen gesteld over de Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld Haaglanden voor de periode 2026 en verder (agendapunt 4d). Hieronder treft u de beantwoording aan. Fractie Pijnacker-Nootdorp Vooruit Vraag 1 De bijdrage van €0,30 per inwoner wordt vanaf 2026 jaarlijks geïndexeerd. Kunt u toelichten hoe deze indexatie wordt berekend en welke impact dit heeft op de begroting van Pijnacker-Nootdorp? Antwoord De gemeente Den Haag baseert de indexatie op de nacalculatie en voorcalculatie, waarbij wordt uitgegaan van de trend loon. De trend voor loon is 2,98%. Voor 2026 betekent dit een bedrag van € 0,31 per inwoner. De impact op de begroting van Pijnacker-Nootdorp bedraagt € 18.019. Vraag 2 Wat zijn de financiële risico’s als de DUVO-middelen in 2028 worden verlaagd? Hoe wordt hierop geanticipeerd in de meerjarenbegroting? Antwoord In de regiovisie is opgenomen dat de voortgang van de regiovisie elke twee jaar wordt geëvalueerd. In 2028 zal de eerste voortgangsrapportage verschijnen. Elke twee jaar kijken we in de regio ook opnieuw naar de inzet van de financiële middelen. In 2028 zullen we dus bepalen welk bedrag beschikbaar is voor de regio. Vraag 3 De regiovisie wordt elke twee jaar getoetst en in 2028 geëvalueerd.
Hoe wordt de raad betrokken bij deze toetsmomenten en de evaluatie? Antwoord Alle gemeenteraden ontvangen een voortgangsrapportage in 2028. Vraag 4 Er wordt gesproken over het versterken van lokale teams. Welke afspraken zijn er gemaakt over de ondersteuning en deskundigheidsbevordering van deze teams binnen onze gemeente? Antwoord We organiseren trainingen en zetten we in op deskundigheidsbevordering van de lokale teams, bijvoorbeeld op het terrein van intieme terreur/herkennen van rode vlaggen. Daarnaast investeren we in
pagina
1/9
Memo beantwoording beeldvormende vragen
trainingen voor aandachtsfunctionarissen en het instandhouden van het netwerk van aandachtsfunctionarissen, zodat onderling ervaring en kennis kan worden gedeeld. Vraag 5 De regiovisie maakt scherpe keuzes vanwege beperkte middelen. Kunt u toelichten welke onderdelen van de vorige visie zijn vervallen of beperkt en wat dit betekent voor onze lokale inzet? Antwoord Met de nieuwe regiovisie bouwen we voort op de huidige regiovisie, maar hebben we meer focus aangebracht. We beperken ons voornamelijk tot de uitvoering van de wettelijke, regionale taken. De inzet van de GGD op preventie en vroegsignalering is geprioriteerd met een focus op: - Trainingen en deskundigheidsbevordering op het gebied van de meldcode - Opleiden en behouden van aandachtsfunctionarissen huiselijk geweld - Het in stand houden van relevante netwerken, zoals het netwerk seksueel geweld Voor onze lokale inzet betekent dit dat als wij aanvullende inzet willen plegen bovenop de regionale aanpak, hier lokaal middelen voor beschikbaar gesteld dienen te worden. Tot op heden ondersteunde de GGD lokaal bij het inrichten van een lokale alliantie financieel misbruik. Deze ondersteuning zal in 2026 wegvallen. Vraag 6 Er wordt ingezet op interventies zoals ICM en MDA++.
Wat betekent dit voor de inzet en samenwerking binnen Pijnacker-Nootdorp, en hoe wordt hierover gerapporteerd aan de raad? Antwoord In het Bestedingsplan POK-middelen betreft één van de maatregelen de maatwerkfunctionaris. De rol van maatwerkfunctionaris is belegd bij drie medewerkers binnen het kernteam, die naast deze rol ook nog hun reguliere werkzaamheden uitvoeren. De maatwerkfunctionarissen zijn getraind in de aanpak Intensief Casemanagement (ICM) en Multidisciplinaire Aanpak (MDA++). De raad ontvangt in 2025 een eerste monitoringsrapportage over POK. Na afloop van het POK plan (eind 2027) volgt een eindrapportage voor de gemeenteraad, waarin gerapporteerd wordt over de uitvoering van de maatregelen en de resultaten. Vraag 7 Samenwerking tussen de zorg- en strafpartners en gemeenten (p. 5) Welke concrete mechanismen of structuren ontbraken in de eerdere aanpak waardoor samenwerking tussen zorg-, strafpartners en gemeenten niet van de grond kwam, en wat maakt dat deze nu wél succesvol geïmplementeerd kunnen worden? Antwoord Voor de nieuwe regiovisie hebben we de bewuste keuze gemaakt om aan te sluiten bij de overlegstructuur van het bestuurlijk overleg Jeugd en het bestuurlijk overleg Zorg en Veiligheid. Het bestuurlijk overleg Zorg en Veiligheid fungeert als stuurgroep van het Zorg- en Veiligheidshuis.
Het gremium vormt daarnaast het bestuurlijke netwerk voor bespreking van actuele thema’s op het snijvlak van zorg en veiligheid in de regio, waaronder de voortgang de regionale aanpak huiselijk geweld. Vraag 8 (ex) partnerstalking. De evaluatie van de pilot is op dit moment nog niet definitief beschikbaar. Deze wordt in november 2025 gedeeld (p.10). Wanneer kan de raad dit verwachten?
pagina
2/9
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord Op basis van de belangrijkste evaluatiepunten is geconcludeerd dat de aanpak (ex) partnerstalking in 2026 structureel wordt voortgezet. Hier zijn tenminste tot en met 2028 middelen voor. Voor het einde van 2025 worden de resultaten van de pilot aan ons bekend gemaakt, waarna wij deze naar de gemeenteraad doorgeleiden. Vraag 9 Tot slot is ook in deze aanpak een vorm van casusregie op lokaal niveau onmisbaar. Dit vraagt om een stevige verbinding met de lokale structuur, zoals de lokale teams, Zorg- en Veiligheidskamers of het Zorgen Veiligheidshuis. Deze verbinding is echter nog niet overal voldoende lokaal verankerd. De komende tijd wordt hier meer op ingezet (p. 10). Hoe is dit in Pijnacker-Nootdorp? Antwoord De verschillen tussen de gemeenten zijn op dit moment nog groot. In Pijnacker-Nootdorp staat deze verbinding goed. Vraag 10 Als statusverschil een belangrijkere rol blijkt te spelen dan jaloezie of relatiebreuk, hoe moet dit het huidige beleid en de publieke beeldvorming rondom femicide beïnvloeden, en zijn interventies daar al voldoende op aangepast (p. 11). Antwoord In de nieuwe regiovisie hebben we hier expliciet aandacht voor. We gaan gebruikmaken van reviews van fataal geweld.
Het doel van deze gezamenlijke reflectie is om te leren van deze situaties, de aanpak te versterken, de samenwerking te verbeteren en de kans te vergroten om in de toekomst ernstige incidenten te voorkomen. Daarnaast ontwikkelen we deskudingheidsbevordering voor de lokale teams in de aanpak stalking, één van de rode vlaggen van femicide. De risicofactoren krijgen aandacht in de deskundigheidsbevordering en in onze aanpak van huiselijk geweld. Vraag 11 In hoeverre is de Routekaart naar Veiligheid al geïmplementeerd binnen Pijnacker-Nootdorp, en als dat nog niet het geval is, wat zijn dan de belemmeringen die de invoering vertragen en hoe worden deze aangepakt (p. 12). Antwoord De Routekaart naar Veiligheid is geïmplementeerd in Pijnacker-Nootdorp. Vraag 12 Hoe komt het dat de beroepsgroep kinderopvang wel steeds vaker advies vraagt bij Veilig Thuis, maar nauwelijks meldingen doet, en wat zegt dit over de mate waarin signalen van huiselijk geweld daadwerkelijk worden opgevolgd binnen deze sector (bijlage. P.17) Antwoord Hier is niet direct een verklaring voor te geven. Dat er meer adviesvragen binnenkomen bij Veilig Thuis kan erop duiden dat meer professionals de stappen van de Meldcode doorlopen. Onderdeel van deze stappen is dat je, indien nodig, om advies vraagt bij Veilig Thuis.
Op basis van dit advies kan een professional de volgende stappen van de Meldcode doorlopen en bepalen of een melding nodig is of dat hij/zij zelf het gezin hulp kan bieden. Dit kan het geval zijn als er bijvoorbeeld al hulp is in het gezin.
pagina
3/9
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Fractie Eerlijk Alternatief Vraag 1 Kan inzicht worden gegeven in de verhouding tussen adviesaanvragen en meldingen binnen onze gemeente, vergeleken met de regio? Antwoord In de bestuursrapportages van de GR GGD en VT Haaglanden die de gemeenteraad ontvangt is terug te vinden wat de verhouding adviesaanvragen en meldingen is per gemeente. Naast dat dit regionaal wordt afgezet, wordt dit ook afgezet tegen het aantal meldingen en adviesvragen van het jaar ervoor (2024). De eerste bestuursrapportage 2025 is naar u verzonden op 3 juli 2025. Vraag 2 Hoeveel aandachtsfunctionarissen zijn er in onze gemeente actief en in welke organisaties ontbreken ze nog? Antwoord Vanuit de gemeentelijke organisatie zijn er vier aandachtsfunctionarissen actief. Professionals in de sectoren gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie vallen onder de Wet verplichte meldcode en zijn verplicht de meldcode te gebruiken. Deze organisaties hebben aandachtsfunctionarissen. Het is niet bekend bij ons in welke organisaties ze nog ontbreken. Ons beeld is dat organisaties aan de wettelijke verplichting voldoen.
Vraag 3 Hoe wordt de continuïteit van kennis geborgd bij wisseling van personeel? Antwoord Binnen het kernteam wordt gewerkt met een scholingsplan en wordt kennis up-to-date gehouden door bij te houden welke trainingen door welke medewerkers gevolgd zijn. Ook wordt ervoor gezorgd dat er altijd meerdere mensen geschoold worden in een bepaalde training/onderwerp, zodat kennis bij meerdere personen geborgd is. Vraag 4 Welke gemeentelijke partners nemen deel aan het netwerk seksueel geweld en hoe wordt expertise geborgd in de lokale uitvoering? Antwoord Vanuit de centrumgemeenten is het een verantwoordelijkheid om het Centrum Seksueel Geweld te financieren. Seksueel geweld is als geweldvorm onderdeel van het programma Geweld in Afhankelijkheidsrelaties van de GGD Haaglanden. Het netwerk seksueel geweld wordt gecoördineerd door de GGD Haaglanden en bestaat uit het CSG, Veilig Thuis Haaglanden, Zedenpolitie Haaglanden, Centrum 16.22, Academie voor Ervaringsdeskundigheid en Herstel, De Waag Nederland, SHOP, MEE Zuid Holland Noord en uit centrumgemeente Den Haag. Vanuit de GGD zijn alle regiogemeenten vertegenwoordigd en nauw betrokken zonder directe deelname. Het netwerk werkt aan deskundigheidsbevordering en bewustwording binnen de aanpak van seksueel overschrijdend gedrag. Middels symposia, webinars en e-learnings wordt kennis breed gedeeld binnen de regio Haaglanden.
Vraag 5 Hoeveel casussen binnen onze gemeente zijn momenteel in een ICM-traject opgenomen, en hoe wordt de effectiviteit gemeten? Antwoord Er zijn op dit moment twee ICM casussen. Binnenkort wordt er één afgerond. De effectiviteit komt in de evaluatie van het POK Bestedingsplan aan bod.
pagina
4/9
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Vraag 6 Hoe is de samenwerking tussen lokale teams en KesslerPerspektief/Arosa/Kwadraad in onze gemeente georganiseerd? Antwoord De gemeenten Delft en Den Haag hebben een subsidierelatie met Arosa voor het uitvoeren van wettelijke taken. Arosa verzorgt voor de DWO-gemeenten (Delft, Westland, Pijnacker-Nootdorp en Midden-Delfland) de ambulante trajecten, vrouwenopvang en de tijdelijke huisverboden. De lijnen tussen ons lokale team en Arosa zijn kort. Vraag 7 Hoeveel stalkingcasussen uit onze gemeente zijn onderdeel van de pilot? Antwoord Geen. Vraag 8 Hoe wordt bepaald of AWARE of een slachtofferdevice wordt ingezet en welke partner beslist hierover? Antwoord Binnen de aanpak (ex-)partnerstalking kan het slachtofferdevice of een AWARE-alarm worden ingezet. Het slachtofferdevice wordt in veel zaken geadviseerd door de Reclassering, maar wordt in veel gevallen niet toegekend, omdat: • Een rechter moet eerst een enkelband opleggen, een zware maatregel die niet snel wordt ingezet. • Dader en slachtoffer moeten minimaal 1,5 kilometer uit elkaar wonen; dit is regelmatig niet het geval. • Dader moet (opnieuw) vast komen te zitten • Het device moet aan een vast adres worden gekoppeld; soms heeft dader geen verblijf of woonadres. Arosa adviseert over het inzetten van een AWARE-alarm. Door middel van een weegoverleg in het Zorgen Veiligheidshuis wordt hier vervolgens over beslist.
Vraag 9 Hoe wordt omgegaan met wachtlijsten en capaciteitsproblemen bij partners die onderdeel zijn van de Routekaart-aanpak? Antwoord Binnen de Routekaart is beschreven welke verantwoordelijkheden er bij welke organisaties zijn belegd. Mocht een situatie daarom vragen, dan neemt de gemeente Pijnacker-Nootdorp de regierol op zich, om te voorkomen dat een gezin tussen wal en schip valt. Vraag 10 Welke rol speelt onze gemeente in het verbeteren van de lokale zorg voor nabestaanden? Antwoord Onze gemeente heeft naar aanleiding van het Manifest een eigen werkproces ingericht op de zorg voor nabestaanden van levensdelicten. Mocht dit zich voordoen in onze gemeente, dan weten wij volgens welk proces te handelen. Vraag 11 Hoe houdt onze gemeente zicht op de inzet van tijdelijk huisverbod in situaties met risico op escalatie?
pagina
5/9
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord Veilig Thuis is leidend voor de hulpverlening naar betrokkenen bij een tijdelijk huisverbod. Zij kijken daarin wat er nodig is om de situatie te stabiliseren en zorgen ervoor dat er veiligheidsafspraken gemaakt worden die het risico op escalatie moeten beperken. Veilig Thuis informeert het kernteam van de gemeente wanneer de betrokkenen bij hen bekend zijn. Na beëindiging van het tijdelijk huisverbod zorgen zij voor een overdracht naar het kernteam om hulpverlening voort te zetten. Veilig Thuis legt op dag 7 van het tijdelijk huisverbod aan de burgemeester een advies voor beëindiging of verlenging van het huisverbod voor. Alvorens over te gaan tot besluitvorming worden zowel de uithuisgeplaatste als achterblijvers gehoord. Daarin wordt zowel de inhoud van het advies getoetst alsook of alle belangen voldoende zijn meegewogen in het advies. Vraag 12 Welke resultaten en leerpunten uit de proeftuin zijn relevant voor onze lokale teams? Antwoord De resultaten en leerpunten uit de proeftuin bevestigen voor Pijnacker-Nootdorp dat wij op een goede manier zijn ingericht en voorbereid zijn op het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming. Wij beschikken over een integrale visie op het sociaal domein, werken van 0-100 jaar, domeinoverstijgend, integraal, bieden zelf hulp en werken samen met ketenpartners.
De enige uitdaging die wij zien met oog op het Toekomstscenario is een personele uitdaging. De werkwijze uit het Toekomstscenario vraagt meer van ons lokale team (bijvoorbeeld het regionaal veiligheidsteam) en vraagt betrokkenheid van ons lokale team bij alle zaken. Dat is op dit moment nog niet het geval. Vraag 13 Hoe wordt onderzocht of dalende meldingen een positief (minder geweld) of negatief (minder signalering) signaal zijn? Antwoord Dit is helaas moeilijk te achterhalen en wordt niet onderzocht. Daarom gaan we ons met de nieuwe regiovisie meer richten op terugkerende problematiek en het aantal hermeldingen en het aantal herhaalde huisverboden monitoren.
pagina
6/9
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Fractie TROTS Vraag 1 Wat kan er gedaan worden met de 18.000 euro? Antwoord De 18.000 euro is onze bijdrage om het preventie en vroegsignaleringsaanbod uit de regiovisie te kunnen uitvoeren. De focus van dit aanbod ligt hierbij op: - Trainingen en deskundigheidsbevordering op het gebied van de meldcode - Opleiden en behouden van aandachtsfunctionarissen huiselijk geweld - Het samenwerken in netwerken, zoals het netwerk seksueel geweld Vraag 2 Op basis waarvan is de verdeling van de Duvo-gelden gebaseerd? Antwoord De centrumgemeenten Delft en Den Haag ontvangen via de Algemene Uitkering de DUVO-gelden voor de aanpak van huiselijk geweld. De hoogte van de DUVO-gelden is niet een vast bedrag per centrumgemeente, maar een specifieke toekenning die jaarlijks wordt bepaald door het Rijk en verdeeld via het gemeentefonds. Vraag 3 Zijn de Duvo-gelden ook voor mannen en / of kinderen? Antwoord Ja, de DUVO-gelden zijn naast het organiseren van vrouwenopvang ook bedoeld voor de aanpak van huiselijk geweld, kindermishandeling, ouderenmishandeling, seksueel geweld etc. Vraag 4 Waarom worden kerkelijke instanties niet genoemd als groep die een rol kan spelen in signalering en bemiddeling? Antwoord Lokaal werken we op verschillende terreinen in het sociaal domein samen met kerkelijke instanties. Zij kunnen een rol spelen in signalering en bemiddeling.
In het najaar hebben wij een bijeenkomst georganiseerd voor de lokale alliantie financieel misbruik waar een vertegenwoordiging van de kerken aanwezig was. Vraag 5 Beschikken we over ken- en stuurgetallen die inzicht geven in welke (sociale) groepen met deze problematiek te maken hebben, bijvoorbeeld personen met schulden, psychische problematiek, in echtscheiding of met diverse culturele achtergronden? Antwoord Over deze informatie beschikken wij helaas niet. Wel is in de bijlage bij de regiovisie een aantal kenmerken van slachtoffers van fysiek huiselijk geweld inzichtelijk gemaakt. Uit landelijk onderzoek (bijv. van het Verwey-Jonker Instituut) weten we dat een aantal individuele factoren voorspellers kunnen zijn voor geweld. Dat zijn bijvoorbeeld een lagere sociaaleconomische klasse, het zelf meegemaakt hebben van geweld en armoede.
pagina
7/9
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Fractie CDA Vraag 1 Aanbiedingsnota P 2/5 Gemeenten kunnen zelf, indien gewenst, lokaal middelen beschikbaar stellen om aanvullende inzet bovenop de regionale aanpak te doen. Heeft het college in beeld of dit wenselijk (noodzakelijk) is in Pijnacker-Nootdorp extra inzet te plegen? en is zij voornemens dit te doen? Antwoord Wij zijn op dit moment niet voornemens dit te doen. Inzet op deskundigheidsbevordering en het bieden van trainingen zijn voor ons lokaal team belangrijk en dit blijft geborgd in de huidige regiovisie. Vraag 2
P 3/5 1.2 Momenteel is de realiteit dat de problematiek rondom huiselijk geweld stijgt en veel maatschappelijke aandacht krijgt, terwijl de financiële middelen onder druk staan. Dat geeft spanning tussen willen blijven handelen en de beschikbare middelen en capaciteit.
Kan het college onderbouwd met cijfers waar we hier over spreken? Antwoord Wij baseren ons op cijfers en informatie uit de bestuursrapportage Veilig Thuis, die via de GR aan de gemeenteraden wordt verzonden. In de bestuursrapportage wordt de ontwikkeling van meldingen en adviezen weergegeven. Vraag 3
P 4/5 In 2028 vindt een eerste evaluatie plaats waarbij wordt gekeken naar proces, inhoud en financiën.
Is het mogelijk deze evaluatie te vervroegen? We staan in PN voor een grootschalige bezuinigingsronde, dan is het ook zaak dat het duidelijk is waar we in het sociaal domein ook kunnen bezuinigen. Denkt u dat de 6,2% bezuinigingen GR's GGD en VT hieruit te realiseren is? Antwoord Het is niet mogelijk deze evaluatie te vervroegen. De bezuinigingsopgave van 6,2% gaat over de GR. In de regiovisie gaat het over specifieke middelen (DUVO-middelen) die vanuit de Rijksoverheid beschikbaar worden gesteld voor de aanpak van huiselijk geweld. Vraag 4
Regiovisie; Kan het college nu al aangeven om hoeveel gevallen we spreken en wat de kosten zijn voor Pijnacker-Nootdorp? In vergelijk met het totaal aantal gevallen in regio en kosten?
Antwoord Iedere gemeente betaalt vaste bedragen, dit is niet afhankelijk van het aantal casussen per gemeente.
pagina
8/9
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Fractie D66 Vraag 1 Wat doet het college lokaal bovenop de regionale inzet en aanpak? Graag een uitvoerige toelichting per activiteit? En welke organisaties zijn hierbij actief? En met welke protocollen wordt er gewerkt? Antwoord In Pijnacker-Nootdorp hebben we het kernteam dat van 0-100 jaar, domeinoverstijgend en integraal werkt. We hebben vier aandachtsfunctionarissen in onze gemeentelijke organisatie. Daarnaast hebben we binnen de gemeente een lokale meldcode opgesteld en medewerkers getraind in het werken met de meldcode, zodat zij voortdurend alert zijn op signalen van misbruik en geweld, die op de werkvloer gedurende de verschillende werkzaamheden kunnen worden opgemerkt. In samenwerking met gro up jongerenwerk zetten we ons in om de weerbaarheid van jongeren te vergroten, met aandacht voor grenzen stellen, respect hebben voor elkaar, seksualiteit en relaties. Ook is het GRIP theater georganiseerd, waarbij jongeren het thema huiselijk geweld als onderdeel van het theaterstuk hadden ingebracht. Lokaal zijn we ieder jaar actief met de campagne Orange the World, waarbij we proberen ieder jaar meer partners aan te haken. Zo hebben we voor campagnes samenwerkingen gehad met het onderwijs, de horeca, sportclubs en is er dit jaar een samenwerking met cultuur en het jongerenwerk.
Tot slot hebben we in 2025 het initiatief genomen om een lokale alliantie financieel misbruik op te richten. Tot op heden bestaat de kerngroep hiervan uit: Pieter van Foreest, de ouderenbond, Veilig Thuis en de gemeente. Vraag 2 Kan het college voor het overzicht een visuele weergave (infographic) samenstellen waarin onder meer alle betrokken organisaties en instanties wordt weergegeven en wat zij (overkoepelend) doen? Antwoord Dit is een omvangrijke vraag. Voor de professionals in de uitvoering gebruiken we de Routekaart naar Veiligheid. Op dit moment zien wij niet de meerwaarde van een dergelijke infographic. Voor inwoners is het belangrijk dat zij weten waar zij terecht kunnen met zorgen en/of vermoedens over huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit is bij Veilig Thuis. In het geval van een onveilige thuissituatie kunnen inwoners terecht bij het Loket Huiselijk Geweld van Arosa, vanuit waar een veilige opvanglocatie kan worden geregeld.
pagina
9/9