CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen PvdD, Progressief PN, Trots, CDA, Eerlijk Alternatief en Fractie Graafland - Kaderstellende notitie van het omgevingsprogramma Energie

Raad Beeldvorming 3 april 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen4.722 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo beantwoording beeldvormende vragen

zaaknummer

1577413

berichtnummer

1430870

aan

Raad

van

College

afschrift datum onderwerp status

3 april 2025 Beantwoording beeldvormende vragen over raadsvragen n.a.v. kaderstellende notitie omgevingsprogramma energie Informatief

Door de fracties van PvdD, PPN, Trots, CDA, Eerlijk Alternatief en Fractie Graafland zijn vragen gesteld over de kaderstellende notitie van het omgevingsprogramma Energie (agendapunt 5c). Hieronder treft u de beantwoording aan. Door de fractie PvdD zijn de volgende beeldvormende vragen gesteld: Vraag 1 p. 14 figuur 1. Ik snap deze figuur niet. Kunt u toelichten welke pijl wat voorstelt? En met welke toekomstig jaartal in gedachte de rechterkant ingevuld is? Antwoord De pijlen geven een stroom aan van een energiedrager naar een functie. De dikte van de pijl visualiseert de grote van de stroom. In het bovenste overzicht vindt u de weergave voor 2023, in het onderste overzicht het verwacht energieverbruik voor 2050. Vraag 2 p. 24 Er staat: “In Pijnacker-Nootdorp staan we ook open om te gaan experimenteren met de seizoensopslag van warmte in het vierde watervoerende pakket”. Kan dit nadelen hebben voor de ondergrond (verslechtering grondwaterkwaliteit, trillingen, e.d.)? Antwoord Ja, dit zou mogelijk kunnen zijn. Seizoensopslag van warmte zit nog in de pilot fase. Er zijn in Nederland meerdere pilots. De provincie Zuid-Holland heeft de Hoge Temperatuur (HTO) seizoensopslag bovendien opgenomen in de concept omgevingsvisie die momenteel digitaal ter consulatie ligt.

Vanwege het feit dat we binnen onze gemeente veel geothermie hebben en het feit dat seizoensopslag kan helpen om de bron efficiënter te maken staat het college open voor een pilot. Vraag 3 p. 25 collectieve warmtenetwerken: Stelt dit plan een kader om niet aan te sluiten op een collectief warmtenetwerk dat geheel of gedeeltelijk (al dan niet tijdelijk) gevoed wordt met fossiele bronnen? Of is dat wel een optie binnen de kaders van dit plan? Antwoord Het kader is om volledig fossiel vrij te worden. Op korte termijn zien we dat voor de efficiency van warmtenetten de piek vooralsnog (tijdelijk) gevoed wordt door piekgasketels. Seizoensopslag is hiervoor een alternatief (zie vraag 2).

pagina

1/14

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 4 p. 25 Er wordt gesteld dat waterstof een optie is om piekvragen mee in te vullen voor de glastuinbouw, maar ook dat groene waterstof hiervoor geen optie is vanwege prijs en beschikbaarheid. Hoe past dit dan binnen de ambitie om in 2050 een CO2 uitstoot van nul te hebben? Antwoord Het ETP 2025 kijkt naar de toekomst tot 2050. Op dit moment is groene waterstof vrijwel niet beschikbaar, daarnaast is het erg duur. Mogelijk verbetert de beschikbaarheid en daalt de prijs. Daarnaast kan waterstof gebruikt worden om elektriciteit op te wekken (zoals nu met WKK’s gebeurd) om pieken in de vraag van het hele energiesysteem op te vangen. Vraag 5 p. 29 Netcongestie is een remmende factor voor de energietransitie. Het plan stelt dat grootschalige opwek met zonnepanalen hierdoor technisch onmogelijk is geworden in onze gemeente doordat terug levering niet meer kan en de ambitie is omlaag bijgesteld van 61% naar 20% in het voorliggend plan. WKK opwek uit aardgas wordt zelfs als tijdelijke oplossing genoemd (p. 33).

Waarom is directe grootschalige inzet van lokale opslag/batterijen hier niet als oplossing voor aangedragen? Wat zijn de afwegingen om dit niet als oplossing voor te stellen in plaats van het omlaag bijstellen van de zon PV ambitie en het langer aanhouden van WKKs? Antwoord Vanuit de nationale zonneladder is het onwenselijk bevonden om zonnepanelen op agrarische gronden te leggen, dit geldt ook voor de glastuinbouw. Hierdoor kunnen we de overhoeken niet meer gebruiken voor zon-pv. Er is binnen onze gemeente geen fysieke ruimte om grootschalig zonnepanelen toe te passen. Dit is de voornaamste reden dat de ambitie van 61% niet meer haalbaar is en bijgesteld is naar 20% in het voorliggende plan. We zetten in om zoveel mogelijk lokaal opgewekte energie ook lokaal te gebruiken. Lokale batterijopslag is hiervoor noodzakelijk. Hiermee verlagen we ook de pieken op het elektriciteitsnetwerk en geven we oplossingen voor netcongestie. We hebben in het Energietransitieplan aangegeven om de WKK’s langer aan te houden. Dit heeft vooral te maken dat de WKK’s ook elektriciteit produceren die we lokaal gebruiken. Door dit te doen verlagen we de transport op het gehele elektriciteitsnetwerk. Dit is dus een congestie verlagende maatregel. Dit is nodig zodat Stedin de tijd heeft om haar netwerk te verzwaren. Vraag 6 p.

30 "In het Energietransitieplan 2021 gaven we aan dat we streven naar 61% lokaal opgewekte energie, wat we grotendeels niet zelf nodig hebben en exporteren buiten onze gemeentegrenzen. We stellen dit bij naar een lager percentage van 20%, wat we grotendeels lokaal gebruiken." In hoeverre is dit regionaal al afgestemd met de RES partners en wat was hun reactie hierop? Antwoord Het is nog niet afgestemd met de RES-organisatie. Wel hebben we aangegeven dat de zonneladder voor de gemeente invloed heeft om het aandeel lokaal opgewekte elektriciteit. Hier is nog niet op gereageerd.

pagina

2/14

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 7 p. 31 & bijlage 1.1.b “2050 is bedrijvenpark Boezemvaart volledig ontwikkeld”. Wanneer is besloten om de Boezemvaart als bedrijvenpark te gaan ontwikkelen en hoe gaat dat er uit komen te zien? Antwoord Er is geen besluit genomen om Boezemvaart te ontwikkelen als bedrijvenpark. De prognose lopen tot 2050. We hebben voor de ontwikkeling van de energievraag aannames gedaan. Dit is een van deze aannames. Vraag 8 p. 35 Figuur 10: Waarom wordt de potentiële opwek van elektriciteit uit wind weer minder in 2050 t.o.v. 2040? Antwoord Figuur 10 geeft de relatieve bijdrage aan van de lokale opwek ten opzichte van het totale verbruik. In het plaatje is in geel aangegeven wat het aandeel zonne-energie is. We zien in het plaatje dat er relatief nauwelijks een toename in zon mogelijk is, dit komt mede doordat we geen grootschalige zonnevelden meer kunnen aanleggen (vanwege de zonneladder) en dat de vraag naar elektriciteit tussen 2040 en 2050 zal blijven stijgen. De blauwe geeft potentieel wind aan, dit is ter indicatie en zeker niet onze doelstelling. In het geval dat windenergie binnen Pijnacker-Nootdorp toegestaan wordt, verwacht het college dat de totale elektriciteitsvraag tussen 2040 en 2050 harder zal groeien dan de mogelijk beschikbare windenergie in dezelfde periode, vandaar dat deze percentueel afneemt.

Vraag 9: Opmerking bijlage 1.1.b De zin “In 2050 is de woningvoorraad met ongeveer 3.000 woningen toegenomen t.o.v. 2023” klopt niet met wat erboven staat. Ik denk dat bedoeld wordt: “In 2050 is de woningvoorraad met ongeveer 3.000 woningen toegenomen t.o.v. 2030”. Antwoord Het college verwacht een woningtoename van ca. 3.000 tussen 2023 en 2030. De prognose is vanaf 1 januari 2023. Het betreft geplande ontwikkelingen zoals Oranjepark (ca. 200) en de transformatiegebieden, maar ook de lopende woningbouwontwikkelingen zoals Tuindershof (650), De Kiem (340), Pijnacker Centrumlijn Noord (330 woningen), Pijnacker Centrumlijn Zuid (304), Casa Vita (101), deze waren nog niet waren opgeleverd op 1 januari 2023. Tussen 2030 en 2050 verwachten we nogmaals een toename van de woningvoorraad van ca. 3.000 woningen. Dit is conform de omgevingsvisie. Vraag 10 Beeldvormende vraag over bijlage 1.2 Participatieplan p. 6: Er staat: "Per buurt/wijk bepalen we wanneer we de warmtetransitie voor ons zien.  Voor wijken waar een collectief warmtenet de warmteoplossing is bepalen we het tijdsvlak van mogelijke realisatie.  Voor een wijk waar een individuele oplossing is voorzien is dit tijdstip wat minder relevant" Betekent dit dat alle wijken waar een individuele oplossing voorzien is, pas aan het eind (in 2050) aan de beurt zijn en dan van het aardgas afgesloten zullen worden?

pagina

3/14

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord Op dit moment is er nog veel onduidelijk over de eindgebruikerskosten voor mensen die aansluiten op een warmtenet. Het college vindt dat de energietransitie eerlijk, haalbaar en betaalbaar moet zijn voor iedereen. We hebben daarom geen tijdsbestek in het Energietransitieplan opgenomen. Dit betekent dat inwoners, die in een wijk wonen waar een individuele oplossing is voorzien, zelf op een voor hen logisch moment de keuze kunnen maken om van het aardgas af te gaan. Een voorbeeld hiervan is wanneer de cv-ketel aan vervanging toe is of wanneer woningeigenaren een ingrijpende verbouwing laten uitvoeren.

pagina

4/14

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Door de fractie PPN zijn de volgende Beeldvormende vragen gesteld: Vraag 1 In de visie en ambitie van warmte is uitgelegd hoe de toekomstige warmte vraag in de diverse wijken opgevangen wordt. Zo is grofweg in wijken van voor bouwjaar 1995 het meest efficiënt om te kiezen voor een warmtenet. Er is echter een risico dat inwoners zelf al oplossingen gaan implementeren waardoor er een risico bestaat dat een warmtenet uiteindelijk toch minder efficiënt is voor de inwoners van die wijk die aangewezen zijn op het warmtenet. Vragen: (a) Hoe gaan we ervoor zorgen dat dit risico niet ontstaat. Graag zo concreet mogelijk formuleren. (b) Hoe wordt voorkomen dat bewoners met een kleinere portemonnee de dupe worden van hogere lasten bij een collectieve oplossing? Antwoord A Het is voor de gemeente nu en in de voorziene toekomst niet mogelijk om huiseigenaren te verplichten om aan te sluiten op een warmtenet. Voor een efficiënt en betaalbaar warmtenet is een zo hoog mogelijk aansluitpercentage wel van belang. Hoe hoger het percentage, hoe lager de kosten zijn voor onze inwoners. Het beschreven risico is aanwezig. Dit kan alleen voorkomen worden als er snel duidelijkheid komt over de eindverbruikerskosten voor warmtenetten.

Het Energietransitieplan geeft ook aan dat het warmtealternatief met de laagste maatschappelijke kosten op dit moment niet automatisch betekent dat dit leidt tot de laagste eindgebruikerskosten. We hebben de verwachting dat dit door de landelijke overheid hersteld gaat worden. Dat betekent dat we op dit moment alleen kunnen inzetten op het juist informeren van de samenleving. Het college wil daarom in de participatieronde van het omgevingsprogramma extra aandacht geven aan deze boodschap. Daarnaast zijn er 14 duurzaamheidscoaches actief binnen de gemeente. Deze vrijwilligers komen op verzoek bij andere inwoners om te adviseren op o.a. het gebied van energiebesparing, verduurzaming en aardgasvrij worden, zij zijn bekend met dit risico. Antwoord B Het college vindt dat de energietransitie eerlijk, haalbaar en betaalbaar moet zijn voor iedereen. We zijn nu nog in afwachting van landelijke wet- en regelgeving (Wet collectieve warmte en Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie) waarin o.a. de betaalbaarheid van warmtenetten geregeld moet worden, zodat ook mensen met een smalle beurs kunnen deelnemen aan de energietransitie. Het is de verwachting de WCW op 1 januari of 1 juli 2026 in werking zal treden. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening verwacht dat de beide Kamers voor de zomer over het BGIW geïnformeerd worden.

Het college is bereid om de warmteoplossing per buurt te heroverwegen indien het rijk niet zorgt voor betaalbaarheid voor onze inwoners. Vraag 2 We komen nu op 20%, de overige energie zal elders vandaan moeten komen. Hiervoor ziet het college een kans voor wind. Vraag: Hoe ziet het opwekken van 20% de behoefte door wind eruit? Is het haalbaar om dat alleen met wind op land te doen? Antwoord Windturbines passen niet binnen de omgevingsvisie. Windenergie kan bijdragen aan het verhogen van het lokale aandeel in elektriciteit opwek, maar stelt nog niet voor. Het college vraagt de raad om met de samenleving in gesprek te gaan over mogelijke vormen van windenergie om te zien of er draagvlak is en onder welke voorwaarde dit zou kunnen binnen de gemeente.

pagina

5/14

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 3 We stimuleren het gebruik van eigen opgewekte energie. Vraag: Welke maatregelen neemt de gemeente om dit te organiseren? Antwoord Het college informeert de samenleving via de campagne “Met energie aan de slag” en het participatietraject van het omgevingsprogramma. Het idee is een speciale actie op te zetten voor het aanpassen van gedrag, zoals benoemd is in hoofdstuk 5.1 van het Energietransitieplan. We zullen dit in het participatieplan “Met Energie Aan de Slag” verder uitwerken. Vraag 4 We vragen bewoners om rekening te houden met de belastbaarheid van het elektriciteitsnetwerk om uitval te voorkomen. En vervolgens staan er een aantal zaken die wel of niet gedaan kunnen worden. Vraag: Hoe gaan wij ervoor zorgen dat deze goede raden ook opgevolgd worden door de inwoners? Antwoord Het college informeert de samenleving via de campagne “Met energie aan de slag” en de participatietraject van het omgevingsprogramma. Het idee is een speciale actie op te zetten voor het aanpassen van gedrag, zoals benoemd is in hoofdstuk 5.1 van het Energietransitieplan. We zullen in het participatieplan “Met Energie Aan de Slag” verder uitwerken. Vraag 5 De piekvraag van de glastuinbouw zal grotendeels geëlektrificeerd worden en deels worden ingevuld met waterstof.

Vraag: Hoe wordt deze straks geproduceerd? Antwoord Het college voorziet geen grootschalige waterstofproductie binnen de gemeente, dit vanwege veiligheidsrisico’s en doordat de elektriciteitsvraag die benodigd is voor het maken van waterstof zeer groot is. De waterstof voor de piekvraag van de glastuinbouw zal dan ook van buiten de gemeente komen. In 2050 is Nederland aardgasvrij, dit betekent dat er ook geen aardgas meer zal worden gebruikt voor de productie van waterstof. Het college voorziet een landelijke transitie naar eerst blauwe waterstof en later groene waterstof. Een exact tijdspad hiervoor is nog niet te geven. Vraag 6 De energietransitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, bedrijven en de overheid. Vraag: Hoe gaan we ervoor zorgen dat de inwoners en bedrijven deze verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk gaan voelen? Antwoord Veel van onze inwoners en bedrijven voelen deze verantwoordelijkheid al. Pijnacker-Nootdorp is dankzij haar betrokken inwoners en bedrijven koploper in de regio op het gebied van de energietransitie. Zo wordt er veel gebruikt gemaakt gemeentelijke subsidie regeling voor isolatie van oudere woningen. De duurzaamheidscoaches hebben al meer dan 500 huisbezoeken afgelegd en adviseerde de bedrijvencoach energie 35 bedrijven. Bedrijven komen vervolgens terug bij de coach nieuwe vervolgvragen en vervolgstappen.

Daarnaast blijft het college inzetten op het informeren van de samenleving middels de campagne “Met energie aan de slag”.

pagina

6/14

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 7 Wij actualiseren ons participatieplan “Met Energie Aan de Slag” Vraag: Wanneer kunnen wij dit vernieuwde plan verwachten? Antwoord We actualiseren het participatieplan op basis van het door de raad vast te stellen Energietransitieplan 2025. We verwachten in Q2-2025 het plan geactualiseerd te hebben. Vragen omtrent het Omgevingsprogramma 'Energie' Participatie- Communicatieplan Vraag 8 We zullen daarom de participatiescan telkens voorleggen aan de samenleving. Hiervoor werken we met een betrokken inwoners en onze ambassadeursgroep. Vraag: Waar moeten wij aandenken als het college spreekt over “onze ambassadeursgroep”? Antwoord U kunt hierbij denken aan inwoners die vooroplopen in de energietransitie binnen onze gemeente. Zij zijn vaak intrinsiek gemotiveerd tot het nemen van maatregelen, onderzoeken nieuwe technieken en testen deze in de praktijk. We hebben een whatsapp-groep waarin we ervaringen uitwisselen. Daarnaast hebben we de groep betrokken om mee te denken bij het opstellen van het Energietransitieplan. Vraag 9. Het is de planning om in Q1-2026 het omgevingsprogramma vast te stellen. Vraag: Gaat dat nog lukken voor de verkiezingen van 2026? Antwoord Jazeker. Vraag 10 In het programma staat dat nog niet alle wetgeving is vastgesteld (Besluit Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (BGIW) en Wet Collectieve Warmte). De ambities stellen we nu al vast.

Vraag: Levert het nog niet vastgestelde wetgeving onzekerheden op voor het plan en met name de ambities die in de Kaderstellende notitie zijn opgenomen? Antwoord We stellen het Energietransitieplan 2025 vast als kader voor het omgevingsprogramma Energie. De daadwerkelijke vaststelling van het omgevingsprogramma is Q1-2026 gepland. Daarmee stelt het college de ambities definitief vast. We gaan ervanuit dat op dat moment de nu aangekondigde wetgeving door de Kamers is vastgesteld. Mocht na de besluitvorming het nodig zijn om ambities bij te stellen dan zullen we dit doen en zullen we u hierover informeren.

pagina

7/14

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Door de fractie van Trots zijn de volgende vragen gesteld: Vraag 1 Op pagina 8 van het Energietransitieplan 2025 staat: "De warmteoplossing tegen de laagste maatschappelijke kosten leidt dus niet automatisch tot de laagste kosten voor onze inwoners. Wij verwachten dat onze overheid dit binnen afzienbare tijd oplost." Op welke manier wordt dit verwacht en binnen welke termijn? Antwoord De verwachting dat dit geregeld wordt in de BGIW en de WCW, deze wordt voor de zomer in de Tweede Kamer behandeld en naar verwachting na de zomer in de Eerste Kamer. Vraag 2 Op pagina 9 van het Energietransitieplan 2025 wordt er verwezen naar een kamerbrief van Minister Hermans. Echter werkt de link niet. Kan deze kamerbrief op een andere manier worden gedeeld? Antwoord De kamerbrief is terug te vinden via https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2024D37135&did=2024D3713 5 Vraag 3 Op pagina 10 van het Energietransitieplan 2025 staat: "Mochten de randvoorwaarden voor warmtenetten in de bebouwde omgeving niet veranderen en mocht er in 2030 geen zicht zijn op de aanleg van warmtenetten dan heroverwegen we de keuze voor de warmteoplossing." a. Op welke moment weten we of de randvoorwaarden in de bebouwde omgeving niet gaan veranderen? b. En welke randvoorwaarden zijn daarin bepalend en hoe meet je dit? Antwoord Zie antwoord 1, het is dezelfde wetgeving die dit moet bepalen.

Deze wetgeving geeft gemeenten hierin de randvoorwaarden en zijn daarmee bepalend. We kunnen dit dus niet meten. Vraag 4 Op pagina 11 van het Energietransitieplan 2025 wordt er verwezen naar een zonneladder. Echter werkt de link niet. Kan de zonneladder op een andere manier worden gedeeld? Antwoord De Zonneladder is terug te vinden via: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzameenergie/zonne-energie Vraag 5 Op pagina 11 van het Energietransitieplan 2025 staat: "60% lokale hernieuwbare elektriciteit opwek, opgenomen in het Energietransitieplan 2021 niet meer haalbaar achten met alleen opwek door zon. We komen nu op 20%, de overige energie zal elders vandaan moeten komen" a. Is de verwachting dat windenergie de overige 40% gaat opwekken? b. Zo niet, om welk percentage zal het dan gaan?

pagina

8/14

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord Door het vervallen van zonne-energie op land valt een groot deel van het zonnepotentieel weg. We hebben in de gemeente Pijnacker-Nootdorp niet voldoende ruimte om 40% van onze elektriciteitsvraag met wind op te wekken. We kunnen nu niet voorzien wat windenergie voor in 2050 wel voor bijdrage kan leveren. Vraag 6 Op pagina 12 van het Energietransitieplan 2025 staat: "We stimuleren daarom het gebruik van eigen opgewekte energie. Dat kan bijvoorbeeld door energie te gebruiken op momenten dat je het opwekt, of door deze op te slaan in een batterij en later te gebruiken. Dit kan individueel, maar ook gezamenlijk door energie-hubs te vormen." Op welke manier wil de gemeente dit faciliteren en of stimuleren? Antwoord Zie ook antwoord op vraag 3 van de fractie van de PPN, daarnaast faciliteren we meerdere collectieve ondernemersinitiatieven voor het vormen van energiehubs, o.a.. In Heron en Boezem. Ook ondersteunen via de bedrijvencoaches-energie ondernemers die vragen hebben over energieopslag en voorzien hen van advies. Vraag 7 Op pagina 12 van het Energietransitieplan 2025 staat: "We gaan aan de slag met het ondersteunen van het verzwaren van het elektriciteitsnet te beginnen met de wijken waarin een individuele warmteoplossing (elektrificatie) is bepaald." .

Waarom is er dan al begonnen in de wijk Klapwijk? Antwoord De verzwaring van het elektriciteitsnetwerk in Klapwijk is een onderdeel van het project klimaatbestendig Klapwijk, wat momenteel in realisatie is. Vraag 8 Kan een specifieke visie en ambitie voor de opslag van energie bijdragen aan het vergroten van het gebruik hiervan? Antwoord Het omgevingsprogramma Energie is de plek voor het vastleggen van visie en ambitie. We vertalen het Energietransitieplan naar het omgevingsprogramma Energie. We zullen in dit programma aangeven welke maatregelen nodig zijn om doelstellingen te realiseren. Vraag 9 Op pagina 24 van het Energietransitieplan 2025 staat: "verwachting is dat (...) waterstof ongeveer 270.000 GJ aan warmte gaat leveren" a. Hoe wordt de waterstof aangeleverd en of geproduceerd? b. Hoe en waar gaat de opslag van waterstof plaatsvinden? Antwoord Zie beantwoording vraag 5 van de fractie van de PPN. De waterstof zal naar verwachting aangeleverd worden via het landelijke waterstofnet. Lokaal zal het allen kleinschalig worden opgeslagen in de glastuinbouw. Overigens zijn hiervoor nog geen enkele initiatieven .

pagina

9/14

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 10 Op pagina 30 van het Energietransitieplan 2025 staat: "In het Energietransitieplan 2021 gaven we aan dat we streven naar 61% lokaal opgewekte energie, wat we grotendeels niet zelf nodig hebben en exporteren buiten onze gemeentegrenzen. We stellen dit bij naar een lager percentage van 20%, wat we grotendeels lokaal gebruiken. De overige hernieuwbare energie moet dan worden geïmporteerd." a. Is met het naar beneden stellen van de doelstelling hiermee de doelstelling gehaald? i. Zo ja, is er dan nog een noodzaak om andere bronnen aan te wenden anders dan zon? b Zijn er naast zon en wind nog andere bronnen in opkomst die relevant zijn in het opwekken van elektriciteit? Antwoord 20% lokaal opgewekte Elektriciteit is haalbaar door opwek met zon. We zitten nu op 16% van onze huidige elektriciteitsvraag. We zien tot 2050 een toename van zonopwek (uitsluitend op daken), daarnaast zien we ook een groeiende elektriciteitsvraag. In 2030 verwachten we 20% opwek door zon. Na 2030 is de verwachting dat dit percentage niet meer toeneemt omdat we een grote toename van de elektriciteitsvraag verwachten. Vraag 11 In Bijlage 4 Wettelijk vereiste onderdelen warmteprogramma staat: "De WGIW geeft ook aan wat er in een omgevingsplan moet worden opgenomen, samenvattend: f. een redelijke termijn waarop het gebruik van aardgas als energiebron binnen de aangewezen locatie wordt beëindigd;" a.

Waarom wordt er een dergelijk termijn opgenomen in de Kaderstellende notitie Omgevingsprogramma Energie, terwijl dit verwijst naar het omgevingsplan? Antwoord Het omgevingsprogramma is sturend voor het omgevingsplan, dit betekent dat in een omgevingsplan alleen data opgenomen als dit ook in het programma is benoemd. Het programma wordt ieder vijf jaar herzien, derhalve zullen we alleen de eerste periode bezien. Vraag 12 Welke mogelijkheden zijn er nu al met betrekking tot het gebruik van windenergie in onze gemeente? Antwoord Er zijn nu geen mogelijkheden

pagina

10/14

Memo beantwoording beeldvormende vragen

De volgende vraag is gesteld door de fractie van het CDA Vraag 1 Bij woningen die geen plat dak hebben en een beperkte buitenruimte kan het plaatsen van het buitendeel van een warmtepomp een uitdaging worden. Is dit meegewogen bij het bepalen van de warmtestrategie per buurt? (zie de kaart op blz. 27 van het Energietransitieplan 2025). Antwoord De plaatsing van buitenunits kan zeker een praktisch probleem zijn waarmee we bekend zijn. Warmtepompen zijn tegenwoordig beschikbaar in vele vormen, ook vormen die geen buitenunit meer nodig hebben. Er zijn verschillende mogelijkheden om warmtepompen in en om het huis te plaatsen. We zien daardoor voor de elektrificatiewijken altijd een oplossing. In het omgevingsprogramma ruimtelijke kwaliteit worden opnieuw de kaders bepaald waaronder warmtepompen geplaatst kunnen worden. Dit maakt geen onderdeel van het omgevingsprogramma Energie.

pagina

11/14

Memo beantwoording beeldvormende vragen

De volgende vragen zijn gesteld door de fractie van Eerlijk Alternatief Vraag 1 Het college stelt voor om gesprekken op te starten over windenergie. A) Wat gaat de inzet zijn van deze gesprekken? B) Word hier ingezet op grootschalige turbines of kleinschalige windmolens? C) Richt het college zich vooral op de glastuinbouw en bedrijven als mogelijke afnemers en locaties voor windenergie? Of richt het college zich op woonwijken? Antwoord We stellen voor om met de samenleving het gesprek aan te gaan om te bepalen op welke de samenleving aankijkt tegen wind. Het gaat hierbij om diverse vormen van windmolens. We richten ons niet op wind in woonwijken, maar denken vooral aan bedrijventerreinen, sportverenigingen en de glastuinbouw. Deze partijen gebruiken vooral veel energie als de zon niet schijnt, voor veldverlichting, het laden van het voertuigenpark en assimilatiebelichting. Windenergie kan een deel van deze energievraag leveren aan deze partijen, waardoor ze minder afhankelijk zijn van import uit het elektriciteitsnet. Vraag 2 Hoe kijkt het college naar de (toekomstige) realisatie van nieuwe woonwijken in het oorspronkelijke duurzaam glastuinbouwgebied in combinatie met windmolens? Antwoord De ontwikkeling van windmolens heeft altijd een impact op haar omgeving en is altijd vergunningsplichtig.

De milieuzoneringen rondom windmolens (in welke vorm dan ook) zijn dusdanig dat wij in de nieuwbouwwijken hier geen ruimte voor zien, het uitgangspunt hierin is dat de windmolens de ontwikkeling van nieuwbouwwijken zoals opgenomen in de omgevingsvisie niet mogen hinderen. Vraag 3 Het college stelt in de startnotitie dat de energietransitie betaalbaar moet zijn. A) Welke maatstaf hanteert het college voor betaalbaarheid? B) Voor welke doelgroepen moet de energietransitie betaalbaar zijn? Antwoord Voor betaalbaarheid zullen landelijke regels door de overheid worden opgesteld naar aanleiding van vragen en moties in de Tweede Kamer bij de behandeling van de WGIW, dit wordt verwerkt in de BGIW. Wij wachten dit af. We verwachten overigens dat de prijzen van alle vormen van energie gaan stijgen. Zowel fossiele energie als hernieuwbare energie. Het college streeft ernaar om voor hernieuwbare energieoplossingen te gaan die de laagste kosten voor onze inwoners met zich mee brengen. Vraag 4 Het college stelt zowel in de startnotitie als het energieplan dat er veel is geleerd van het project aardgasvrij Klapwijk. Wat heeft het college concreet geleerd van dit project? Antwoord Het college heeft in januari 2024 u een evaluatie opgestuurd van het project aardgasvrij Klapwijk. Hierin staat de geleerde lessen uitgebreid opgenomen.

De belangrijkste les die we hebben geleerd is dat we transparant moeten zijn in onze boodschap en dat de meerderheid van onze inwoners de keuze bepalen op basis van kosten.

pagina

12/14

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 5 Hoe staat het college tegenover het niet alleen faciliteren, maar ook investeren in duurzame vormen van energie, zoals geothermie of warmterotondes? Antwoord Het college voorziet mede met oog op de gemeentelijke begroting geen ruimte om op dit moment te investeren in energieprojecten. Vraag 6 A) Welke risico’s voorziet het college bij het uitputten van de geothermische bronnen in Delfgauw? B) Met welke maatschappelijke gevolgen dient rekening gehouden te worden met het oog op deze risico’s? Antwoord Bij de geothermiebron Delft-TU, die deels onder Delfgauw ligt, verwachten we geen bijzondere risico’s. Het Rijk is hier bevoegd gezag en SODM houdt toezicht. Voor de bouw en exploitatie van de bron worden zorgvuldige processen doorlopen. We streven ernaar om een robuust en leveringszeker warmtenetwerk aan te leggen. Dit doen we door een regionaal warmtenetwerk aan te leggen, waardoor alle beschikbare bronnen met elkaar worden verbonden. Hierop kunnen ook andere nog te ontwikkelen warmtebronnen aangesloten worden.

pagina

13/14

Memo beantwoording beeldvormende vragen

De volgende vragen zijn gesteld door de fractie Graafland Vraag 1 Waarom ligt de nadruk in het omgevingsprogramma energie vooral op luchtwarmtepompen, terwijl bodemwarmtepompen en aquathermie energetisch veel gunstiger zijn? a. Is het college bereid om de positionering van bodemwarmtepompen en aquathermie binnen het omgevingsprogramma energie te versterken, zodat bewoners beter geïnformeerd worden over de meest duurzame opties Antwoord Het is niet de bedoeling van het college om vooral te richten op luchtwarmtepompen. We onderschrijven dat bodemwarmtepompen en aquathermie energetisch gunstiger zijn. We zullen in het omgevingsprogramma dit nog explicieter opnemen. Vraag 2 Waarom koppelt het college de aanwijsbevoegdheid aan de datum van startaanleg? a. Is 8 jaar niet kort gezien de ervaringen vanuit Klapwijk? b. Waar is de 8 jaar op gebaseerd? Antwoord De termijn van 8 jaar is op basis van wetgeving - de WGIW geeft dit aan. Vraag 3 Kan het college het verschil tussen snelladen en logistiek laden uitleggen/nader specificeren? Is het de bedoeling dat er kaders worden meegegeven voor snelladen en logistiek laden? Zo ja: a. Wat is het kader voor snelladen dat u wilt meegeven aan het programma (dat haal ik er niet zo snel uit, kan aan mij liggen). b. Wat is het kader voor logistiek laden dat u wilt meegeven aan het programma (idem).

Antwoord We hebben nog geen exact beeld over het laden en snelladen voor met name de logistiek. We verwachten dat de komende jaren het elektrisch laden voor logistiek gaat toenemen. Het is volledig aan de markt om hier invulling aan te geven. Voor snelladen is meestal een grootaansluiting nodig. Dit is op dit moment door de netcongestie niet mogelijk. We willen in het omgevingsprogramma Energie de mogelijke alternatieven verkennen. Eventueel E-Hubs in combinatie met laden en opslag van elektriciteit. Dit vraagt met name ruimte.

pagina

14/14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15366881/2