CConstaterende datPijnacker-Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen PvdD - Intrekken beleidsnota's natuur op de kaart, nota dierenwelzijn en ruiterpadenplan

Raad Oordeelvorming 22 januari 2026, gemeente Pijnacker-NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen3.773 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

zaaknummer

1636190

berichtnummer

1497908

aan

de gemeenteraad

van

het College van B&W

afschrift datum onderwerp

status

15 januari 2026 Beeldvormende vragen naar aanleiding van voorstel intrekking beleidsnota's natuur op de kaart, nota dierenwelzijn en ruiterpadenplan Informatief

Door de fractie van de Partij voor de Dieren zijn beeldvormende vragen gesteld bij agendapunt 4c ‘Intrekking beleidsnota's natuur op de kaart, nota dierenwelzijn en ruiterpadenplan’ van de oordeelsvormende vergadering van 22 januari 2026. Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1. In de Kaderstellende notitie Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen van 10 mei 2022 staat op pagina 6: “Voor onderwerpen zoals natuur, recreatie en dierenwelzijn bestaat in onze gemeente een grote betrokkenheid van diverse doelgroepen. Wij willen dan ook dat deze partijen zich betrokken voelen bij het opstellen van het Omgevingsprogramma. Uiteindelijk bepalen raad en college wat wordt gedaan met de inbreng vanuit de participatie, en de belangenafweging daarbij.” Vraag 1a: Kunt u aangeven hoe de raad invloed heeft kunnen uitoefenen op “wat wordt gedaan met de inbreng vanuit de participatie, en de belangenafweging daarbij” tijdens het proces van het opstellen van het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen? Antwoord Voor de start van het Omgevingsprogramma Groen in en om de kernen (OGP Groen) heeft de raad een kaderstellende notitie vastgesteld. Deze kaderstellende notitie bevat de inhoudelijke en procesmatige kaders die de raad meegeeft aan het college voor het opstellen van het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen.

Hiermee bepaalt de raad onder andere de inhoudelijke doelen, de reikwijdte, de omgang met participatie, en de opzet van dit omgevingsprogramma. Wat gedaan wordt met de inbreng vanuit de participatie, en de belangenafweging daarbij reikt verder dan wat wordt opgenomen in het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen. De uitkomsten van het participatieproces zijn integraal gedeeld met de raad. Het is aan het college om een besluit te nemen over de wat hieruit wordt overgenomen in het omgevingsprogramma. De raad kan de waardevolle uitkomsten uit het participatietraject zelf betrekken bij zijn eigen beleidsafwegingen in bijvoorbeeld het komende raads - en uitvoeringsprogramma en in de programmabegroting. De raad is tijdens het proces betrokken zoals is opgenomen in de kaderstellende notitie. Vraag 1b: Was deze invloed van de raad adviserend of bindend? Antwoord De Omgevingswet heeft bepaald dat het college van B&W het bevoegde bestuursorgaan is om het omgevingsprogramma vast te stellen. De rol van de raad is daarmee in het participatieproces adviserend in relatie tot het omgevingsprogramma. De uitgangspunten in de kaderstellende notitie zijn door de raad vastgesteld en daarmee wel bindend. Ook is de door de raad vastgestelde Omgevingsvisie kader stellend en dus bindend voor het college.

Vraag 1c: Kunt u concrete voorbeelden geven van raadsinvloed op de inhoud van het definitieve Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen?

pagina

1/10

Memo

Antwoord De raad heeft op verschillende momenten invloed uitgeoefend op het Omgevingsprogramma Groen in en om de kernen. Het omgevingsprogramma is de concrete uitwerking van de ambities uit de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050. De Omgevingsvisie is vastgesteld door de raad. Deze visie beschrijft de belangen, doelen en beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Daarmee heeft de raad ook de ambities vastgelegd voor dit omgevingsprogramma. Met het Omgevingsprogramma Groen in en om de kernen werkt het college uit hoe deze ambities moeten worden bereikt. Concreet: 1. Een aantrekkelijk groen landschap 2. Een aantrekkelijke, groene (openbare) ruimte 3. Een beweegvriendelijke groene ruimte 4. Een gezond ecosysteem met een hoge biodiversiteit Deze zijn in de Omgevingsvisie verder uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het gaat dan onder andere over door de raad vastgestelde contouren van het groene buitengebied en de wens om ecologische verbindingen in en om de kernen te realiseren. Verder heeft de raad de inhoudelijke en procesmatige kaders voor het omgevingsprogramma bepaald met de kaderstellende notitie (zie antwoord bij vraag 1a). Vanuit de raad zijn bij de vaststelling van het Ontwerp Omgevingsprogramma enkele raadsvragen gesteld. Dit heeft geleid tot aanpassing van de kaart en toelichting met betrekking tot de groene bufferzone bij Delfgauw.

De raad besluit via de P&C cyclus over de eventuele financiële dekking voor de uitvoering van het omgevingsprogramma. Ook stelt de raad het Omgevingsplan vast, en bepaalt hiermee de juridische doorwerking van het Omgevingsprogramma. Vraag 1d: Hoe houdt de raad ook in de toekomst zeggenschap over de inhoudelijke kaders van de beleidsterreinen die in het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen zijn vastgelegd, nadat de door de raad vastgestelde nota’s zijn ingetrokken? Antwoord De raad gaat over de beleidsdoelen die worden opgenomen in het raads- en uitvoeringsprogramma en vervolgens in de programmabegroting met de daarbij behorende financiële middelen. Over zaken die meer de uitvoering betreffen kan de raad besluiten in de diver se beheerplannen. Daarnaast heeft de raad zeggenschap via de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Over deze vraag gaan we graag verder in gesprek met de raad bij de evaluatie van het instrument omgevingsprogramma. Het voornemen is om dit in de tweede helft van 2026 te organiseren. Dit is in de raad van december door de portefeuillehouder aangekondigd bij de behandeling van de Nota ‘sturing fysieke leefomgeving’. De ervaringen van het Omgevingsprogramma Groen in en om de kernen als pilot bij de implementatie van de Omgevingswet worden hierin meegenomen. Bij de evaluatie worden ook de andere lopende omgevingsprogramma’s betrokken.

De rol van de raad is daarbij een belangrijk element. Vraag 2. In 2020 is de ‘Evaluatienota Dierenwelzijn 2016 Inclusief Uitvoeringsplan 2020-2022 Met verbetervoorstellen’ vastgesteld door de raad. In deze nota staat op pagina 12: “Voorgesteld wordt de geldingsduur van de Nota dierenwelzijn 2016 te verlengen tot en met 2022 en deze dan begin 2023 opnieuw, samen met het Uitvoeringsplan 2020-2022 en de bijbehorende financiële vergoedingen, te evalueren.” In het jaarverslag 2022 staat over dierenwelzijn: “In 2022 is uitvoering gegeven aan het uitvoeringsplan 2020 -2022 met de tien maatregelen die daarin zijn opgenomen. Ook de nota Dierenwelzijn wordt in 2023 opgenomen in het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen (zie onder biodiversiteit). De evaluatie van het beleid vindt plaats binnen dit proces.” In het jaarverslag 2023 staat over dierenwelzijn: “In 2022 is uitvoering gegeven aan het uitvoeringsplan 2020 -2022 met de tien maatregelen die daarin zijn opgenomen. De nota Dierenwelzijn is opgenomen in het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen (zie onder biodiversiteit). In 2023 is het beleid voortgezet vanuit het uitvoeringsplan.” In het jaarverslag 2024 staat over dierenwelzijn:

pagina

2/10

Memo

“In 2024 is uitvoering gegeven aan de uitvoering conform de nota Dierenwelzijn. Deze nota wordt in 2025 opgenomen in het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen (zie onder biodiversiteit).” Vraag 2a: Is de evaluatie van de Nota dierenwelzijn 2016 samen met het Uitvoeringsplan 2020-2022 en de bijbehorende financiële vergoedingen, wel uitgevoerd ergens in de periode 2023-2025? Zo ja wanneer precies? Antwoord Ja, deze evaluatie is gedaan als onderdeel van de analysefase (dataverzameling en waardecreatie). Omdat het Omgevingsprogramma Groen in en om de kernen een bredere en integrale opzet heeft en als primaire doel heeft om kaderstellend beleid te formuleren, zijn niet alle (uitvoeringsgerichte) acties uit het Uitvoeringsplan Dierenwelzijn letterlijk overgenomen, maar is het achterliggende kaderstellende uitgangspunt benoemd. Vraag 2b: Wanneer zijn de uitkomsten van deze evaluatie met de raad gedeeld en besproken? Antwoord De raad is tijdens het proces betrokken zoals is opgenomen in de kaderstellende notitie (zie het antwoord bij vraag 1). In de kaderstellende notitie is niet opgenomen om een afzonderlijk document op te stellen voor de evaluatie van de Nota Dierenwelzijn. Zoals onder 2a benoemd, heeft het omgevingsprogramma een bredere en integrale opzet.

Vraag 2c: Zijn de uitkomsten van deze evaluatie verwerkt in het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen? Zo ja, welke specifieke punten in het onderdeel Dierenwelzijn houden hiermee verband en hoe? Antwoord Ja, dit is verwerkt in hoofdstuk 7 Dierenwelzijn. Daarnaast is een deel verwerkt in hoofdstuk 5 Biodiversiteit. Dat betreft beleid en maatregelen voor het welzijn van in het wild levende dieren . Voorbeelden hiervan zijn de aanleg en beheer van ecologische verbindingszones en leefgebieden, faunapassages. In hoofdstuk 3 is beleid opgenomen voor schuilplekken voor weidedieren. Vraag 3. Volgens de jaarverslagen 2022 t/m 2024 ‘is uitvoering gegeven aan het uitvoeringsplan 20202022 met de tien maatregelen die daarin zijn opgenomen’ (zie ook de citaten bij vraag 2). Deze tien maatregelen waren als volgt: 1. Onderzoek aanbrengen uitklimstrips voor amfibieën 2. Onderzoek tegengaan vissterfte in overleg met HHD 3. Onderzoek ganzenproblematiek in overleg met SBB 4. Vergoeding opvang wilde dieren door de Wildopvang in Delft 5. Vergoeding opvang wilde dieren door Vogelopvang De Wulp in Den Haag 6. Aandacht voor rattenoverlast in Keijzershof 7. Periodiek overleg BOA’s alle domeinen 8. Voorlichting via gemeentelijke website en gemeenteberichten 9. Ambtelijke en bestuurlijke deelname bijeenkomsten dierenwelzijnsorganisaties 10.

Onderzoek deelname verkiezing meest diervriendelijke gemeente van het jaar Op pagina 62 van het definitieve Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen staat echter : “Bij de evaluatie van de Nota Dierenwelzijn is als ambitie opgenomen om actiever op te trekken met de maatschappelijke organisaties en onze betrokkenheid te tonen door (informatie)bijeenkomsten van dierenwelzijnsorganisaties te bezoeken. Er zou actief samengewerkt worden aan voorlichting en campagnes voor bijvoorbeeld het belang van het chippen van katten, bewustwording bij eigenaren over de schade door katten aan de vogelstand en overlast voor natuur door honden. Ook was de ambitie om deelname aan de verkiezing van de meest diervriendelijke gemeente van het jaar te onderzoeken. Door andere prioriteiten zijn deze ambities niet uitgevoerd.”

pagina

3/10

Memo

Vraag 3a: De maatregelen in het uitvoeringsplan worden in het omgevingsprogramma beschreven als ‘ambities’. Kunt u toelichten waarom deze maatregelen nu omschreven worden als ambities? Antwoord In het Uitvoeringsprogramma dierenwelzijn zijn tien uitvoerende maatregelen en acties opgenomen. Het klopt dat beter gesproken kan worden van ‘maatregelen’ in plaats van ‘ambities’. Bij de definitieve vaststelling van het omgevingsprogramma passen wij dit aan via de staat van wijzigingen. Overigens is het omgevingsprogramma een integraal kaderstellend document. Daarom zijn niet alle (uitvoeringsgerichte) acties uit het Uitvoeringsplan Dierenwelzijn letterlijk overgenomen, maar is het achterliggende kaderstellende uitgangspunt benoemd. Vraag 3b: Welke onvoorziene problemen op het gebied van dierenwelzijn hebben ervoor gezorgd dat de capaciteit elders moest worden ingezet en de uitvoering van deze maatregelen door prioritering niet door kon gaan? Antwoord Een aantal activiteiten bij het thema dierenwelzijn raakt andere werkvelden, zoals ecologie en water. Deze activiteiten zijn in de organisatie opgepakt. Helaas was er door verloop minder continuïteit in de bezetting, waardoor de geplande taken niet altijd invulling hebben gekregen zoals in het uitvoeringsprogramma is opgenomen. Inmiddels is in de tweede helft van 2025 de functie van gemeentelijk ecoloog weer ingevuld.

Vraag 3c: Kan het college een overzicht geven van de informatie die met de raad is gedeeld over het niet doorgaan van deze maatregelen in de periode 2022 tot en met 2025? Antwoord Jaarlijks hebben wij bij de begroting en de jaarrekening verslag gedaan van de voortgang van de uitvoering van de geplande werkzaamheden. Vraag 3d: Begrijpen we goed dat maatregelen 8, 9 en 10 uit het uitvoeringsplan helemaal niet meer uitgevoerd gaan worden? Antwoord Nee. In het Omgevingsprogramma Groen in en om de kernen (paragraaf 7.4) is, onder de leidende principes, opgenomen dat we voorlichting voor bewoners verzorgen. Verder is het onderhouden van contacten en deelname aan bijeenkomsten dierenwelzijnsorganisaties onderdeel van het reguliere werk. Wel is er inmiddels geen ambitie meer om onderzoek te doen om aan deelname verkiezing meest diervriendelijke gemeente van het jaar. Vraag 3e: Klopt het dat met het intrekken van de Nota dierenwelzijn de raad formeel instemt met het niet meer hoeven uitvoeren van deze maatregelen 8 t/m 10? Antwoord Dit klopt niet. Het uitvoeringsplan 2020-2022 is sowieso verlopen. Bovendien blijven de maatregelen uit de Nota dierenwelzijn onderdeel van het beleid zoals opgenomen in het omgevingsprogramma, en in de programmabegroting en de beheerplannen. Maatregel 7 luidt ‘Periodiek overleg BOA’s alle domeinen’.

In het uitvoeringsplan staat hierover: ‘Voor een betere kennisdeling, informatie-uitwisseling en het maken van afspraken zullen BOA’s uit de diverse domeinen op uitdrukkelijk verzoek van SBB en uitnodiging van de gemeente in het vervolg periodiek overleggen. In het begin zal daarbij onder andere worden gesproken over overlast voor de natuur door honden; de toename van het aantal hondenuitlaatservices; paardenmest, (vis)stroperij en afvaldump. Zo nodig kunnen bij deze overleggen stakeholders als bijvoorbeeld het Gebruiksplatform Groenzoom en

pagina

4/10

Memo

NMP worden uitgenodigd. De uitkomsten van de overleggen kunnen aanleiding geven tot aanscherping van de regels of het nemen van beheersmaatregelen door de beheerder van het betreffende gebied. Van de overleggen zal verslag worden gedaan in het jaarverslag vergunningverlening toezicht en handhaving (VTH).’ Aangezien alleen een jaarverslag VTH voor 2020 beschikbaar is 1 en daarin alle prioriteit en capaciteit lag bij handhaving vanwege COVID-19: Vraag 3f: Klopt het dat maatregel 7 eveneens niet is uitgevoerd? Zo nee, hoeveel overleggen hebben er plaatsgevonden en bestaat dit periodiek overleg nog? Antwoord Het klopt dat het niet is gelukt om structureel een periodiek overleg BOA’s van alle domeinen tot stand te brengen. Daarbij is een dergelijk overleg geen doel op zich. Waar nodig wordt per gebied overleg gevoerd tussen bijvoorbeeld de handhavers van Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp (Groenzoom) en Staatsbosbeheer (Buytenhout). Verder wordt er bijvoorbeeld samen met Staatsbosbeheer gewerkt aan eenduidige regelgeving voor honden en specifiek voor uitlaatservices in de recreatiegebieden, die in de verschillende gebieden in de regio van toepassing is. Zodat met eenduidige regels handhaving makkelijker wordt. Vraag 3g: Klopt het dat met het intrekken van de Nota dierenwelzijn de raad formeel instemt met het niet meer hoeven uitvoeren van maatregel 7? Antwoord Dit klopt niet.

De maatregelen uit de Nota dierenwelzijn blijven onderdeel van het beleid zoals opgenomen in het omgevingsprogramma, en in de programmabegroting en de beheerplannen. Met het intrekken van de Nota Dierenwelzijn worden de nieuwe leidende principes die zijn opgenomen in het Omgevingsprogramma Groen in en om de kernen het nieuwe beleidskader voor dierenwelzijn. De uitvoerende acties komen niet te vervallen als die invulling geven aan deze principes. Vraag 4. In de ‘EvaluatieNota Dierenwelzijn 2016 Inclusief Uitvoeringsplan 2020-2022 Met verbetervoorstellen’ staat (op p.15) de volgende begroting voor dierenwelzijn opgenomen:

Activiteit Natuur op de Kaart: aanleg, onderhoud, planvorming, communicatie en voorlichting. Natuur- en milieueducatie St. duurzaamheidscentrum de Papaver Delft Vergoeding Stichting Streekdierentehuis ’t Julialaantje Rijswjik

1 In de jaarrekeningen

2020 €65.000,-*

2021 €60.000,-*

2022 €65.000,-*

€49.000,-*

€49.000,-*

€49.000,-*

€12.000,-*

€12.000,-*

€12.000,-*

2021 t/m 2023 heeft de Provincie als toezichthouder meermaals gewezen op het ontbreken van deze jaarverslagen VTH. Uiteindelijk is overeengekomen dat ze niet meer gemaakt hoefden te worden.

pagina

5/10

Memo

Vergoeding Dierenambulance Den Haag e.o. Basisvergoeding KAD Ongediertebestrijding Vergoeding Wildopvang Delft

Vergoeding Vogelopvang De Wulp Den Haag Totaal

€12.000,-* begroot (werkelijke bedrag afhankelijk van het aantal uitgevoerde ritten) €5.000,-* €2.000,-* €7.500,- t.l.v. stelpost Uitvoeringsagenda, te verwerken in najaarsnota 2020 €2.500,- t.l.v. stelpost Uitvoeringsagenda, te verwerken in najaarsnota 2020 €155.000,-

€12.000,-* begroot (werkelijke bedrag afhankelijk van het aantal uitgevoerde ritten) €5.000,-* €2.000,-* €7.500,- t.l.v. stelpost Uitvoeringsagenda, af te wegen bij de begroting 2021 €2.500,- t.l.v. stelpost Uitvoeringsagenda, af te wegen bij de begroting 2021 €150.000,-

€12.000,-* begroot (werkelijke bedrag afhankelijk van het aantal uitgevoerde ritten) €5.000,-* €2.000,-* €7.500,- t.l.v. stelpost Uitvoeringsagenda, af te wegen bij de begroting 2021 €2.500,- t.l.v. stelpost Uitvoeringsagenda, af te wegen bij de begroting 2021 €155.000,-

*Bedragen zijn reeds opgenomen in bestaande budgetten. Om een goed inzicht te krijgen in de werkelijke uitgaven voor dierenwelzijn in de periode 2020 t/m 2025 vragen wij: Vraag 4a: Kunt u een soortgelijke tabel met de gerealiseerde bedragen per post per jaar verstrekken? Antwoord Bij het opstellen van de Nota Dierenwelzijn is een aantal activiteiten apart in beeld gebracht. D e deelbudgetten van deze activiteiten zijn in de begroting verwerkt als onderdeel van budgetten waarin meerdere activiteiten zijn opgenomen. Op basis van de feitelijk facturenstroom hebben we de werkelijke cijfers voor 2025 geanalyseerd. Geredeneerd vanuit de tabel uit de Nota kan het volgende worden gemeld: •

• • •

•

De kosten voor natuur op de kaart zijn in de begroting integraal onderdeel van beleid en budget “onderhoud openbaar groen”. De uitgaven voor natuur op de kaart in 2025 kunnen niet apart worden berekend. In 2025 was in de subsidielijst voor de Papaver in Delft een bedrag van € 71.000 opgenomen. Dit betreft met name natuur- en milieueducatie via afspraken uit de Lokaal Educatieve Agenda. De uitgaven voor de Dierenambulance waren in 2025 ruim € 32.000. De uitgaven voor opvang van dieren waren in 2025 ruim € 21.000, verdeeld over Streekdierentehuis ’t Julialaantje (€ 15.000), Vogelopvang De Wulp € 4.000) en Dierenbescherming opvang knaagdieren (€ 1.800). De uitgaven voor advisering KAD en bestrijding ongedierte bedroegen in 2025 ruim € 8.200.

Vraag 4b: Kunt u de tabel van vraag 4a aanvullen met de ingevulde kolommen voor 2023, 2024 en 2025 (en indien van toepassing relevante nieuwe rijen)? Antwoord De activiteiten uit de nota Dierenwelzijn zijn in de begroting verwerkt als onderdeel van budgetten waarin meerdere activiteiten zijn opgenomen. Om nauwkeurig beeld te geven, is voor 2025 op basis van de feitelijke facturenstroom een analyse gemaakt. Deze is hierboven opgenomen bij vraag 4a. Om een goed inzicht te krijgen in hoe de nu geplande omvang van de activiteiten op het gebied van dierenwelzijn zich verhouden tot de afgelopen 5 jaar vragen wij:

pagina

6/10

Memo

Vraag 4c: Wat zijn de begrote totaalbedragen voor dierenwelzijn in 2026, 2027, 2028 en 2029? Antwoord Omdat de activiteiten en deelbudgetten voor dierenwelzijn integraal onderdeel uitmaken van beleid en daarmee gepaard gaande budgetten kan een dergelijk overzicht op “contractniveau” niet worden gemaakt. Vraag 5. In februari 2025 is de raad tijdens een openbare bijeenkomst geïnformeerd over de stand van zaken rondom het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen. Op dat moment werd de volgende inhoud gepresenteerd voor het onderdeel Dierenwelzijn. Deze inhoud is mede in participatie vastgesteld tijdens een eerdere themabijeenkomst met ketenpartners [bron: Participatiever slag Omgevingsprogramma Groen in en om de kernen 2023-2025, 3 juni 2025, pagina’s 13 t/m 15 en 28 t/m 33):

pagina

7/10

Memo

Wij constateren dat de volgende onderdelen uit bovenstaande presentatie gedeeltelijk of geheel niet zijn opgenomen in het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen: • Waarderen: “We dragen bij aan de kosten voor noodopvang voor wilde dieren die in de openbare ruimte worden aangetroffen via Dierenambulance en De Wulp (bovenwettelijk)”

pagina

8/10

Memo

• •

Verbeteren: “Sluiten overeenkomst voor hazen, wilde konijnen, en egels” Uitbreiden: “Ambtelijke capaciteit voor Dierenwelzijn op orde brengen en opzetten communicatieplan voor bevorderen aandacht voor welzijn van huisdieren ”

Vraag 5a: Wanneer en door wie is in de periode tussen 11 februari 2025 en 10 juni 2025 besloten om bovenstaande punten toch niet op te nemen in het ontwerp Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen van 10 juni 2025? Antwoord De hierboven genoemde punten zijn bovenwettelijk taken. Er is binnen de begroting voor het uitvoeren van de ambities voor bovenwettelijke taken voor de komende jaren niet voldoende budget. Daarom is, mede gelet op de toekomstige financiële situatie, bij het vaststellen van het ontwerp Omgevingsprogramma Groen in en om de kernen gekozen voor een sobere ambitie voor de uitvoering van bovenwettelijke taken. Vraag 5b: Wat is de onderbouwing om deze punten toch niet op te nemen in het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen? Antwoord Zie de beantwoording bij vraag 5a. Vraag 5c: Wanneer en hoe is die onderbouwing gedeeld met de raad en de participerende ketenpartners? Antwoord De participerende ketenpartners hebben het in juni vastgestelde Ontwerp Omgevingsprogramma Groen in en om de kernen voor zienswijze ontvangen. Op 9 juli 2025 is een inloopavond georganiseerd over dit ontwerp. Er zijn van deze partijen geen zienswijzen ontvangen. De raad is in juni via de actieve informatieplicht geïnformeerd. Vraag 5d: Bij de kadernota 2026 (in juli 2025) is door de raad besloten om de bijdrage aan De Wulp t/m 2029 te verlengen.

Waarom is dit niet in het definitieve Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen van 11 december 2025 vermeld (contracten met andere dierenopvangen zijn immers wel vermeld, dus waarom deze niet)? Antwoord Het omgevingsprogramma legt de kaders en doelen vast voor een langere termijn en beoogt niet een volledig overzicht te geven van alle lopende acties en overeenkomsten. Uiteindelijk wordt door de raad ieder jaar het budget via de programmabegroting gekoppeld aan doelen. Zo ook met het budget voor de opvang van wilde dieren. Vraag 6. In de Kaderstellende notitie Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen van 10 mei 2022 staat op pagina 3: “Het omgevingsprogramma werkt de doelen en ambities van de Omgevingsvisie voor natuur en landschap, recreatie, en dierenwelzijn uit.” In onze huidige Omgevingsvisie komt het woord ‘dierenwelzijn’ echter helemaal niet voor. Vraag 6a: Is het toegestaan om in een Omgevingsvisie doelen en ambities voor dierenwelzijn op te nemen? Antwoord Ja, dat is toegestaan als het gaat om zaken die de fysieke leefomgeving raken. Vraag 6b: Zo ja, zijn er voorbeelden van gemeentes die dat al gedaan hebben?

pagina

9/10

Memo

Antwoord Die zijn ons niet bekend. Vraag 6c: Wat is volgens het college het meest geschikte document waarin de raad doelen en ambities voor dierenwelzijn kan vastleggen en waarom? Antwoord De doelen en ambities voor dierenwelzijn zijn vastgelegd in het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen, en betreft de langere termijn. Dit geeft de raad ruimte om hieraan op een concreter niveau zelf verdere inkleuring te geven. De raad kan dit in verschillende documenten doen. Een logische opzet kan zijn: 1. De raad legt doelen met betrekking tot dierenwelzijn aan het begin van de raadsperiode vast in een raadsakkoord, dat door het college verder wordt uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma; 2. De raad stelt jaarlijks de doelen en bijbehorende middelen vast in de programmabegroting; 3. De raad / het college legt uit te voeren maatregelen vast in de diverse beheerplannen en het Omgevingsplan. 4. Eventueel kan de raad doelen meenemen in een actualisatie van de Omgevingsvisie. Vraag 7. De Kaderstellende notitie Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen was de eerste van zijn soort. Deze notitie beschrijft een proces.

Met de kennis van nu: Zou het niet beter zijn geweest als deze notitie ook inhoudelijke kaders had bevat, zodat de raad die had kunnen vaststellen? Zo nee, waarom niet? Antwoord Dit is een politieke en zeer relevante vraag waarover het college graag in gesprek gaat met de raad. Het college heeft dan ook het voornemen om nog dit jaar een evaluatiebijeenkomst te organiseren (zie de beantwoording bij vraag 1).

pagina

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16488812/1