Beantwoording beeldvormende vragen PvD, PPN en Trots - Voorontwerp verzamelplan 2023-2024
Tekst van het document
Memo
zaaknummer
1434015
berichtnummer
1281660
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
7 juni 2023 Beantwoording beeldvormende raadsvragen PvdD, PPN en Trots over voorontwerp bestemmingsplan Verzamelplan 2023-2024 Informatief
Door de fracties PvdD, PPN en Trots zijn er beeldvormende vragen gesteld over het voorontwerp bestemmingsplan verzamelplan 2023-2024. Hieronder treft u de beantwoording van de vragen aan. Beeldvormende vraag Partij voor de Dieren Vraag 1 Kunt u aangeven waar de nieuwe loods op de 'Overgauwseweg 50, Pijnacker' precies gaat komen? Indien dit op het stuk grond met de bomen is, hoeveel bomen moeten hiervoor gekapt worden? Antwoord Het voornemen is om de loods te realiseren ten hoogte van het rode vlak in het onderstaande overzicht. Het plan behelst het behoud van de aanwezige bomen. Er zal geen sprake zijn van bomenkap.
pagina
1/6
Memo
Beeldvormende vragen Progressief Pijnacker-Nootdorp Vraag 1 Voor project B, Zwolse Anjer 65, Nootdorp: Hoe lang is dit stuk grond al in gebruik als tuin? Is de gemeente eigenaar van de grond? Of is dit door verjaring al in bezit van de eigenaar van de aangrenzende woning? Antwoord Het stuk grond is in 1998 als snippergroen verkocht door de gemeente aan de eigenaar. Er is dus geen sprake van verjaring. Voortvloeiend uit de koopovereenkomst is aangegeven dat het stuk snippergroen de bestemming Tuin zou krijgen. Er is ambtelijk opgemerkt dat dit nog niet eerder is gedaan en dit wordt nu gecorrigeerd met het verzamelplan 2023-2024. Vraag 2 Voor project C, Overgauwseweg 50, Overgauwseweg 75 en Klapwijkseweg 41, Pijnacker: Het verzamelplan biedt particulieren/bedrijven de mogelijkheid te bouwen wat voorheen niet in het bestemmingsplan is voorzien. We verwachten dan dat de initiatiefnemer een duidelijk plan heeft voorgelegd aan de gemeente en aangeeft wat hij/zij wil. Bij de Overgauwseweg 50 en 75 en Klapwijkseweg 41 is dit niet aangeven. Waar komt de loods te staan in het eerste geval en worden er een of twee woningen gebouwd in de laatste twee gevallen? Waarom is dit niet verduidelijkt in het verzamelplan? Antwoord Een bestemmingsplan geeft kaders aan waarbinnen ontwikkelingen gerealiseerd kunnen worden.
Voor de locatie aan de Overgauwseweg 50 is bij het antwoord op de beeldvormende vraag van de Partij voor de Dieren aangegeven waar de loods om en nabij zal worden gerealiseerd. Voor de locaties aan de Klapwijkseweg 41 en Overgauwseweg 75 is de exacte locatie en omvang nog niet uitgewerkt maar zijn de kaders uitgewerkt en opgenomen in het bestemmingsplan. Vraag 3 Voor project I, Katwijkerlaan 37, Pijnacker: wat is het effect van verhoging van de goot- en nokhoogte van de te plaatsen stalling in het kader van de lintenvisie. Heeft de verhoging effect op de doorkijk/zichtlijn richting Balijade? Antwoord Het plan is getoetst aan de lintenvisie en voldoet aan de gestelde criteria. Het verloop van het terrein van de bebouwing verdwijnt achter liggende bebouwing van de Katwijkerlaan. Hierdoor blijven de zichtlijnen naar de Balijade gewaarborgd. Graag wordt verwezen naar de onderstaande afbeelding ter verduidelijking.
pagina
2/6
Memo
pagina
3/6
Memo
Beeldvormende vragen Trots Vraag 1 Gaan wij dit bestemmingsplan definitief kunnen vaststellen voordat de Omgevingswet in werking gaat op 1 januari 2024? Zo nee, wat zijn de eventuele gevolgen? Antwoord Ja. Of een bestemmingsplan onder de huidige Wet ruimtelijke ordening valt, wordt bepaald door het moment van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. De terinzagelegging van het voorliggende bestemmingsplan zal vóór 1 januari 2024 plaatsvinden en wordt daarom niet als omgevingsplan onder de nieuwe Omgevingswet vastgesteld. Vraag 2 Met betrekking tot Overgauwseweg 75. Het perceel heeft in 2016-2017 al meegedaan aan een verzamelplan en de bestemming was opnieuw vastgesteld in Tuindershof 2019. Het verzoek van nu is om het bouwvlak aan te passen als één bouwvolume vrijstaande woning of twee-onder-een-kap. Wordt er met een twee-onder-een-kap niet getoornd aan het principe dat er in het buitengebied geen woningen bij mogen komen? Is het niet overzichtelijker wanneer initiatiefnemer specifieker aangeeft of deze een vrijstaande woning of twee-onder-een-kap wilt bouwen? Antwoord De Overgauwseweg 75 was inderdaad onderdeel van het Verzamelplan 2016-2017. Bij het Verzamelplan 2016-2017 zijn de agrarische bestemmingen van deze locatie omzet naar de bestemmingen Wonen en Tuin.
Met de opstelling van het bestemmingsplan Tuindershof in 2019 zijn de bestemmingen in dat bestemmingsplan overgenomen. Het vigerende bestemmingsplan maakt de plannen van de initiatiefnemer niet mogelijk. In het nieuwe plan zijn beide varianten stedenbouwkundig aanvaardbaar geacht. Het is niet ongebruikelijk een dergelijke mate van flexibiliteit op te nemen in de regels van een bestemmingsplan wanneer er nog geen exact bouwplan bekend is. Opgemerkt moet worden dat deze locatie valt binnen het stedelijk gebied. Vraag 3 Met betrekking tot Overgauwseweg 50. Aangezien er geen goot- en bouwhoogte in de verbeelding staat. Wat wordt de maximale goot- en bouwhoogte? En kan dit worden opgenomen in de verbeelding? Antwoord De maximale bouw- en goothoogte is overgenomen van het vigerende bestemmingsplan. Hier zal geen wijziging op worden aangebracht. De maximale bouw- en goothoogte bedraagt 8 meter en 9 meter. Vraag 4 Met betrekking tot Kortelandsedreef 9. Klopt het dat er een seniorenwoning in de tuin wordt bijgebouwd? En betreft dit een permanent of tijdelijk karakter zoals bij een mantelzorgwoning? Antwoord Er is een aanvraag binnengekomen om een seniorenwoning te realiseren op het perceel dat nu de bestemming Wonen en Tuin heeft. Dit betreft een woning voor permanente bewoning. Er is dus geen sprake van een tijdelijk karakter.
pagina
4/6
Memo
Vraag 5 Is er voor Klapwijkseweg 41 (Wonen-2) een volume beperking? En waarom wordt er in de toelichting (figuur 8) verwezen naar de lintenvisie? Dit lijkt ons geen buitengebied. Antwoord Er is stedenbouwkundig gekeken naar de inpassing op het perceel. Er is, gezien de omliggende percelen, voor gekozen om een bouwvlak en maximale goot-en bouwhoogte op te nemen. Een maximale inhoudsmaat achten wij op deze locatie niet noodzakelijk. De lintenvisie is ook van toepassing op binnenstedelijk gebied. Om die reden is ervoor gekozen om in figuur 8 te verwijzen naar de lintenvisie. Vraag 6 Kan artikel 1.47 tuincentrum niet beter onder artikel 7 Detailhandel – Tuincentrum vallen? Antwoord De eigenaar van het tuincentrum heeft de gemeente verzocht de definitie van tuincentrum concreter te omschrijven in het bestemmingsplan. Hiertoe heeft hij een voorstel gedaan. Dat voorstel hebben wij beoordeeld en we zijn tot de conclusie gekomen dat deze omschrijving goed past bij het tuincentrum op deze locatie. Elders is de afgelopen jaren discussie ontstaan over het assortiment dat een tuincentrum mag voeren. Met deze aanpassing wordt die mogelijke onduidelijkheid weggenomen. Vraag 7 Moet er voor artikel 1.47 tuincentrum nog worden gespecificeerd om wat voor workshops het kan gaan? Antwoord Dank voor deze vraag.
Wij zullen in overleg treden met de verzoeker om nader te bepalen welke vorm van workshops worden gegeven. De uitkomst daarvan zullen wij opnemen in het ontwerpbestemmingsplan. Vraag 8 Een hondentrimsalon wordt genoemd als nevenassortiment onder artikel 1.47 tuincentrum. Waarom valt dit onder artikel 1.47 tuincentrum? En is dit niet in strijd met de bepaling nevenassortiment in de CAO Retail Non-Food waar een tuincentrum onder valt?
Bron: CAO Retail Non-Food Link: https://www.fnv.nl/getmedia/d5d6fe1c-9382-4a9f-9d77-709752ec5dd8/547-retail-nonfood-cao-01-01-2023-tm-31-12-2023-v17012023.pdf?ext=.pdf&dtime=20230213101416 \ Antwoord Een hondentrimsalon is mogelijk in het huidige bestemmingsplan. Er is geen reden om dit in te perken.
pagina
5/6
Memo
In een bestemmingsplan wordt afgewogen of een bepaald gebruik toelaatbaar is. Onder welke CAO een werknemer valt, wordt niet bepaald door de feitelijke werkzaamheden, maar door de bedrijfstak waarin hij/zij werkzaam is. Zo valt bijvoorbeeld een schoonmaker die in dienst is van een drukkerij onder de grafische CAO en niet onder de schoonmaak-CAO. Dat is voor het beoordelen van de ruimtelijke toelaatbaarheid niet relevant.
Vraag 9 Is het verstandig om een maximum te benoemen voor het nevenassortiment onder artikel 1.47 tuincentrum? Wellicht in de vorm van een percentage ten opzichte van het totaal assortiment? Of is er al een maximum aan een nevenassortiment? Antwoord De eigenaar van het tuincentrum heeft een verzoek ingediend om de gebruiksmogelijkheden in het bestemmingsplan uniform te maken met de omliggende filialen van Intratuin. Hier wordt door middel van de aanpassing uitvoering aan gegeven.
pagina
6/6