Beantwoording beeldvormende vragen PPN, Trots en D66 - Startnotitie asielopvang
Tekst van het document
Memo
zaaknummer
1436131
berichtnummer
aan
raad
van
college
afschrift datum onderwerp status
15 juni 2023 Beantwoording beeldvormende vragen over Startnotitie Asielopvang Informatief
Door PPN, Trots en D66 zijn beeldvormende vragen gesteld over de Startnotitie Opvang Asielzoekers. Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1 PPN Het college verwacht wanneer er een locatie gevonden is deze op z'n vroegst de eerste helft van 2025 geopend kan worden. Is het denkbaar dat er in de tussentijd tot de opening al een beroep gedaan wordt op de gemeente dat dit proces doorkruist? Heeft het al dan niet kiezen voor een vrijwillige aanmelding daar invloed op? Antwoord In theorie is het denkbaar dat beroep wordt gedaan op (extra) crisisnoodopvang of noodopvang voor asielzoekers. Dit doorkruist op zich niet dit proces. Het al dan niet kiezen voor vrijwillige aanmelding lijkt vooralsnog niet van invloed te zijn voor een eventueel tussentijds beroep op een gemeente. De vrijwillige aanmelding is een optie die opgenomen is in de Spreidingswet (zie ook het antwoord op 9 van Trots). Vraag 2 PPN Is het denkbaar dat er niet op één grote lokatie, maar op twee of drie lokaties asielopvang gecreëerd wordt in onze gemeente? Antwoord Dit is denkbaar, maar het college stelt dit niet voor. Het COA kan dan minder ondersteuning bieden en het is minder doelmatig.
Vraag 3 PPN Mocht het niet lukken om bv een geschikte locatie te vinden voor de asielopvang en er dus geen asielopvang komt, wat betekent dat dan voor de realisatie van de flexwoningen? Antwoord We gaan ervanuit dat er een geschikte locatie gevonden gaat worden voor de asielopvang én de flexwoningen. Het zijn twee ambities die we gezamenlijk willen oppakken, maar ook los van elkaar gerealiseerd kunnen worden. Vraag 4 PPN Het parallel realiseren van flexwoningen, betekent dit dat deze tegelijkertijd met de asielopvang worden gerealiseerd?
pagina
1/7
Memo
Antwoord Dit heeft de voorkeur van het college. Vraag 5 PPN Het streven is dat het uitvoeringsplan in het vierde kwartaal van dit jaar wordt vastgesteld. Wordt dan ook een keuze gemaakt voor een lokatie? Antwoord Ja. Vraag 6 PPN Recent en ook eerder afgelopen jaren is in het nieuws gekomen dat de situatie op COA locaties voor met name jongeren verre van optimaal is. In hoeverre hebben wij als gemeente invloed op de situatie van de asielzoekers in de opvanglocatie? Antwoord Hier proberen we invloed op uit te oefenen door te kiezen voor duurzame opvang met integratie en participatie van asielzoekers en door het maken van afspraken met het COA. De situatie is het minst optimaal in crisisnoodopvang en noodopvang. Vraag 7 PPN In de samenwerking met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers zo veel mogelijk de regie te nemen. Dit is verder uitgewerkt in het plan. Het COA heeft een beperkt opvang- en begeleidingsprogramma, zeker bij kleinere locaties en het college wil ook hier meer regie. Waar denkt het college concreet aan? Antwoord Het college denkt concreet aan dagbesteding, vrijwilligerswerk door asielzoekers, ondersteuning bij het vinden van betaald werk, het wegwijs maken in de Nederlandse samenleving en onderwijs op reguliere onderwijslocaties in plaats van op de asielopvang. We willen hierin samenwerken met onze lokale maatschappelijke partners.
Vraag 1 Trots Kunt u uitleggen waarom u dit beslispunt (verantwoordelijkheid te willen nemen voor het realiseren van duurzame opvang voor minstens 150 asielzoekers) door de raad wilt laten nemen, terwijl u nog wilt onderzoeken of opvang wel mogelijk is. Antwoord We vragen de raad om- samen met het college- deze verantwoordelijkheid uit te spreken en binnen de gestelde kaders opdracht te geven om tot een locatiekeuze en uitvoeringsplan te komen. Vraag 1a en 1b Trots Beslispunt 1. In de startnotitie wordt gesproken over asielopvang. Hebben we te maken met opvang van Oekraniërs, statushouders en/of asielzoekers? En op welke groep richt de gemeente zich? Antwoord Het gaat om asielzoekers, die in principe getoetst zijn door de IND. Veilige landers worden door het COA zoveel mogelijk versoberd en separaat opgevangen. Het gaat in de reguliere asielopvang in onze gemeente vooral om alleenstaande mannen en gezinnen met kinderen. Omdat statushouders niet altijd kunnen doorstromen naar een reguliere woning, kunnen in de asielopvang ook statushouders verblijven.
pagina
2/7
Memo
Vraag 2 Trots Beslispunt 2b. De asielopvang komt niet op locaties waar, voor de duur van de asielopvang, woningbouw is gepland. Komt dit dan wel op plaatsen waar reeds woningbouw gereed is of natuur-, land-, tuinbouwgebieden? Antwoord We sluiten op voorhand geen enkele andere locatie uit. Vraag 3 Trots Beslispunt 2c. Komen flexwoningen en asielopvang bij elkaar? Antwoord Als dat qua locatie lukt wel. Vraag 4 Trots Beslispunt 2c. Wat wordt verstaan onder bijzondere doelgroepen? Antwoord Spoedzoekers (mensen die onverwacht en met spoed op zoek zijn door een woning, bijvoorbeeld mensen die scheiden), kwetsbare inwoners (die begeleiding nodig hebben) en statushouders. Vraag 5 Trots Beslispunt 2d. Wat als na 10 jaar de opvang nog vol zit en er geen oplossing vanuit het Rijk komt deze mensen elders onder te brengen? Antwoord We gaan uit van een periode van maximaal 10 jaar, mede in verband met het ruimtelijk beslag van een dergelijke voorziening. De situatie over 10 jaar is echter nog niet te voorzien. We kunnen daarom niet helemaal uitsluiten dat het niet langer nodig is. Mede daarom is in de Startnotitie opgenomen dat de opvang in principe voor maximaal 10 jaar is. Vraag 5a Trots Beslispunt 2d. In de Nota wordt “in principe 10 jaar genoemd” (in de beslispunten maximaal 10 jaar). Wat is het nu? Maximaal 10 jaar of in principe maximaal 10 jaar. Antwoord In principe maximaal 10 jaar.
Vraag 6 Trots Beslispunt 2e en 2f. 2e: Op één locatie worden minimaal 150 en maximaal 300 plekken gerealiseerd. Beslispunt f: Bij voorkeur een gecombineerde locatie met flexwoningen te realiseren. Hoe verhoudt f zich tot e? Antwoord Op één locatie komen minimaal 150 en maximaal 300 plekken voor asielopvang. Op dezelfde locatie komen bij voorkeur ook flexwoningen. Vraag 7 Trots Beslispunt 2g. In te zetten op integratie en participatie van asielzoekers. De praktijk van de afgelopen decennia laat zien dat dit slecht of slechts ten dele succesvol is. Wat gaat u doen wanneer dit, ondanks kosten en inspanningen, toch niet lukt?
pagina
3/7
Memo
Antwoord We verwachten de kans te vergroten door vroeg te beginnen met integratie en participatie. In december 2015 adviseerden het SCP, de WODC en de WRR zo vroeg mogelijk te starten met integratie en participatie, om achterstand te voorkomen.1 Uit later onderzoek2 blijkt een positieve relatie tussen het ondernemen van activiteiten in de opvang (vrijwilligerswerk, taalles) en de verbetering van de Nederlandse taalbeheersing en de arbeidsmarktparticipatie. We zullen volgen in hoeverre dit lukt en zo nodig ons beleid bijstellen. Vraag 8 Trots Beslispunt 2h (zoveel mogelijk regie). U stel onder dit punt “Zoveel mogelijk”. Waar liggen dan precies de grenzen? Antwoord Die zijn op voorhand niet exact aan te geven en komen in overleg en onderhandeling met het COA tot stand. De bovengrens is dat we niet opteren voor eigen beheer van de locatie. Vraag 9 Trots Beslispunt 2i: niet te kiezen voor vrijwillige aanmelding bij het Rijk. Maar bij wie dan wel? Antwoord Bij de regionale regietafel Haaglanden. De Spreidingswet gaat uit van een 2 jarige cyclus. Daarin kunnen door een gemeente op twee manieren asielplekken worden ingebracht: aan het begin van de cyclus via een vrijwillige aanmelding of daarna via de regionale regietafel. De vrijwillig aangeboden asielplekken gaan af van de landelijke opgave.
Op basis van alle vrijwillige aanmeldingen wordt vervolgens een definitieve opgave per provincie en een definitieve indicatieve opgave per gemeente gemaakt. Hierover maken provincie en gemeenten afspraken. Dat wordt opgenomen in een rapportage van de Commissaris van de Koning aan de minister. De minister maakt op basis hiervan een verdeelbesluit. Vraag 10 Trots Hoe verhoudt zich dit punt (niet kiezen voor vrijwillige aanmelding) in relatie met het onder 1 genoemde wens om de verantwoordelijkheid te willen nemen? Antwoord Goed. Wij willen onze verantwoordelijkheid in de landelijke opgave nemen. Bij vrijwillige aanmelding kan het zijn dat er later nog een extra opgave komt, bij het verdeelbesluit van de minister. Vraag 11 Trots Wat gaat u doen met een uitvoeringsplan? Gaat dat dan in de kast, want u geeft aan geen vrijwillige aanmelding bij het Rijk te doen. Antwoord In het uitvoeringsplan komt te staan waar we de asielopvang gaan realiseren en hoeveel plekken. Dit vormt de basis voor de daadwerkelijke realisatie van de asielopvang. Het gaat dus niet in de kast. Vraag 12 Trots In april hebben wij vragen gesteld m.b.t. de extra vrijwillige opvang van vluchtelingen. Eén van de vragen betrof wat het te verwachten aantal nareizigers is van statushouders. Uit het antwoord blijkt dat elke statushouder gemiddeld 3,6 nareizigers laat komen.
Als wij kijken naar het getal van 281 asielzoekers, zoals de provincie ons dat heeft toebedeeld, kunnen wij dan vanuit deze groep bij
1 2
pagina
Geen tijd te verliezen. SCP. In uitvoering, september 2021.
4/7
Memo
omzetting van asielzoeker naar statushouder in totaal iets meer dan 1000 statushouder verwachten? En is dat dan voor elk jaar na 2025? Antwoord Asielopvang is iets anders dan de huisvesting van statushouders. De indicatieve opgave voor onze gemeente is 281 asielzoekers. Het verwarrende is dat in de asielopvang ook statushouders kunnen verblijven, waarvoor nog geen reguliere huisvesting beschikbaar is. Voor het aantal statushouders wat wij moeten huisvesten krijgen we twee keer per jaar een opgave vanuit het rijk. Nareizigers tellen mee in de huisvestingsopgave voor statushouders. Vraag 13 Trots In de notitie wordt gesproken over maximaal 10 jaar. Wat gaat er gebeuren als blijkt dat er na 10 jaar geen zicht is op terugkeer of andere oplossingen? Antwoord Zie het antwoord op vraag 5. Vraag 14 Trots In hoeverre legt de komst van de statushouders druk op onze onderwijs- en zorgvoorzieningen en vrijwilligersorganisaties? Antwoord De komst van asielzoekers is een extra opgave voor onder andere ons onderwijs, basisvoorzieningen, vrijwilligers en kernteams. De huisartsenzorg wordt in principe geregeld door het COA. Dit is ook de reden dat we in het kader van het uitvoeringsplan een maatschappelijke verkenning doen om te bepalen hoeveel asielzoekers we kunnen opvangen.
Vraag 15 Trots Is een financiële dekking op lange termijn contactueel met het COA vastgelegd? Als het COA op termijn niet meer gaat betalen, wie gaat alle kosten die de komst met zich meebrengt betalen? Antwoord Na besluitvorming door de raad zullen we nader overleg met het COA voeren. Dit moet leiden tot een bestuursovereenkomst, waaronder financiële afspraken. Voor de kosten van asielopvang zijn er financiële regelingen. Deze zijn vastgelegd in het Faciliteitenbesluit opvangcentra. Er is geen sprake van dat het COA asielopvang niet meer gaat betalen. Vraag 16 Trots Hoeveel extra VTE komen er bij het gemeentelijk apparaat, onderwijs, zorg, politie en handhaving bij? Antwoord U bedoelt waarschijnlijk FTE. Dat is nog niet te zeggen en zal ook nog geen onderdeel zijn van het uitvoeringsplan. Dit wordt uitgewerkt nadat het uitvoeringsplan is vastgesteld. Vraag 17 Trots In een brief van de VNG staat het volgende: Voor komend jaar staat Nederland echter een gigantische uitdaging te wachten, die valt of staat met de juiste ondersteuning vanuit het rijk – beleidsmatig, organisatorisch, financieel en qua menskracht. Het gaat dan niet alleen om het organiseren van opvang, maar ook om voldoende slagkracht op het gebied van wonen, zorg, onderwijs, inburgering en veiligheid. We constateren dat het rijk tot op heden onvoldoende structurele oplossingen biedt.
pagina
5/7
Memo
Hier uit blijkt dat het kabinet niet in staat is om de instroom binnen perken te houden en hun probleem naar de provincies en gemeentes duwt. Waarom deze startnotitie? Is dat om te onderzoeken en daarmee aan te tonen dat wij niet de mensen, middelen en beschikbare terreinen bezitten om het Rijk hiermee te helpen, of gaat u toch realiseren dat er opvang komt, ondanks mogelijk verzet van de plaatselijke bevolking? Antwoord Wij willen onze verantwoordelijkheid nemen om te voorzien in het grote tekort aan opvangplekken dat er voor asielzoekers is. Tijdens het VNG congres op 13 en 14 juni is de resolutie ‘Uit de opvangcrisis komen en blijven’, waarin de VNG een beroep doet op het Kabinet om haar verantwoordelijkheid te nemen en een doortastender optreden van het rijk eist. Vraag 1 D66 De tekst van de laatste bullet (p.3, paragraaf 2.2.) kan op meerdere manieren geïnterpreteerd worden. Mag er met een kruimelregeling gebruik gemaakt worden van andermans grond zonder toestemming? Antwoord Nee, dat mag niet. Vraag 2 D66 Hoe realistisch is de mogelijkheid dat er minder opvangplekken nodig zijn en dat er dan van flexwonen gebruik kan worden gemaakt in plaats van asielopvang. Pagina 4. En wat als daarna de nood weer stijgt, hoe maken we die plekken dan weer beschikbaar? Antwoord De instroom aan asielzoekers laat zich lastig plannen.
We kunnen daarom niet inschatten wat over een paar jaar realistisch is. Vooralsnog gaan de prognoses er van uit dat de asielinstroom de komende jaren groot blijft. Als de nood weer stijgt kunnen geleidelijk aan meer asielplekken worden georganiseerd, omdat in flexwoningen (een deel van de) mensen tijdelijk wonen. Daarnaast kan, als de locatie het toelaat, tijdelijk extra worden bijgebouwd. Vraag 3 D66 Wat is precies de bedoeling met het Hofland? Het lijkt alsof de tijdelijke huisvesting in de plaats komt van het Hofland. Welke termijn moet deze vervangen worden? Antwoord De gesprekken over de toekomst van het Hofland lopen nog. Vraag 4 D66 Paragraaf 2.5: We krijgen kosten voor onderwijs en jeugdhulp vergoed: wordt dat 100% vergoed, of zitten daar grenzen aan? Antwoord Voor het vergoeden van de kosten van jeugdhulp en onderwijs zijn er diverse regelingen. In principe zijn er normbedragen. Hier zitten dus grenzen aan. Vraag 5 D66 Pagina 8: Heeft de provincie niet meer rollen dan uitsluitend op het gebied van ruimtelijke ordening? (Rol ten aanzien van huisvesting) Antwoord Ja. De provincie zit het regionaal overleg voor over de opgave voor asielopvang en wil gemeenten ook ondersteunen bij het vinden van opvangplekken voor asielzoekers en flexwoningen. De provincie heeft
pagina
6/7
Memo
een aanjaagteam huisvesting spoedzoekers voor tijdelijke huisvesting en houdt toezicht op de huisvesting van vergunninghouders. Vraag 6 D66 Gaat het maximum aantal van 300 over opvangplekken voor asielzoekers of over wooneenheden? (statushouders of ook over flexwoonplekken). Antwoord Het maximum gaat over het aantal opvangplekken voor asielzoekers. Vraag 7 D66 Is er bekend hoe omliggende gemeenten omgaan met de opgave om asielzoekers op te vangen. Antwoord Ja. Er is intensief overleg via de regionale regietafel Haaglanden. Voor Haaglanden is de opgave nu ruim 5.600 plekken. In de regio zijn er momenteel 2.435 opvangplekken in Delft (200, wordt uitgebreid tot 300, verlengd met maximaal 5 jaar), Den Haag, Wassenaar (verlengd tot voorjaar 2024) en Zoetermeer (tot begin 2025). Hiervan zijn er ruim 100 voor alleenstaande minderjarigen (AMV’ers). Midden-Delfland onderzoekt de mogelijkheid om 225 asielzoekers op te vangen.
Vraag 8 D66 Aan welke criteria moet een locatie voldoen volgens de richtlijnen van het COA? Antwoord Het COA hanteert de volgende eisen: Leegstaand vastgoed vanaf 3.000 m2 bruto vloeroppervlak voor minimaal 300 opvangplekken; Leegstand vastgoed van 1.500- 4.500 m2 bruto vloeroppervlak voor 100 – 250 opvangplekken; Terreinen groter dan 3 hectare, die gemakkelijk aan te sluiten zijn op water, electricteit en riolering (bouwrijp zijn); Kleinschalige locaties onder de 100 plaatsen alleen waar direct, zonder werkzaamheden, asielzoekers veilig en leefbaar gehuisvest kunnen worden; Kleinschaliger locaties (30-100 plekken) voor alleenstaande minderjarigen voor minimaal een half jaar. In verband met de grote nood gaat het COA nu flexibeler met de eisen om. Vraag 9 D66 Pagina 5: er komt extra "druk" op medische voorzieningen, onderwijs, politie. Hoe gaat het College ervoor zorgen dat deze impact goed wordt opgevangen? Antwoord Daarvoor gaan we de maatschappelijke verkenning doen. Vraag 10 D66 Pagina 10: Financiële kaders: de voorbereidingskosten worden begroot op 100.000 euro.
Wat zouden de globale kosten van start tot en met realisatie van de opvang kunnen worden? Rekening houdend met andere zaken en wat wordt dan door het COA vergoed? Is er nog een risico dat we geen vergoeding krijgen bij voorbeeld wanneer er geen asielopvang gerealiseerd kan worden? Antwoord: Met het Uitvoeringsplan wordt duidelijk of er asielopvang gerealiseerd kan worden. Indien dit niet mogelijk blijkt te zijn, komen de voorbereidingskosten ad 100.000 naar verwachting grotendeels voor rekening van de gemeente. Als er asielopvang gerealiseerd gaan worden, komen de kosten voor de bouw voor rekening van het COA. Over andere voorbereidingskosten moeten we onderhandelen met het COA. De afspraken die hieruit voortkomen worden vastgelegd in een bestuursovereenkomst.
pagina
7/7