CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen Partij voor de Dieren, TROTS, CDA en de VVD - Kaderstellende notitie Omgevingsprogramma Ruimtelijke kwaliteit

Raad Besluitvorming 28 maart 2024, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen - Kaderstellende notitie Omgevingsprogramma Ruimtelijke kwaliteit1.319 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo beantwoording beeldvormende vragen

zaaknummer

1493901

berichtnummer

1344933

aan

Raad

van

College

afschrift datum onderwerp status

7 maart 2024 Beantwoording beeldvormende vragen over kaderstellende notitie omgevingsprogramma ruimtelijke kwaliteit Informatief

Door de fracties van de Partij voor de Dieren, TROTS, CDA en de VVD zijn vragen gesteld over Kaderstellende notitie omgevingsprogramma ruimtelijke kwaliteit (agendapunt 6a). Hieronder treft u de beantwoording aan. De vragen van de PvdD: Vraag 1 Het is ons niet geheel duidelijk waar de scheidslijn ligt tussen het Omgevingsprogramma Ruimtelijke kwaliteit en andere doelstellingen, zoals klimaatbestendigheid, biodiversiteit, gezondheid en veiligheid. Mogelijk is er sprake van overlap. Bijvoorbeeld bij gebiedsprofiel Natuurlandschap • Onderscheidend natuurlandschap • Het ecosysteem is verbeterd en de biodiversiteit vergroot • Natuurbeleving aan de randen van gebieden Kan het nader worden toegelicht hoe wordt omgegaan met de scheidslijn tussen de diverse Omgevingsprogramma’s? Antwoord In de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 is de ambitie opgenomen om het bestaande beleidskader voor de fysieke leefomgeving om te zetten in een samenhangende structuur van Omgevingsprogramma’s. Omgevingsprogramma’s zijn op onderdelen nauw met elkaar verbonden. Doelstellingen en keuzes die gemaakt worden in het ene programma kunnen gevolgen hebben voor een ander programma. Keuzes die voor het natuurlandschap worden gemaakt in het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen hebben gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit.

Door de inhoud van deze programma’s op elkaar af te stemmen voorkomen we conflicten en zorgen we voor een integraal beleidskader. Vraag 2 Er staat: ‘Door de wetgever is omgevingskwaliteit beschreven als ruimtelijke kwaliteit plus milieukwaliteit. Het Omgevingsprogramma ruimtelijke kwaliteit richt zich op de eerste component van omgevingskwaliteit. Voor de milieukwaliteit wordt een separaat Omgevingsprogramma milieukwaliteit (voorheen benoemd als omgevingskwaliteit) opgesteld. Hoe wordt de integraliteit van omgevingskwaliteit en de milieukwaliteit in deze twee aparte omgevingsprogramma’s geborgd? Antwoord De inhoud van Omgevingsprogramma’s is gedurende het omzetten van de bestaande beleidsstructuur naar een structuur met Omgevingsprogramma’s een belangrijk aandachtpunt. De integraliteit wordt intern getoetst, zowel bij de kaderstellende notitie als in de ontwerpfase en bij het eindproduct. Dit geldt voor andere beleidsthema’s maar ook voor de relatie met de uitvoering en beheer. Daarmee borgen we dat keuzes inhoudelijk op elkaar aansluiten en/of indien nodig worden aangepast.

pagina

1/4

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 3 Er staat (pag. 5): In aanvulling op de genoemde kaders worden in de Omgevingsvisie ook andere doelstellingen genoemd die van invloed zijn op de ruimtelijke kwaliteit. Het gaat hier over bijvoorbeeld klimaatbestendigheid, biodiversiteit, gezondheid en veiligheid. De keuzes over deze onderwerpen worden gemaakt in andere omgevingsprogramma’s. In welke andere omgevingsprogramma’s worden de genoemde doelstellingen opgenomen? Antwoord In juni 2023 hebben wij uw raad middels een informatienota raad (zaaknr: 1401946) geïnformeerd over de opzet en planning voor de Omgevingsprogramma’s. Doelstellingen uit de Omgevingsvisie krijgen een plek in een van deze Omgevingsprogramma’s. Zo komt er een Omgevingsprogramma Klimaatbestendige gemeente en wordt gewerkt aan het Omgevingsprogramma Groen in en om de Kernen (biodiversiteit). Er zijn ook doelstellingen die relevant zijn voor meerdere Omgevingsprogramma’s. Het thema gezondheid heeft bijvoorbeeld een relatie met het Omgevingsprogramma Milieukwaliteit, maar ook Groen in en om de Kernen, een Hechte Samenleving en Duurzame mobiliteit. Vraag 4 Er staat (pag 5) ‘Daarbij zorgen we voor aansluiting van deze Omgevingsprogramma’s bij het Omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit’ Hoe wordt inhoud gegeven aan deze aansluiting? Antwoord Zie antwoord op vraag 2.

Vraag 5 Het is lastig te beoordelen of er verschillen zijn aangebracht tussen de ontwikkelkaarten van de Omgevingsvisie en het kaartje op pagina 5 van het Omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit. Kan worden aangegeven or er verschillen zijn en zo ja wat zijn dan deze verschillen? Antwoord Er zijn geen verschillen. De kaart in de kaderstellende notitie (pagina 5) komt uit de Omgevingsvisie (pagina 44).

De vragen van TROTS: Vraag 1 In dit programma leest Trots dat hierdoor verschillende documenten worden (deels) vervangen en ingetrokken bij vaststelling van het Omgevingsprogramma. Hoe worden de criteria en normen uit deze documenten geborgd in het nieuwe programma. Worden deze criteria en normen opgenomen als kaders? Antwoord Bij het opstellen van het Omgevingsprogramma ruimtelijke kwaliteit maken we de afweging welke regels wenselijk zijn met het oog op de doelstellingen die we willen bereiken. Dit is nodig om te bepalen welke regels moeten worden opgenomen in het Omgevingsplan. Vraag 2 Worden de nieuwe kaders nog besproken in de Raad? Antwoord De raad wordt meegenomen in het maken van de afwegingen over wenselijke regels. Dit zal plaatsvinden tijdens stap 3 van het proces om te komen tot een Omgevingsprogramma ruimtelijke kwaliteit (pagina 7 in de kaderstellende notitie). De regels die volgen uit het Omgevingsprogramma

pagina

2/4

Memo beantwoording beeldvormende vragen

worden opgenomen in het Omgevingsplan. De wijzigingen in het Omgevingsplan worden vastgesteld door de gemeenteraad. Vraag 3 In hoeverre kunnen wij als Raad nog kaders toevoegen? Zo ja, welk moment? Antwoord De raad besluit over de kaderstellende notitie en kan hierbij kaders stellen, zoals de scope van het omgevingsprogramma. Tijdens het opstellen van het Omgevingsprogramma krijgt de raad de gelegenheid om mee te denken. Vervolgens heeft de raad bij het vaststellen van de regels in het Omgevingsplan een besluitvormende rol. Vraag 4 Wij missen de inpassing van waterveiligheid en kwaliteit. Hoe gaan we bijvoorbeeld straks om met bouw- en waterpeilen en met het beleid van hoogheemraadschappen omtrent deze zaken en het medegebruik van waterkeringen? Antwoord Deze thema’s zullen een plek krijgen in een ander Omgevingsprogramma. Waterveiligheid zal onderdeel zijn van het Omgevingsprogramma Klimaatbestendige gemeente, waterkwaliteit is onderdeel van het Omgevingsprogramma Groen in en om de kernen. In het Omgevingsprogramma Ruimtelijke kwaliteit wordt wel gekeken naar de landschappelijke kwaliteit. Vooral bij het ophogen van (delen van) percelen is er dus een relatie tussen de verschillende Omgevingsprogramma’s.

De vraag van het CDA: Vraag Waarom denkt het college dat het budget voor participatie voldoende is? Terwijl in andere voorstellen een veel groter budget is gevraagd en dit veel inwoners gemeente breed raakt (bijvoorbeeld dakopbouwen). Antwoord De benodigde participatie en het bijbehorende budget wordt per Omgevingsprogramma geraamd. In de voorliggende kaderstellende notitie stelt het college voor om het participatieniveau voor dit Omgevingsprogramma (voor externe stakeholders) vast te stellen op meedenken. Het doel hierbij is om kennis en ideeën op te halen en zicht te krijgen op belangen van verschillende partijen. Voor dit participatieniveau en deze doelstellingen verwachten we het aangegeven budget nodig te hebben. De vragen van de VVD: Vraag 1 Wat voor sturing verwacht het college van de raad op deze algemene kaderstellende notitie? Welke inbreng wordt nu van de raad verwacht, en welke inbreng is meer op zijn plaats bij het Omgevingsprogramma zelf? Antwoord Het college neemt met deze kaderstellende notitie het initiatief voor het opstellen van een Omgevingsprogramma ruimtelijke kwaliteit en vraagt de gemeenteraad om kaders hiervoor vast te stellen. In de voorliggende kaderstellende notitie staan inhoudelijke kaders (vanuit de Omgevingsvisie) en procesmatige randvoorwaarden voor het opstellen van het programma.

Het gaat onder meer om de aanleiding, het doel, de reikwijdte en de planning. Het college vraagt de raad om deze randvoorwaarden vast te stellen.

pagina

3/4

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Tijdens het opstellen van het omgevingsprogramma gaat het college in gesprek met de raad over de inhoudelijk afwegingen die gemaakt worden met betrekking tot de ruimtelijke kwaliteit. Daarmee is de raad in de gelegenheid om invloed uit te oefenen op de inhoud van het eindresultaat. Vraag 2 Is er of wordt er bij de voorbereiding van het Omgevingsprogramma een vergelijking gemaakt met omliggende gemeenten, waar het gaat om aantal en diepgang van ruimtelijke regels? Heeft PijnackerNootdorp er meer of minder? Antwoord Het aantal en de diepgang van ruimtelijke regels zal afhangen van de ruimtelijke doelstellingen die in het Omgevingsprogramma worden opgenomen. Deze zijn bepalend voor de regels die we verwachten nodig te hebben om doelstellingen te bereiken. Daarbij zullen we, wanneer mogelijk, ook kijken naar de wijze waarop andere gemeenten dit doen. Kanttekening daarbij is dat we met een Omgevingsprogramma voor ruimtelijke kwaliteit voorlopen op (veel) andere gemeenten.

pagina

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13894238/1