CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen - Nota reserves en voorzieningen 2025-2028

Raad Oordeelvorming 4 december 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen2.296 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo beantwoording beeldvormende vragen

zaaknummer

1626207

berichtnummer

1487343

aan

Raad

van

College

afschrift datum onderwerp status

20 november 2025 Beantwoording beeldvormende vragen over Nota reserves en voorzieningen Informatief

Door verschillende partijen zijn vragen gesteld over de Nota reserves en voorzieningen (agendapunt 4c.). Hieronder treft u de beantwoording aan. Beeldvormende vragen Progressief PN Op pagina 8 van de nota staat: het college kan een niet begroot bedrag aan de algemene reserve onttrekken, indien deze onttrekking het gevolg is van een tijdelijke aanvulling van een bestemmingsreserve die anders een negatief saldo vertoont. Vraag 1 Hoe verhoudt dit zich tot het budgetrecht en kaderstellende rol van de gemeenteraad? Antwoord Als de raad deze beleidsregel vaststelt, valt dit onder de kaderstellende rol van de raad. Het college handelt dan binnen de door de raad gedelegeerde ruimte. Daarmee wordt het budgetrecht niet geschonden. In de jaarrekening wordt hier altijd transparant en expliciet over gerapporteerd en in het daaropvolgend jaar wordt de afhandeling ‘terug gemeld’. Het gaat immers om een tijdelijke aanvulling die later wordt teruggedraaid. Achtergrond: Het kan voorkomen dat een meerjarenproject deels vanuit subsidies en deels vanuit bestemmingsreserves worden betaald. Aangezien de subsidies in tranches worden ontvangen kan het voorkomen dat wij eerst de bestemmingsreserve moeten aanspreken waarbij het bedrag van de uitgaven de bestemmingsreserve EN de ontvangen subsidie overstijgt.

Aangezien een reserve niet negatief mag staan wordt een aanvullende storting vanuit de algemene reserve gedaan. Vraag 2 Hoe kan de gemeenteraad meer grip houden op deze uitzonderingen? Antwoord Door transparante informatievoorziening. Deze worden in de P&C-producten expliciet toegelicht. Beeldvormende vragen CDA Vraag 3 In de nota staan uitgangspunten vastgelegd voor instellen, aanwenden, muteren en afsluiten van reserves en voorzieningen. vragen: -Is een uitgangspunt te formuleren over overschotten in reserves, en zo nee, waarom niet? - Zo ja, hoe zou dat kunnen luiden? Bijvoorbeeld: indien de reserve 25% meer bevat dan voorzienbaar en redelijkerwijs nodig is, wordt het overschot gestort in de Algemene Reserve.

pagina

1/6

Memo beantwoording beeldvormende vragen

- Kan een (actueel) overzicht worden gegeven van verwachte overschotten in de reserves, zo mogelijk met een bijbehorend handelingskader (i.e. hoe te handelen) en dit voor te leggen aan de raad? Antwoord Ja, in de Nota financieel beleid is een uitgangspunt op hoofdlijnen opgenomen onder thema ‘Herijking en vrijval’ die hierin voorziet: “Bij afronding van het doel of bij structurele onderbenutting vindt vrijval plaats naar de algemene reserve”. Dit vraagt om een inhoudelijke beoordeling (bijv. op basis van een bestedingsplan), waarbij het verwachte overschot (volledig) vrijvalt en toegevoegd wordt aan de algemene reserve. Bij de jaarrekening 2025 zullen alle reserves beoordeeld worden en eventuele vrijvallen en op te heffen reserves aan de raad worden voorgelegd. Beeldvormende vragen Eerlijk Alternatief Vraag 4 Is er een overzicht beschikbaar van investeringen die op basis van de nieuwe criteria (>€1 mln, >30 jaar, ratio >1,4) niet meer in aanmerking komen voor een afschrijvingsreserve? Antwoord Bij het invoeren van de reserves afschrijvingslasten is over het algemeen deze stelregel al gehanteerd. Het merendeel zal hier dus aan voldoen. Bij de kadernota wordt deze regel (her)beoordeeld en waar nodig bijgesteld en/of aan de raad voorgelegd.

Vraag 5 Hoe wordt beoordeeld of toekomstige investeringen de weerstandsratio onder de 1,4 zouden kunnen drukken voordat een reserve wordt gevormd? Antwoord Op het moment dat een voorstel voorligt om een afschrijvingsreserve in te stellen, zal de laatst bekende weerstandsratio (in de jaarrekening of begroting) hierin betrokken worden. De weerstandsratio is een momentopname die mede bepaald wordt door de hoogte van de reserve op een bepaald moment (meestal 31-12 van een bepaald jaar). Ook wordt in de meerjarenbegroting een prognose gemaakt van het vermogen (/ de reserves) waarbij rekening gehouden wordt met de geplande investeringen. Zodra deze ratio onder de 1,4 dreigt te komen wordt dit daar inzichtelijk. Vraag 6 Welke concrete criteria worden gebruikt om te bepalen of een bestemmingsreserve na drie jaar zonder mutaties “in beginsel” moet worden opgeheven? Antwoord Het uitgangspunt is dat na drie jaar zonder mutaties de bestemmingsreserve wordt opgeheven. Indien er gegronde redenen zijn om de reserve niet op te heffen, dient dit met onderbouwing aan de raad te worden voorgelegd.

Vraag 7 Bij hoeveel van de bestaande reserves is nu sprake van drie jaar of langer zonder mutaties, en wat is de totale omvang hiervan? Antwoord Naar verwachting is dit beperkt, bij het eerstvolgende P&C-product na vaststelling van deze nota wordt daarop getoetst en dit voor de raad inzichtelijk gemaakt.

pagina

2/6

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 8 Hoe ziet het interne proces eruit voor het periodiek herbeoordelen van alle actieve reserves op doelmatigheid en actualiteit? Antwoord Bij het vormen van een reserve dient deze te voldoen aan de vereisten. Mede naar aanleiding van het rekenkameronderzoek zal hier in de P&C-cyclus scherper op gemonitord worden en deze beoordeling explicieter gemaakt worden. Vraag 9 Zijn er voorzieningen waarvan de hoogte in de afgelopen jaren niet is herijkt ondanks gewijzigde risico’s, en zo ja, welke zijn dat? Antwoord Nee, de hoogte van voorzieningen dient jaarlijks onderbouwd te worden. De accountant beoordeelt deze onderbouwing bij de jaarrekening. Vraag 10 Op welke wijze worden dotaties en onttrekkingen per programma gespecificeerd, zodat de raad volledig inzicht heeft in mutaties? Antwoord De dotaties (toevoegingen) en onttrekkingen aan reserves worden in de jaarstukken per programma in een tabel in beeld gebracht. Afwijkingen ten opzichte van de begroting worden in deze sectie - samen met andere afwijkingen - toegelicht. Een specificatie en toelichting per individuele reserve staat in het jaarrekeningdeel onder de ‘Toelichting op de balans’.

Vraag 11 Welke aanvullende informatie wordt in de Kadernota 2027 toegevoegd bij het nieuwe overzicht van aflopende reserves en bijbehorende handelingsperspectieven? Antwoord Er wordt een totaaloverzicht verstrekt met per jaar de aflopende bedragen/boekwaarden. Daarnaast wordt voor de komende vier jaar per reserve een detailoverzicht verstrekt waarin de investeringen die afgeschreven zijn, en mogelijk voor herinvestering in aanmerking komen, in beeld worden gebracht. Vraag 12 Is het mogelijk om de verwachte meerjarige impact van het aflopen van afschrijvingsreserves vooraf zichtbaar te maken in de meerjarenbegroting? Antwoord Bij de Kadernota worden de kaders voor de (meerjaren)begroting vastgesteld; de begroting is een uitwerking van deze kaders. Daarom is het voorstel om het meerjarig overzicht van aflopende reserves in de Kadernota te verwerken. Vraag 13 Welke procedure volgt het college wanneer een afwijking van de nota wordt overwogen? Antwoord Afwijkingen worden aan het bevoegd orgaan voorgelegd. Afhankelijk van de afwijking kan dit met een raadsbesluit of een collegebesluit. Financieel-technische bijstellingen worden zoveel mogelijk binnen de P&C-cyclus behandeld. Afwijkingen op vastgesteld beleid worden hierbij expliciet voorgelegd. Vraag 14

pagina

3/6

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Welke uitgangspunten worden gehanteerd om te bepalen of een thematische reserve structureel of tijdelijk van aard moet zijn? Antwoord Dat is afhankelijk van de aard en het doel van de in te stellen reserve. Er zijn geen vastomlijnde uitgangspunten voor einddata van thematische reserves. Afschrijvingsreserves hebben wel een vaste looptijd die gerelateerd is aan de afschrijvingstermijnen. Vraag 15 Voor reserves met rijksmiddelen (zoals Vluchtelingen & Asielopvang): hoe wordt gecontroleerd dat inzet binnen de wettelijke bestedingskaders blijft? Antwoord Indien middelen geoormerkt zijn, zal de besteding hiervan via de reguliere manieren worden verantwoord (aan het Rijk). Dit wordt bijvoorbeeld via de zgn. SiSa-bijlage in de jaarrekening gedaan. De accountant controleert deze besteding. Vraag 16 Hoe wordt in de administratie geborgd dat directe toevoeging/onttrekking (buiten de exploitatie om) wordt voorkomen? Antwoord Directe bestedingen/boekingen op reserves zijn niet toegestaan (BBV-regelgeving). De accountant controleert de reserves en het voldoen aan BBV-regelgeving. Vraag 17 Hoe worden meerjarige claims op reserves inzichtelijk gemaakt in de programmabegroting? Antwoord Per programma wordt een specificatie van de baten, lasten en toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per jaarschijf in beeld gebracht. Zie hiervoor de Programmabegroting 2026.

Vraag 18 Is er inzicht in de structurele effecten per programma wanneer reserves worden opgeheven of uitgeput raken? Antwoord Ja, in de Programmabegroting worden in het ‘Overzicht van baten en lasten’ de lasten en baten zonder reserves en inclusief reserves meerjarig in beeld gebracht. Zie blz. 175 in de Programmabegroting 2026.

pagina

4/6

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Beeldvormende vragen PvdD Vraag 19 Er staat op p.6: "Conform de nota Financieel beleid Pijnacker-Nootdorp heeft de algemene reserve minimaal de hoogte van het benodigd weerstandsvermogen waarbij de weerstandsratio een minimum heeft van 1,0 en bij voorkeur 1,4." Vervolgens staat op p.7: "voldoende vrij vermogen aanwezig is in de algemene reserve (de weerstandsratio hoger dan 1,4 is (ondergrens van de gewenste bandbreedte van 1,4-2,0)." Deze teksten lijken niet met elkaar in overeenstemming. Wat is nu de bedoeling met de weerstandsratio; willen we die volgens deze nota zo hoog mogelijk, of tussen de 1,4 en de 2,0, of tussen de 1,0 en de 1,4, of op 1,4? Antwoord Het eerste deel gaat over de algemene weerstandsratio van belang voor de hoogte van de Algemene Reserve (p.6) en het tweede deel gaat over aanvullende criteria voor het instellen van een bestemmingsreserve afschrijvingslasten (p. 7). Als ratio voor het algemeen weerstandsvermogen hanteren wij een streefwaarde van minimaal 1,4 en een absoluut minimum van 1,0. Voor instellen van een bestemmingsreserve afschrijvingslasten is het wenselijk dat de weerstandsratio hoger is dan 1,4. Vraag 20 p. 8 Reserve bedrijfsvoering: a. Hebben veel gemeentes in Nederland een reserve Bedrijfsvoering of is dit een lokale keuze? b. Kunt u doel, nut en noodzaak van de reserve Bedrijfsvoering toelichten? c.

Waarom is er niet voor gekozen om op basis van de actuele financiële situatie een jaarlijkse afweging te maken hoeveel geld er in de reserve bedrijfsvoering wordt toegevoegd bij een voordeling resultaat op de salarislasten? Antwoord a. Hier is geen onderzoek naar gedaan. Het instellen van reserves is een raadsbevoegdheid en daarmee lokale keus. b. Het doel van de reserve is dekking van kosten die voortvloeien uit incidentele activiteiten ten behoeve van de bedrijfsvoering (bijv. het organisatieontwikkelingtraject en het herstelplan). Om de continuïteit in de bedrijfsvoering te waarborgen is deze reserve in het leven geroepen. c. De werkwijze van 50% doteren aan de reserve is een algemene richtlijn die nu gehanteerd wordt. Het is aan de raad om hier een ander besluit over te nemen. Zie de besluitvorming de afgelopen twee jaar waar de raad afwijkende besluiten hierover heeft genomen (o.a. ten behoeve van het herstelplan). Vraag 21 p. 8 Negatief saldo reserve: Eerst staat er: "Onttrekkingen mogen niet tot gevolg hebben dat de reserve negatief wordt.

Wanneer de uitgave boven het begrote bedrag komt, dient de gemeenteraad hiermee akkoord gaan." Direct erna staat er: "Negatieve reserves: het college kan een niet begroot bedrag aan de algemene reserve onttrekken, indien deze onttrekking het gevolg is van een tijdelijke aanvulling van een bestemmingsreserve die anders een negatief saldo vertoont." Dit lijkt direct in tegenspraak met elkaar. Hoe moet dit gelezen worden? Antwoord De uitzondering heeft betrekking op ‘een tijdelijke aanvulling’ die teruggedraaid wordt. Bij vraag 1 is de achtergrond van deze uitzondering toegelicht. Hogere uitgaven zonder tijdelijk karakter zullen altijd aan de raad worden voorgelegd. Vraag 22 p. 14 Bestemmingsreserve Versterking dienstverlening: Er staat bij doel: "Door de middelen in de reserve op te nemen, kunnen budgetten tijdsonafhankelijk besteed worden." Deze reserve heeft geen einddatum.

pagina

5/6

Memo beantwoording beeldvormende vragen

a. b.

Waarom is het bij versterking van de dienstverlening zo belangrijk om budget tijdsonafhankelijk uit te kunnen geven dat er een reserve voor gevormd is? Wat zou de consequentie zijn als deze reserve opgeheven werd?

Antwoord Deze bestemmingsreserve is in 2023 gevormd. Voor de versterking van de dienstverlening door gemeenten zijn door het Rijk POK middelen (Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslagen) toegekend. De totale storting bedroeg € 697.951. Opheffing van deze reserve zorgt ervoor dat de kosten die hiermee gemoeid niet meer inzichtelijk is welke deel van deze middelen reeds besteed is en welke nog beschikbaar. Vraag 23 Bijlage 1. Reserves als dekkingsmiddel: Kunt u voor iedere reserve die de functie '"dekkingsmiddel" heeft, per reserve aangegeven waarom het niet wenselijk is dat de dekking voor dit doel via de exploitatie verloopt? Graag zo duidelijk en concreet mogelijk zodat nut en noodzaak van ieder van deze reserves duidelijk worden. Antwoord Het instellen van bestemmingsreserves is wettelijk toegestaan. De raad van Pijnacker-Nootdorp heeft besloten om hier gebruik van te maken. In principe kunnen de incidentele uitgaven in de bestemmingsreserves (voor incidentele uitgaven) ook binnen de exploitatie vallen. Bij de jaarrekening 2025 zal per reserve (niet zijnde afschrijvingsreserves) beoordeeld worden op actualiteit. Eventuele wijzigingen zullen aan de raad voorgelegd worden. Vraag 24 Bijlage 2: a. Kan de naam van de reserve erbij in een extra kolom (i.p.v. in een nieuwe tabel eronder)? b.

Kunt u per reserve aangeven of er (4 jaar voor de einddatum) besluitvorming nodig is over het vormen van een eventuele nieuwe reserve ter vervanging of dat het sowieso eenmalig was? Antwoord a. Deze suggestie nemen wij mee in het beoogd overzicht bij de Kadernota 2027. b. Vanaf de Kadernota 2027 zal per aflopende reserve (4 jaar voor einddatum) aangegeven worden of en welke besluiten genomen dienen te worden. Vraag 25 Bijlage 3: Zetten wij ook reserves in om te sparen voor toekomstige investeringen? Zo nee, waarom niet? Antwoord Nee, het sparen voor toekomstige investeringen is onwenselijk (ook volgens de Commissie BBV). Het vormen van afschrijvingsreserves is toegestaan, maar moet gekoppeld zijn aan de betreffende investeringen. Indien de raad heeft besloten tot een bestemmingsreserve, dan mag deze reserve niet in mindering worden gebracht op de investering, maar wordt deze gebruikt als dekking van de jaarlijkse uit de investering voortvloeiende kapitaallasten. Uiteraard staat het de raad vrij om een deel van de algemene reserve niet aan te wenden met het oog op een toekomstige dotatie aan een bestemmingsreserve afschrijvingslasten.

pagina

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16262727/1