CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen - Kaderstellende notitie omgevingsprogramma glastuinbouw

Raad Besluitvorming 30 mei 2024, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen2.689 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo beantwoording beeldvormende vragen

zaaknummer

1510308

berichtnummer

1362064

aan

Raad

van

College

afschrift datum onderwerp

status

16 mei 2024 Beantwoording beeldvormende vragen raadsfracties inzake kaderstellende notitie Omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden Informatief

Door de fracties van de Partij voor de Dieren, Trots, D66, VVD, en Graafland zijn vragen gesteld over de kaderstellende notitie voor het Omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden. Hieronder treft u de beantwoording aan. Partij voor de Dieren: Vraag 1 Hoeveel bedrijfswoningen zijn er in het glastuinbouwgebied in onze gemeente? Antwoord Voor u ligt de kaderstellende notitie voor het omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden. Onderdeel van dit omgevingsprogramma vormt het in beeld brengen van de huidige situatie. Daarbij kijken wij dan ook naar de juridische status in omgevingsplan. Wij zullen u hierover in de loop van het proces nader informeren. Vraag 2 Hoeveel woningen voldoen niet aan de gestelde eisen van bewoning? Antwoord In aanvulling op het antwoord onder 1 zullen we in de loop van het omgevingsprogramma eveneens in beeld brengen of het gebruik van gronden en gebouwen overeenkomstig het omgevingsplan plaatsvindt. Vraag 3 Kan worden aangegeven hoe de bedrijfswoningen worden verwerkt in het Omgevingsprogramma Glastuinbouw? Antwoord Zoals wij in de kaderstellende notitie hebben aangegeven zullen wij bij de opstelling van het omgevingsprogramma zowel kijken naar de primaire economische functie van de glastuinbouwgebieden als naar de maatregelen op het gebied van legalisatie, uitplaatsing, sanering en handhaving.

Dit proces moet nog worden doorlopen en gaat het inzicht opleveren wat zowel beleidsmatig wenselijk is als ruimtelijk en economisch mogelijk is. Vraag 4 Kan al iets worden aangegeven voor de toekomstige waterbeschikbaarheid voor de glastuinbouw en hoe hierop geanticipeerd wordt? Dit omdat verwacht wordt dat in de toekomst schaarste zal ontstaan.

pagina

1/7

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord In de notitie hebben wij aangegeven dat wij de boven- en ondergrondse mogelijkheden van wateropslag willen benutten. In het omgevingsprogramma verkennen wij verder ook de mogelijkheden voor collectieve afspraken met en tussen de glastuinbouwbedrijven. Vraag 5 Pag 9. Er staat: ‘Momenteel zijn er bedrijven die met een maatwerkvergunning meer lichtuitstraling mogen hebben. Inmiddels is het technisch mogelijk om geen lichtuitstraling meer te hebben door nieuwe technieken als ledverlichting. Onderdeel van het omgevingsprogramma is heroverwegen van dit maatwerk zodat er geen uitstraling is van assimilatiebelichting in de nacht.’ Worden er de komende tijd nog wel nieuwe maatwerkvergunningen afgegeven of niet meer? Antwoord De huidige afgegeven maatwerkbeschikkingen zijn verleend tot 1 mei 2026. Wij weten niet of tuinders nog maatwerk gaan aanvragen, mocht dit gebeuren dan moeten wij de aanvragen alsnog beoordelen. De verwachting is niet dat er nieuwe bedrijven maatwerk zullen gaan aanvragen. Overigens zijn de tuinders in de maatwerkbeschikking verplicht om te rapporteren welke acties zij hebben ondernomen om tot beëindiging van het maatwerk te komen. Vraag 6 Pag 9.

Er staat: ‘Doelstelling is verbeteren van de luchtkwaliteit door de uitstoot van de WKK’s te verminderen.’ Waar moeten we dan aan denken hoe de luchtkwaliteit wordt verbeterd? Antwoord Op de betreffende pagina hebben we aangegeven dat de WKK’s voor een forse uitstoot van stikstof zorgen. De WKK’s verbruiken nu nog fossiele brandstoffen. Door warmtenetten aan te leggen en/of over te schakelen op warmtepompen zal de luchtkwaliteit verbeteren. Vraag 7 Pag 10. Er staat: ‘Een voorbeeld daarvan is de heroverweging van de begripsomschrijving van glastuinbouw in het omgevingsplan.’ Op welke wijze zou de begripsomschrijving dan veranderd worden? Kan dit nader worden toegelicht? Antwoord In de 1e alinea van § 5.4 zijn de voorbeelden benoemd waarvoor ruimte zou moeten komen in de nieuwe begripsomschrijving. Dit staat niet op zichzelf. Dit is ook benoemd in het werkboek Oostland en op hoofdlijnen in de omgevingsvisie. In het omgevingsprogramma zal dus aan een nadere uitwerking van het begrip glastuinbouw worden gewerkt, waarbij ook nog regionale afstemming met de partners in Oostland zal plaats vinden om ondernemers in de regio gelijke kansen te geven. Vraag 8 Pag 23: Een doelstelling is het verbeteren van de biodiversiteit in en om de kas. Momenteel wordt er rondom de kassen veelvuldig gemaaid om ongewenste instuif in de kassen te voorkomen, wat ten koste gaat van de biodiversiteit.

Hoe kan het maaibeleid worden gewijzigd, waardoor de biodiversiteit in en om de kas wordt verbeterd? Antwoord De glastuinbouw probeert onder gecontroleerde omstandigheden haar producten tot wasdom te brengen. De bedrijfseconomische belangen die hiermee gepaard gaan maken dat de glastuinbouw alert is op het bewaken of terugdringen van potentiële risico’s. Veelal betekent dit in praktijk dat zij het groen op hun percelen kort houden en ook graag zien dat groenstroken in hun omgeving kort worden gehouden. De glastuinbouw prefereert ook vaak om zelf het onderhoud van de groenstroken in haar omgeving in beheer te hebben. Ondernemers zullen ervan overtuigd moeten worden dat meer oog voor biodiversiteit in en om de kas in combinatie met hun productie kan bijdragen aan hun imago. De WUR

pagina

2/7

Memo beantwoording beeldvormende vragen

heeft in het verleden een onderzoek naar biodiversiteit in en om de kas uitgevoerd. Daarbij is inzichtelijk gemaakt dat bevordering van de biodiversiteit in en om de kas onder bepaalde omstandigheden mogelijk is. Inmiddels hebben zij een vervolgonderzoek ingesteld. In het proces van de opstelling van het omgevingsprogramma zullen wij moeten bezien hoe de glastuinbouw kan en wil bijdragen aan verbetering van de biodiversiteit en daarmee ook haar imago. Daarbij zullen wij ook de ondernemers die in onze gemeenten hiermee al ervaring hebben opgedaan vragen hun ervaringen te delen. Wij zullen dus moeten afwachten hoe dit proces uitpakt. Daarnaast zien wij dat de glastuinbouw juist door de gecontroleerde omstandigheden de kas nog verder dicht maken en beluchting alleen plaatsvindt door gaas voor de ramen te hebben. Dit voorkomt instuif en binnendringen van insecten. Juist rondom deze kassen lopen experimenten met biodiversiteit. Vraag 9 Welke knelpunten zijn er t.a.v. de ODH in relatie tot de glastuinbouw? Antwoord Ondanks het feit dat wij niet direct knelpunten herkennen, kwam tijdens het participatieproces naar voren dat door de tuinders de relatie met de ODH niet altijd als optimaal wordt ervaren. Wij willen dit nog iets verdiepen, om zo te kunnen beoordelen of, en zo ja wat we kunnen doen om die relatie te verbeteren.

Zo nodig nemen wij dat mee bij het op te stellen omgevingsprogramma. Trots: Vraag 10 Wordt er ook gekeken naar energiebesparende maatregelen binnen de sector? Antwoord In het omgevingsprogramma Glastuinbouw is het faciliteren van de toekomstige energiehuishouding in het glastuinbouw een doelstelling, daaronder valt ook energiebesparende maatregel. Vraag 11 Waterstof wordt als mogelijkheid gezien. Wordt er ook gekeken naar de beschikbaarheid hiervan? Antwoord De rol van waterstof in de energievoorziening van de glastuinbouw wordt bekeken. Vraag 12 Wat wordt er precies bedoelt met de zin “Aardwarmte meer beschikbaar maken voor gezonde gemeente” op pagina 22? Antwoord Op pagina 22 staat de input die wij hebben ontvangen tijdens de participatie. Het gaat dus om een bijdrage die door één van de deelnemers is geschreven op een post-it. Aardwarmte kan op verschillende manieren een bijdrage leveren aan een gezonde gemeente, bijvoorbeeld door aardwarmte niet alleen beschikbaar te maken voor de glastuinbouw, maar ook voor de bebouwde omgeving. Vraag 13 Gaat het omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouw (extra) mogelijkheden voor energieopslag binnen de glastuinbouw verkennen? Antwoord Energieopslag binnen het glastuinbouwgebied is een opgave die we gaan verkennen.

pagina

3/7

Memo beantwoording beeldvormende vragen

VVD: Vraag 14 Op welke wijze houdt het college rekening met het onderzoek plattelandswoningen? Antwoord In de aanbiedingsnota en de informatiebrief van 14 mei j.l. (naar aanleiding van het verzoek van Fractie Graafland) hebben wij aangegeven dat wij het onderzoek zullen betrekken bij de opstelling van het omgevingsprogramma voor de glastuinbouw. Vraag 15 Komt het college met voorstellen die tegemoet komen aan de conclusies van het onderzoek? Antwoord In het proces van de opstelling van het omgevingsprogramma willen wij in participatie met de stakeholders en uw raad tot de integrale afweging komen hoe wij met het wonen in de glastuinbouw moeten omgaan rekening houdend met het behoud van de primaire economische functie van de glastuinbouwgebieden. Het doel is dat er in het omgevingsprogramma duidelijke handelingsperspectieven uitgewerkt zijn met betrekking tot de woningen in het glastuinbouwgebied. Vraag 16 Geeft het college ook een voorzet richting de gemeenteraad hoe de problematiek met de plattelandswoningen kan worden opgelost? Zo ja wordt hier rekening mee gehouden in deze kadernota? Zo nee waarom niet? Antwoord Wij nemen aan dat waar u in de vraag spreekt over kadernota, u verwijst naar deze kaderstellende notitie. In de voorliggende kaderstellende notitie wordt geen oplossingsvoorstel gedaan. Zie verder de beantwoording van vraag 15.

D66 Vraag 17 In de notitie wordt als doel opgenomen ‘voldoende water van goede kwaliteit’. Heeft het college een beeld – en anders: hoe gaat u bepalen – wanneer er sprake is van ‘voldoende’ water? Welke rol ziet het College daarbij voor de gemeente, aangezien het waterverbruik gedaan wordt door de sector? Antwoord In het proces tot de opstelling van het omgevingsprogramma zullen wij in samenwerking met de sector gaan onderzoeken welk volume nodig is om voor de toekomst te beschikken over voldoende water van goede kwaliteit. Als gemeente hebben wij de rol om het gewenste gebruik ruimtelijk te faciliteren. De sector heeft er belang bij dat het watervolume verzekerd is. Dit kan mogelijk collectieve afspraken vergen van partijen. Vraag 18 In de notitie wordt als doel opgenomen ‘voldoende personeel met passend opleidingsniveau’. Kunt u een nadere toelichting geven hoe u de rol van de gemeente ziet, binnen de samenwerking met de sector, het onderwijsveld en andere overheden bij het realiseren van dit doel? Antwoord De gemeente, het bedrijfsleven en onderwijs werken op dit moment al samen. In het proces van het omgevingsprogramma verkennen wij of wij deze samenwerking op dezelfde manier voort moeten zetten dan wel dat er aanpassingen of aanvullingen moeten komen.

pagina

4/7

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 19 In de notitie wordt gesteld: “Wonen, anders dan door eigen ondernemers, is een functie die niet in glastuinbouw thuishoort…”. Kan het College toelichten waarom zij dit met deze stelligheid heeft opgenomen in deze kaderstellende notitie? Welke afwegingen en eventuele alternatieven heeft het College overwogen ten aanzien van deze formulering? En kan het College toelichten wat zij in deze context verstaat onder ‘ondernemers’, ofwel wanneer kwalificeert iemand in deze context als ondernemer? Antwoord De glastuinbouwgebieden bieden ruimte om te ondernemen en hebben primair een economische functie. Wonen kan de ontwikkeling van de glastuinbouw in de weg staan. Voor de glastuinbouwgebieden geldt al jaren de koppeling tussen de toelating van een bedrijfswoning voor een ondernemer bij zijn glastuinbouwbedrijf mits dit vanuit het oogpunt van duurzame bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf noodzakelijk is. Andere type woningen komen in de glastuinbouwgebieden in principe niet voor uitgezonderd de burgerwoningen. Burgerwoningen zijn ontstaan doordat in het kader van herstructurering of schaalvergroting bedrijfswoningen overtallig zijn geworden en ze hebben voldaan aan de ruimtelijke voorwaarden die worden gesteld aan het omzetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning.

Vraag 20 In de notitie worden een aantal doelen benoemd ten aanzien van bereikbaarheid: voor vrachtverkeer en voor (recreatieve) fietsroutes: a. Welke uitdagingen en mogelijkheden ziet het college om deze beide doelen- vrachtverkeer en fietsverkeer - zowel financieel als ruimtelijk te combineren? b.In welke mate worden glastuinbouwgebieden nu recreatief gebruikt? Wat is de verwachting voor recreatief gebruik in de toekomst? Antwoord Het proces van het omgevingsprogramma Vitale glastuinbouwgebieden moet het antwoord op gaan leveren op deze concrete vragen. Vraag 21 In de notitie wordt gesteld dat er sprake is van meer onbegrip over glastuinbouw binnen de gemeente. Kan het college aangeven waar zij dit op baseert, en op welke wijze zij dit ervaart? Antwoord Als gemeente hebben wij in de loop der jaren door de woningbouwontwikkelingen een sterke groei qua inwonertal meegemaakt. Hierdoor wonen momenteel meer inwoners in onze gemeente die van oudsher geen relatie hebben met de glastuinbouw in onze gemeente. De dialoog met de samenleving ten tijde van het opstellen van de omgevingsvisie (zie De Muren: impressie van de dialoog met de samenleving pagina 14 en 15) heeft laten zien dat er weliswaar brede erkenning is voor de glastuinbouw, maar ook kritische opmerkingen zijn. In de praktijk kan dit leiden tot het uiten van klachten of bezwaren tegen de glastuinbouw.

Dit maakt dat de glastuinbouw zich meer bewust moet zijn van haar “license to produce” en haar positie in de maatschappij. Graafland Vraag 22 Kan het college d.m.v. een tijdlijn aangeven welke acties er zijn uitgevoerd sinds de informatienota “plattelandswoning” is voorgelegd aan de raad (uitvoering motie EA)? Antwoord In onze brief van 14 mei j.l. hebben wij deze vraag reeds beantwoord.

pagina

5/7

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 23 In de omgevingsvisie van Pijnacker-Nootdorp is op pagina 32 te lezen “Daarbij hebben we uitvoerbare keuzes gemaakt over de mogelijkheden voor voormalige bedrijfswoningen”. Waar zijn deze uitvoerbare keuzes nader uitgewerkt in de omgevingsvisie of elders? Welke uitvoerbare keuzes zijn er gemaakt en hoe verhoudt dit zich tot hetgeen bij vraag 5 1 staat? Antwoord In onze brief van 14 mei j.l. hebben wij deze vraag reeds beantwoord. Vraag 24 Worden er naast het planologisch instrument “voormalig bedrijfswoning”, ook andere instrumenten ingezet in het kader van herstructurering voor functieverandering van bedrijfswoningen, met name persoonsgebonden overgangsrecht, of verhogen omgevingswaarden? Antwoord In onze brief van 14 mei j.l. hebben wij deze vraag reeds beantwoord. Vraag 25 Kan het college aangeven hoeveel bedrijfswoningen er gelet op het aantal ondernemers (glastuinders of anderszins) er zouden moeten staan en hoeveel bedrijfswoningen er feitelijk staan. Antwoord Op dit moment kunnen we deze gegevens niet exact geven. In de opstelling van het omgevingsprogramma zal dit wel worden betrokken. Dit geldt mede voor het aantal bedrijfswoningen dat er feitelijk staat. Vraag 26 Kan het college aangeven of er lopende verzoeken zijn uit het glastuinbouwgebied voor een ruimte voor ruimte regeling om “overbodige” bedrijfswoningen te verwijderen.

Antwoord In de duurzame glastuinbouwgebieden wordt geen toepassing gegeven aan de regeling ruimte voor ruimte. Voor zover ons bekend zijn er dus ook geen lopende verzoeken in behandeling. Vraag 27 In hoeverre deelt het college de constatering van de onderzoekscommissie dat er een “overschot” lijkt aan bedrijfswoningen in de onderzochte gebieden. Welke conclusies kunnen hieraan verbonden worden? Antwoord In onze brief van 14 mei j.l. hebben wij deze vraag reeds beantwoord. Vraag 28 In het hiervoor genoemd rapport is een ambtelijk interview uitgewerkt daarin staat het volgende te lezen “de gemeente geeft aan dat de sector [glastuinbouwsector] zelf verantwoordelijk is voor de herstructurering van het gebied. Initiatieven voor herstructurering zullen vanuit ondernemers moeten komen”. “De gemeente geeft aan dat het de afsplitsing van de bedrijfswoning van het bedrijf ziet als een belemmering, waar tuinbouwondernemers later lasten van kunnen ervaren”. Kan het college hierop een reflectie geven van hoe zij dit voor zich ziet: enerzijds heeft het college zich te houden aan de omgevingsvisie en anderzijds wordt de herstructurering overgelaten aan de vrije sector?

1 Het gaat hier om vraag 5 van de fractie Graafland, niet om vraag 5 van deze memo met de beantwoording van de

beeldvormende vragen van alle fracties.

pagina

6/7

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord In onze brief van 14 mei j.l. hebben wij deze vraag reeds beantwoord. Vraag 29 In de kaderstellende notitie 5.5 “ruimtegebruik” p. 11 staat omschreven dat “ander gebruik niet is toegestaan en functies die niet horen in het gebied moeten worden aangepakt. Wonen anders dan door de eigen ondernemers is een functie die niet in de glastuinbouw thuishoort en primair en doelmatig en optimaal gebruik in de weg kan staan”. Hoe verhoudt dit zich tot het rapport Pouderoyen Tonnar, waarin onderzoek gedaan is voor het fenomeen “plattelandswoningen”. Welke inzichten uit dat rapport zijn in deze notitie verwerkt? Antwoord Zoals wij in ons antwoord op vraag 14 hebben aangegeven betrekken we het rapport van Pouderoyen Tonnaer bij de opstelling van het omgevingsprogramma. Vraag 30 In de kaderstellende notitie 5.5 “ruimtegebruik” p. 11 wordt de ambitie uitgesproken om ruimte te creëren voor andere doelen binnen de glastuinbouwgebieden. Daarbij wordt energietransitie genoemd. Waar moet ik aan denken in dit kader? Antwoord U kunt daarbij omtrent de energietransitie bijvoorbeeld denken aan zonnepanelen, ondergrondse energie-infrastructuur en aardwarmte. Maar dit kunnen ook andere, aan de glastuinbouw-gerelateerde, economische activiteiten zijn.

pagina

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14157208/1