CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen Gebiedsgericht Omgevingsprogramma De Boezem

Raad Beeldvorming 31 augustus 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen1.653 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

zaaknummer

1452682

berichtnummer

1303145

aan

raad

van

Wethouder Van Straaten

afschrift datum onderwerp status

31 augustus 2023 Beantwoording beeldvormende vragen over het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma De Boezem Informatief

Door TROTS, PvdD, CU/SGP en het CDA zijn vragen gesteld over het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma de Boezem (agendapunt 4b). Hieronder treft u de beantwoording aan. De vragen van TROTS: Vraag 1 Het voorgestelde omgevingsprogramma spreekt over parkachtige werklocaties, en toont figuren van met name MKB-achtige situaties en kantoor-achtige panden. Hoe verhoudt zich dit tot de huidige bezetting waar je juist veel groot transport ziet. Antwoord 1 In hoofdstuk 1 wordt beschreven welke ambities voor bedrijventerrein zijn opgenomen in de Omgevingsvisie, zo ook de ambitie voor parkachtige werklocaties. In het Omgevingsprogramma voor de Boezem bepalen we aan welke van deze ambities we kunnen bijdragen en op welke manier. Dit is voor ieder gebied (bedrijventerrein) anders. De getoonde illustraties uit de Omgevingsvisie zijn dan ook geen voorbeeld van hoe de Boezem er in de toekomst uit gaat zien. Vraag 2 Het voorgestelde omgevingsprogramma benoemt in Hoofdstuk 1 ruimte voor functiemenging, groene wooneconomie en woon-werkakkoorden. Is het de bedoeling dat er meer bedrijfswoningen bij komen of dat er gecombineerde woon-werklocaties komen? Hoe verhoudt een feitelijk bedrijventerrein zich tot gezond wonen, met name omdat hier sprake is van maakindustrie.

Nu wordt er bij vaststelling van bestemmingsplannen al geklaagd over geluidsoverlast door omwonenden die al binnen de juridische kaders vallen. Ook stelt Hoofdstuk 2 dat de bedrijfswoningen een grote impact op de milieuruimte hebben. Antwoord 2 In lijn met het vorige antwoord, beschrijft het Omgevingsprogramma voor de Boezem hoe we invulling geven aan de ambities uit onze Omgevingsvisie. Voor de Boezem zetten we in op het beter benutten van de ruimte voor bedrijfsactiviteiten. Dit betekent dat er op de Boezem geen ruimte is voor functies die beter passen op een andere plek. Dus ook niet voor nieuwe bedrijfswoningen. Vraag 3 Er wordt ingezet op 2,8 tot 3,2 TWh duurzame elektriciteitsopwekking en zeer stevig ingezet op zonneenergie. Is dit met de recente inzichten omtrent netbezetting wel maatschappelijk wenselijk? Is het niet beter in te zetten op uitsluitend zelfvoorzienendheid in elektriciteitsverbruik en -opwekking en in te zetten op een park initiatief voor een park accu. Antwoord 3 De bedrijven op de Boezem zullen zelf moeten zorgen (al dan niet met ondersteuning vanuit overheden) voor de transitie in hun energiegebruik. Daarbij zal het niet voor alle bedrijven mogelijk zijn om volledig

pagina

1/4

Memo

zelfvoorzienend te zijn in hun energiebehoefte gezien de grote energievraag van bepaalde activiteiten. De mate van zelfvoorziening kan wel enigszins verbeteren door het opslaan van energie. Hiervoor is op de Boezem door ondernemers (met ondersteuning van de gemeente en de MRDH) al een initiatief gestart en wordt onderzocht of een batterij haalbaar is. Met dit Omgevingsprogramma reserveren we fysieke ruimte voor deze en/of andere initiatieven. Vraag 4 In hoofdstuk 2 wordt netcongestie als mogelijk knelpunt benoemd, en wordt gesteld dat de capaciteit van de aansluiting op energienet kan worden. Uitgebreid in het bestaande transformatorstation. Gegeven dat veel gemeentes al voor het voldongen feit gesteld zijn dat dit voor industrie en bedrijven onverhoopt toch niet mogelijk blijkt te zijn, ziet de gemeente kans uitbreiding van de capaciteit alvast in werking te stellen zodat we niet voor verrassingen komen te staan. Antwoord 4 In Nederland is het beheer van het elektriciteitsnet in handen van netbeheerders. Deze netbeheerders zijn verantwoordelijk voor het aanleggen, onderhouden en uitbreiden van het elektriciteitsnet om ervoor te zorgen dat er voldoende capaciteit is om aan de elektriciteitsvraag te voldoen en om de betrouwbaarheid van het netwerk te waarborgen. De netbeheerders zijn dus verantwoordelijk voor het adequaat plannen en uitbreiden van het elektriciteitsnet.

Hierover is en blijft de gemeente met de netbeheerder (Stedin) in gesprek. Vraag 5 Er staat in het voorstel dat in Boezem-West veel bebouwing is van voor 1985, wordt er recent juist niet veel nieuwbouw gepleegd in het Noord-Westen van het bedrijventerrein? Antwoord 5 Door de leeftijd van het vastgoed op de Boezem zien we dat er een momentum ontstaat voor eigenaren om te investeren in het opknappen van panden of nieuwe panden te ontwikkelen. Deze ontwikkelingen dragen aanzienlijk bij aan de verbeteringen van de kwaliteit van ons bedrijventerrein en de doelen die we in het Omgevingsprogramma nastreven. Vraag 6 Volgens hoofdstuk 2 zijn er 80 kantoren, 25 vestigingen van maatschappelijke functies (met name zorg) en 5 Leisure en horecavestigingen die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Dit zijn 110 vestigingen. Het programma geeft al aan niet op verplaatsing in te zetten. Moeten we ook niet overwegen om te accepteren dat de maatschappelijke vraag naar deze ruimtes anders is dan we voorzien en hier juist in meegaan. Deze vestigingen komen niet uit het niets op. Antwoord 6 In onze Omgevingsvisie is opgenomen dat we onze bedrijventerreinen willen versterken, onder andere door een optimale benutting van de beschikbare ruimte. Functies (zoals kantoren en maatschappelijke voorzieningen) zorgen ervoor dat we niet optimaal gebruik maken van de (milieu)ruimte op het bedrijventerrein.

Deze functies passen dan ook beter op een andere plek, bijvoorbeeld in onze dorpscentra. Vraag 7 Recent is er een proef geweest met een shuttlebus vanaf het metrostation naar het bedrijventerrein. Zwakke aansluiting op het openbaar vervoer is een van de genoemde groeipunten van dit programma. Wat zijn de resultaten van deze proef en hoe verhouden die zich tot dit programma? Noopt de proef zich tot een meer permanente shuttlebus aansluiting? Antwoord 7 Helaas heeft het bestuur van de Boezem besloten om de pilot niet voort te zetten. De bus voorzag slechts de behoefte van enkele werknemers. Daarmee waren de kosten voor voortzetting te hoog ten

pagina

2/4

Memo

opzichte van de baten. Toch blijft de ‘last mile’ (van de metrohalte naar het bedrijventerrein) een knelpunt. Eén van de actiepunten uit het programma is het inventariseren van de mobiliteitsbehoefte. Op deze manier hopen we een ‘last mile’ oplossing te vinden die aansluit op de behoefte. Vraag 8 Ondanks de goede aansluiting via de Zijdeweg, vindt er toch nog veel auto- en vrachtverkeer plaats via de Katwijkerlaan en Vlielandseweg. Dit is opmerkelijk, omdat doorgaand verkeer via deze wegen uitsluitend door de dorpskern, of de Berkelselaan of Nieuwkoopseweg kan plaatsvinden. Geen van deze aansluitingen is sneller en alle aansluitingen leveren aanzienlijk meer overlast op dan via de Zijdeweg en de N470 te rijden. Ziet het college mogelijkheden vrachtverkeer te dwingen via de Zijdeweg naar de N470 te rijden? Antwoord 8 Met de Zijdeweg is er voor het bedrijventerrein een aantrekkelijke ontsluitingsroute aanwezig. We hebben maatregelen genomen om vrachtwagens te stimuleren om van deze route gebruik te maken. Zo is de inrit naar de Boezem vanaf de Vlielandseweg niet toegankelijk voor vrachtverkeer. Het is niet te voorkomen dat vrachtverkeer gebruik blijft maken van routes door de dorpskern. Deze moeten immers ook beschikbaar blijven voor bestemmings(vracht)verkeer. De vragen van de PvdD: Vraag 1 U stelt voor (p.

47) om een onderzoek te starten om het transformatiegebied ‘Boezemvaart’ als extra ruimte (‘schuifruimte’) voor bestaande functies op De Boezem te gaan gebruiken. - Vraag 1a. Is hiervoor een bestemmingswijziging van glastuinbouw naar bedrijventerrein noodzakelijk? - Vraag 1b. Zo ja, ben u dan met ons eens dat dit in conflict is met de huidige omgevingsvisie waarin staat ‘we breiden het aantal en de omvang van bedrijventerreinen niet uit.’ - Vraag 1c. Kunt u aangeven hoeveel woningen er in de Boezemvaart gerealiseerd zouden kunnen worden als het gebied de bestemming wonen krijgt in plaats van de bestemming bedrijventerrein? Antwoord 1a De Boezemvaart heeft grotendeels een agrarische bestemming en een uit te werken bedrijfsbestemming. Een bestemmingswijziging van glastuinbouw naar bedrijventerrein is niet aan de orde. Voor de volledigheid hieronder een afbeelding van het bestemmingsplan met daarin aangegeven het gebied Boezemvaart. Het onderzoek kan leiden tot een vervolg met een bestemmingsplanwijziging.

pagina

3/4

Memo

Antwoord 1b Het onderzoek is in lijn met de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie is de Boezemvaart aangeduid als transformatielocatie. Met het vervolgonderzoek bekijken we hoe, we binnen de kaders van de Omgevingsvisie, de Boezemvaart kunnen transformeren en bedrijventerrein De Boezem kunnen versterken. Antwoord 1c De Boezemvaart heeft een oppervlakte van iets meer dan 6 hectare. Het aantal woningen dat op deze oppervlakte gerealiseerd kan worden is afhankelijk van de woningdichtheid. Voor het bepalen van een, bij de locatie, passende woningdichtheid zijn ruimtelijke studies nodig. Het is daardoor niet mogelijk om aan te geven hoeveel woningen hier gerealiseerd kunnen worden. Vraag 2 Zoals bekend na eerdere vragen van onze fractie is er nog geen definitie voor ‘circulair ondernemen’ vastgelegd door onze gemeente. In dit omgevingsprogramma komt het onderwerp echter wel uitgebreid aan bod. - Vraag 2a. Op pagina 30 staat “16% van de banen op het bedrijvenpark heeft circulaire potentie (STEC, 2022)”. Kunt u aangeven hoe deze circulaire potentie berekend/ingeschat is, oftewel welke methode en/of criteria zijn hiervoor gebruikt? Antwoord 2 De circulaire potentie is ingeschat door te kijken naar het aandeel banen in sectoren met hoge circulaire potentie ten opzichte van de totale werkgelegenheid.

Om te bepalen welke bedrijven/banen dit zijn is gebruik gemaakt van bronnen als Innovatiespotter, gegevens uit het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA) en het LISA (werkgelegenheidsregister). De vraag van de CU/SGP: Vraag Heeft het opstellen van dit omgevingsprogramma een vertragende werking op de uitgifte van kavels? Antwoord Nee, het Omgevingsprogramma heeft geen gevolgen voor de planning van de uitgifte van kavels. Wel helpt het Omgevingsprogramma bij de selectie van bedrijvigheid. De vraag van het CDA: Vraag Indien de Boezemvaart een transformatie ondergaat, wat kunnen de eventuele gevolgen zijn voor de reeds bestaande bedrijven? Bijv. beperking van milieu-categorie en/of andere zaken. Antwoord Het vervolgonderzoek van Boezemvaart maakt duidelijk hoe we de Boezemvaart kunnen transformeren en wat daar de gevolgen van zijn. Uitgangspunt voor het vervolgonderzoek is dat we de transformatie van Boezemvaart gebruiken voor de versterking van bedrijventerrein de Boezem. We streven daarmee naar het beperken van negatieve gevolgen voor bestaande bedrijvigheid.

pagina

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13086353/1