Beantwoording beeldvormende vragen fracties PvdD, CDA, VVD, TROTS en Progressief PN - Beleid pré-mantelzorgwoningen
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1584539
berichtnummer
1438744
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
8 mei 2025 Beantwoording beeldvormende vragen over ontwerp beleid pré-mantelzorgwoningen Informatief
Door de Fracties PvdD, CDA, VVD, TROTS en Progressief PN zijn vragen gesteld over ontwerp beleid prémantelzorgwoningen (6B ). Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1 (PvdD) We begrijpen uit de stukken dat er een nieuw huisnummer aangevraagd moet worden voor de premantelzorgwoning, maar dat de mensen die er gaan wonen zich niet op dat nieuwe nummer hoeven in te schrijven als het belastingtechnisch voordeliger voor ze is om zich in de hoofdwoning in te schrijven. Hebben we dat goed begrepen? Zo ja, hoe kun je dan goed monitoren of mensen voor wie de premantelzorgwoning bedoeld is, er ook nog gebruik van maken (niet al weg zijn door bv. verhuizen of overlijden) als er niemand ingeschreven staat? Antwoord In een pré-mantelzorgwoning mag zowel degene die de zorg verleent als degene die de zorg ontvangt gaan wonen. Dat staat los van het huisnummer. In het ontwerp van de beleidsregels staat onder welke voorwaarden we daar medewerking aan verlenen. Het is een tijdelijke vergunning die onder voorwaarden wordt verleend. Eén van die voorwaarden is dat als de pré-mantelzorg eindigt door overlijden of verhuizing en er geen sprake meer is van een vorm van mantelzorg, dan ook de prémantelzorgwoning moet worden beëindigd. Op pagina 14 en 15 staat hoe we daar mee om willen gaan. Vraag 2 (PvdD) Stel je hebt een grote familie.
De huidige pre-mantelzorgsituatie stopt door overlijden/verhuizen. Mag je dan een ander familielid van 75+ in de tijdelijke woning laten wonen en staat de teller dan weer op nul jaar? Of moet je pre-mantelzorgwoning eerst afbreken en dan weer opbouwen om dat nieuwe familielid er weer 10(+5) jaar in te laten wonen? Antwoord De teller staat niet op nul wanneer er nieuwe mensen in komen wonen aangezien de 15 jaar gebonden is aan het adres en niet aan de inwoners. Dan gaat opnieuw de pré-mantelzorgsituatie in voor een ander familielid, maar wel minus de tijd dat het een premantelzorg situatie was. De gemeente kan voor maximaal een termijn van 15 jaar een tijdelijke vergunning verlenen. Vraag 3 (CDA) P 7 stelt het college als 3e optie “ Een permanent gebouw bouwen dat eerst als mantelzorgwoning en daarna als schuur of garage kan worden gebruikt”. Vraag; - Is dit ook conform de landelijke regelgeving? Wordt ook in alle anderen gemeenten in Nederland het zo aangeboden? Antwoord Ja, dit is conform landelijke regelgeving en dat zien we dus ook terug bij andere gemeenten die vooruitlopend op de daadwerkelijke en vergunningsvrije mantelzorg, ook pré-mantelzorgwoningen mogelijk maken.
pagina
1/4
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Vraag 4 (CDA) P 15 Wie gaat voor de gemeente handhaven, om te checken of alle voorzieningen na overlijden zijn verwijderd? Mocht de gemeente zelf handhaven is hiervoor dan genoeg capaciteit? Hoe worden de kosten hiervoor gedekt? Antwoord De gemeente zal zelf controleren en handhavend optreden wanneer nodig. Hiervoor is voldoende capaciteit. Vraag 5 (VVD) Kan het college erop ingaan hoe in de nota parkeernormen rekening zal worden gehouden met de premantelzorgwoningen? Daarbij in het achterhoofd houdend dat van tevoren nooit duidelijk is hoeveel pre-mantelzorgwoningen in een wijk zullen worden gerealiseerd? Antwoord Nee, we kunnen nu nog niet vooruitlopen op de afwegingen die in de Nota Parkeernormen zullen worden gemaakt. Vraag 6 (VVD) Waarom gaat het voorstel uit van een vergunde periode van 10 jaar, en niet gelijk van 15 jaar? Antwoord Bij het maken van het beleid is gekeken naar welke termijn andere gemeenten hanteren. De meeste gemeenten hanteren een termijn van 10 jaar. Wij sluiten hierbij aan omdat vooruit kijken naar of een mantelzorgsituatie gaat ontstaan lastig is voor een periode van 15 jaar. Daarnaast geef je inwoners met 10 jaar ook nog de mogelijkheid om nog eenmalige een verlenging te geven van 5 jaar en is er nog ruimte om post-mantelzorg mogelijk te maken. Vraag 7 (TROTS) Pag. 10. De ruimtelijke kant van pré-mantelzorg.
Een permanent gebouw bouwen dat eerst als prémantelzorgwoning en daarna als schuur of garage kan worden gebruikt. Wanneer er een permanent gebouw wordt neergezet en deze na de periode van mantelzorg niet verbouwd kan worden tot schuur of garage, maar een permanente woning. Moet deze dan afgebroken worden of mag deze blijven bestaan? Antwoord In de geschetste situatie wordt een permanent gebouw gerealiseerd. Dat moet dan voldoen aan de regels voor bijbehorende bouwwerken zoals opgenomen in het omgevingsplan Pijnacker-Nootdorp (inclusief Bruidsschat) en het Besluit bouwwerken leefomgeving. Dat betekent dat er bijvoorbeeld maximale maten zijn voor de oppervlakte, goothoogte en bouwhoogte in het achtererfgebied. Daarin worden voor de premantelzorg dan voorzieningen in gerealiseerd zoals een keuken, badkamer en toilet. Die voorzieningen zijn nodig om gebruik als een premantelzorgwoning mogelijk te maken. Wij herkennen niet waarom het verwijderen van deze voorzieningen aan het eind van de zorgsituatie zou moeten leiden tot sloop van het gebouw. Enkel de voorzieningen moet dan in principe verwijderd worden; een prémantelzorg of mantelzorgwoning kan nooit leiden tot een permanente woonvoorziening. Vraag 8 (TROTS) Geldt dit ook voor de reeds bestaande mantelzorgwoningen in onze gemeente? Antwoord Ook bij mantelzorgwoningen is de mantelzorgwoning een tijdelijke woonvoorziening.
Vanwege het ontbreken van beleid zijn er in onze gemeente geen pré-mantelzorgwoningen. Wel kunnen er
pagina
2/4
Memo beantwoording beeldvormende vragen
vergunningsvrije mantelzorgwoningen zijn. Ook daarvoor geldt dat wanneer deze zijn gerealiseerd in een permanent gebouw, de voorzieningen die het gebouw een woning maken zoals de keuken, badkamer en toilet, moeten worden verwijderd. Het wordt dan weer een bijbehorend bouwwerk. Vraag 9 (TROTS) Het voorbeeld op pagina 13 gaat over de post-mantelzorgwoning. de volgende vraag. 3. In principe is het helder voorbeeld, maar wordt bij een voorkomende casus maatwerk gedaan? Antwoord Bij dit voorbeeld kan het opgelost worden binnen de regels van het beleid. Wanneer een situatie voordoet waarin dit niet mogelijk is kan er terug gevallen worden op de hardheidsclausule. Met de hardheidsclausule is maatwerk mogelijk. Vraag 10 (TROTS) is het mogelijk dat hier ook het kernteam bij betrokken wordt? Antwoord Dat is zeker mogelijk. Binnen de gemeente zoeken we elkaar op als dat nodig is. Vraag 11 (TROTS) Het voorstel sluit in het algemeen bedrijfswoningen en specifiek burgerwoningen in bedrijventerreinen uit van pre-mantelzorgwoningen.
Hoe verhoudt zich dit tot de regels van het plaatsen van mantelzorgwoningen bij bedrijfswoningen en specifiek burgerwoningen in bedrijventerreinen? Gelden daar dezelfde regels, of stellen wij ons voor pré-mantelzorgwoningen strenger op dan voor mantelzorgwoningen? Antwoord Voor pre-mantelzorgwoningen op bedrijventerreinen is dit beleid strenger dan het landelijke beleid voor mantelzorgwoningen omdat we op de bedrijventerreinen zoveel mogelijk ruimte willen geven om te ondernemen. Tussen wonen en bedrijven moeten afstanden worden aangehouden. Daarmee wordt een gezond woon- en leefklimaat in de woning gewaarborgd. Ook in een tijdelijke situatie willen we dat graag. Op een bedrijventerrein kan dat echter betekenen dat dit de bedrijven hindert in hun bedrijfsvoering. Daarom stellen we voor om bedrijventerreinen geen pré-mantelzorgwoningen mogelijk te maken. Vraag 12 (TROTS) Hoe wordt in het omgevingsplan het onderscheid tussen burgerwoningen op bedrijventerreinen en overige burgerwoningen gemaakt? Kunnen we juridische gezien aanvullende beperkingen aan deze specifieke burgerwoningen stellen? Antwoord De grenzen van een bedrijventerrein zijn op de kaart van het omgevingsplan en in de omgevingsvisie aangegeven. In het omgevingsplan staat of een woning een bedrijfswoning of een burgerwoning is.
Uit de combinatie van deze twee kunnen we dus afleiden of er sprake is van een burgerwoning op een bedrijventerrein. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening of een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kunnen we onderscheid maken. De ruimtelijke kenmerken van de omgeving zijn namelijk heel verschillend. Vraag 13 (TROTS) In de infographic op bladzijde 4 staat: "de pré-mantelzorgwoning wordt gerealiseerd bij een burgerwoning. Op een bedrijventerrein mag een pré-mantelzorgwoning nooit, in het glastuinbouwgebied alleen bij burgerwoningen". In de rest van het voorstel worden alle
pagina
3/4
Memo beantwoording beeldvormende vragen
bedrijfswoningen, zowel binnen als buiten het glastuinbouwgebied zoals bijvoorbeeld agrarisch gebied, uitgesloten. Vanwaar deze discrepantie tussen infographic en tekst? Antwoord Er is geen sprake van een discrepantie. In de infographic wordt gesproken over dat een prémantelzorgwoning alleen geplaatst mag worden in het glastuinbouwgebied bij een burgerwoning en niet bij een bedrijfswoning. Op een bedrijventerrein mag een pré-mantelzorgwoning nooit. Zie daarvoor ook de toelichting op bladzijde 9. Vraag 14 (Progressief PN) Hoe wordt er gecontroleerd of de zorgrelatie nog actueel is en is hier voldoende capaciteit voor? Antwoord Die controle valt onder het reguliere werk. Vraag 15 (Progressief PN) In hoeverre is de realisatie van premantalzorgwoningen ook toegankelijk voor inwoners met een laag of gemiddeld inkomen? Antwoord Voor het realiseren van een pré-mantelzorgwoning zijn drie mogelijkheden; het is een tijdelijk gebouw in de tuin, een bestaande garage of schuur die wordt verbouwd of een permanent gebouw dat eerst als mantelzorgwoning gebruikt wordt en daarna als schuur of garage. De kosten per optie verschillen. Een unit plaatsen zal waarschijnlijk duurder zijn dan het verbouwen van een garage.
pagina
4/4