CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen fracties EA, D66, VVD, CDA, PvdD, TROTS en fractie Graafland- Aanvullende kaders wonen in het glastuinbouwgebied

Raad Beeldvorming 8 mei 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen7.553 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo beantwoording beeldvormende vragen

zaaknummer

1584455

berichtnummer

1438693

aan

Raad

van

College

afschrift

---

datum

8 mei 2025

onderwerp status

Beantwoording beeldvormende vragen over beeldvormende vragen aanvullende kaders wonen in het glastuinbouwgebied Informatief

Door zeven fracties ​zijn beeldvormende vragen gesteld over de aanvullende conceptkaders wonen in het glastuinbouwgebied (agendapunt 6a). Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1a (EA) In hoeverre is de input voor de nieuwe visie op de glastuinbouw van de provincie al bekend bij het college? Antwoord De provincie gaat na de zomer beginnen met het opstellen van een langetermijnvisie voor de (glas)tuinbouw in samenwerking met de sector en andere relevante stakeholders. Wij stellen u voor de aanvullende conceptkaders voor wonen in het glastuinbouwgebied op basis van scenario 2 in te brengen bij de provincie in het proces van het ontwikkelen van deze nieuwe visie. Vraag 1b (EA) In hoeverre zijn de punten van de provinciale visie overeenkomstig met de voorgestelde conceptkaders? Antwoord Zie het antwoord op punt 1a, de provincie gaat na de zomer starten met een nieuwe lange termijnvisie. Vraag 2 (EA) Conceptkader 4 geeft aan dat “verplaatsing van woningen naar elders in de gebieden kostenneutraal” uitgevoerd moeten worden. Kan het college aangeven of er meerdere manieren zijn de verplaatsing kostenneutraal te realiseren dan een bestemmingswijziging van glas naar wonen? Antwoord Ons uitgangspunt is dat we kostenneutraal tot uitplaatsing van woningen komen. We sluiten niet uit dat er nog andere manieren zijn om kostenneutraal tot de uitplaatsing van woningen te komen.

In ieder geval zal dit niet zonder een aanpassing van het omgevingsplan kunnen plaatsvinden hetgeen kosteneffecten met zich meebrengt. Met dit voorstel vragen wij u om deze aanvullende conceptkaders voor wonen in het glastuinbouwgebied op basis van scenario 2 nader uit te werken. Vraag 3 (EA) Het college noemt onder de verplaatsingsregeling dat er uitplaatsingsgebieden moeten zijn binnen de huidige glastuinbouwgebieden. Voorgesteld gebied bevindt zich in Noukoop. Komen er ook andere gebieden in aanmerking om de woning te verplaatsen? Antwoord In de drie glastuinbouwgebieden zal ruimte gezocht worden voor het uitplaatsen van woningen. Waar is nog niet bekend. We willen, indien u als raad akkoord gaat om de conceptkaders nader uit te werken, kijken naar verschillende gebieden waar mogelijk uitgeplaatste woningen kunnen komen. We willen dus

pagina

1/16

Memo beantwoording beeldvormende vragen

niet specifiek kijken naar Noukoop, maar willen met een open blik diverse locaties bekijken in alle glastuinbouwgebieden in onze gemeente. Vraag 4a (EA) Is het college van mening dat oud-tuinders en bewoners op leeftijd een behoorlijke investering willen doen om hun woning te verplaatsen? Antwoord Met dit voorstel hebben we geprobeerd een balans te vinden tussen de belangen van de individuele eigenaren en het economische en algemene belang. De leeftijd van bewoners of oud- tuinders is niet bepalend bij de vraag hoe we het strijdige gebruik van woningen in de glastuinbouw kunnen oplossen. Indien uw raad instemt met het voorstel, zullen we bij de uitwerking van de regelingen ook kijken welke woningen urgent moeten worden uitgeplaatst of dat maatwerk mogelijk is. Vraag 4b (EA) Hoe denkt het college bewoners op leeftijd te kunnen enthousiasmeren om deze investering te doen?’ Antwoord We willen met de introductie van de regelingen een handelingsperspectief bieden. In feite hebben burgers die nu wonen in een bedrijfswoning nu geen uitzicht op een oplossing. Met de introductie van een omzettings- en een uitplaatsingsregeling bieden we een oplossing. Dit biedt wellicht ook voor eigenaren op leeftijd kansen. Bijvoorbeeld door te kunnen verkopen of een meer levensloopgeschikte woning te kunnen realiseren.

De glastuinbouw geven we tegelijkertijd ook zicht op een oplossing, al kost dat wat tijd. Vraag 5 (EA) Aangegeven wordt dat bij optie 3 een kostenneutrale exploitatie wordt bereikt bij toepassing van de verplaatsingsregeling, omzettingsregeling en een uitplaatsingsgebieden. Kan het college hier een rekenvoorbeeld van geven van de theorie op pagina 30? Antwoord In het kader van de opstelling van de conceptkaders voor het wonen hebben we een globale toets gedaan en onze conclusies daarover in het voorliggende stuk opgenomen. Bij de uitwerking van het omgevingsprogramma kunnen wij u hierover meer concrete informatie te verstrekken. Vraag 6a (EA) De waarde van burgerwoningen ligt hoger dan de waarde van bedrijfswoningen. Het omzetten van bestemming glas naar wonen heeft dan geen invloed op het kostenneutraal maken van de exploitatie zoals voorgesteld door het college. Hoe zorgt het college ervoor dat de exploitatie kostenneutraal blijft aangezien er kosten gemaakt worden tijdens de verplaatsing. Antwoord Bij de verdere uitwerking van de kaders en het omgevingsprogramma zullen we hierop nader ingaan. Eén van de zaken die we willen uitwerken is of de markt de uitvoering zou kunnen oppakken.

Vraag 6b (EA) Aangezien de burgerwoning voor marktwaarde gekocht moet worden, vindt er een waardevermindering plaats wanneer deze ingezet wordt voor glastuinbouw (inclusief bestemmingsplanwijziging). Wie vangt deze waardevermindering op? Antwoord Het is ons bekend dat in de glastuinbouwgebieden nu al een aantal als burgerwoning bestemde woningen zitten. Als deze in de weg staan voor de herstructurering van de glastuinbouw zal dan op basis van maatwerk gekeken kunnen worden hoe we deze woningen kunnen verplaatsen. De uitplaatsing van

pagina

2/16

Memo beantwoording beeldvormende vragen

woningen zal dan in een breder perspectief worden bekeken hoe de opgave kostenneutraal is uit te voeren. Dit ook in het licht van de totale opgave in de glastuinbouw waar ook baten te behalen zijn. Vraag 7 (EA) Er staat genoemd dat de revenuen van de omzettingsregeling ingezet kunnen worden voor andere uitvoeringskosten voor de uitvoering binnen het glastuinbouwprogramma. Welke uitvoeringskosten zouden meer gaan kosten dan begroot waardoor de revenuen van de omzettingsregeling daarvoor moeten worden ingezet? Antwoord Het gaat om de uitvoeringskosten van bijvoorbeeld het opstellen omgevingsplan, kosten voor toezicht en handhaving en voor mogelijke bijdragen aan de uitplaatsingsregeling. Indien u instemt met het voorstel dan zullen wij dit in het vervolg verder uitwerken. Vraag 8 (EA) Onder 1.3 in het aanbiedingsformulier worden expliciete voorwaarden gesteld. Wat gebeurt er met het uitwerken van voorliggend plan wanneer er a) de planbaatbelasting niet wordt ingevoerd of b) overeenstemming met de provincie niet worden gerealiseerd? Antwoord Als planbaatbelasting niet wordt ingevoerd, zullen we moeten bezien of er andere opties zijn om tot de toekomstbestendige glastuinbouwgebieden te komen. Denk bijvoorbeeld aan een verordening. Wij zetten ons hiermee in voor een toekomstbestendige glastuinbouw in onze gemeente.

Mede daarom stellen wij voor om deze aanvullende conceptkaders voor wonen in het glastuinbouwgebied in te brengen bij de provincie bij het opstellen van nieuw provinciaal beleid. Wij verwachten dat de provincie ook in ziet dat dit meer vraagt. Mocht de provincie hier anders over denken, dan gaan wij graag met de provincie in gesprek. Vraag 9a (EA) In figuur 1 op pagina 8 staan Pijnacker-West, Pijnacker-Oost en Noukoop aangemerkt als vitale glastuinbouwgebieden. 9a) Lenen alle drie de gebieden zich even goed voor een toekomstbestendige glastuinbouw? Antwoord In deze gebieden kunnen inderdaad goed worden gebruikt voor toekomstbestendige glastuinbouw. Dit vraagt wel dat de basis op orde is, zoals die is omschreven in hoofdstuk 2. Vraag 9b (EA) Kan het college aangeven of een van deze gebieden zich mogelijk ook leent als transformatiegebied wanneer de exploitatie in de andere gebieden tegenvalt? Antwoord Bij het opstellen van de scenario’s is als basis genomen dat we (zoveel mogelijk) uitgaan van het behoud van het netto areaal glastuinbouw met als ondergrens de 325 hectare netto areaal uit de omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 die de raad in 2021 heeft vastgesteld. Met scenario 2 zitten we nagenoeg op de ondergrens.

Het transformeren van één of delen van de drie grotere glastuinbouwgebieden past niet in onze eigen omgevingsvisie en de kaders voor het omgevingsprogramma glastuinbouw zoals die vorig jaar door uw raad zijn vastgesteld. Daarnaast is transformatie ook in strijd met het provinciaal omgevingsbeleid. Vraag 10 (D66) Wat zijn de overwegingen van de provincie om in het beleid te blijven sturen op instandhouding van het bruto i.p.v. het netto areaal?

pagina

3/16

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord De provincie stuurt op een aantal doelen waaronder het cluster en concentreren van de glastuinbouw, het behouden en versterken van de internationale concurrentiepositie en duurzaamheid. Om de toppositie van de glastuinbouw te behouden versnelt de provincie de transitie naar een toekomstig bestendig en een duurzaam tuinbouwcluster. De provincie stuurt daarom op het bruto areaal om de daarmee voldoende ruimte voor glastuinbouw als economisch cluster te behouden. Wij onderschrijven de doelen van de provincie. Wij zijn echter van mening dat de provincie ook op andere wijze deze doelen kan behalen door bijvoorbeeld meer te sturen op kwaliteit van het glastuinbouwcluster en het netto areaal. Dit willen we inbrengen bij de nieuwe provinciale glastuinbouwvisie. Vraag 11 (D66) Hoe groot acht het college de kans dat de provincie de beleidssturing op bruto areaal binnen afzienbare termijn los zal laten? Antwoord De provincie gaat na de zomer beginnen met de opstelling van een visie op de tuinbouw in haar provincie. Medio 2026 wil de provincie de visie vaststellen. Daarnaast wordt het provinciaal omgevingsbeleid jaarlijks herzien. Tot nu toe heeft de provincie negatief gereageerd op onze verzoeken om het bruto-areaal aan te passen in de vorm van Overgauw en Rijskade-Zuid.

Wij denken dat een duidelijke visie voor de toekomstbestendige glastuinbouwgebieden een belangrijke bijdrage is aan dit gesprek. Zie ook het antwoord op vraag 10. Vraag 12 (D66) Er wordt gesproken van een planbaatbelasting, waarvoor het Rijk een wettelijke grondslag aan het overwegen is. Wat is daarvan de stand van zaken, en wat zou de impact zijn op dit plan als deze grondslag er niet komt? Antwoord Het kabinet spreekt wel over de introductie van een planbaatbelasting, maar geeft niet aan wanneer deze wordt voorzien. Als planbaatbelasting niet wordt ingevoerd, zullen we moeten bezien of er andere opties zijn, zoals een eigen verordening, om tot de toekomstbestendige glastuinbouwgebieden te komen. Vraag 13 (D66) Op pagina 27 wordt een gebied genoemd wat mogelijk benut kan worden als uitplaatsingsgebied. Is deze grond op dit moment in eigendom van de gemeente en wat is de huidige bestemming en gebruik? Antwoord In de drie glastuinbouwgebieden zal ruimte gezocht worden voor het uitplaatsen van woningen. Waar is nog niet bekend. Wij hebben nog geen gronden in bezit in Noukoop. De meeste gronden in Noukoop hebben een glastuinbouwbestemming en worden ook zo gebruikt. We willen, indien u als raad akkoord gaat om de conceptkaders nader uit te werken, kijken we naar verschillende gebieden waar mogelijk uitgeplaatste woningen kunnen komen.

We willen dus niet specifiek of alleen kijken naar Noukoop, maar met een open blik diverse locaties onderzoeken. Vraag 14 (D66) Op pagina 30 staat: "De eigenaar krijgt de mogelijkheid om tegen marktwaarde een kavel te verwerven in een uitplaatsingsgebieden voor burgerwoningen. Om de regeling aantrekkelijk te maken, wordt een korting aangeboden ter grootte van 50% van de meerwaarde van een burgerwoning ten opzichte van een bedrijfswoning." Waarop is het kortingspercentage van 50% gebaseerd? Zijn andere kortingspercentages overwogen, waarom wel/niet? Antwoord De overweging bij het percentage van 50% is dat het voor de eigenaar een aantrekkelijk perspectief moet zijn om de woning om te zetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning.

pagina

4/16

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 15 (D66) Op pagina 31 wordt gesproken van een verbindingsweg Nieuwkoopseweg-Langelandsweg. Kunt u nader toelichten: a. de voordelen van het aanleggen van deze weg b. de nadelen van het aanleggen van deze weg c. de onderbouwing van het genoemde bedrag van €1,75 miljoen voor aanleg van de weg d. hoe kijken ondernemers en bewoners aan tegen de aanleg van deze weg e. wat is de financiële haalbaarheid van de aanleg van deze weg f. op welke termijn zou deze weg aangelegd kunnen worden? Antwoord Het klopt dat er in zowel scenario 1 als scenario 2 een verbindingsweg is ingetekend. Dat komt voort uit het ontwerpend onderzoek, waar de gebieden integraal zijn bekeken. Door de tuinders is aangegeven dat de ontsluiting van het glastuinbouwgebied Noukoop een steeds groter probleem is. Zeker op de Nieuwkoopseweg waar ook ander (recreatief) verkeer op zit. Er zijn diverse opties bekeken. Een doorsteek is misschien de beste optie. Of de verbindingsweg er komt en waar exact is nog niet bekend. Indien u instemt met het voorstel, verkennen we dat verder in het (ontwerp) omgevingsprogramma. Het is geen onderdeel waar we u nu vragen mee in te stemmen. Vraag 16 (VVD) Het voorstel noemt een richtafstand van 50 meter tussen glastuinbouwbedrijven en woningen als 'veilige' afstand voor hinder.

Kan nader worden onderbouwd waarom die afstand noodzakelijk is en of niet met 30 meter kan worden volstaan aan de linten? Welke concrete hinder is zodanig ernstig dat 50 meter noodzakelijk is? Antwoord Deze afstandsmaat is gebaseerd op recente jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter die in het stuk wordt genoemd. De in acht te nemen afstand tot woningen wordt bepaald aan de hand van bepaalde milieuhinderaspecten (geur, stof, geluid, en gevaar). Deze afstanden zijn bepaald om hinder of schade aan mensen in de nabijheid van de hinderbron te beschermen. Vraag 17 (VVD) Wat is er gebeurd met het onderzoek van Pouderoyen en Tonnaer? Waarom wordt in het raadsvoorstel niet ingegaan op de mogelijkheid van plattelandswoningen? Antwoord We hebben het onderzoek van Pouderroyen en Tonnaer goed bestudeerd. In het onderzoek van Pouderoyen Tonnaer is concreet aangegeven dat plattelandswoningen niet het instrument vormen in een dynamische omgeving van herstructurering in de glastuinbouwgebieden. Dit wordt mede bevestigd door de Raad van State die onlangs nog een uitspraak heeft gedaan dat woningen te allen tijde voldoende beschermd moeten worden ten opzichte van bedrijfsactiviteiten. Daarmee zijn plattelandswoningen met een mindere milieubescherming geen oplossing voor de opgave waar we voor staan.

Met de conceptkaders wordt een perspectief gegeven waarin we een balans hebben gezocht tussen de belangen van de bewoners en de belangen van de glastuinbouwbedrijven. Vraag 18 (VVD) Hoe realistisch acht het college de kans dat de wetgeving voor planbaten binnen een realistische termijn wordt ingevoerd, en wat zijn de gevolgen daarvan voor scenario 2? Antwoord Het is op dit moment onduidelijk wat de planning van het kabinet is voor het invoeren van de planbaatbelasting. Als planbaatbelasting niet wordt ingevoerd, zullen we moeten bezien of er andere opties zijn, zoals een eigen verordening, om tot de toekomstbestendige glastuinbouwgebieden te komen.

pagina

5/16

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 19 (VVD) Kan de 'financiële afdrachtregeling' die het college voor zich ziet bij omzetting of verplaatsing van woningen een hindernis vormen voor uitvoering van scenario 2? Bijvoorbeeld in het geval dat de veronderstelde baten tegenvallen of de eigenaar van de betreffende woning de waardevermeerdering niet out of pocket kan betalen? Antwoord Scenario staat of valt bij de invoering van een omzettings- en een verplaatsingsregeling. De hoofdlijnen zijn in deze conceptkaders opgenomen. Indien u instemt met het voorstel, dan zullen wij dit verder uitwerken in de kaders en het omgevingsprogramma. Vraag 20 (VVD) Als de planbatenoptie komt te vervallen of niet uitvoerbaar blijkt, kan hetzelfde effect dan worden bereikt met verhandelbare woningrechten? Antwoord Bij de verdere uitwerking van de kaders en het (ontwerp)omgevingsprogramma zullen we, als de planbaatbelasting er niet komt, verkennen of het ook een optie is om een eigen verordening op te stellen. Vraag 21 (CDA) Blz.

6, het 2e conceptkader is: “In de Vitale Glastuinbouwgebieden onder voorwaarden ruimte te bieden voor de huisvesting van de eigen arbeidsmigranten zonder dat daarmee de ruimte om te ondernemen onevenredig wordt beperkt” Kan “onevenredig” concreter worden gemaakt, bijvoorbeeld in een percentage? Antwoord Nee, dit gaat om een zorgvuldige brede afweging van mogelijkheden en ruimtelijke, economische, sociale en milieukundige inpassing in relatie tot zijn directe omgeving. Dit laat zich niet uitdrukken in concrete percentages. Vraag 22 (CDA) Blz. 9: "Bedrijfswoningen worden ontkoppeld van de tuinbouwbedrijven en apart in de verkoop gezet als burgerwoning; bedrijfsgebouwen worden voor andere doeleinden ingezet of verhuurd." Hoe kan het dat bedrijfswoningen als burgerwoning worden verkocht? Bij de verkoop moet dan toch aan het licht komen dat er iets gebeurt dat niet mag? Antwoord Eigenaren bieden hun bedrijfswoning aan op de woningmarkt. Derden kopen deze vervolgens aan. Een notaris hoeft volgens vaste jurisprudentie van de Raad van State niet te toetsen aan het bestemmingsplan (nu omgevingsplan). De notaris draagt alleen zorg voor het juridisch transport van de betreffende woning naar de nieuwe eigenaar. Als gemeente zijn we geen partij in dit proces. Vraag 23 (CDA) Blz. 17: in scenario 2 worden historische wegen losgekoppeld van de glastuinbouw.

Is er inzicht over hoe groot de bijdrage hiervan is aan het verkleinen van het verschil tussen het bruto- en het netto glastuinbouw areaal? Antwoord Ja, per scenario is aangegeven wat de effecten zijn op het bruto en netto areaal glastuinbouw. Vraag 24 (CDA) Voor de Omzettingsregeling (blz. 25) en de Verplaatsingsregeling (blz. 26) wordt aangegeven: Eigenaar vergoedt de gemeente 50% van de toegenomen meerwaarde."

pagina

6/16

Memo beantwoording beeldvormende vragen

a) Waarom is dit 50%? (waarom niet hoger of lager?) b) Zou het mogelijk zijn voor de Verplaatsingsregeling een ander percentage dan voor de Omzettingsregeling te hanteren? Of levert dat rechtsongelijkheid op? c) Zou het mogelijk zijn om voor de Verplaatsingsregeling een x percentage (bijvoorbeeld 50%) te hanteren tot de waarde van een woning die gelijkwaardig is aan de woning die verlaten wordt, en een hoger percentage voor het meerdere daarboven? (het doel hiervan zou zijn te voorkomen dat deze regeling gaat neerkomen op een subsidie op het kopen van een grotere woning) Antwoord a) De overweging bij het percentage van 50% is dat het voor de eigenaar een aantrekkelijk perspectief moet zijn om de woning om te zetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. b) De verplaatsingsregeling kent in principe geen planbaatbelasting omdat de kosten voor de sloop en herbouw van een woning ook kosten met zich meebrengen en er hoogstwaarschijnlijk geen baten zijn. c) We kunnen in het uitwerken van de conceptkaders en ontwerp omgevingsplan bekijken of het voorstel mogelijk zal kunnen zijn.

Vraag 25 (CDA) Is rekening gehouden met de mogelijkheid dat woningeigenaren wel van één van deze regelingen gebruik willen maken, maar de financiering niet (binnen vijf jaar) rond krijgen? Is er een beeld hoe vaak dit zich zou kunnen voordoen en hoe ermee om te gaan? Antwoord Op dit moment vragen we u om de conceptkaders voor wonen in het glastuinbouwgebied op basis van scenario 2 nader uit te werken. Indien u daarmee instemt zullen wij bij de verdere uitwerking tot de kaders en het (ontwerp)omgevingsprogramma bekijken of een dergelijke situatie zich kan voordoen en hoe we daar mee om kunnen gaan. Vraag 26 (CDA) In bovenstaande regelingen wordt niet gekeken naar de oorzaak van het strijdig gebruik. Is het mogelijk dat wel te doen en de financiële gevolgen geheel of gedeeltelijk neer te leggen bij de partij die het strijdig gebruik heeft veroorzaakt? Antwoord Natuurlijk kan worden gekeken naar de oorzaak van het strijdig gebruik. Het geheel of gedeeltelijk neerleggen van de financiële gevolgen bij de partij die het strijdig gebruik heeft veroorzaakt kan ingewikkeld zijn. Dit omdat wij geen partij zijn geweest in de privaatrechtelijke transactie. Wanneer bijvoorbeeld iemand een bedrijfswoning heeft gekocht en daar als burger in is gaan wonen, dan wordt met dit voorstel een perspectief geboden. Vraag 27 (CDA) Gesteld wordt dat een voorwaarde o.a.

is de invoering van de planbatenheffing. a) Hoe groot is de kans dat deze er komt? b) Als er geen planbatenheffing komt, heeft de gemeente dan wellicht nog andere mogelijkheden om toch kosten door te berekenen? (eigenaren hebben immers een reële waarde vermeerdering als het strijdig gebruikt van hun woning wordt opgelost) Antwoord a. Het is op dit moment onduidelijk wat de planning van het kabinet is voor het invoeren van de planbaatbelasting.

pagina

7/16

Memo beantwoording beeldvormende vragen

b.

Bij de verdere uitwerking van de kaders en het (ontwerp)omgevingsprogramma zullen we als de planbaatbelasting er niet komt, bekijken of het ook een mogelijkheid is om een eigen verordening op te stellen.

Vraag 28 (CDA) Op blz. 25 lezen we: “Het is praktisch om alle strijdig in gebruik zijnde bedrijfswoningen in één keer om te zetten in het omgevingsplan”. Maar vervolgens wordt aangegeven dat het vanwege uitvoering en de werkdruk op de organisatie niet in één keer kan. Waarom is dit niet haalbaar? Heeft de overgangsperiode van vijf jaar hiermee te maken, of is die enkel bedoeld om eigenaren voldoende tijd te geven? Antwoord De overgangsperiode heeft met beiden te maken. Het gaat om een groot aantal woningen. Met alle eigenaren moeten er afspraken worden gemaakt. Dit kost veel tijd. Om de doorlooptijd per woning niet te groot te laten zijn is een gebiedsgerichte aanpak waarschijnlijk handiger. Bij de verdere uitwerking tot de kaders en het (ontwerp)omgevingsprogramma zullen bekijken hoe we hier mee moeten omgaan. Vraag 29 (CDA) Blz. 30 "De verplaatsingsregeling houdt in dat de bedrijfswoning met een strijdig gebruik tegen marktwaarde wordt ingebracht en gesloopt." Hoe stel je de marktwaarde van een dergelijke woning vast? (Vanwege het strijdig gebruik gaat het immers om onroerend goed die je niet als woning kunt/mag verkopen.) Wordt bedoeld: de waarde die de woning zou hebben als het nog een echte bedrijfswoning zou zijn en blijven? Antwoord De marktwaarde wordt bepaald middels een taxatie. Bedrijfswoningen hebben een waarde als deze ook behoort tot een bedrijf.

Ondanks dat deze relatie is verbroken kan deze wel als zodanig worden getaxeerd. Het gaat dus inderdaad om de waarde die de woning zou hebben als het nog een echte bedrijfswoning zou zijn en blijven. Vraag 30 (CDA) Blz. 31 verbindingsweg Langelandseweg-Nieuwkoopseweg: Waar zou deze weg komen en wat wordt er dan beter? Antwoord Het klopt dat er in zowel scenario 1 als scenario 2 een verbindingsweg is ingetekend. Dat komt voort uit het ontwerpend onderzoek, waar de gebieden integraal zijn bekeken. Door de tuinders is aangegeven dat de ontsluiting van het glastuinbouwgebied Noukoop een steeds groter probleem is. Zeker op de Nieuwkoopseweg waar ook ander (recreatief) verkeer op zit. Er zijn diverse opties bekeken. Een doorsteek is misschien de beste optie. Of de verbindingsweg er komt en waar exact is nog niet bekend. Indien u instemt met het voorstel, verkennen we dat verder in het (ontwerp) omgevingsprogramma. Het is geen onderdeel waar we u nu mee vragen in te stemmen. Vraag 31 (CDA) In de aanbiedingsnota, blz. 7 lezen we: “Na besluitvorming door ons college en voor behandeling in uw raad is een informatieve bijeenkomst georganiseerd. Deze vindt plaats op 24 april.

Voor deze bijeenkomst worden dezelfde organisaties, inwoners en ondernemers uitgenodigd als eerder in het participatieproces.” a) Waarom is niet gekozen voor een open informatieavond voor iedereen? (Het kan immers een grote impact hebben op veel inwoners en ondernemers). b) Kan het college aangeven hoe het participatieproces verder vorm wordt gegeven?

pagina

8/16

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord Deze informatieve bijeenkomst maakt deel uit van het participatieproces dat we hebben doorlopen. We hadden bij de laatste bijeenkomst van het ontwerpend onderzoek aan de aanwezigen toegezegd dat we voorafgaand aan de raadscyclus de betrokkenen zouden terugkoppelen hoe we met hun input zijn omgegaan. Dit was ook het doel van de informatiebijeenkomst. In dit stadium van het bespreken met uw raad over de conceptkaders zijn nog groot aantal zaken die uitgewerkt moeten worden. We vonden het in die zin nog te vroeg om nu al breder uit te nodigen, omdat we eerst van uw raad de opdracht willen krijgen om deze conceptkaders te mogen uitwerken. Wel hebben we het bewonerscollectief opnieuw uitgenodigd. Dat hebben we eerder ook gedaan. Dat de uitnodiging is doorgestuurd naar een groot aantal bewoners in de glastuinbouwgebieden is prima. Zo ook dat de pers aanwezig was. Na uw besluitvorming kijken we hoe verder het (participatie) proces gaan inrichten. Vraag 32 (PvdD) Kan worden aangegeven wat het aantal ha glastuinbouw in onze gemeente is ten opzichte van de totale oppervlakte? Antwoord Op dit moment is er zo’n 380 hectare netto glas in de gemeente. In Nederland staat zo’n 9.400 hectare.

Vraag 33 (PvdD) Kan worden aangegeven op welke plekken nog ‘papieren’ glastuinbouw (glastuinbouw met de bestemming glastuinbouw, maar nog geen kassen) is in onze gemeente? Antwoord Het gaat veelal om de “grijzige” gebieden (bestemmingsglastuinbouw) in het figuur 2 op bladzijde 13. Vraag 34 (PvdD) Er staat: ‘De aanwezigheid van strijdig gebruikte woningen zorgt ervoor dat het netto areaal in werkelijkheid veel lager ligt.’ Om hoeveel areaal gaat het en als dat niet helder is indicatief? Antwoord Dit is lastig zo te beantwoorden. Maar in algemene zin en indicatief gaat het snel om tientallen hectares, vanwege in acht te nemen milieuzoneringen. Vraag 35 (PvdD) Er staat: ‘De glastuinbouw zelf geeft aan dat we met elkaar op een kantelpunt staan’. Hoe is dit vastgesteld? Met wie zijn hierover gesprekken gevoerd? Antwoord Deze uitspraak komt vooruit uit de participatiessessies die in het kader van het ontwerpend onderzoek zijn gehouden. Daarbij waren onder andere de tuinders uit Pijnacker-Nootdorp, Greenport Zuid-Holland, provincie Zuid-Holland en Glastuinbouw Nederland. De bereidheid om veel te investeren in een de herstructurering van de glastuinbouw kan alleen plaatsvinden als er een goed en toekomstbestendige visie op de glastuinbouw er ligt.

Vraag 36 (PvdD) Er staat: ‘De infrastructuur is verbeterd door de realisatie van een extra verbinding in de Noordpolder.’ Welke verbinding wordt hiermee bedoeld (Verlengde Komkommerweg?)? Antwoord Ja, deze zin gaat over de Verlengde komkommerweg.

pagina

9/16

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 37 (PvdD) Er staat: ‘De beschikbaarheid en kwaliteit van water gaat ten koste van de ruimte om te ondernemen.’ Kan dit nader worden toegelicht? Antwoord Om voldoende water te kunnen bergen in het gebied is extra waterberging nodig. Dit moet ergens in het gebied gaan plaatsvinden. In scenario 1 wordt dit ondergronds gedaan en in scenario 2 bovengronds. Daarom staat er dat dit ten koste gaat van de ruimte om te ondernemen. Vraag 38 (PvdD) Begrijpen we goed dat in scenario 2 door het uitplaatsen van ‘illegaal bewoonde bedrijfswoningen’ het netto areaal glastuinbouw daardoor toeneemt? Antwoord Ja, het klopt dat als bedrijfswoningen met een strijdig gebruik worden uitgeplaatst er meer ruimte ontstaat voor de glastuinbouw. Vraag 39 (PvdD) En moeten al die mensen die nu illegaal wonen in bedrijfswoningen, die niet langs doorgaande historische wegen staan dus verplaatst worden naar het aangewezen gebied ‘transformatiegebied met ca 10 ha glastuinbouw laten staan’? Antwoord In scenario 2 willen we gaan kijken of we met een verplaatsingsregeling bedrijfswoningen die nu strijdig worden gebruikt kunnen verplaatsen naar andere locaties. Deze locaties zijn nog niet bekend. We willen in het kader van het uitwerken van het omgevingsprogramma glastuinbouw bekijken welken locaties eventueel geschikt zijn om als uitplaatsingslocatie te dienen.

De locatie transformatiegebied met ca 10 ha glastuinbouw verwijst naar de noodzaak om, wanneer we minimaal 325 ha netto areaal willen behouden, ook een deel van Rijskade moeten blijven gebruiken voor glastuinbouw. Vraag 40 (PvdD) Er staat: ‘Bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied die niet als bedrijfswoning worden gebruikt, krijgen de mogelijkheid om in de historische wegen, dan wel in de uitplaatsingsgebieden, een woonkavel te kopen/te laten bestemmen en een woning te herbouwen als burgerwoning. Voorwaarde is dat de eigenaar de grond waarop de voormalige bedrijfswoning stond aan het naburige glastuinbouw verkoopt’. Is het denkbaar dat op deze postzegels nog nieuwe kassen worden neergezet? We begrijpen dit niet goed, dus kan dit nader worden toegelicht wat het werkelijk bijdraagt aan de glastuinbouw? Antwoord Het gaat erom dat het strijdig gebruik wordt opgeheven en dat de grond niet in handen blijft van een particulier, maar juist beschikbaar komt voor de tuinbouw. Die bestemming/functie heeft de grond ook. De gedachte is dat vroeg of laat het tuinbouwbedrijf de gronden zal inzetten ten behoeve van het bedrijf en de gronden daarmee efficiënter kunnen worden gebruikt.

Vraag 41 (TROTS) Als eerste is voorgesteld om de historische wegen zoals de Delftsestraatweg, Overgauwseweg, Rijskade, Nieuwkoopseweg en Strikkade los te koppelen van de glastuinbouw a) Mogen de tuinders hier doorgaan met hun bedrijf of moeten ze verplicht stoppen? b) Houd dit in dat de ruimte voor ruimte regeling hier ook van toepassing is of gaat worden? c) Is dit op alle scenario’s van toepassing? d) Waarom behoort de Strikkade tot de historische wegen? Antwoord a. Tuinders die aan deze historische wegen zitten mogen doorgaan met hun bedrijf.

pagina

10/16

Memo beantwoording beeldvormende vragen

b. c. d.

De regeling ruimte voor ruimte wordt hier niet van toepassing. Nee, alleen bij scenario 2. Strikkade is een van de oudere wegen in het gebied. We hebben bij het ontwerp onderzoek gekeken naar de historische wegen in dit gebied. Op basis hiervan zijn we gaan kijken naar de conceptkaders voor wonen in de glastuinbouwgebieden. Op basis van het besluit van de raad gaan we deze conceptkaders verder uitwerken in de definitieve kaders en uiteindelijk in het omgevingsprogramma.

Vraag 42 (TROTS) Pag. 28 De gemeente kan de verplaatsingsregeling op drie manieren uitvoeren. Is er bij het ontwikkelen van dit beleid ruimte voor maatwerk, waarbij vooraf niet is bepaald op welke manier wordt gehandeld? Antwoord Ja, er zal maatwerk nodig zijn om de regelingen goed te kunnen uitvoeren. Uitwerking van de regelingen zal plaatsvinden wanneer uw raad instemt met het uitwerken van deze conceptkaders in de definitieve kaders en uiteindelijk in het omgevingsprogramma. Vraag 43 (TROTS) Op bladzijde 12 wordt geschreven "een afstand van 50 meter tussen glastuinbouw en woningen", terwijl bladzijde 24 stelt "een minimale afstandsmaat moet worden aangehouden tussen de bestemming ‘wonen’ en de glastuinbouw, vaak vastgesteld op 50 meter". Wordt de afstand van 50 meter van Wonen tot Glastuinbouw gemeten vanaf de woning, of vanaf de grens van het perceel dat als Wonen aangemerkt is en waar de activiteit Wonen feitelijk ophoudt? Antwoord Wij houden 50 meter aan van het perceel/bestemmingsvlak dat als Wonen is aangemerkt. Vraag 44 (TROTS) In de verschillende scenario’s wordt er gesproken over nieuwe infrastructuur.

a) Wat zijn de overwegingen waardoor de nieuwe weginfrastructuur bij optie 2 niet nodig geacht wordt? b) Hoe verhoudt de nieuwe infrastructuur in Noukoop zich tot de rest van de Nieuwkoopseweg waar de infrastructuur niet verbeterd wordt? c) Voorziet het college mogelijkheden om het tuinbouwgebied Noukoop beter aan te sluiten op de N470, bijvoorbeeld via de Zijdeweg door infrastructuur te verwerken in de transformatie van de Balijade? Antwoord Wij stellen u nu voor om de conceptkaders over het wonen in de glastuinbouwgebieden op basis van scenario 2 nader uit te werken. Bij het ontwerpend onderzoek hebben we integraal gekeken naar de glastuinbouwopgave. Vanuit daar hebben wij de conceptkaders voor het wonen in de glastuinbouwgebieden gedestilleerd. Die liggen nu voor. Uitwerking van bijvoorbeeld de infrastructuur komt het omgevingsprogramma terug. a. Ook bij scenario 2 zullen we moeten kijken naar nieuwe infrastructuur in Noukoop. b. De infrastructuur in het gehele glastuinbouwgebied Noukoop is matig geschikt voor de moderne glastuinbouw. Dit vraagt dus om een verdere uitwerking in het omgevingsprogramma. c. In de scenario’s is hier geen rekening mee gehouden. Dit stuk gaat echter over de kaders voor het wonen in het glastuinbouwgebied. Eventuele voorstellen voor het verbeteren van de infrastructuur komen terug in de uitwerking van het omgevingsprogramma.

Vraag 45 (TROTS) Kunnen de figuren van de scenario’s op hogere resolutie worden aangeleverd? En kan het wellicht zijn dat er een discrepantie is tussen de figuren en de tekst van de scenario’s? In scenario’s 2 en 3 wordt er niet gesproken over nieuwe infrastructuur tussen de Langelandseweg en Nieuwkoopseweg, maar is het

pagina

11/16

Memo beantwoording beeldvormende vragen

wel ingetekend. Ook lijkt het in het figuur 5 van scenario 3 alsof de Balijade niet meer als transformatiegebied wordt ingezet, terwijl dit volgens de tekst wel wordt onttrokken aan het areaal. Antwoord Door de raad gevraagd om aanvullende conceptkaders voor het wonen in de glastuinbouwgebieden op te stellen. Dit ligt nu voor. De scenario’s zijn opgewerkt om de kaders te voorzien van plaatjes (schetsen/verbeeldingen). Dit maakt dat het gesprek over de conceptkaders beter is te voeren. Het is geen plan. Na een besluit van de raad gaan we aan de slag om de conceptkaders uit te werken en uiteindelijk het omgevingsprogramma op te stellen. Ook in scenario 2 moeten we nadenken over een betere ontsluiting in Noukoop. In scenario 3 is er minder aanleiding om nog iets te doen aan de infrastructuur. Het klopt dat in figuur 5 van scenario 3 Balijade niet meer is in te zetten als transformatiegebied. Als gevolg van de keuze in dit scenario om alle woningen in het glastuinbouwgebied te laten staan, kunnen de transformatiegebieden niet meer van functie veranderen. Anders is er geen 325 hectare aan glastuinbouwareaal meer. Vraag 46 (TROTS) Kan het college specifieker zijn welk gebied aan de Nieuwkoopseweg zij voorzien voor het verplaatsen van de bedrijfswoningen, bijvoorbeeld door middel van een afbeelding.

Antwoord In de drie glastuinbouwgebieden zal ruimte gezocht worden voor het uitplaatsen van woningen. Waar is nog niet bekend. We willen indien u als raad akkoord gaat om de conceptkaders nader uitwerken, kijken naar verschillende gebieden waar mogelijk uitgeplaatste woningen kunnen komen. We willen dus niet specifiek kijken naar Noukoop, maar willen met een open blik diverse locaties bekijken. Vraag 47 (Fractie Graafland) Wat is de overweging geweest om de Delftsestraatweg, Overgauwseweg, Rijskade, Nieuwkoopseweg en Strikkade los te koppelen van de glastuinbouw? En welke zones langs deze historische wegen worden bedoeld om anders te gebruik dan glastuinbouw (burgerwoningen). Antwoord Een belangrijke overweging is geweest dat juist langs deze historische wegen al een groot aantal bestemde burgerwoningen staan. Ook zien we juist langs deze wegen dat de afstanden tussen de woningen en de glastuinbouwbedrijven al wat groter is. De opgave van het wonen in de glastuinbouwgebieden is groot. De opgave wordt verkleind als we de woningen langs deze wegen kunnen laten staan. Daarnaast zijn deze historische wegen vaak ook aantrekkelijke en karakteristieke plekken in onze gemeente. Het gaat om een zone van ongeveer 60-70 meter. Vraag 48 (Fractie Graafland) Het college geeft aan de “politieke haalbaarheid” van scenario 2 verder te willen onderzoeken.

Tegelijkertijd wordt de raad gevraagd om op basis van het conceptkader al richting te geven. Kan het college nader toelichten wat precies wordt verstaan onder ‘politieke haalbaarheid’. Wordt hiermee gedoeld op het draagvlak binnen de raad, of betreft het bredere bestuurlijke of maatschappelijke overwegingen. Antwoord We doelen met “politieke haalbaarheid” op het maatschappelijk draagvlak waarbij wij gezocht hebben naar een evenwichtig kader waarbij de verschillende belangen (tuinbouw en wonen) een perspectief krijgen om te gaan handelen. Vraag 49 (Fractie Graafland) Er wordt voorgesteld om onder voorwaarden huisvesting te bieden aan de eigen arbeidsmigranten. In hoeverre is het afwijkend van geldend beleid. En wat zijn de voorwaarden?

pagina

12/16

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord De voorliggende conceptkaders wijken niet af van de bestaande kaders zoals vastgelegd in de nota huisvesting arbeidsmigranten. Het huidige beleid blijft vooralsnog staan. Vraag 50 (Fractie Graafland) Het college koppelt de “financiële neutraliteit” van de regelingen aan de voorwaarde dat er ‘voldoende ruimte beschikbaar komt binnen het huidige glastuinbouwgebied”. a) Kan het college toelichten wat daar precies onder wordt verstaan? Gaat het om fysieke ruimte, planologische ruimte of iets anders? Waarop baseert het college de aanname dat die ruimte daadwerkelijk beschikbaar zal komen, gezien de bestaande functies, eigendomsverhoudingen en belangen in het gebied? b) Wat gebeurt er als die ruimte er niet blijkt te zijn? Betekent dit dat de gemeente dan alsnog financieel moet bijspringen? En zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de stelling dat nu geen zware overheidsinvesteringen wenselijk zijn? Met andere woorden: is financieel neutraal hier een reëel scenario of eerder een best case?" Antwoord a) Wij bedoelen dat de regeling alleen kans van slagen heeft als deze financieel neutraal uitgevoerd kunnen worden maar ook dat er ruimte beschikbaar kan komen om als uitplaatsingsgebied te fungeren. Alleen met deze voorwaarde kan de regeling een succes worden.

b) Wij kunnen nu niet zeggen wat we gaan doen als er geen ruimte is of als de regeling niet financieel neutraal is uit te voeren. We bieden u nu de conceptkaders aan, zodat we deze kunnen gaan uitwerken. Bij de uitwerking gaan we juist de vragen nader uitwerken. Vraag 51 (Fractie Graafland) (1.3 aanbiedingsnota) wat wordt er bedoeld met een ‘gebiedsfonds”. Antwoord De bedoeling is dat als we de regelingen gaan uitvoeren we de opbrengsten uit de planbaten in een gebiedsfonds willen doen. Deze middelen kunnen dan dienen om andere zaken in het glastuinbouwgebied eventueel te bekostigen. In de uitwerking van het omgevingsprogramma zullen wij hier nader op ingaan. Ook zullen wij dan ingaan op de rol van de raad. Vraag 52 (Fractie Graafland) Op welke wijze denkt het college recht te doen aan de provinciale omgevingsverordening die stuurt op behoud van het bruto glastuinbouwareaal, nu in het voorliggende voorstel wordt gekozen voor sturing op netto areaal — en hoe voorkomt het college daarmee strijdigheid met provinciaal beleid en mogelijke juridische consequenties? (aanbiedingsnota 1.5). Antwoord De provincie gaat na de zomer beginnen met het opstellen van een langetermijnvisie voor de (glas)tuinbouw in samenwerking met de sector en andere relevante stakeholders.

Wij stellen u voor de aanvullende conceptkaders voor wonen in het glastuinbouwgebied op basis van scenario 2 in te brengen bij de provincie in het proces van het ontwikkelen van deze nieuwe visie. Vraag 53 (Fractie Graafland) Het college geeft aan dat de juridische uitvoerbaarheid van de conceptkaders voor wonen in het glastuinbouwgebied nog nader wordt uitgewerkt. Ik begrijp dat dit een complex traject is waarin veel belangen samenkomen. Tegelijk valt op dat in de aanbiedingsnota (kopje “juridische uitvoerbaarheid”) geen expliciete reflectie is opgenomen op de verhouding tot het provinciale beleid, dat stuurt op behoud van het bruto glastuinbouwareaal. Kan het college toelichten op welke wijze dit spanningsveld in de verdere uitwerking wordt meegenomen, en welke risico’s of aandachtspunten daarbij een rol spelen?

pagina

13/16

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord Zie antwoord op vraag 52. Vraag 54 (Fractie Graafland) P. 9: In de conceptkaders wordt gesteld dat de gemeente in het verleden medewerking heeft verleend aan de omzetting van bedrijfswoningen naar burgerwoningen, mits voldaan werd aan de eisen van een evenwichtige toedeling van functies. Deze toetsingsgrond komt echter pas voort uit de Omgevingswet, die pas sinds 2024 van kracht is. Kan het college toelichten op welke juridische grondslag deze afwegingen in het verleden dan wel zijn gebaseerd, en hoe deze passage moet worden geïnterpreteerd in de context van terugwerkende werking of beleidscontinuïteit? Antwoord In het bestemmingsplan Duurzame Glastuinbouwgebieden, dat inmiddels van rechtswege is opgegaan in het omgevingsplan Pijnacker-Nootdorp, was een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Deze wijzigingsbevoegdheid bepaalde onder andere dat, wanneer voldaan werd aan een aantal randvoorwaarden, een bedrijfswoning mocht worden omgezet naar een burgerwoning. De in de vraag aangehaalde zin, verwijst naar deze wijzigingsbevoegdheid. Vraag 55 (Fractie Graafland) P. 9 Het ruimtegebruik binnen de vitale glastuinbouwgebieden is niet optimaal, er is veel onbenutte ruimte. Hoeveel (netto) ruimte is onbenut. Antwoord Bij ieder scenario is het verschil tussen het netto en het bruto areaal in beeld gebracht. Vraag 56 (Fractie Graafland) P.

11 “De grootste spanning ligt tussen de glastuinbouwsector en de eigenaren van bedrijfswoningen die geen relatie hebben met de glastuinbouw”. Heeft het college zicht op hoe groot dit aantal is (hoeveel van de 190 bedrijfswoningen worden er gebruikt door eigenaren zonder een relatie net de glastuinbouw). Huidige situatie. Antwoord Ja, op basis van een bureauonderzoek uit 2021 hebben we per scenario aangegeven hoeveel bedrijfswoningen strijdig worden gebruikt. Dat wil zeggen bedrijfswoningen die niet worden bewoond door iemand van wie de aanwezigheid bij het bedrijf noodzakelijk is. In scenario 1 gaat het dan om 190 bedrijfswoningen. Daarvan worden er 75 strijdig gebruikt en naar 70 bedrijfswoningen moet nog onderzoek worden gedaan. Vraag 57 (Fractie Graafland) P. 10 Het college geeft aan dat er vanuit de sector verzoeken zijn ontvangen om op te treden tegen strijdig gebruik in het glastuinbouwgebied, terwijl het in de praktijk juist regelmatig sectorleden zelf zijn die verantwoordelijk zijn voor dat strijdige gebruik.

Kan het college toelichten hoe het deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid duidt, en op welke wijze wordt gewaarborgd dat handhaving objectief, consequent en met draagvlak binnen de sector plaatsvindt? In het verlengde daarvan horen wij graag hoe het college dit ziet in relatie tot de voorgestelde mogelijkheid om eigen arbeidsmigranten toe te staan in de bedrijfswoningen, aangezien het risico reëel is dat deze woningen in de toekomst ook gebruikt gaan worden voor huisvesting van anderen dan eigen arbeidsmigranten, waarmee de handhaafbaarheid verder onder druk kan komen te staan. In het verlengde hiervan, hoe kijkt het college aan tegen handhaving na de overgangsperiode (omzettingsregeling en verplaatsingsregeling). Antwoord De glastuinbouwsector bestaat uit vele individuele ondernemers. Zij handelen overeenkomstig hun eigen belang. Dat hoeft niet hetzelfde te zijn als het belang van de sector. De meest bekende voorbeelden zijn

pagina

14/16

Memo beantwoording beeldvormende vragen

de ondernemer die de bedrijfswoning verkoopt aan een burger of de kas die wordt gebruikt voor opslag of als caravanstalling. De overheid (van Rijk tot gemeente) borgt met beleid en regels het algemeen belang. Er is dus (soms) een verschil tussen het collectieve en publieke belang enerzijds en het individuele bedrijfsbelang anderzijds. Voor de huisvesting van arbeidsmigranten heeft uw raad een beleidsnota vastgesteld. In deze conceptkaders wijken we daar niet vanaf. De handhaving na de overgangsperiode werken we, wanneer u deze conceptkaders vaststelt, verder uit in de definitieve kaders en het omgevingsprogramma. Zie ook het antwoord op vraag 62. Vraag 58 (Fractie Graafland) P. 11 Het college geeft aan dat het ontbreken van heldere beleidskeuzes leidt tot juridische en planologische onzekerheid voor zowel glastuinbouwondernemers als bewoners van strijdig gebruikte bedrijfswoningen, met risico op maatschappelijke onrust. Tegelijk wordt gesteld dat er ruimte is om bij te sturen. Kan het college toelichten in hoeverre er al sprake is van bijsturing, welke concrete keuzes hierin zijn of worden gemaakt, en in hoeverre deze bijsturing ook daadwerkelijk handelingsperspectief biedt aan de eigenaren van bedrijfswoningen die nu verkeren in een situatie van onzekerheid Antwoord Het omgevingsprogramma is het instrument waarmee we willen bijsturen.

Daarmee willen we zowel aan de ondernemers als de bewoners duidelijkheid geven. Vraag 59 (Fractie Graafland) Ambitieniveau 3 en 4 (onderwijs en personeel) krijgen in scenario 2 een -waardering. Terwijl deze ambities in scenario 1 een ++ waardering krijgen, Hoe moet dit gelezen worden, in scenario 2 is hoewel minder, maar ook nog steeds ruimte voor grootschalige, efficiënte en moderne glastuinbouw. Antwoord Het perspectief op zowel onderwijs als personeel is in scenario 2 minder positief dan in scenario 1. Dat komt omdat bedrijven in dit scenario minder groot zijn. Ze hebben dan niet alleen minder middelen om talenten aan te trekken, maar er is ook minder perspectief. Bijvoorbeeld doordat er minder mogelijkheden zijn voor doorgroei en minder diversiteit is in het werk. Daarmee is scenario 2 weer positiever dan scenario 3. Vraag 60 (Fractie Graafland) P. 25 omzettingsregeling: Het college stelt voor om bij omzetting van een bedrijfswoning naar een reguliere woning langs de doorgaande historische wegen 50% van de toegenomen meerwaarde als vergoeding aan de gemeente te vragen.

Kan het college toelichten op welke wijze deze meerwaarde wordt vastgesteld, welke juridische en uitvoeringsgrondslag hiervoor geldt, en hoe wordt voorkomen dat dit leidt tot langdurige discussies, onzekerheid of rechtsongelijkheid tussen eigenaren? Antwoord De overweging bij het percentage van 50% is dat het voor de eigenaar een aantrekkelijk perspectief moet zijn om de woning om te zetten van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. De meerwaarde wordt vastgesteld op basis van een taxatie door een taxateur. Dit gaat op basis van de huidige bestemming/functie, bedrijfswoning, als of de woning nog toebehoort tot een bedrijf. De juridische basis zou de regeling kunnen zijn eventueel vastgelegd in een verordening. Wie hebben gezien bij de regeling ruimte voor ruimte (in het verleden een provinciale verordening met een uitwerking op gemeentelijk niveau) dat een dergelijke regeling goed werkt, juist als het doel en de regels uniform worden toegepast waarbij ook oog is voor maatwerk. Door de regels duidelijk vooraf te communiceren wordt onzekerheid of rechtsongelijkheid tussen eigenaren voorkomen. Vraag 61 (Fractie Graafland)

pagina

15/16

Memo beantwoording beeldvormende vragen

P. 27 De gemeente koopt woningen aan tegen de huidige marktwaarde, sloopt deze en verkoopt de gronden vervolgens als tuinbouwgrond tegen een lagere waarde. Kan het college inzicht geven in de financiële consequenties van deze werkwijze voor de gemeentelijke begroting, inclusief de verwachte omvang van het aantal aankopen en het daarmee gemoeide bedrag? En op welke wijze worden eventuele tekorten gedekt of financieel onderbouwd binnen de meerjarenbegroting. Antwoord Wij hebben de raad voorgesteld om de conceptkaders voor wonen in het glastuinbouwgebied op basis van scenario 2 nader uit te werken in kaders en daarna in een omgevingsprogramma vast te leggen. De (eventuele) relatie met de begroting maakt geen onderdeel uit van deze uitwerking. Vraag 62 (Fractie Graafland) P. 22 Het college noemt als vijfde voorwaarde voor het slagen van de voorgestelde aanpak de 'bereidheid van de gemeente om handhavend op te treden'. Kan het college toelichten waarom er gesproken wordt over 'bereidheid', terwijl handhaving bij strijdig gebruik een wettelijke taak is? Roept deze formulering niet ten onrechte het beeld op dat handhaving een bestuurlijke keuze is in plaats van een verantwoordelijkheid/plicht. Antwoord In paragraaf 4.3 wordt de rol van de gemeente beschreven. Daarin staat inderdaad dat de gemeente bereid moet zijn om handhavend op te treden.

Wanneer er sprake is van strijdig gebruik dan kunnen we of over gaan tot legalisatie of gaan handhaven. Met deze zin hebben we bedoeld om aan te geven dat bij de keuze voor dit scenario handhaving een onderdeel daarvan is en dus niet zal worden overgegaan tot legalisatie van het strijdig gebruik.

pagina

16/16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15512973/4