Beantwoording beeldvormende vragen fracties CDA, Progressief PN, EA, VVD en D66 - Interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein 2025-2028
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1584861
berichtnummer
1439021
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
8 mei 2025 Beantwoording beeldvormende vragen over het interventieplan kostenbeheersing en innovatie sociaal domein 2025-2028 Informatief
Door de fracties CDA, Progressief Pijnacker-Nootdorp, Eerlijk Alternatief, de VVD en D66 zijn vragen gesteld over beantwoording schriftelijke vragen interventieplan kostenbeheersing en innovatie (agendapunt 6c). Daarnaast heeft ook de Adviesraad Sociaal Domein (ASD), naar aanleiding van de reactie van het college op het eerste advies van de ASD op het interventieplan, een aanvullend advies gestuurd. Zie hiervoor de bijlage. Hieronder treft u de beantwoording van de vragen van de fracties en het aanvullende advies van de ASD aan: Vragen CDA Vraag 1 P4 U stelt dat er nog pijnlijkere maatregelen zijn opgesteld die de inwoners kunnen raken en noemt daarbij als voorbeeld een inkomenstoets voor de WMO. Kan het college aangeven of zij bevoegd is om een dergelijke toets toe te passen? Zo ja, waarom past het college deze niet toe? Antwoord Bij het bedenken van maatregelen hebben we onderzocht wat wel en niet mogelijk is, waarbij er gekeken is naar de randen van de wet. Het toepassen van een inkomenstoets bij de Wmo is maatregel met een zeer hoog juridisch risico, waarvan onduidelijk is wat de haalbaarheid hiervan is. Wel weten wij dat het doen van een inkomenstoets bij de Wmo kostenbesparende effecten kan hebben.
Vraag 2 P 3 staat “ Daarnaast wachten wij verdere landelijke ontwikkelingen af die kosten kunnen besparen in het sociaal domein, zoals de (her) invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor alle voorzieningen binnen de WMO en de uitvoering van de hervormingsagenda jeugd door de rijksoverheid”. Kan het college ongeveer aangeven wat de besparingen zouden kunnen zijn als de voorgestelde maatregelen van het rijk wel doorgang vinden? Hoe zien wij deze besparingen terug, daar wij hebben wij hebben begrepen dat het verrekend wordt binnen het gemeentefonds. Klopt dit? Antwoord In de voorlopige uitwerking van de voorjaarsnota 2025 van het Rijk zit er voor ons inderdaad vanaf 2028 een korting (nadeel) in van € 450K waarvan verondersteld wordt dat wij die ‘goedmaken’ door een eigen bijdrage op Jeugdzorg te innen. Eerder hebben we iets dergelijks ook al verwerkt op Wmo (€ 87K).
pagina
1/14
Memo beantwoording beeldvormende vragen
En inderdaad, de besparingsopties uit de Hervormingsagenda worden de gemeenten opgelegd met (min of meer) evenredig hoge korting op het gemeentefonds. Met andere woorden: tegenover besparingen uit de hervormingsagenda of het kunnen innen van eigen bijdragen staan lagere inkomsten uit het gemeentefonds. Vraag 3 Het Interventieplan is vooral gericht op kostenbeheersing, maar hoe zit het met het te verwachten personeel te kort de komende jaren? In hoeverre wordt hier al met partners naar gekeken naar maatregelen op korte termijn? (o.a. AI) Antwoord Maatregelen binnen het interventieplan zijn gericht op het korter en doelgerichter inzetten van zorg en dat zorg wordt uitgesteld of voorkomen. Dit draagt bij aan een lagere inzet van personeel. Bij de uitvoering van de zorgakkoorden IZA, RIGA, GALA, WOZO en AWZA is het door uw genoemde knelpunt een belangrijk item. Vraag 4 P 7. Kan het college aangeven waarom de kosten in de regionale jeugdzorg zo enorm zijn gestegen van 2017 8,4 miljoen naar 13,4 miljoen in 2024.
Wat is de oorzaak, over welke kosten/aantallen praten we hier die deze enorme stijging hebben veroorzaakt? P12 Dit ook in relatie met het aantal kinderen dat in PN in de GGZ zitten? Is er in grote lijnen een gedeelde oorzaak waarom zij hierin terecht zijn gekomen? Antwoord In hoofdstuk 3 van het interventieplan hebben voor u een uitgebreide analyse gemaakt van de oorzaken van de kostenstijging in het sociaal domein. Wij zien dat door het ontbreken van heldere kaders, steeds meer vraagstukken binnen deze wet vallen. En daarmee binnen het gemeentelijk domein. De jeugdwet kent ook diverse toegangen/verwijzers. Waardoor grip op de toegang van jeugdhulp beperkter is. We zien binnen jeugdzorg dat het aantal klanten redelijk stabiel is. We zien gemiddelde kosten per klant stijgen. Bij specifieke producten, zoals verblijf, is deze kostenstijging ingegeven door landelijk beleid. De toename van de vraag naar jeugd-GGZ binnen onze gemeente is in lijn met de landelijke trend. Vraag 5 P 10/11 staat; Ook de wijze van contracteren en de wettelijke voorschriften voor het bepalen van reële tarieven en de jurisprudentie daarover hebben een kostenverhogend effect.
Kan het college de oplossingen geven voor de bovengenoemde punt, aan welke knoppen moet gedraaid worden en op welk niveau (lokaal, regionaal, landelijk) moet dit gebeuren? Antwoord De wijze van contracteren kan lokaal en/of regionaal worden bepaald. Het bepalen van wettelijke voorschriften van reële tarieven en de jurisprudentie hierover zijn verankerd in de landelijke wetgeving. Vraag 6 Maatregel 6 Onderzoeken mogelijkheden voorkeursaanbieders en max. plafond per aanbieder. Kan de gemeente aanbieders uitsluiten? U stelt; Daarnaast wil de gemeente een plafond aanhouden voor aanbieders zodat enkel met aanbieders wordt samengewerkt die als betrouwbaar en kwalitatief passend worden geacht door de gemeente. Ligt hier ook niet een taak regionaal? Kunnen wij als raad niet regionaal bij het inkoopkader hier een opdracht neerleggen bij SBJH?
pagina
2/14
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord Regionaal is dit zeker ook een mogelijkheid die wordt benut. Wat wij als gemeente doen binnen dit interventieplan, is dat wij zelf kijken welke mogelijkheden het contract ons biedt. Deze maatregel is hier een voorbeeld van. Ook regionaal wordt er gesproken over het zoveel mogelijk kaders meegeven aan dienstverleners binnen de jeugdwet en de contractuele kaders. Vraag 7 Maatregel 2 Kan het college aangeven hoe een Cliënt bij een WMO consulent komt? Is dit middels een verwijzing huisarts of meld een cliënt zichzelf? Wat zijn de exclusiecriteria, zoals genoemd bij de maatregelen? Antwoord Een inwoner of vertegenwoordiger van de inwoner kan zelf een melding maken bij de gemeente via de telefoon, email, website en de welzijnsondersteuner ouderen (WOO). Deze meldingen worden gescreend en er wordt contact opgenomen met de inwoner voor een huisbezoek. Vraag 8 Waar komt het verplichtend karakter powerful Ageing te volgen vandaan om in aanmerking te komen voor de WMO voorziening? Is dit landelijk bepaald? Antwoord Wij zijn voornemens om krachtig ouder worden aan te bieden als voorliggende voorziening. Dat wil zeggen dat wanneer deze voorziening passend is voor een inwoner, dus een oplossing biedt, wij op dat moment geen Wmo-maatwerkvoorziening aanbieden. Dit is niet landelijk bepaald, maar vastgelegd in de verordening maatschappelijke ondersteuning en de beleidsregels Wmo.
Vraag 9 Zijn er genoeg ‘speciale’ fysiotherapeuten beschikbaar om powerful Ageing in onze gemeente om in te zetten en ontstaan er geen wachtlijsten? Antwoord We verwachten hierbij geen problemen. De aanbieder van krachtig ouder worden voorziet in voldoende capaciteit van fysiotherapeuten. Vraag 10 Maatregel 3 de ACSD schrijft hier als advies het is belangrijk dat de gemeente zijn onafhankelijkheid bewaakt. Kunt u nader uitleggen hoe u dit gaat doen? Antwoord Bij implementatie van deze maatregel wordt een afwegingskader voor onze Wmo-consulenten opgesteld, waarin wordt bepaald onder welke criteria een inwoner het programma krachtig ouder worden volgt. Net als bij andere Wmo-voorzieningen wordt, in uitzonderlijke gevallen, een medisch advies ingewonnen. De inwoner kan uiteraard ook gebruik maken van een onafhankelijke clientondersteuner. Met de aanbieder van krachtig ouder worden maken wij uiteraard afspraken om te bepalen of een inwoner kan deelnemen aan dit programma. Vraag 11
pagina
3/14
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Maatregel 8, Kan het college aangeven om hoeveel jongeren tussen 18 t/m 27 het gaat in onze gemeente? Is er een meldpunt voor deze jongeren? Heeft u ook contact gehad met andere organisaties die mogelijk ook deze jongeren helpen? Antwoord Vijf inwoners per jaar zullen starten met het Jongeren Perspectieffonds. We verwachten dit aantal jongeren te vinden via leerplicht/RMC en via ons meldpunt kinderopvangtoeslagaffaire (KOT). Onderdeel van het plan is om lid te worden van het landelijke platform Jongeren Perspectieffonds, om ervaringen en kennis uit te wisselen. Dit specifieke aanbod wordt op dit moment niet door andere organisaties binnen onze gemeente geboden. Vraag 12 Maatregel 4 Kan het college aangeven om hoeveel inwoners het hier gaat, die van de Loonkostensubsidie (LKS) in de gemeente gebruik kunnen gaan maken? Werken de werkgeverscheque en de praktijkroute onvoldoende, daar u kiest voor (extra) LKS? Hoeveel mensen met arbeidsbeperking zouden hierdoor mogelijk hun baan kunnen verliezen? Antwoord De maatregel richt zich specifiek op het doen van verdiepend onderzoek op de inzet van LSK als instrument om mensen weer naar de arbeidsmarkt te begeleiden. We zien potentie in het breder inzetten van LKS, maar aanvullend onderzoek is nodig om te bezien of deze maatregel inderdaad het gewenste effect (meer mensen aan de slag) heeft, en wat daar (extra) voor nodig is.
Uiteraard mag het breder inzetten van LKS er niet voor zorgen dat andere arbeidsbeperkte mensen hun baan (met LKS) kwijtraken. Juist daarom is verdiepend onderzoek nodig om LKS zo effectief mogelijk in te zetten. De werkgeverscheque en praktijkroute zijn ook goede instrumenten, maar bedienen een andere doelgroep en hebben ook een ander doel. LSK is geen vervanger van deze instrumenten. LKS is interessant om dat mensen met een (lage) loonwaardemeting toch aan de slag kunnen in regulier werk, en de werkgever daarvoor een compensatie krijgt. De werknemer krijgt gewoon salaris, wat een normaliserend effect heeft. In maart 2025 waren er 69 personen met LKS in onze gemeente (hetzelfde aantal als in maart 2024, in maart 2023 waren het 61 personen). Vragen Progressief Pijnacker-Nootdorp Vraag 1 In de voorjaarsnota is geld beschikbaar gesteld voor gemeenten. Heeft dit nog gevolgen voor het plan zoals dit nu voorligt? Antwoord De extra middelen vanuit het Rijk zijn niet meegenomen bij de uitwerking van dit plan. Vraag 2 Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de kostenstijging in 2023 en 2024, met name in de jeugdzorg? Antwoord In hoofdstuk 3 van het interventieplan staat een uitgebreide analyse van de oorzaak van de stijgende kosten binnen het sociaal domein.
Bij de Wmo zien wij een sterke toename van het aantal klanten en een stijging van het tarief (door indexaties en tariefonderhandelingen). Bij Wmo-hulpmiddelen komen we vanuit een situatie waarin niet
pagina
4/14
Memo beantwoording beeldvormende vragen
kostendekkende tarieven werden gerekend, dat tot gevolg had dat aanbieders failliet gingen. Bij de nieuwe aanbesteding zijn scherpe marktconforme tarieven afgesproken. De reikwijdte van de Wmo is in de afgelopen 10 jaar enorm opgerekt als gevolg door jurisprudentie. Ook bij de jeugdzorg zien wij dat door het ontbreken van heldere kaders (afbakening), steeds meer vraagstukken binnen de Jeugdwet vallen. En daarmee binnen het gemeentelijk domein. De Jeugdwet kent ook diverse toegangen/verwijzers. Waardoor grip op de toegang van jeugdhulp beperkter is. We zien binnen jeugdzorg dat het aantal klanten redelijk stabiel is. We zien gemiddelde kosten per klant stijgen. Bij specifieke producten, zoals verblijf, is deze kostenstijging ingegeven door landelijk beleid. Voor jeugdhulp en Wmo geldt dat in 2023 de indexaties van de tarieven, vanwege inflatie en Caoafspraken, buitengewoon hoog waren. Vraag 3 Zit er nog rek in de maatregelen uit het eerdere interventieplan? Door deze bijvoorbeeld opnieuw tegen het licht te houden? Antwoord De maatregelen uit het eerdere interventieplan zijn geïmplementeerd en onderdeel van onze reguliere werkzaamheden. Hier zit geen rek meer in. Ondanks de kostenbesparende effecten van deze maatregelen, hebben wij de kosten binnen het sociaal domein de afgelopen jaren zien stijgen. Vraag 4 In 2025 zijn al 6 maatregelen in uitvoering genomen.
Kan op basis van de resultaten van Q1 al een indicatie gegeven worden of het besparingspotentieel realistisch is? Antwoord Het is nog te vroeg om een indicatie te geven of het besparingspotentieel realistisch is. Na een jaar zullen wij over de voortgang van het interventieplan rapporteren, waaronder ook deze zes maatregelen. Vraag 5 Het pakket van maatregelen overschrijdt ook in het behoudende scenario de taakstelling. Waarom heeft het college hiervoor gekozen? Antwoord De ervaring leert dat de kosten in het sociaal domein stijgen en lastig te voorspellen zijn. Ruimte in de taakstelling biedt de mogelijkheid om toekomstige tegenvallers op te vangen. In de praktijk is de contractuele indexatie van tarieven ook vaak hoger dan de gemiddelde vergoeding die in de begroting wordt verwerkt. Vraag 6 Kan het college met een aantal voorbeelden schetsen wat de verschillen zijn in ‘basis’ GGZ-trajecten en specialistischer trajecten, ook wel ‘S-GGZ’ genoemd. Antwoord Basis-GGZ is kortdurend en oplossingsgericht. Het gaat om vraagstukken die binnen de gegeven tijdsbegrenzing van maximaal 18 uur opgelost kunnen worden. Deze interventie kan ook enkelvoudig uitgevoerd worden. Specialistische GGZ vraagt een andere expertise.
Het gaat om behandeling van zwaardere problematiek, waarbij vaak multi-disciplinair gewerkt wordt en waarbij ook behandeling door een psychiater of klinisch psycholoog mogelijk is.
pagina
5/14
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Vraag 7 We bieden niet langer standaard overbruggingszorg aan met uitzondering voor jeugdigen waarbij dit noodzakelijk is. Wanneer is er in de toekomst sprake van situaties waarin dit noodzakelijk is. Graag met een aantal voorbeelden toelichten. Antwoord Als er sprake is van een wachtlijst voor passende ondersteuning gaat het kernteam op zoek naar onderdelen van de vraag waarop wel ondersteuning geboden kan worden. Dit door het kernteam zelf of met inzet van ander aanbod. Vertrekpunt is wat er wel kan. U kunt hierbij denken aan het vinden van activiteiten voor een jeugdige waarop deze “aangaat”. Enkel contact onderhouden volstaat niet. Het gaat erom dat de interesse wordt gewekt, sociaal contact ontstaat of een doorbreking van isolement. Denk aan helpen bij de boer of in een winkel. Er zijn vele mogelijkheden. Soms lukt dit ook met de inzet van de sociale omgeving. Vraag 8 Bij de maatregel krachtiger ouder worden is een weergave van hoe dat in zijn werk gaat. Er is sprake van zogenaamde exclusiecriteria bij de intake en in de tekst is een verwijzing naar een document met zeer waarschijnlijk deze criteria. Is het mogelijk deze criteria te ontvangen? Antwoord Deze criteria worden na vaststelling uitgewerkt. Na vaststelling van deze maatregel zal er ook een aanbesteding en vervolgens een implementatie plaatsvinden. In deze periode wordt ook het afwegingskader ontwikkeld.
Het afwegingskader wordt opgenomen in de beleidsregels Wmo. Vraag 9 Kent het college de bezwaren van KBO Pijnacker & Nootdorp op de maatregel krachtiger ouder worden? Antwoord Wij hebben een constructief met de KBO Pijnacker & Nootdorp over de bezwaren en kansen van krachtig ouder worden. We zullen hier bij het uitvoeren van deze maatregel rekening mee houden. Vraag 10 Is het mogelijk om deze maatregel breder (lees eerder) in te zetten waardoor ouderen niet pas met dit aanbod in aanraking komen op het moment dat zij een aanvraag doen voor huishoudelijke hulp? Antwoord In de praktijk bieden wij inwoners op dit moment preventieve activiteiten aan in het voorliggende veld (bijvoorbeeld activiteiten vanuit SWOP, mantelzorgondersteuning) mogelijkheden voor activering, bevordering en behoud van de fitheid en veerkracht aan. Het zijn sociale activiteiten vanuit bijvoorbeeld het gezondheidsbeleid, waarin beweging centraal staat. Denk hierbij aan Sociaal Vitaal en Valpreventie. Fit blijven op lange termijn. Vraag 11 Wordt bij de maatregel “onderzoek plaatsingsbeleid sociale huurwoningen” ook onderzocht waarom deze mensen naar onze gemeente verhuizen?
pagina
6/14
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord Dit wordt niet meegenomen in het aan de raad voorgestelde onderzoek. Er zijn veel verschillende redenen denkbaar waarom deze mensen naar onze gemeente verhuizen. Vragen Eerlijk Alternatief Vraag 1 Zijn er beleidsmatige afwegingskaders gebruikt om te bepalen wat ‘innovatief’ is? Antwoord Het kader dat is gebruikt bij het opstellen van het interventieplan, zijn de uitgangspunten de nieuwe visie op het sociaal domein. Zoals ook in het interventieplan staat (pagina 6), zijn de visie op het sociaal domein en dit interventieplan voor kostenbeheersing en innovatie nauw met elkaar verbonden en dit interventieplan is onderdeel van het uitvoeren van de visie. De visie biedt een breed kader en richting voor het sociaal domein, met nadruk op preventie, normaliseren, integraal samenwerken en het versterken van de sociale basis. Het interventieplan vertaalt deze principes naar concrete maatregelen die gericht zijn op innovatie, het beheersen van de kosten en het verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit van de zorg en ondersteuning. Samen vormen ze een samenhangend geheel dat bijdraagt aan een veerkrachtig en toekomstbestendig sociaal domein. Wij zien innovatie als toevoegen van nieuwe en verbeterende werkwijzen aan het bestaande lokale palet. Waarbij een kwaliteitsimpuls en kostenbeheersing hand in hand moeten gaan.
Vraag 2 Wat gebeurt er als een maatregel onvoldoende resultaat oplevert? Is er een plan voor tussentijdse bijstelling en wie beslist daarover? Antwoord Wij monitoren de maatregelen, net als in het eerste interventieplan, en zullen hier jaarlijks over rapporteren. Als een maatregel onvoldoende resultaat oplevert, kan het college ervoor kiezen om een maatregel te stoppen. Hier zal de gemeenteraad over worden geïnformeerd, via de P&C-cyclus en een jaarlijkse voortgangsrapportage. Vraag 3 Hoe worden samenwerkingspartners (regionale samenwerkingspartners, zorgbureau en zorgaanbieders) meegenomen in de uitvoering? Antwoord Na vaststelling van de maatregelen zal de implementatie plaatsvinden. Dit zal naast intern, waar nodig ook extern gebeuren. Bij deze implementatie worden de samenwerkingspartners betrokken. Ook zijn een aantal maatregelen, bijvoorbeeld ondersteuning bij complexe echtscheidingen en afkaderen basis-GGZ, regionaal opgesteld. Vraag 4 Hoe verhoudt dit plan zich tot landelijke ontwikkelingen of wetgeving? Antwoord In hoofdstuk 3 van het interventieplan (trends en analyse van de kostenontwikkeling in het sociaal domein) laten wij zien dat door de landelijke ontwikkeling en de wetgeving de kosten in het sociaal domein blijven stijgen.
Verder stellen wij vast dat de VNG heeft berekend dat gemeenten voor de uitvoering van taken in het sociaal domein structureel te weinig geld ontvangen. Het toekomstige
pagina
7/14
Memo beantwoording beeldvormende vragen
‘Ravijn’ en het herverdeeleffect van het gemeentefonds resulteert in structureel achterblijvende inkomsten en geeft hierdoor een hoop financiële onzekerheid voor onze gemeente. Hierop anticiperen wij. Vraag 5 Maatregel: Inzet Basis GGZ qua uren en inhoudelijk afkaderen. Hoe worden de grenzen in tijd en inhoud concreet vertaald in verwijzingscriteria voor verwijzers? Antwoord In het format voor deze maatregel kunt u zien dat wij de basis-GGZ een scherper afgebakende omschrijving willen geven. Waarmee het gebruik van de basis-GGZ wordt zoals bedoeld: kortdurend en probleemoplossend. Qua uren is hiervoor 18 uur beschikbaar. Dit wordt vastgelegd in het richtinggevend kader dat voor alle verwijzers, de gemeenten en het servicebureau Jeugdhulp Haaglanden als basisdocument wordt gebruikt. In de praktijk zien wij dat basis-GGZ vaak gevolgd wordt door inzet van specialistische GGZ. Wij hebben het standpunt dat de inzet van de basis-GGZ in deze gevallen niet de juiste keuze is geweest. In één keer de juiste passende zorgvorm. Vraag 6 Hoe wordt bepaald welke zorgvragen binnen dit basis-GGZ vallen en welke niet? Antwoord Op dit moment werken wij met een behulp van een richtinggevend kader, dat na vaststelling van deze maatregel verder wordt aangescherpt.
Vraag 7 In hoeverre wordt bij deze maatregel rekening gehouden met wachtlijsten voor vervolgzorg? Antwoord Wij proberen onze inwoners zo goed mogelijk te begeleiden naar de meest passende zorg waar de wachtlijst bij de aanbieders beperkt is. Vraag 8 Maatregel: Inzet rond echtscheidingsproblematiek begrenzen Welke criteria worden gebruikt om de mate van inzet bij scheidingsproblematiek te begrenzen? Antwoord Wij volgen de beschrijving van het product dat bij echtscheidingsproblematiek wordt ingezet, zoals in het contract is opgenomen. Deze omschrijving is heel algemeen en daardoor toepasbaar op vrijwel alle problematiek rondom echtscheidingen. Wij willen ons echter beperken tot dit product. Het probleem dat wij met name zien, is dat andere jeugdhulpproducten of een combinatie hiervan, wordt ingezet bij echtscheidingsproblematiek. Hierdoor valt de mogelijkheid om deze inzet te begrenzen weg. Vraag 9 In hoeverre wordt de inzet van schoolmaatschappelijk werk of wijkteams als alternatief beschouwd? Antwoord Deze alternatieven zijn voorliggend op de maatwerkvoorziening. Dit betekent dat wanneer een probleem hiermee opgelost kan worden, er geen maatwerkvoorziening nodig is. Verder zijn
pagina
8/14
Memo beantwoording beeldvormende vragen
schoolmaatschappelijk werk en het wijkteam gericht op normaliseren en op preventie. Dus het voorkomen van problemen. Vraag 10 Maatregel: JOH-codes (MBO/HBO/WO): voorkomen van upcoding. Welke controlemechanismen worden ingezet om het oneigenlijk gebruik van hogere codes te signaleren? Antwoord Wij screenen alle verzoeken tot toewijzing (VOT) en verzoeken tot wijziging (VOW). Bij vaststelling van de inzet van onjuiste code gaan wij hierover in gesprek met de dienstverlener. Waar nodig vorderen wij terug. Vraag 11 Hoe wordt geborgd dat juiste deskundigheid behouden blijft ondanks de financiële begrenzing? Antwoord De interventies die ingezet worden, zijn allen gebaseerd op een reëel tarief. Vanuit de Rijksoverheid zijn wij hiertoe verplicht. Hierdoor is behoud van deskundigheid geborgd. Het doel is een goed en passend product en niet langer dan nodig. Vraag 12 Hoe wordt de inzet van opleidingsniveaus afgestemd op de complexiteit van casuïstiek? Antwoord De inzet van opleidingsniveaus en werkervaring is afgestemd op de complexiteit van de casuïstiek is contractueel vastgelegd. Ook binnen ons kernteam is de inzet van opleidingsniveaus, werkervaring en expertise afgestemd op de complexiteit geborgd. Vraag 13 Maatregel: Overbruggingszorg minimaliseren Antwoord Dit is sterk afhankelijk van de desbetreffende casus.
Telkens wordt goed bekeken wat het meest passend is om het kwetsbare gezin te ondersteunen, naar wat wel mogelijk is. Het is goed om te weten dat dit bijvoorbeeld ook schuldhulpverlening of maatschappelijk werk kan zijn. Er zijn binnen het sociaal domein meer vormen van interventie mogelijk. Vraag 14 Hoeveel trajecten die nu onder overbruggingszorg vallen kunnen straks direct naar een structureel aanbod worden geleid? Antwoord Deze vraag kunnen wij niet specifiek beantwoorden. De inzet van een product wordt niet specifiek als overbruggingszorg geregistreerd. We schatten in dat het er tientallen per jaar zijn. Vraag 15 Maatregel: Onderzoeken mogelijkheden voorkeursaanbieders en maximum budgetplafond per aanbieder. Hoe wordt bepaald welke aanbieders in aanmerking komen als voorkeursaanbieder?
pagina
9/14
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord Hierbij wordt gekeken naar kwaliteit van de samenwerking, kwaliteit van de zorg en het resultaat van geleverde zorg. Vraag 16 Wat gebeurt er met jongeren die tussentijds zorg nodig hebben wanneer het budgetplafond is bereikt? Antwoord Deze jongeren krijgen een ander passend aanbod. Vraag 17 Maatregel: Vergoeding Specialistische BSO beperken tot meerkosten boven regulier tarief Wat zijn de effecten van deze maatregel op de toegankelijkheid van BSO voor kinderen met extra ondersteuningsbehoefte? Antwoord Wij verwachten geen effecten van deze maatregel op de toegankelijkheid van BSO voor kinderen met extra ondersteuningsbehoefte. Net als alle kinderen die naar de BSO gaan, vragen ouders hiervoor een kinderopvangtoeslag aan en betaalt de gemeente de meerkosten voor het specialisme. Wel betalen de ouders de reguliere eigen bijdrage voor de BSO. Vraag 18 Hoe wordt de grens bepaald tussen reguliere en specialistische kosten, en wie toetst dit? Antwoord De vergoeding die een huishouden ontvangt vanuit de kinderopvangtoeslag, vormt de basis van het bedrag dat een huishouden bijdraagt aan de kosten van de specialistische BSO. Dit zal door de gemeente administratief moeten worden getoetst.
Vraag 19 Maatregel: Collectieve en contextgerichte inzet op scholen (‘onderwijspyramide’) Hoe wordt bepaald welke scholen of doelgroepen prioriteit krijgen bij de collectieve inzet? Antwoord Op alle scholen in de onderwijsregio wordt collectief aanbod geboden voor een zo breed mogelijke doelgroep. Waar deze ondersteuning niet passend meer is, wordt maatwerk ingezet. Vraag 20 Maatregel: Zorgwekkende verzuimers (technische maatregel, wordt al uitgevoerd) Welke specifieke interventies worden als effectief aangemerkt binnen de aanpak van zorgwekkend verzuim? Antwoord Dit is bij uitstek maatwerk dat voor deze inwoners wordt gezet. De casuïstiek is zo uniek, dat voor iedere zorgwekkende verzuimer specifiek wordt gezocht naar een manier om uit de impasse van deze jongere te komen. Vraag 21 Wat zijn de belangrijkste knelpunten die voortkomen uit de uitvoering tot nu toe?
pagina
10/14
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord Op dit moment ervaren wij geen knelpunten. Vraag 22 Maatregel: Inwoners actief waarschuwen voor het inkomensafhankelijk abonnementstarief Op welke momenten in het klantcontact wordt de waarschuwing voor het abonnementstarief gegeven? Antwoord Op dit moment is het nog onzeker wanneer het inkomensafhankelijk abonnementstarief ingaat. De verwachting nu is dat het 1-1-2027 wordt. Zodra deze datum zeker is, zullen wij de communicatie richting de inwoners uitwerken en inzetten. Vraag 23 Maatregel: Vergoeding vragen voor medische keuring GPK (gehandicaptenparkeerkaart) – nadere uitwerking kadernota 2025 Hoe wordt de drempelwerking voor mensen met beperkte financiële draagkracht beoordeeld? Antwoord Als inwoners de middelen voor een medische keuring niet hebben, kunnen zij een beroep doen op de bijzondere bijstand. Voor het aanvragen hiervan wordt gekeken naar de draagkracht van de inwoner, conform de regels van de bijzondere bijstand. Vraag 24 Bij effect wordt gesproken over het betalen van €145,- bij een nieuwe aanvraag, of een vervolgaanvraag waarbij geen sprake is van een chronische en/of onomkeerbare beperking. Bij de risico’s staat dat inwoners eenmalig kosten van de medische keuring betalen. Ook wordt er gesproken over kiezen voor scenario 3. Maar dit scenario behelst iets anders dan het betalen van de medische keuring bij een eerste aanvraag.
Kan het college duidelijker maken welke keuze nu precies voorligt, en wanneer er binnen dat scenario wel en niet betaald moet worden door de aanvrager? Antwoord Wij leggen scenario 2 voor aan de raad. Vraag 25 Kan het college aangeven wat de verwachtte financiële effecten zijn van de andere 2 scenario’s? En waarom de voorkeur uitgaat naar het gekozen scenario? Antwoord Scenario 1: het 0-scenario. Hierbij zijn er geen financiële effecten. Scenario 2: Het financiële effect is geraamd op €10.000 per jaar. Scenario 3: Hierbij ramen wij het financiële effect tussen de €20.000 en €30.000 per jaar. Vragen VVD Vraag 1 Pijnlijker maatregelen als een inkomenstoets voor de Wmo zijn niet meegenomen in het eindpakket. Maar dit interventieplan loopt nog 3 jaar. Kan een overzicht worden gegeven van de maatregelen die we ‘in reserve hebben’? Antwoord De twee maatregelen die zijn afgevallen naar aanleiding van het advies van de ASD zijn benoemd in aanbiedingsnota. Daarnaast zijn de volgende maatregelen afgevallen:
pagina
11/14
Memo beantwoording beeldvormende vragen
- Wachtlijstbeleid bij Wmo hulp bij het huishouden; - Opheffen minimabeleid eigen bijdrage Wmo; - Meer sturen op pgb’s bij hulp bij het huishouden door sociaal netwerk of zzp’ers; - Studietoeslag alleen op verzoek verstrekken met terugwerkende kracht. Vraag 2 Het interventieplan zet in op ‘PowerfulAgeing’ (beweegprogramma voordat hulp bij het huishouden wordt toegekend). Daar is elders in het land veel kritiek op gekomen, onder meer omdat ouderen ‘gedwongen’ worden om deel te nemen aan te zware trainingen om hulp te kunnen krijgen. Ook de ouderenbond heeft zich in onze mailbox gemeld met zorgen hierover. Wat doet het college met die kritiek? Hoe voorkomt het college misstanden in onze gemeente? Antwoord Landelijk zijn er ook heel veel positieve ervaringen met krachtig ouder worden. Een voorbeeld hiervan is de gemeente Zoetermeer, waarbij inwoners onder andere meer bewegelijkheid, makkelijker opstaan, makkelijker traplopen, meer kracht en het makkelijker doen van huishoudelijke activiteiten. Inwoners ervaren dat zij een aantal jaren hebben teruggewonnen. Ook waarderen deelnemers het sociale aspect van het programma. Bij de implementatie wordt goed aan de voorkant afgewogen of de maatregel wel of niet geschikt is voor de inwoner. We houden er rekening mee dat nog steeds direct hulp bij het huishouden verstrekt zal blijven worden aan inwoners.
Natuurlijk zal is er nauw contact plaatsvinden met de uitvoerder van krachtig ouder worden en de inwoner zelf. Vraag D66 Vraag 1 In de reactie-brief van het College aan de leden van de Adviesraad Sociaal Domein lezen we op bladzijde 3: "Bij het ontwikkelen van deze maatregel hebben wij contact gehad met andere gemeenten, zoals de gemeente Zoetermeer. Wij zullen alle ervaringen van de andere gemeenten meenemen bij het uitvoeren van deze maatregel". Met welke gemeenten behalve Zoetermeer heeft het College contact gehad? Zijn er al effecten en ervaringen van deze gemeenten bekend, die met de raad gedeeld kunnen worden? Antwoord Naast de gemeente Zoetermeer hebben wij contact gehad met de gemeenten Westland en Delft. In de gemeente Zoetermeer zijn de ervaringen met deze maatregel positief. Op 7 maart 2025 heeft het college van Zoetermeer een memo over Powerful Ageing aan de gemeenteraad gestuurd, waarin zij de resultaten van een anonieme enquête onder deelnemers van Powerful Ageing delen. Positieve ervaringen zijn: deelnemers beoordelen het programma met een 8.7. Positieve effecten die worden ervaren zijn onder andere meer bewegelijkheid, makkelijker opstaan, makkelijker traplopen, meer kracht en het makkelijker doen van huishoudelijke activiteiten. Ook waarderen deelnemers het sociale aspect van het programma.
Een positieve deelnemer zei door de training tot nieuwe inzichten te zijn gekomen over wat diegene nog kan. Een kritischere deelnemer vraagt zich wel af of Powerful Ageing een volledige oplossing is voor diens hulpvraag.
pagina
12/14
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Een ervaring van de gemeente Westland is dat er een keuzevrijheid was voor deelname aan het programma. Dit leidde tot een zeer beperkte deelname aan het programma krachtig ouder worden, waardoor de effectiviteit laag was. Daarom zijn zij gestopt. Met de gemeente Delft hebben wij gesproken over de wijze van aanbesteden. Powerful Ageing wordt in Nederland in ruim 40 gemeenten uitgevoerd. In Nederland hebben tot nu toe 2490 mensen hieraan deelgenomen. Deelnemers ervaren bijvoorbeeld effect op fysieke prestatie (power, kracht, bewegingssnelheid en uithoudingsvermogen), zelfredzaamheid, kwaliteit van leven en gezondheid. Waardoor zij langer zelfstandiger thuis kunnen wonen, meer zelfstandigheid behouden, zich gezonder en prettiger voelen, minder eenzaamheid ervaren en de regie weer durven pakken. Het aantal klachten over dit programma is zeer gering. Aanvullende vragen ASD Vraag 1 Titel interventieplan Met betrekking tot de titel van het plan geeft u aan dat innovatie een integraal onderdeel van het plan én van de visie op het sociaal domein is. Als voorbeeld geeft u maatregelen zoals Krachtig Ouder Worden, collectieve en contextgerichte inzet op scholen, het Jongeren Perspectief Fonds en de inzet bij zorgwekkende verzuimers.
Hoewel dit zeker goede voorbeelden zijn van anders werken, blijven we van mening dat het hier onvoldoende echt innovatief beleid betreft om de titel van het document te rechtvaardigen. Antwoord Wij zijn sterk van mening dat in het interventieplan nieuwe en innovatieve werkwijzen worden voorgesteld. Nieuwe werkwijzen voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Vraag 2 Krachtig Ouder Worden Wat betreft de maatregelen hebben we een vraag over Krachtig Ouder Worden (Powerfull Ageing) die in uw reactie onbeantwoord is gebleven. In het interventieplan staat dat als een inwoner in aanmerking komt voor Krachtig Ouder Worden er geen individuele maatwerkvoorziening voor bijvoorbeeld hulp bij het huishouden (hbh) of een hulpmiddel wordt toegekend. In ons advies hebben we de suggestie gedaan dit anders te formuleren waardoor niet op voorhand toegang tot een individuele maatregel wordt uitgesloten. Als iemand bijvoorbeeld hulp in de huishouding nodig heeft en door deelname aan het programma Krachtig Ouder Worden een deel van het huishouden weer zelf kan doen, kan er een behoefte blijven bestaan aan aanvullende hulp. Door de combinatie van deelname aan Krachtig Ouder Worden met een lichtere vorm van hulp dan aanvankelijk nodig was mogelijk te maken, kan iemand profiteren van deelname aan het programma om in ieder geval een deel van zijn of haar onafhankelijkheid terug te krijgen.
We vragen u dan ook nogmaals de formulering te heroverwegen. Antwoord U vraagt om een verduidelijking over het tegelijk gebruiken van een voorliggende voorziening zoals krachtig ouder worden en een maatwerkvoorziening zoals hulp bij het huishouden. Het antwoord op deze vraag is in lijn met de algemene werkwijze binnen de Wmo, waarbij een voorliggende voorziening een deel van de vragen van de inwoner kan oplossen. Blijft daarnaast nog een restvraag over waarvoor geen passende voorliggende voorziening bestaat, kan deze restvraag opgelost met een maatwerkaanbod. Vraag 3 Verlagen Individuele inkomenstoeslag
pagina
13/14
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Verder willen we nog eens extra benadrukken dat de verlaging van de individuele inkomenstoeslag (Participatie maatregel 4) een groep zeer kwetsbare inwoners treft. Inwoners die vaak langjarig op een bijstandsuitkering zijn aangewezen. Terwijl de prijzen stijgen is een verlaging met € 100 voor deze financieel kwetsbare inwoners een forse aderlating. Hoewel uit de benchmark met de gemeente Lansingerland blijkt dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp hier hogere bedragen beschikbaar stelt, vinden wij dat het besluit voor de nu geldende toeslag destijds niet voor niets met de nu geldende bedragen tot stand is gekomen. We realiseren ons dat de gemeente zorgvuldig om moet gaan met de beperkte beschikbare middelen. Tegelijk blijkt uit onderzoek dat geldzorgen en schulden leiden tot een toename van gezondheidsproblemen. Daarom vragen wij u de kwetsbare inwoners die afhankelijk zijn van de individuele inkomenstoeslag te ontzien en de voorgestelde verlaging te schrappen. Antwoord Onze argumentatie is niet veranderd. Wij vinden dat wij met de verlaging van de individuele inkomenstoeslag nog steeds een acceptabele toeslag aanbieden, dat in lijn is met de andere gemeenten. Als inwoners in de knel komen, zijn er nog andere mogelijkheden om hen alsnog te ondersteunen.
pagina
14/14