CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen FG, TROTS Progressief PN - Buitenplanse omgevingsplanactiviteit-verzoek BOPA

Raad Beeldvorming 9 januari 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen1.362 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo beantwoording beeldvormende vragen

zaaknummer

1557411

berichtnummer

1411566

aan

Raad

van

College

afschrift datum onderwerp status

9 januari 2025 Beantwoording beeldvormende vragen over buitenplanse omgevingsplanactiviteit-verzoek (Oudeweg 16 en 18 Nootdorp) Informatief

Door de fracties TROTS, Progressief PN en Graafland zijn vragen gesteld over buitenplanse omgevingsplanactiviteit-verzoek (Oudeweg 16 en 18 Nootdorp). Hieronder treft u de beantwoording aan.

Beeldvormende vragen TROTS Vraag 1 Belemmert deze beslissing nog omringende bedrijven die in de toekomst willen uitbreiden? Antwoord Het wijzigen van de gebruiksmogelijkheden van de (bedrijfs)woningen heeft geen gevolgen voor omliggende bedrijven. Wanneer een nabijgelegen bedrijf de wens heeft om uit te breiden moet ook nu al rekening worden gehouden met de aanwezigheid van deze woningen. Overigens zijn uitbreidingsplannen van omliggende bedrijven niet te verwachten aangezien het Dwarskadegebied als transformatiegebied is aangewezen.

Vraag 2 Hoe verhoudt de gedane toezegging van de gemeente in relatie tot de bevoegdheid van de raad die hierover moet besluiten? Antwoord Wij hebben met de initiatiefnemer een overeenkomst afgesloten waarin wij een inspanningsverplichting hebben opgenomen om te komen tot een functiewijziging van de woningen. De gemeenteraad heeft en houdt hierbij de bevoegdheid om zelfstandig te adviseren de voorgestelde functiewijziging.

Vraag 3 Kunnen de eigenaren / bewoners nog bezwaar aantekenen tegen de bouw van de woonwijk? Antwoord De eigenaren/ bewoners houden het recht om, wanneer zij dat wensen, bezwaar te maken tegen de komst van een nieuwe woonwijk in hun omgeving. De gesloten overeenkomst en ook de bestemmingswijziging veranderen hier niets aan.

Beeldvormende vragen Progressief PN Vraag In de aanbiedingsnota staat op pagina 2 onder ‘argumenten’: De omliggende bedrijvigheid vormt geen belemmering aan de woningen een reguliere woonfunctie toe te kennen. Geldt het omgekeerde ook: levert de voorgestelde toekenning van de woonfunctie geen mogelijke belemmering aan omliggende bedrijven op, in die zin dat zij mogelijk beperkt worden in (de uitbreiding van) hun bedrijfsvoering?

pagina

1/4

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord Het wijzigen van de gebruiksmogelijkheden van de (bedrijfs)woningen heeft geen gevolgen voor omliggende bedrijven. Wanneer een nabijgelegen bedrijf de wens heeft om uit te breiden moet ook nu al rekening worden gehouden met de aanwezigheid van deze woningen. Overigens zijn uitbreidingsplannen van omliggende bedrijven niet te verwachten aangezien het Dwarskadegebied als transformatiegebied is aangewezen.

Beeldvormende vragen FG Vraag 1 Deze vraag ligt buiten de besluitvorming van het onderwerp, maar ik stuitte erop en wil het graag aankaarten. In de adviesnota wordt verwezen naar de “nota sturing fysieke leefomgeving’. In hoofdstuk 4.2 onder het kopje “Ontwerp omgevingsprogramma” staat de volgende zin: “De besluitvorming over het ontwerp van een omgevingsplan ligt bij het college”. Kan het zijn dat hier een fout in de formulering van de zin is geslopen. Besluitvorming over het ontwerp van een omgevingsplan ligt immers bij de gemeenteraad. Had er niet een dergelijke zin moeten staan: De besluitvorming over het ontwerp van een omgevingsplan ligt bij de gemeenteraad, terwijl het college verantwoordelijk is voor het opstellen van het ontwerp. Antwoord De genoemde zin in hoofdstuk 4.2 is inderdaad niet correct. Hier had moeten staan: “De besluitvorming over het ontwerp van een omgevingsprogramma ligt bij het college.”.

Vraag 2 Geldt voor deze BOPA een verplichte participatie? Antwoord op vraag 2 Ja, ook voor deze bopa geldt een verplichte participatie. Bij de vaststelling van de Nota sturing fysieke leefomgeving heeft de gemeenteraad tevens besloten alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen als onderwerp waarbij de initiatiefnemer een participatieplicht heeft.

Vraag 3 In de participatiebrief door de aanvrager, staat het volgende: In plaats van de hoge loods die er nu staat, wordt dit tuin en komen er in de toekomst op deze plek bergingen voor beide woningen, waarschijnlijk met garage bij nummer 16. zie ook de aparte bijlage met eerste beoordeling van de gewenste schuur. a. Waar is de bijlage te vinden? b. Hoe is de loods nu bestemd? c. De omgevingsvergunning ziet alleen op de bedrijfswoningen, op welke wijze wordt de bedrijfsloods van nummer 18 d.

waarvan het voornemen is om deze om te zetten in een garage meegenomen in de aanvraag? In hoeverre is ook de toezegging gedaan (door het college) dat ook de bedrijfsloodsen een andere bestemming zouden

e.

krijgen? In hoeverre worden de garages beschouwd als onderdeel van de woonfunctie?

Antwoord a. Als bijlage bij deze beantwoording treft u de een weergave van de door de aanvrager beoogde situatie en de genoemde b.

eerste beoordeling van de gewenste schuur. Op dit moment heeft het perceel de bestemming Agrarisch – Glastuinbouw (dus ook de voormalige loods), de

c.

woningen 16 en 18 zijn aangeduid als bedrijfswoningen. De bedrijfsgebouwen zijn inmiddels afgebroken. De door de aanvrager gewenste bijgebouwen betreffen nieuw op te

d. e.

richten gebouwen. Een dergelijke toezegging is niet gedaan. De bedrijfsopstallen zijn inmiddels gesloopt. De voorliggende aanvraag omgevingsvergunning heeft alleen betrekking op het gebruik van de woningen. De bergingen zoals beoogd door de aanvrager zijn geen onderdeel van deze aanvraag. Aanvrager zal hiervoor op een later moment een aanvraag omgevingsvergunning indienen.

pagina

2/4

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 4 In het bijgevoegde participatie document staat dat vooral “persoonlijk gesproken”. In hoeverre heeft het college een eigen verantwoordelijk bij het nagaan of het participatietraject is verlopen zoals het is beschreven. Antwoord De initiatiefnemer dient bij zijn aanvraag aan te geven of aan participatie is gedaan, en zo ja, hoe en met welk resultaat. Bij de beoordeling van de aanvraag mogen wij alleen toetsen of aan deze verplichting is voldaan. In beginsel vertrouwen wij op de informatie die door de initiatiefnemer wordt aangeleverd. Wanneer wij gegronde twijfels hebben over het door de initiatiefnemer beschreven participatietraject kunnen we eventueel beslissen om op de aanvraag de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing te verklaren. Dan wordt een ontwerpbesluit ter inzage gelegd waarbij eenieder de gelegenheid heeft om te reageren.

Vraag 5 Het stuk over precedentwerking gelezen hebbende. Aan welke aspecten denkt het college bij de zin de omstandigheden moeten vergelijkbaar zijn. Antwoord Van vergelijkbare omstandigheden is sprake wanneer een glastuinbouwbedrijf door ons wordt aangekocht en de eigenaar van dat bedrijf vraagt om zijn woning(en) buiten de verkoop te laten en om te zetten naar een reguliere woonfunctie. In dergelijke omstandigheid zullen wij in beginsel medewerking verlenen aan het omzetten van de woonfunctie.

Vraag 6 In dat kader (bij gelijkblijvende omstandigheden): Hoe sluit deze beslissing aan bij de Omgevingsvisie en de langetermijnstrategie voor de glastuinbouwgebieden? Antwoord In de omgevingsvisie zijn transformatiegebieden aangewezen waarbij glastuinbouwgebieden omgezet kunnen worden naar een andere functie zoals wonen. De aanpak die in voorliggende casus wordt toegepast (aankoop gronden in combinatie met veranderen gebruiksfunctie woning) passen wij hoofdzakelijk alleen in deze gebieden toe

Vraag 7 Hoe wordt voorkomen dat deze precedentwerking het duurzame gebruik van glastuinbouwgebieden ontmoedigd? M.a.w.: Hoe wordt voorkomen dat dit besluit als argument wordt gebruikt om ook in andere glastuinbouwgebieden, die (nog) niet voor transformatie in aanmerking komen, een reguliere woonfunctie toe te kennen? Antwoord Wij zullen in de andere glastuinbouwgebieden terughoudend zijn met functiewijziging van bedrijfswoningen. In het omgevingsplan is voor glastuinbouwgebieden voorzien in een wijzigingsmogelijkheid om onder voorwaarden een bedrijfswoning om te zetten in een burgerwoning. Wanneer een aanvrager aantoont dat wordt voldaan aan deze voorwaarden zijn we in beginsel bereid om hieraan medewerking te verlenen.

Vraag 8 Uitgaande van een positief besluit van de gemeenteraad: Kan er met terugwerkende kracht door belanghebbenden op deze situatie een beroep worden gedaan (dus in het verleden een negatief besluit ontvangen en nu weer opnieuw aanvraag indienen?). Antwoord Ons uitgangspunt is dat verzoeken tot bestemmingswijziging vooralsnog alleen gehonoreerd worden in de gevallen waarbij met ons een deal gesloten is over de aankoop van de gronden. Wij kennen geen situaties waarbij dit aan de orde is en waar nu alsnog een functiewijziging van de woning gewenst is.

pagina

3/4

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 9 Hoeveel glastuinbouwbedrijven in het gebied kunnen mogelijk een vergelijkbaar verzoek indienen, en wat is de ruimtelijke impact hiervan? Antwoord Het aantal bedrijven waarbij sprake zal zijn van een grondaankoop door ons in combinatie met een functiewijziging van de woning zal beperkt zijn tot slechts enkele gevallen. De impact van de gebruikswijziging van de woning is nihil. Deze functiewijziging heeft geen gevolgen voor omliggende bedrijven.

BIJLAGEN: 1. Door aanvrager beoogde situatie 2. Eerste beoordeling gewenste schuur

pagina

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15019354/3