CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen Eerlijk Alternatief en TROTS - Parkeervisie Pijnacker-Nootdorp

Raad Oordeelvorming 18 september 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen1.258 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo beantwoording beeldvormende vragen

zaaknummer

1611603

berichtnummer

1471672

aan

Raad

van

College

afschrift datum onderwerp status

​18-09-2025 Beantwoording beeldvormende vragen over schriftelijke vragen parkeervisie Informatief

Door de fractie Trots en Eerlijk Alternatief zijn vragen gesteld over de parkeervisie (agendapunt 4b van de oordeelsvormende vergadering van vanavond). Hieronder treft u de beantwoording aan. De vragen van fractie TROTS Vraag 1 In de nota van beantwoording wordt de vraag gesteld over de hoogte van maximaal 2,4 meter en verwezen naar de APV. Maar waar is deze hoogte op gebaseerd, niet zijnde de verwijzing naar de APV? Antwoord De hoogte van 2,40 meter is gebaseerd op de landelijke model-APV van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Wij hanteren deze grens om parkeerexcessen te voorkomen. Het gaat hierbij om voertuigen die duidelijk groter zijn dan normale personenauto’s of lichte bestelwagens, zoals campers, vrachtwagens of hoge bedrijfswagens. Zulke voertuigen kunnen in woonstraten hinder veroorzaken, bijvoorbeeld doordat zij het uitzicht belemmeren, lichtinval wegnemen of het straatbeeld verstoren. Daarnaast speelt ook verkeersveiligheid een rol; grote voertuigen kunnen gevaarlijke situaties opleveren doordat zij het zicht verminderen.

Vraag 2 Trots leest in de beantwoording van de zienswijze 1 het navolgende; Daarnaast wil de gemeente terughoudend zijn met het toestaan van nieuwe parkeerplaatsen op eigen terrein, omdat dit kan leiden tot verlies van openbare parkeerplekken door extra uitritten en tot een verslechtering van de beeldkwaliteit van voortuinen, en daarmee van de woonwijken. Behoort deze beleidskeuze tot de uitvoering of gaat de raad over deze keuze? Antwoord De ambitie van de Omgevingsvisie is om de openbare ruimte groen en aantrekkelijk om zo ook de kwaliteit van bestaande en nieuwe wijken de versterken. Met het uitgangspunt over parkeerplaatsen op eigen terrein geeft het college uitvoering aan het beleid dat in de Omgevingsvisie is neergelegd en verder is uitgewerkt in de Parkeervisie. We stimuleren het gebruik van parkeerplaatsen op eigen terrein, als dat niet leidt tot een verlies van openbare parkeerplekken door extra uitritten en tot een verslechtering van de beeldkwaliteit. In buitengebieden is het daarmee makkelijker om te parkeren op eigen terrein omdat daar simpelweg meer ruimte is om dit te realiseren. Wel moeten we hier ook letten op dat er niet te veel uitritten komen op aanliggende wegen (i.v.m. verkeersveiligheid).

pagina

1/4

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 3 Ook in zienswijze 1b. Betrokken is van mening dat als er plekken bij moeten komen, dit moet gebeuren op plekken waar de bewoners dit aangeven. Antwoord gemeente: Voordat er wordt overgegaan tot bijbouwen, worden eerst de stappen beïnvloeden, benutten en beheersen doorlopen. Bijbouwen geldt als laatste optie. Wat gaat de gemeente doen aan waar het huidige beleid niet werkt en dat stappenplan niet werkt? Antwoord Het parkeerbeleid wordt uiterlijk in 2030 geëvalueerd. Op basis van de evaluatie kan, indien nodig, het parkeerbeleid worden aangepast, geactualiseerd of herzien. Na vaststelling van de parkeervisie gaan we naar verwachting in Q4 2025/ Q1 2026 parkeerdrukonderzoek doen. Vraag 4 In hoeverre is de gemeente bereid om gedoogbeleid toe te passen in wijken waar men genoodzaakt is op niet reguliere wijze te parkeren? Antwoord Uit de parkeerdrukmetingen blijkt dat er in de wijken vrijwel altijd voldoende parkeerplekken beschikbaar zijn binnen een loopafstand van circa 250 meter. Er is daarmee geen noodzaak om voertuigen op niet-reguliere wijze te parkeren. De gemeente blijft handhaven op voertuigen die niet regulier zijn geparkeerd, zodat de openbare ruimte ordelijk, veilig en toegankelijk blijft.

Vraag 5 Is de gemeente bereid om parkeerproblemen op te lossen in samenwerking met bewoners van deze wijken of specifieke delen van een wijk? Antwoord Ja De vragen van fractie Eerlijk Alternatief Vraag 1 Aan welke wijk denkt u om deelmobiliteit verder te stimuleren? Antwoord We starten een pilot met deelmobiliteit in één van de woonwijken. Bij het uitwerken van de pilot bepalen we welke wijk dat wordt. Hierover zullen we de raad te zijne tijd informeren. Belangrijke factoren in die keuze zijn de resultaten uit de nachtelijke parkeerdrukmetingen van 2022, die de huidige parkeerdruk in de gemeente inzichtelijk maken en aangeven waar deelmobiliteit de meeste kansen biedt. Voorwaarde voor de pilot is voldoende draagvlak en bereidheid onder bewoners om hieraan mee te doen. Afhangend van welke wijk we kiezen, zullen de bewoners actief worden geïnformeerd over de start van de pilot via onze gebruikelijke kanalen. Vraag 2 Wat is de exacte reden dat een bedrijf een deelauto heeft weggehaald uit een wijk in Pijnacker? Kan dit besluit cijfermatig onderbouwd worden.? We gaan ervan uit dat u verwijst naar het vertrek van MyWheels uit de gemeente. Uit hun analyse bleek dat het gebruik van hun voertuigen te laag was om de exploitatiekosten te dekken, waardoor ze de gemeente hebben verlaten.

Dit betekent echter niet dat er geen aanbieders van deelmobiliteit meer actief zijn; Greenwheels en SnappCar blijven actief in onze gemeente.

pagina

2/4

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 3 Het aantal vaste gebruikers van deelauto’s ligt op 2%, hierbij zijn ook gebruikers die geen auto hadden, hoeveel parkeerplaatsen verwacht u te kunnen verwijderen op basis van deze en te verwachte ontwikkelingen? Antwoord Uit onderzoek van verkeersadviesbureau Goudappel blijkt dat één deelauto vier tot elf particuliere auto’s kan vervangen. Tijdens de pilot verzamelen we ervaringen over wat een deelsysteem kan betekenen voor de parkeersituatie in een wijk. Het is daarmee nog te vroeg om iets te kunnen zeggen over wat dat betekent voor het aantal parkeerplaatsen. Vraag 4 Start u met een nulmeting als er in een wijk deelmobiliteit wordt gestimuleerd? Met name gericht hoeveel inwoners hun auto inruilen ten behoeve van deelmobiliteit Antwoord Tijdens de pilot doen we ervaring op met deelmobiliteit in een woonwijk. We onderzoeken daarbij de interesse van bewoners en het mogelijke effect op een bredere uitrol van deelmobiliteit in onze gemeente. Vraag 5 U kiest voor verleiding en faciliteren van de alternatieven voor autogebruik (lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit). In de toekomst zullen deze alternatieven de behoefte aan auto’s en parkeervoorzieningen in de woonwijken verminderen.

Waar baseert u deze stelling op, welke cijfers liggen hieraan ten grondslag? Antwoord In de omgevingsvisie staat dat we stimuleren dat autogebruik minder vanzelfsprekend wordt: “De ruggengraat van het mobiliteitssysteem wordt gevormd door een uitstekend netwerk voor lopen, fietsen en openbaar vervoer, zodat de keuze voor de auto minder vanzelfsprekend is.” Door dit netwerk te versterken, maken we het aantrekkelijker voor mensen om minder afhankelijk te zijn van een (tweede) auto, en verwachten we op termijn minder autogebruik. Vraag 6 Is onderzocht of het autogebruik afneemt door de alternatieve vervoersvormen(stom) en daarbij ook het bezit van de auto? Antwoord Voor de lokale situatie in Pijnacker-Nootdorp hebben wij zelf geen onderzoek gedaan naar de effecten van alternatieve vervoersvormen op autogebruik en autobezit. Wel sluiten wij aan bij landelijke en regionale onderzoeken, zoals de CROW-publicatie Deelmobiliteit (2021), studies van verkeersadviesbureau Goudappel en de Mobiliteitsmonitor van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM). Uit deze onderzoeken blijkt dat deelmobiliteit kan bijdragen aan een lager autobezit en minder parkeerdruk, al zijn de effecten sterk afhankelijk van de lokale context. Met de pilot deelmobiliteit in onze gemeente willen wij vaststellen of dit effect zich ook daadwerkelijk lokaal voordoet.

Vraag 7 Er is meer aandacht voor en uitbreiding voor fiets parkeren. Ook in de nieuwe wijken worden parkeerplaatsen voor auto’s omgezet naar parkeerplekken voor fietsers. Wat is de bezettingservaring van deze plekken?

pagina

3/4

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord We vervangen geen autoparkeerplaatsen om fietsparkeerplaatsen te creëren. Het fietsgebruik stimuleren we door meer fietsparkeervoorzieningen aan te leggen, onder andere in woonwijken, zoals in Wijck.

pagina

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15983223/1