CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen Eerlijk Alternatief, D66, CDA, Trots - Criteria voor vervangen ondergrondse afvalcontainers

Raad Besluitvorming 25 september 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 15908472.140 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo beantwoording beeldvormende vragen

zaaknummer

1610113

berichtnummer

1470257

aan

Raad

van

College

afschrift datum onderwerp status

16 september 2025 Beantwoording beeldvormende vragen over criteria vervangen containers Informatief

Door de fracties van Trots, CDA, D66 en EA zijn vragen gesteld over de criteria voor het vervangen van ondergrondse containers (Raad Oordeelvorming, 18 september 2025, agendapunt 4c). Hieronder treft u de beantwoording van de vragen aan. Beeldvormende vragen fractie Trots Vraag 1 (Trots) Wordt erbij zowel ‘Criterium 1. Er is voldoende capaciteit op dezelfde locatie’ alsook ‘Criterium 2: Er is voldoende capaciteit in de directe omgeving’ uitgegaan van eenzelfde ledigingsfrequentie? Met andere woorden, komt Avalex net zo vaak langs na het weghalen van een ondergrondse container? Antwoord Het legen van de ondergrondse containers wordt aangestuurd door de vulgraadsensoren. Deze registreren hoe vol de container is. Hiermee kan Avalex zorgen dat containers tijdig worden geleegd. Als een container niet worden vervangen, neemt het risico op een volle container niet toe. Vraag 2 (Trots) Bij het legen van een container worden ook kosten gemaakt. Is er een criterium overwogen om bij het bepalen van het aantal ondergrondse containers in een wijk rekening te houden met de balans tussen de capaciteit en de kosten van het legen? Zo niet, waarom niet? Antwoord De kosten van het legen van de containers neemt niet toe als er minder containers staan. Het totale aanbod van afval in de wijk wijzigt door het niet vervangen van een container niet.

De vervangende container zal sneller vol zijn en die moet vaker worden geleegd. Dit wordt volledig gecompenseerd door het niet meer hoeven legen van de verwijderde container. Per saldo is er voor de gemeente een financieel voordeel, omdat de beheerkosten van de ondergrondse containers afnemen. Vraag 3 (Trots) Het Omgekeerd Inzamelen/ Het Nieuwe Inzamelen valt of staat met de bereidheid van inwoners om vooraf te scheiden. Is er een criterium overwogen om de inspraak van een wijk bepalend te laten zijn in het wel of niet laten weghalen van een ondergrondse container? Zo niet, waarom niet? Antwoord We nemen bij het maken van de keuzes om een container wel of niet te vervangen het perspectief van de inwoners mee. Daarbij kan met de betreffende gebruikers afstemming en overleg plaatsvinden over welke fractie op welke plek het beste past qua loopafstanden.

pagina

1/6

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Beeldvormende vragen fractie CDA Vraag 1 en 2 (CDA) 1. Besparingspotentieel: het vervangen van een container kost circa € 30.000. Kan het college een onderbouwde raming geven van de verwachte besparing door toepassing van de criteria, bijvoorbeeld voor de komende vijf jaar? 2. Effect op beheerkosten: worden de verwachte lagere beheerkosten concreet gemaakt? En zo ja, op welke aannames over aantallen verwijderde containers is dit gebaseerd? Antwoord Aan het vervangen van een containers zijn voor de gemeenten geen aanschafkosten verbonden; de kosten voor aanschaf en plaatsing worden gefinancierd door Avalex. Avalex rekent die kosten vervolgens door aan de gemeente via de beheervergoeding in de Dienstverleningsovereenkomst (DVO). De beheervergoeding per container per jaar is voor 2026 bepaald op €1.547. De verwachting van Avalex is dat in de komende vijf jaar in totaal circa 100 containers voor vervanging in aanmerking gaan komen. Welke containers dat zijn wordt door Avalex per jaar bepaald op basis van de jaarlijkse technische keuring. Omdat nu niet bekend is, welke containers in de toekomst zullen worden afgekeurd, is het niet mogelijk aan te geven hoeveel containers wel en hoeveel niet moeten worden vervangen. Avalex vraagt bij afkeur aan de gemeente of een container wel of niet moet worden vervangen. Per niet vervangen container wordt jaarlijks ruim € 1.500 bespaard.

Stel dat de helft van de verwachte 100 containers niet hoeven te worden vervangen, levert dit een structurele besparing per jaar van € 75.000. Vraag 3 en 4 (CDA) 3. Loopafstanden: de locatiecriteria hanteren maximale loopafstanden van 75 meter voor GFT en 250 meter voor restafval. In de nieuwe criteria wordt gesteld dat ‘een iets langere loopafstand aanvaardbaar is’. Welke grenzen hanteert het college hierbij, en hoe wordt voorkomen dat de normen sluipenderwijs worden opgerekt? 4. Verhouding tot bestaande beleidsregels: hoe verhouden de nieuwe criteria zich precies tot de bestaande locatiecriteria? Blijven deze volledig van kracht, of worden ze deels buiten werking gesteld? Antwoord De locatiecriteria blijven van kracht en worden niet buiten werking gesteld. Indien een container wordt verwijderd, zal (in geval van criterium 2 en 3) voor de gebruikers die dicht bij de vervallen container wonen container wonen een langer loopafstand van toepassing zijn. Uitgangspunt is wel dat die loopafstand voldoet aan de vastgestelde locatiecriteria. Uiteraard kan per locatie maatwerk toepassing kan zijn, bijvoorbeeld als vervanging op de huidige locatie niet meer mogelijk is (criterium 3). In het voorbeeld in de notitie voor het Meester Overtoompad kon de container niet worden vervangen op de oude plaats vanwege de vastgestelde bereikbaarheidseisen.

Voor enkele woningen is er nu een loopafstand tot 125 meter van toepassing. Vraag 5 (CDA) Geen participatie: het college stelt dat communicatie en participatie niet van toepassing zijn, terwijl het verwijderen van containers direct impact kan hebben op bewoners. Waarom is er niet gekozen voor voorafgaande participatie en is er geen sprake van communicatie? Antwoord In de raadsinformatienota is vermeld dat er geen communicatie en participatie van toepassing is, omdat hier wordt verwezen naar het vaststellen van de criteria als uitgangspunt voor het beleid. Bij de uitvoering wordt uiteraard wel gecommuniceerd en nemen wij bij het maken van de keuzes om een container wel of niet te vervangen het perspectief van de inwoners mee. Daarbij kan met de betreffende gebruikers afstemming en overleg plaatsvinden over welke fractie op welke plek het beste past qua loopafstanden.

pagina

2/6

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 6 (CDA) Bewonersimpact: hoe wordt geborgd dat kwetsbare groepen, zoals ouderen of mindervaliden, niet onevenredig benadeeld worden als containers verdwijnen? Antwoord De locatiecriteria blijven volledig van kracht en worden niet buiten werking gesteld. Vraag 7 (CDA) Waarom is er geen evaluatiebepaling opgenomen? Hoe borgt het college dat de effecten op bijv. zwerfafval en scheidingsresultaten inzichtelijk worden voor de raad? Antwoord Er is geen specifieke evaluatie voorzien voor het monitoren van de verhouding tussen het aantal in gebruik zijnde containers en het aantal dat op basis van de normen nodig is. Over de monitoring van zwerfafval en bijplaatsingen en de ontwikkeling van de scheidingsresultaten wordt eens per vier maanden in de opdrachtgeversrapportages aan de raad gerapporteerd. Beeldvormende vragen fractie D66 Vraag 1 (D66) Kunt aangeven hoeveel containers er meer geplaatst zijn dan op basis van het aantal aangesloten woningen nodig is? Antwoord In de notitie “doorontwikkeling afvalbeleid; Afwegingskader inzameling GFT en PMD” (bijlage bij het voorstel voor het nemen van verbetermaatregelen voor GFT en PMD) is in hoofdstuk 5 hierover een analyse opgenomen. Hierin staat:  Er zijn in totaal 296 containers voor restafval geplaatst. Dit is één container per 65 woningen. De norm voor de capaciteit is één container per 80 woningen.

Het aantal geplaatste containers voor restafval is iets hoger dan mag worden verwacht op basis van de capaciteitsnorm.  Er zijn 168 ondergrondse containers voor GFT. De norm voor de capaciteit is één ondergrondse container (3000 liter) per 100 eengezinswoningen of per 200 appartementen. Er is nu per 50 woningen een (ondergrondse) container beschikbaar. Het aantal containers is significant hoger dan op basis van de norm nodig is.  Er zijn in totaal 168 PMD-containers geplaatst. Dit is één container per 57 woningen. De norm voor de capaciteit is bepaald op één container per 75 woningen. Het aantal containers voor de inzameling van PMD is iets hoger dan mag worden verwacht op basis van de capaciteitsnorm.  Er zijn in totaal 122 containers voor oud papier en karton geplaatst. Dit is één container per 78 woningen. De norm voor de capaciteit is bepaald op één container per 250 woningen. Het aantal geplaatste containers is veel hoger dan mag worden verwacht op basis van de capaciteitsnorm.  Er zijn 41 containers geplaatst voor de inzameling van voor glas. Dit is één container per 550 woningen. De norm voor de capaciteit is bepaald op één container per 500 woningen. Het aantal containers is in lijn met de capaciteitsnorm.  Er zijn 23 textielcontainers geplaatst. Dit is één container per 1000 woningen. De norm voor de capaciteit is bepaald op één container per 900 woningen.

Het aantal containers is iets lager dan de capaciteitsnorm. Vraag 2 (D66) Kunt u de relatief lage (gemiddelde) frequentie van lediging kwantificeren, waar hebben we het dan over?

pagina

3/6

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord In de notitie “doorontwikkeling afvalbeleid; Afwegingskader inzameling GFT en PMD” is aangegeven dat er is sprake van een optimale situatie als een container (minimaal) wekelijks wordt geleegd. Lediging is bij voorkeur vijf keer maand en tot maximaal tien keer per maand kan inzameling plaatsvinden zonder dat er sprake is van containers die te snel vol raken. Als containers minder vaak worden ingezameld neemt het risico van overlast (o.a. stank of vliegen) toe. In de notitie is over de inzamelfrequentie opgenomen:  Containers voor restafval worden gemiddeld 5,0 keer per maand geleegd. De gemiddelde inzamelfrequentie is goed.  GFT-containers worden gemiddeld 2,7 keer per maand geleegd. De gemiddelde inzamelfrequentie is (te) laag.  PMD-containers worden gemiddeld 2,0 keer per maand geleegd. De gemiddelde inzamelfrequentie is (te) laag.  Containers voor oud papier en karton worden gemiddeld 4,3 keer per maand geleegd. De gemiddelde inzamelfrequentie is normaal.  De ledigingsfrequentie van containers voor glas en textiel wisselt sterk. Het gebruik wordt in hoge mate bepaald door de locatie. Beeldvormende vragen fractie EA Vraag 1 (EA) “Er wordt niet meer op basis van een vaste frequentie ingezameld. Door het gebruik van een sensor wordt de feitelijke vulgraad van de containers uitgelezen.

De lediging wordt op basis daarvan naar behoefte ingepland.” Is te lezen in het stuk. Sinds wanneer wordt dit op deze manier gedaan? Antwoord Avalex heeft tussen 2017 en 2018 al haar 4.500 onderlossende containers binnen de Avalex-gemeenten voorzien van vulgraadsensoren. Deze sensor geeft een signaal wanneer de container (bijna) vol is. Vanaf 2018 is Avalex afval gaan inzamelen op basis van de informatie uit deze sensoren. Om de rijroutes hier nog optimaler op in te richten is hiertoe begin 2019 routeoptimalisatie-software als volgende stap geïmplementeerd. Het jaar 2020 is benut om de opgedane ervaringen hiermee verder uit te bouwen en toe te passen. Sindsdien werkt Avalex geoptimaliseerd met vulgraadsensoren in het gehele Avalexgebied. Vraag 2 (EA) Er zijn afgelopen zomer diverse klachten binnen gekomen over stank en ongedierte overlast? Hoe ziet het college het verband tussen de manier van routing en de ontstane overlast? Antwoord Om te voorkomen dat stank en overlast kan ontstaan, is het (zeker in warme periodes) noodzakelijk dat er vaak genoeg wordt ingezameld. Wijken waar meer containers staan dan op basis van het aantal woningen nodig is, zullen minder frequent worden gebruikt en minder vaak worden geleegd. Hiermee neemt het risico op overlast (met name bij ondergrondse GFT-containers) toe.

Door Avalex worden die locaties gemonitord en worden indien nodig extra ledigingen ingepland. Vraag 3 (EA) Is stank en ongedierte overlast voor Avalex een reden om ondanks de vulgraad sensoren toch containers met een grotere regelmaat te legen? Dus gewoon volgens de vaste routes. Antwoord Lediging op vulgraad is voor Avalex uitgangspunt. De lediging met behulp van sensoren is gerealiseerd, omdat hiermee de inzamelkosten zo laag mogelijk kunnen worden gehouden. Dit neemt niet weg dat bij de inzameling van GFT met ondergrondse containers tijdige lediging nodig is om overlast te voorkomen. In de praktijk betekent dit dat Avalex in de zomer GFT-containers minimaal eens per twee weken leegt,

pagina

4/6

Memo beantwoording beeldvormende vragen

ook als dit op basis van de vulgraad nog niet noodzakelijk is. Vandaar dat deze afspraak met Avalex is gemaakt. Verder is dit jaar in Emerald vanwege overlast een tijdelijke wekelijkse lediging van GFTcontainers nodig gebleken.

pagina

5/6

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 4 (EA) Per wanneer zal er gestart gaan worden met het weghalen van de containers? En hoe staat dit in verhouding met de door de raad eerder aangenomen maatregelen om er voor te zorgen dat er schonere afval stromen ingezameld worden. (pasjes op ondergrondse PMD, GFT en OPK en extra communicatie richting onze inwoners als het gaat over het goed scheiden van afval). Antwoord Het is niet de bedoeling om actief aan de slag te gaan met het verwijderen van ondergrondse containers. Alleen indien containers op basis van de jaarlijkse keuring vervangen moeten worden, wordt beoordeeld of die container (en op die locatie) nog nodig is. Door Het Nieuwe Inzamelen en door het legen op basis van vulgraad zijn de omstandigheden zeer wezenlijk gewijzigd ten opzichte van de situatie bij de plaatsing 20 jaar geleden (of langer). Het is daarmee niet meer dan logisch om bij afkeur opnieuw te toetsen aan de huidige normen of vervanging nodig is.

pagina

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15975236/1