CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen Eerlijk Alternatief, D66, CDA, Progressief PN, TROTS, PvdD en Graafland - Ruimtelijke visie Oranjepark

Raad Besluitvorming 25 september 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 15987044.354 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo beantwoording beeldvormende vragen

zaaknummer

1610021

berichtnummer

1470158

aan

Raad

van

College

afschrift datum onderwerp status

11 september 2025 Beantwoording beeldvormende vragen over ruimtelijke visie Oranjepark Informatief

Door de fracties D66, CDA, Trots, Progressief PN, Eerlijk Alternatief, PvdD en Graafland​ zijn vragen gesteld over de ruimtelijke visie oranjepark (agendapunt 4a). Hieronder treft u de beantwoording aan.

D66 Vraag 1: Zijn er mogelijkheden om eerder te starten met de bouw dan 2028? Antwoord: Nee, dat is niet haalbaar gezien de stappen die nog genomen moeten worden, zoals het opstellen van het omgevingsplan, de selectie van een ontwikkelaar, het ontwerptraject, vergunning, verkoop en de werkvoorbereiding. Vraag 2: De Nota Parkeernormen staat niet bij de beleidskaders, klopt dat? Antwoord: Dat klopt niet. De Nota Parkeernormen is wel degelijk een beleidskader wat is gevolgd bij het opstellen van de ruimtelijke visie en had hier genoemd moeten worden.

CDA Vraag 1a: Bouwhoogte. Waarom kiest het college ervoor om de maximaal toegestane vier lagen aan de Koninginnehof toe te staan, terwijl uit de participatie duidelijk blijkt dat dit als te hoog wordt ervaren? Antwoord: De in de visie opgenomen aantal bouwlagen sluiten aan bij de kaders zoals vastgesteld door de gemeenteraad in de kaderstellende notitie. Stedenbouwkundig zijn vier bouwlagen goed inpasbaar in de strook langs de Koninginnehof. Vraag 1b: Bouwhoogte. Is het college bereid een strook met maximaal twee lagen langs de Koninginnehof en Emmastraat in het omgevingsplan vast te leggen? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Nee, het omgevingsplan vormt een uitwerking van de ruimtelijke visie. Met twee lagen aan de Koninginnehof kunnen de ambities uit de kaderstellende notitie niet worden gerealiseerd. Bovendien zou dit het financiële resultaat negatief beïnvloeden. Vraag 1c: Bouwhoogte. Is het mogelijk meer inzicht te krijgen in de bouwhoogtes van de verschillende bouwblokken in de verschillende scenario's?

pagina

1/11

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord: De hoogtes zijn in alle scenario’s hetzelfde, alleen bij scenario 3 is één bouwvlak lager omdat één appartementenblok van vier lagen is vervangen door eengezinswoningen (van drie lagen). Bij de andere scenario’s zijn de programmatische verschuivingen terug te zien in de omvang van het bebouwde vlak, niet in de hoogte. Vraag 2: Groene buffer. Kan het college garanderen dat de beloofde groenstrook van voldoende kwaliteit blijft en niet “wegbezuinigd” wordt bij de nadere planuitwerking? Antwoord: De groeninrichting van het hele plangebied wordt in een latere fase verder uitgewerkt. Daarbij is er nadrukkelijk aandacht voor het behouden van bestaande bomen die als waardevol zijn beoordeeld en de kwaliteit van de groeninrichting als geheel. Vraag 3: Scenario 1 ontbreekt In bijlage 5 wordt scenario 1 aangeduid als voorkeursvariant, maar de inhoudelijke uitwerking ontbreekt. Kan het college alsnog een volledige toelichting geven op scenario 1, inclusief financiële effecten, ruimtelijke impact en gevolgen voor het woningprogramma? Antwoord: Scenario 1, het voorkeursscenario, is onderdeel van de scenariostudie en komt overeen met de ruimtelijke visie en de grondexploitatie zoals deze aan uw gemeenteraad ter besluitvorming nu is voorgelegd. Vraag 4: Doelgroepen per scenario.

Gegeven de ligging lijkt de locatie misschien minder geschikt voor seniorenwoningen (vanwege afstand tot voorzieningen) en juist zeer geschikt voor jonge gezinnen en starters. Heeft het college dit meegewogen bij de keuzes voor het woningprogramma? Hoe beoordeelt het college de geschiktheid van Oranjepark voor specifieke doelgroepen? Antwoord: Bij het bepalen van het woningbouwprogramma is gekeken naar verschillende aspecten. De (lokale) woonbehoefte en locatie spelen daarin een belangrijke rol. Onderzoeken laten zien dat er met name behoefte is aan woningen voor starters en senioren. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de senioren doelgroep grotendeels bestaat uit vitale en mobiele ouderen. De vraag vanuit deze doelgroepen komt ook uit de nabijgelegen wijken, bijvoorbeeld Koninginnehof en Koningshof. In Oranjepark bieden we deze inwoners een (gelijkvloers) alternatief in of nabij hun sociale netwerk. De uitgangspunten voor het programma zijn eerder vastgesteld door de raad in de kaderstellende notitie voor Oranjepark. Vraag 5a: Grondexploitatie. Hoe gaat het college om met de spanning tussen de wens voor betaalbare woningen en het beleid dat alleen projecten met positieve grondexploitaties mogen worden geopend? Antwoord: De visie is wat ons betreft de uitkomst van het streven naar een optimaal integraal resultaat in kwaliteit en financiën.

De grondexploitatie is negatief, maar is aanzienlijk positiever dan de financiële bandbreedte zoals genoemd bij vaststelling van de Startnotitie en de kaderstellende notitie. Wel is een bijdrage nodig voor het gemeentelijk parkeren. Scenario’s zijn toegevoegd die afwijken van de kaderstellende notitie maar wel invloed hebben op het financieel resultaat. Vraag 5b: Grondexploitatie. Kan het college inzichtelijk maken hoe de betaalbaarheidsdoelen worden geborgd? Antwoord: De woning categorieën worden vastgelegd in het omgevingsplan en worden daarmee afdwingbaar.

pagina

2/11

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 6a: Scenario’s. Waarom is scenario 1a (resultaat nul) niet leidend gemaakt, terwijl dit financieel robuuster is dan het huidige voorkeurscenario? Antwoord: Het programma in scenario 1a wijkt af van wat de raad met de kaderstellende notitie heeft vastgesteld. De kaderstellende notitie is leidend geweest. Het is aan de raad om eventueel te kiezen voor een ander scenario. Vraag 6b: Scenario’s. Wat betekent deze keuze voor de realisatie van voldoende sociale huur- en middeldure woningen? Antwoord: In de ruimtelijke visie zoals voorgesteld, wordt het programma gerealiseerd conform de Kaderstellende Notitie: 35% sociaal, 45% betaalbaar en 20% duur. Scenario 1a betreft een programmatische verschuiving van vier middeldure huurwoningen naar het segment van dure koopwoningen.

Vraag 7: Te verwerven gronden. Kan het college aangeven welke gronden nog moeten worden verworven, wat de status daarvan is, welke vertraging dit kan opleveren en wat de mogelijke financiële gevolgen hiervan zijn? Antwoord: Er moeten nog vier bedrijfskavels en het perceel met de zendmast verworven worden. De gemeente voert gesprekken met de eigenaren en biedt herhuisvestingsmogelijkheden o.a. op Boezem Oost. Tot nu toe is er te weinig beweging en liggen prijzen te ver uiteen. Onteigening is een optie, maar dat kost meerdere jaren. Met een fasering van Oranjepark kun je hierop inspelen. De voorwaarden die je overeenkomt bij elke verwerving bepalen de financiële impact op het project. Denk bijvoorbeeld aan voorwaardelijke aankopen en het moment van afname en betalen. Voor één perceel is door de eigenaar een omgevingsvergunning aangevraagd voor de ontwikkeling van een bedrijfsverzamelgebouw. Als partijen hierover geen overeenstemming bereiken en het gebouw daadwerkelijk wordt gerealiseerd, kan dit betekenen dat de gronden van de resterende verwervingen niet voor woningbouw kunnen worden gerealiseerd. De gemeente zal vervolgens een nieuwe balans tussen financieel resultaat, aantal woningen en parkeeroplossing moeten vinden. Mogelijk dat dit dan de raad voorgelegd dient te worden. Vraag 8a: Parkeerdruk Koninginnehof. De participatie laat zien dat parkeerdruk dé grootste zorg is.

Het college kiest voor 15 extra plekken, maar motiveert in de stukken niet duidelijk waarom dit voldoende zou zijn. Bewoners vrezen dat deze plekken onvoldoende zijn. Waarop is het aantal van 15 extra parkeerplaatsen voor Koninginnehof gebaseerd? Antwoord: Deze situatie is bepaald op basis van de gemeten parkeerdruk. Er is sprake van een acceptabele parkeersituatie wanneer:  de parkeerdruk overdag (gedurende minimaal één uur) lager is dan 85%, en  de parkeerdruk ’s nachts (gedurende minimaal één uur) lager is dan 90%. Met het toevoegen van 15 extra parkeerplaatsen ontstaat een acceptabele parkeersituatie.

pagina

3/11

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 8b: Parkeerdruk Koninginnehof. Hoe is vastgesteld dat dit aantal voldoende is om de huidige parkeerdruk op te vangen, zeker gezien de zorgen die omwonenden hierover hebben geuit in de participatie? Antwoord: Zie antwoord vraag 8a. Vraag 8c: Parkeerdruk Koninginnehof. Waar kunnen deze extra plekken concreet worden gerealiseerd? Antwoord: Deze komen terug in de strook tussen Oranjepark en Koninginnehof. Vraag 8d: Parkeerdruk Koninginnehof. Klopt het dat de groenstrook tussen het spoor en de Industrieweg hierbij als mogelijke uitbreidingslocatie is genoemd door deelnemers aan de inloopbijeenkomst, en hoe weegt het college dit af tegen het behoud van groen. Antwoord: Het klopt dat gekeken wordt naar locaties waar in geval van ontstane parkeerproblemen de parkeerdruk kan worden opgevangen. Met behoud van bomen is dit één van de locaties die is genoemd. Dit is nog niet nader onderzocht en intern afgestemd. Vraag 8e: Parkeerdruk Koninginnehof. Is het college bereid "garanties" te geven over de beschikbaarheid van parkeerplekken voor huidige bewoners? Antwoord: Nee, de gemeente geeft geen garanties over de beschikbaarheid van parkeerplekken. Vraag 9a: Gebruik parkeerhub. Welke afspraken maakt het college om te voorkomen dat nieuwe bewoners hun auto voor de deur zetten in plaats van in de hub? Antwoord: We zorgen dat nieuwe bewoners gebruik willen maken van de parkeerhub.

Dit gebeurt onder meer door de ingangen van woongebouwen op strategische locaties te positioneren en korte, aantrekkelijke en veilige looproutes te maken. Verder betalen woningeigenaren verplicht een bijdrage voor de hub, wat het gebruik ervan bevordert. Indien nodig kan de gemeente met extra openbare parkeerplaatsen of parkeerregulering juist gebruik stimuleren of afdwingen. Vraag 9b: Gebruik parkeerhub. Wordt dit juridisch vastgelegd in koop- en huurcontracten? Antwoord: Ja Vraag 10: Ambtenaren parkeren. De plannen zijn gebaseerd op dubbelgebruik van de hub: overdag ambtenaren, ’s avonds bewoners. Hoe realistisch is dit uitgangspunt, bijv. wanneer ambtenaren hun plekken ’s avonds niet (tijdig) vrijgeven of juist in de omliggende wijken parkeren? Antwoord: Dit werkt niet één op één. Er wordt met aanwezigheidspercentages gerekend om te waarborgen dat er ook op piekmomenten voldoende plekken beschikbaar zijn in de parkeerhub. Vraag 11: Start bouw pas in 2028. Hoe voorkomt het college dat de parkeerdruk en overlast in de omgeving nog drie jaar blijven bestaan?

pagina

4/11

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord: Vanuit project Oranjepark gaan we niet de parkeeroverlast oplossen die bewoners in aangrenzende wijken nu ervaren. Dat valt buiten het mandaat van Oranjepark. Momenteel kunnen ambtenaren en bewoners parkeren op de braakliggende kavels van Oranjepark. In de periode tot aan de oplevering streven we ernaar voortdurend het aantal beschikbare parkeerplekken binnen het plangebied gelijk te houden. Vraag 11b: Start bouw pas in 2028. Is het mogelijk de bouw gefaseerd of eerder te starten? Antwoord: Eerder starten is niet haalbaar, gezien de stappen die we nog moeten nemen. Een gefaseerde uitvoering is afhankelijk van de voortvarendheid waarmee de resterende percelen kunnen worden verworven.

Trots Vraag 1a: Inrit parkeergarage. De inrit van de te bouwen parkeergarage ligt recht tegenover de inrit van de woongroep de Woonacker. Wat is de te verwachten verkeersintensiteit? Antwoord: Op basis van recente verkeerstellingen van het kruispunt Oranjelaan/Emmastraat en de toename van verkeer ten gevolge van de nieuwe woningen (volgens kengetallen van het CROW) is de verwachte verkeersintensiteit in de Willem-Alexanderlaan 1.250 motorvoertuigen per etmaal. Een erftoegangsweg zoals de Willem-Alexanderlaan is geschikt voor de afwikkeling van 4.000-5.000 motorvoertuigen per etmaal. Vraag 1b: Inrit parkeergarage. Is het wenselijk om twee in-en uitritten recht tegenover elkaar te situeren? Antwoord: We zorgen voor een ruimtelijke en functionele inpassing van de in/uitrit van de parkeerhub, zodat er geen problemen ontstaan. Vraag 1c: Inrit parkeergarage. Is het mogelijk om één van de in-uitritten te verplaatsen? Antwoord: De exacte plek van de inrit ligt nog niet vast. Vraag 2: Wat gebeurt er met de huidige 5 invalide parkeerplaatsen die aan de Woonacker nu vergund zijn? Antwoord: Deze blijven bestaan op de huidige locatie of in de nabijheid van de huidige locatie. Vraag 3: De Willem-Alexanderlaan is nu relatief smal voor grote verkeersbewegingen en in- en uitdraaiend verkeer uit de parkeergarage.

Wordt deze laan in het nieuwe plan nog verbreed? Antwoord: De Willem-Alexanderlaan zal waar nodig worden aangepast aan de toekomstige verkeersintensiteit en functie. Vraag 4: Zo het plan er nu uit ziet wordt er tegenover de Woonacker een enorme met groen beklede kolos gebouwd. Is het mogelijk de parkeergarage te plaatsen daar waar nu het Stedin gebouw staat zodat verkeersbewegingen plaats vinden op de weg aan het spoor naar twee richtingen?

pagina

5/11

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord: Het trafostation moet behouden blijven, omdat het een groot deel van Pijnacker van stroom voorziet. Verder is ervoor gekozen om de parkeerhub op een centrale plek in Oranjepark te plaatsen, zodat loopafstanden tot woningen en gemeentekantoor beperkt blijven. Dat verbetert het gebruik van de parkeerhub. Vraag 5: Bouwverkeer zal gedurende de periode van bouw voor enige overlast gaan zorgen met zwaar bouwverkeer. In welke volgorde worden de diverse complexen gebouwd? Is het mogelijk om dit verkeer zo te geleiden naar de kant waar nu de Oekraïners gehuisvest zijn, zodat de Willem-Alexanderlaan hierdoor gevrijwaard blijft van bouwverkeer? Antwoord: De exacte bouwvolgorde is nog niet bekend. We streven naar zoveel mogelijk scheiding tussen bouwverkeer en schoon verkeer, waarbij het bouwverkeer via de Nijverheidsweg zal rijden. Vraag 6: Heeft de parkeergarage ook een functie in pakketbezorging? Zo ja, levert dat niet extra verkeersbewegingen op? Antwoord: Het toevoegen van extra voorzieningen wordt nog onderzocht en meegenomen in de verdere uitwerking. Vraag 7a: De 8-laagste torenflat. De 8-laagse torenflat staat nu ingetekend aan de kant van de parkeergarage en niet gebouwd aan de kant van het spoor tegenover het kantoor van Rondom Wonen. Is het mogelijk om deze te bouwen aan de kant van het spoor, zodat er minder licht- en windhinder is voor bewoners van de Woonacker.

Tevens hebben de bewoners van de 8-laagse flat uitzicht over het spoor richting Klapwijk. Antwoord: De in de visie opgenomen aantal bouwlagen passen binnen de kaders zoals vastgesteld door de gemeenteraad in de kaderstellende notitie. Volgens de visie mag één bouwblok een maximale bouwhoogte van 8 lagen hebben, waarbij dit hoogteaccent uitsluitend op één hoek van het gebouw toegepast mag worden. Het grootste deel van het bouwblok bestaat uit maximaal 5 lagen. In de voorbeelduitwerking is het hoogteaccent gepositioneerd aan de zijde van de parkeerhub. Het betreft een voorbeelduitwerking, de ontwikkelaar kan het hoogteaccent op een andere plek situeren. Vraag 7b: De 8-laagste torenflat. Wat is de motivatie om zo’n kolos op die plaats te situeren? Antwoord: In de voorbeelduitwerking is voor deze locatie gekozen, met de volgende redenen:  De woningen aan de Woonacker, die in het verlengde van de nieuwe woontoren liggen, zijn georiënteerd op het zuidoosten en zuidwesten, en dus niet op Oranjepark.  Het hoogteaccent is onderdeel van een woongebouw en veroorzaakt nauwelijks hinder op het gebied van licht, wind of schaduw.  Het hoogteaccent dient als begeleiding naar de zuidelijke entree van het Oranjepark.  Het accent maakt de verbinding tussen het Willem-Alexanderpad en de groenzone in het Oranjepark al op grotere afstand herkenbaar.

 De locatie biedt ruimte voor een architectonisch accent. Vraag 8: In de memo Parkeerhub Oranjepark staat dat er in de parkeerhub 15 extra plekken zullen komen voor bewoners van Koninginnehof en hun bezoekers, terwijl er tegelijkertijd staat dat de hub geen ‘openbaar karakter’ krijgt. Kunnen de bewoners van Koninginnehof en hun bezoekers dan wel gebruik maken van de parkeerhub? Antwoord: In het memo staat bij de beschrijving van de parkeeropgave voor Oranjepark dat er 15 extra parkeerplaatsen nodig zijn voor bewoners van Koninginnehof. Deze komen niet in de parkeerhub, maar worden in de openbare ruimte gerealiseerd.

pagina

6/11

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 9a: Parkeerhub. In het participatieverslag Oranjepark staat dat de woningeigenaren een verplichte bijdrage gaan betalen aan de parkeerhub? Waarom is hiervoor gekozen en mag dit juridisch gezien wel? Antwoord: Bewoners kopen een parkeerrecht en daarmee een veilige overdekte plek in een garage. Juridisch mag dit. Vraag 9b: Parkeerhub. Houdt dit dan ook in dat (sociale) huurders geen verplichte bijdrage betalen, terwijl ze wel gebruik kunnen maken van de parkeerhub? Antwoord: In de begroting is rekening gehouden met een reële bijdrage vanuit de corporaties voor het parkeren van de sociale huurwoningen. Vraag 9c: Parkeerhub. Hoe hoog wordt de verplichte bijdrage aan de parkeerhub? Antwoord: Er is rekening gehouden met een bijdrage van ca €23.000,- per parkeerplek. Vraag 9d: Parkeerhub. En moeten de bewoners van de Koninginnehof ook meebetalen aan de parkeerhub? Antwoord: Nee

Progressief PN Vraag 1: Wat is de aanleiding om in de hoek Willem-Alexanderlaan en Industrieweg niet tot 6 lagen te bouwen? Hoeveel woningen zou een extra woonlaag opleveren? Welk financieel effect zou dit hebben? Antwoord: In de visie is gezocht naar een optimale balans tussen ruimtelijke doelstellingen (beschikbare ruimte, wonen, parkeren, het ‘park’ concept) en financieel resultaat. Woningen toevoegen betekent ook meer parkeren realiseren en dat vraagt forse aanpassingen van het plan. Het financiële effect is afhankelijk van het toe te voegen programma en gekozen parkeeroplossing. Vraag 2: Wat is de aanleiding voor het ontwikkelen van de scenario’s 3 en 4 in bijlage 5? Antwoord: Alle scenario’s zijn opgesteld met als doel te toetsen of ze financieel gunstiger uitpakken dan het plan in de ruimtelijke visie. Scenario 3 levert geen beter resultaat op, scenario 4 wel.

Vraag 3: Kan het totaaloverzicht van de scenario’s aangevuld worden met het aantal woningen in de verschillende segmenten zoals we dat zien in het vergelijk tussen scenario 1 en 1a? Antwoord: Kaderstellende notitie Ruimtelijke visie Scenario 1a Scenario 2 Scenario 3 Scenario 4 Percentage Aantal Percentage Aantal Percentage Aantal Percentage Aantal Percentage Aantal Percentage Aantal Sociaal 35% 53 35% 64 35% 64 35% 64 35% 62 33% 61 Betaalbaar 45% 68 45% 83 43% 79 45% 83 45% 79 34% 62 Duur 20% 30 20% 37 22% 41 20% 37 20% 35 33% 61 100% 151 100% 184 100% 184 100% 184 100% 176 100% 184

Vraag 4: Wat gebeurt er met het financiële resultaat en de vaste lasten wanneer de gemeente minder dan 125 plekken afneemt? Wat is het (financiële) effect wanneer een deel van de plekken (15-30) aangeboden wordt aan bewoners van Koninginnehof of Willem-Alexanderlaan?

pagina

7/11

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord: Het gemeentelijk parkeren maakt onderdeel uit van de ruimtelijke visie, maar valt buiten de grondexploitatie. Wijzigingen in de 125 parkeerplekken hebben daarom geen effect op de grondexploitatie. De gemeente betaalt circa 23k per parkeerrecht. Deze investering neemt af als minder parkeerplekken worden afgenomen. Vraag 5: In het voortraject is uitgebreid aan participatie gedaan. Toch lezen we in bijlage 4: In de uiteindelijke planuitwerking zullen bouwvlakken in de markt gezet worden. Daarbinnen kunnen zowel het aantal gebouwen, de grootte van de bouwvolumes … anders worden dan nu voorzien is. Welk effect heeft dit op de participatie? Hoe worden omwonenden hierbij betrokken? Antwoord: Er is uitgebreid ingezet op participatie, met als doel een ruimtelijke visie te ontwikkelen die aansluit bij wensen of inbreng van de inwoners uit de omgeving. De uitkomsten van dit participatietraject zijn zoveel mogelijk verwerkt in de ruimtelijke visie. Op basis van deze visie worden regels opgenomen in het omgevingsplan. Daarnaast kunnen ook andere relevante regels worden toegevoegd. Om tot een definitief omgevingsplan te komen, wordt opnieuw aan participatie gedaan. Marktpartijen dienen hun plannen te ontwikkelen binnen de kaders van het omgevingsplan. De resultaten van de participatie worden met hen gedeeld, zodat zij hier rekening mee kunnen houden.

In de uitvraag vragen we partijen bovendien om aan te geven hoe zij de omgeving betrekken bij de verdere uitwerking van hun plannen.

Eerlijk Alternatief Vraag 1: In betreffende aanbiedingsnota voorziet de visie 500m 2 maatschappelijke ruimte. Er wordt onder andere een huisartsenpost gesuggereerd. Maar een nadere invulling van deze ruimte volgt nog, Hoe, door wie en wanneer wordt deze nadere invulling bepaald, welke criteria worden gehanteerd? Antwoord: Gedacht wordt om de maatschappelijke ruimte voor een huisartsenpraktijk in te zetten. Daarmee zou het merendeel van de 500m2 kunnen worden ingevuld. Een uitvraag in de markt kan uitsluitsel geven of er vraag is en bereidheid is om de grondwaarde te betalen. Vraag 2: Netcongestie Duurzaamheidsambities richten zich op het kunnen realiseren van de woonbuurt door het beheersbaar houden van netbelasting en het voorkomen van toekomstige congestie. De focus verschuift van energieneutraal bouwen naar voldoende netcapaciteit en slimme implementatie Kunt u concreet aangeven wat u bedoelt met de focus op voldoende netcapaciteit en slimme implementatie? Antwoord: Het elektriciteitsnet in de provincie Zuid-Holland is zwaar belast. Om overbelasting te voorkomen wordt bij nieuwe aanvragen alleen ruimte geboden voor nieuwe kleingebruikers (<3*80A). Aandachtspunt bij een beperkte aansluitcapaciteit is de piekvraag in de avond vanuit huishoudens en het gebouw zelf, denk aan het gebruik van de lift en hydrofoor. Met een batterij kan dat bijvoorbeeld opgelost worden.

Nieuwbouw heeft effect op het net. We proberen dat zoveel mogelijk te beperken door de focus te verschuiven van energieneutraal naar netbewust bouwen. Een energieneutraal gebouw geeft namelijk geen uitsluitsel dat een kleine aansluiting volstaat en dat piekvraag wordt beheerst. Vraag 3: Zal er door de bouw van dit project een verdergaande netcongestie (overbelasting ) ontstaan? Zo ja? Hoe vangt u dit op.

pagina

8/11

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord: Naar verwachting zullen de woningen en het woongebouw het elektriciteitsnet zwaarder belasten dan de bedrijven die er nu zitten en tot voor kort zaten, dit komt mede door de bouwdichtheid. Door netbewust te bouwen kan de impact worden beperkt. Naar verwachting zal netcongestie een aandachtspunt blijven tot de periode 2032-2035, waarna het net voldoende is verzwaard. Vraag 4: In uw visie streeft u de volgende duurzame ambities na : energiezekerheid, klimaat adaptieve inrichting openbaar gebied, klimaat adaptieve maatregelen gebouwen, biodiversiteit Kunt u hier voorbeelden van noemen? Antwoord: Dit wordt in het vervolgtraject verder uitgewerkt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een batterij, een smart grid, variatie in beplanting, nestkasten in gevels, groene gevels en het beperken van verharding tot wat echt noodzakelijk is. Vraag 5: De parkeerhub wordt een betaalde. Hoe is de relatie met woningen sociale huur en middenhuur? Antwoord: Een groot deel van de nieuwe bewoners dient te parkeren in de parkeerhub. In de begroting is rekening gehouden met een reële bijdrage vanuit de corporaties voor het parkeren van de sociale huurwoningen. Voor middenhuur wordt gerekend met een marktconforme prijs. Vraag 6: Een ontwikkelaar had het plan voor een bedrijfsverzamelgebouw. Past dit in onze bouwplannen? Antwoord: Nee, het past niet binnen de visie.

Partij voor de Dieren Vraag 1: Hoe is berekend/vastgesteld dat er 125 parkeerplaatsen voor de gemeente nodig zijn in de nieuw te bouwen parkeerhub? Antwoord: De 125 parkeerplaatsen komen overeen met het aantal getelde plekken waar ambtenaren parkeren. Dit aantal sluit ook aan bij het aantal benodigde parkeerplekken van het gemeentekantoor als we die berekenen aan de hand van de Nota Parkeernormen 2021. Parkeren in en rondom Oranjepark kan alleen goed verlopen als ook de ambtenaren daar op de gewenste manier invulling aan geven. De gemeente ziet haar verantwoordelijkheid en zal actief sturen dat de ambtelijke behoefte overeenkomt met het aantal beschikbare plekken. Vraag 2: Hoe verhoudt dit aantal parkeerplaatsen [125] zich tot het aantal gemeentelijke (maaiveld) parkeerplaatsen wat door deze ontwikkeling vervalt omdat er iets anders op gebouwd wordt? Antwoord: Zie antwoord op vraag 1.

Vraag 3: De investerings- en exploitatiekosten van de parkeerhub zijn duidelijk, maar zijn er ook besparingen of nieuwe inkomsten door deze keuze voor een parkeerhub en zo ja wat bedragen deze? [Bijvoorbeeld: Vervallen er onderhoudskosten door het wegvallen van de huidige maaiveld parkeerplaatsen van de gemeente? Zijn er extra inkomsten voor de gemeente (belastingen, gemeentefonds) doordat er een hogere bouwdichtheid in de wijk gerealiseerd wordt dankzij de parkeerhub?] Antwoord: Door de parkeeropgave te clusteren in een hub ontstaat meer ruimte voor woningbouw en een hogere bouwdichtheid. Dit levert extra woningen op die grondopbrengsten genereren (zie opbrengstenkant grex) en later ook gemeentelijke baten zoals OZB-opbrengsten. Deze indirecte opbrengsten zijn in verhouding klein. Extra bewoners betekent ook meer bestedingen in de retail en het verenigingsleven.

pagina

9/11

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 4: Is er al nagedacht over de vervangingsinvestering na afschrijving van de parkeerhub? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Er is nog geen vervangingsinvestering opgenomen. Richtinggevend zal de garage over 50 jaar vervangen moeten worden. Vraag 5a: Verwervingen Kunt u op een kaart aangeven welke percelen de gemeente nog niet in bezit heeft? Antwoord:

Vraag 5b: Verwervingen Is onteigening een optie als de onderhandelingen stranden? Antwoord: Onteigening is een optie, maar dat kost meerdere jaren. Vraag 5c: Verwervingen Er wordt in de stukken gesproken over bouwen in fases als deze grondverwerving niet snel genoeg gaat. Kan nader toegelicht worden hoe deze fasering eruit zou zien (liefst i.c.m. de kaart van vraag 5a)? Antwoord:

pagina

10/11

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 5d: Verwervingen Als het antwoord op 5b ‘nee’ is, is een reële eindsituatie dan een combinatie van woningen en bedrijven in Oranjepark? En kan dit nog planologische, financiële of andere problemen opleveren? Antwoord: Een combinatie van woningen en bedrijven in Oranjepark kan een uitkomst zijn. Ja, dat geeft planologische en financiële uitdagingen. Hierbij zijn verschillende scenario’s mogelijk, die verschillen in aantal woningen, parkeren en financieel resultaat. Als deze situatie zich voor doet leggen we scenario's en een voorkeursscenario voor aan de raad. Vraag 6: Er is duidelijk aangegeven in de ruimtelijke visie welke bomen behouden kunnen worden. Onze vraag is nu: Hoeveel bomen moeten er wel gekapt worden voor dit plan en waar staan die op de kaart? Antwoord: Ongeveer 9 bomen (waarvan een deel opschot) zullen worden gekapt ten behoeve van de nieuwe woningen. Op het huidige parkeerterrein achter het gemeentekantoor staan 21 bomen welke zullen worden gekapt ten behoeve van de parkeerhub. We sturen erop dat er in de eindsituatie van Oranjepark meer bomen staan dan nu het geval is. Vraag 7: De huidige visie gaat bij het hoogste gebouw uit van 5 woonlagen met een hoogte-accent tot 8 woonlagen.

Hoeveel meer woningen kunnen er gerealiseerd worden als dit 6 of 7 woonlagen met een hoogte-accent worden of als het gehele gebouw 8 lagen hoog wordt? En wat doet dit met de bedragen van het netto contant saldo in scenario’s 1, 1a en 2? Antwoord: Dat is moeilijk aan te geven, omdat elke woning die je toevoegt ook weer vraagt om extra parkeerplaatsen. Dit werkt dus door in het hele ruimtelijke plan (beschikbare openbare ruimte, parkeren, wonen en het ‘park’ concept) en vraagt dan een nieuw plan. Binnen het huidige concept en de ambities van de kaderstellende notitie hebben we maximaal 184 woningen kunnen realiseren. De overige vragen van PvdD zijn beantwoord in een geheim memo.

Graafland Vraag 1: Als we nu een programma kiezen dat financieel “net op nul” eindigt, hoe wendbaar zijn we bij het zich voordoen van de genoemde risico’s? Antwoord: We blijven even wendbaar. Binnen het project proberen we altijd risico's te beheersen.

pagina

11/11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15970213/1