Beantwoording beeldvormende vragen D66, VVD, Progressief PN, CDA, PvdD en PNV - Cultuurnota 2026
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1635868
berichtnummer
1497618
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
8 januari 2026 Beantwoording beeldvormende vragen over de Cultuurnota 2026 Informatief
Door diverse fracties zijn vragen gesteld over de Cultuurnota 2026 (agendapunt 4). Hieronder treft u de beantwoording aan.
Beeldvormende vragen D66 – Cultuurnota 2026 1. In hoeverre ziet het college risico's of alle genoemde activiteiten binnen het budget kunnen worden bekostigd, nu in de nota onder meer ook te lezen is dat de verwachting is dat het Rijksprogramma Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK) in de huidige vorm verdwijnt en de regeling voor cofinanciering vanuit het Rijk medio 2027 stopt. In de Cultuurnota 2026 benoemen we ook landelijk beleid en financiering op het gebied van kunst en cultuur waar onze gemeente gebruik van maakt. Wijzigingen in die regelingen hebben directe impact op de beschikbare budgetten voor activiteiten die hieruit worden gefinancierd. Tegelijkertijd zijn de betrokken partners (zoals Kunstgebouw), uitvoerders (zoals Team4Talent en Cultuurtrein) en organisaties (Bibliotheek Oostland) al volop bezig met het ontwikkelen van alternatieven als de regeling inderdaad stopt. 2. Kunnen alle doelstellingen die bij de zeven thema's zijn geformuleerd met het oog hierop wel worden behaald? De landelijke regelingen waar u in vraag 1 op doelt hebben met name effect op de financiering van de Bibliotheek en programma’s voor cultuureducatie (in onze gemeente tevens uitgevoerd door Bibliotheek Oostland) en staan los van de andere strategische thema’s.
Als er meer duidelijkheid is over het wegvallen van rijksmiddelen, dan wordt de gemeenteraad financieel, maar ook over de inhoudelijke impact geïnformeerd. 3. En wat zijn de financiële risico's voor onze gemeente als de nieuwe Bibliotheekwet ingaat? De nieuwe wet is nog niet definitief behandeld en vastgesteld door het parlement. De details bepalen het financiële effect voor onze gemeente, maar deze zijn nog niet volledig duidelijk op dit moment. Wat zeker lijkt is dat door deze decentralisatie de gemeenten een zorgplicht krijgen wat betreft de dienstverlening, beschikbaarheid en bereikbaarheid van bibliotheken. Ook worden het ‘informatiepunt digitale overheid’ en de ‘bibliotheek op school’ hierin
pagina
1/11
Memo beantwoording beeldvormende vragen
meegenomen. Het is echter nog onduidelijk welke exacte eisen daarin zullen worden gesteld en welke financiering hiervoor vanuit het Rijk ter beschikking wordt gesteld. Zodra dit duidelijk is brengen we dit in beeld en wordt de gemeenteraad nader geïnformeerd. 4. Hoe gaat het college zorgen voor spreiding van cultuur in de verschillende gemeentekernen, bijvoorbeeld door bestaande culturele en maatschappelijke infrastructuur (schoolgebouwen, bibliotheken en andere locaties) te benutten? Het college zet in op spreiding van cultuur, door zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande gebouwen en voorzieningen in de verschillende kernen en wijken. Daarbij spelen onder andere CulturA & Zo, Buurt&Zo, het Sociaal Cultureel Centrum in Pijnacker en satellietlocaties zoals de bibliotheekvoorziening in Delfgauw een belangrijke rol. Tegelijkertijd heeft elke kern kent een eigen karakter, eigen initiatieven en een eigen culturele dynamiek, die niet altijd op uniforme wijze te sturen is. Op basis van de inzichten uit het Culturele Doelgroepenmodel kan de culturele sector zo breed en doelgericht mogelijk activiteiten organiseren. Daarbij wordt per kern en per deelgebied gekeken naar wat aansluit bij de lokale behoeften. Activiteiten worden georganiseerd voor, door en met inwoners, in plaats van te werken met een uniforme programmering voor de hele gemeente.
Spreiding van cultuur wordt daarmee benaderd als een maatwerkopgave, en niet als een vaste of voorgeschreven verdeling.
Beeldvormende vragen Progressief PN – Cultuurnota 2026 Cultuurnota 2026-2030 Toegankelijkheid, inclusie en diversiteit In de ontwikkelstrategie wordt wijkgerichte programmering als methode genoemd om cultuur dichtbij inwoners te brengen. 1.
Wat wordt bedoeld met deze wijkgerichte programmering?
Eén van de manieren om kunst en cultuur dichterbij inwoners te brengen, nieuwe doelgroepen te bereiken en passend aanbod te realiseren voor, door en met inwoners, is een wijkgerichte aanpak. De inzichten vanuit het Culturele Doelgroepenmodel laten zien dat de kernen en verschillende buurten echt een eigen karakter hebben. Daar kan de culturele sector op inspelen met zijn aanbod en programma. Versterking culturele infrastructuur Bij de doelstellingen staat dat de beschikbaarheid, betaalbaarheid en geschiktheid van ruimten vergroot moet worden. Het wordt echter niet duidelijk hoe groot het probleem is. 2. Kan het college kwantificeren wat er vóór 2028 nodig is aan repetitieruimte, ateliers en presentatieruimtes – en hoe we dat gaan monitoren? In het kader van de ontwikkeling van het SCC is in een eerdere fase een uitgebreide analyse gemaakt van de benodigde ruimtes voor de betrokken gebruikers. Daarnaast vinden we het van belang dat we als gemeente een proactieve houding aannemen om eventueel beschikbare locaties te koppelen aan maatschappelijke doelen, zoals kunst en cultuur. De behoefte aan ruimte is vaak erg specifiek per persoon of organisatie. Regionale samenwerking
pagina
2/11
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Uit onderzoek blijkt dat een groot deel van onze inwoners culturele activiteiten buiten de gemeente bezoekt. Dat biedt kansen, maar maakt ook dat wij moeten weten welke rol Pijnacker-Nootdorp in de regio wil innemen. 3.
Welke regionale afspraken worden nagestreefd (publieksdoorstroming, gezamenlijke programmering, talentketen, ruimte-deling)?
Er zijn in de Cultuurnota en Uitvoeringsagenda geen expliciete regionale afspraken of doelen vastgelegd op het gebied van publieksdoorstroming, gezamenlijke programmering, talentketens of structurele ruimtedeling. Ook is geen specifieke regionale rol of profiel van Pijnacker-Nootdorp benoemd. Relevante regionale ontwikkelingen worden uiteraard wel gevolgd, ook door onze samenwerking met het Kunstgebouw, Onze belangrijke culturele partner Bibliotheek Oostland werkt ook regionaal en heeft daarom bijvoorbeeld ook goed zicht op de ontwikkelingen in onze buurgemeente Lansingerland. Uitvoeringsagenda 2026-2030 Structuur en opzet Het college stelt per thema een nulmeting in 2026 voor en rapporteert via de P&C-cyclus. 4. Wanneer worden per indicator concrete doelwaarden vastgesteld, zodat de raad ook daadwerkelijk kan sturen en bijstellen? En wanneer wordt een algehele evaluatie van de Uitvoeringsagenda uitgevoerd? In de Uitvoeringsagenda Cultuurnota 2026–2030 is vastgelegd dat per strategisch thema in 2026 een nulmeting wordt uitgevoerd en dat de voortgang vervolgens wordt gevolgd via de reguliere P&C-cyclus. In het kader van deze nulmeting worden de indicatoren en bijbehorende concrete doelwaarden, waar nodig, in samenspraak met de betrokken partijen vastgesteld.
Dit gebeurt tijdens de uitvoeringsfase in 2026, zodat de indicatoren aansluiten bij de praktijk, de beschikbare gegevens en de haalbaarheid van de opgaven. Na deze uitwerking kunnen de indicatoren worden gebruikt om gericht te monitoren, bij te sturen en hierover te rapporteren aan de raad. De tussentijdse evaluatie van de uitvoeringsagenda vindt plaats in 2028. De algehele evaluatie vindt plaats in 2030. Strategie en dienstverlening De uitvoeringsagenda introduceert de uitagenda als centraal platform. Dat is belangrijk, want maar 30% van onze inwoners weet wat er te doen is. 5. Kan het college aangeven wie eigenaar wordt van de uitagenda, welk structureel budget daarvoor nodig is, en hoe instellingen worden verplicht of gestimuleerd om hun aanbod aan te leveren? De gemeente is eigenaar en coördineert de uitagenda vanuit Natuurlijk PijnackerNootdorp. Het bijhouden van de uitagenda gebeurt in samenwerking met lokale mediapartijen. Hiaat in subsidiemogelijkheden oplossen De uitvoeringsagenda erkent dat de huidige instrumenten – zoals de Cultuurknip en de vrijwilligersregeling – niet aansluiten op alle typen projecten.
pagina
3/11
Memo beantwoording beeldvormende vragen
6.
Wanneer ontvangt de raad een voorstel voor deze nieuwe subsidieregeling, en gaat deze ook ruimte bieden aan professionele makers en fair practice-normen?
Gedurende 2026 gaan we onderzoeken hoe de nieuwe ‘subsidieregeling culturele projecten’ vorm en inhoud moet krijgen. De door u genoemde onderdelen maken onderdeel uit van dat onderzoek. Het voornemen is deze nieuwe subsidieregeling per 1-1-2027 in te laten gaan. Wij verwachten u hierover in kwartaal 4 van 2026 nader te informeren. Cultuureducatie en talentontwikkeling - Het staatje op pagina 16 is niet correct Dat klopt. Er is per abuis een regel versprongen tijdens het opmaakproces. De inhoud is correct, maar daardoor niet goed leesbaar. Hieronder de gecorrigeerde versie. 2026 2027 2028 2029 Cultuurtrein (CMK) € 63.000 63.000 63.000 Combinatiefunctionarissen Cultuur € 122.500 Talentontwikkeling en € 25.000 25.000 25.000 25.000 jongerenprojecten Totaal € 210.500,00 88.000 88.000 88.000 Verder wordt er gedurende de periode 2026 - 2030 een behoorlijk financieel gat geslagen van bijna 200.000,00. 7. Welke financiële en organisatorische scenario’s liggen er klaar om cultuureducatie en cultuurcoaching ook ná 2028 te borgen, mocht het Rijk die middelen beperken? Dit is het directe gevolg van het veranderen of verdwijnen van landelijke regelingen waarmee deze activiteiten gefinancierd worden. Voor wat betreft Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK), wordt gewerkt aan een alternatief plan voor borging na 2028.
Dit gebeurt zowel provinciaal als lokaal: Provinciaal spoor: Kunstgebouw is provincie breed bezig om te verkennen hoe cultuureducatie met kwaliteit en de bijbehorende dienstverlening ook na 2028 geborgd kan worden. Ook het stoppen van de regeling voor cultuurcoaches is hierbij onderwerp van gesprek. Lokaal spoor: Binnen Pijnacker-Nootdorp wordt cultuureducatie en de cultuurcoachregeling uitgevoerd door Bibliotheek Oostland, in samenwerking met Lansingerland. De uitvoerder is zich reeds aan het voorbereiding om de laatste periode van Cultuureducatie met Kwaliteit zo te benutten, dat er een stevige basis ontstaat voor voortzetting van de samenwerking tussen onderwijs en cultuur na 2028. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe de financiering er na 2028 precies uit zal zien. We zullen beoordelen wat er nodig is en wat haalbaar is, mede op basis van de dan geldende kaders en financiële mogelijkheden.
Cultureel erfgoed en identiteit
pagina
4/11
Memo beantwoording beeldvormende vragen
8.
Wordt hierin ook straatmeubilair met cultuur-historische waarde meegenomen?
Straatmeubilair kan daar onderdeel van uitmaken. De inventarisatie van cultureel erfgoed doen we in samenspraak met de historische verenigingen.
Beeldvormende vragen PvdD – Cultuurnota 2026 1. Er staat: “Financiering is een belangrijke voorwaarde. Duidelijkheid over structureel beschikbare middelen zorgt voor vertrouwen in continuïteit van essentiële onderdelen van ons cultuurbeleid, zoals de culturele gebouwen en de programma’s voor cultuureducatie.” Over welke duidelijkheid hebben we het dan? Duidelijkheid over structureel beschikbare middelen, bijvoorbeeld door meerjarige in plaats van eenjarige (subsidie)afspraken te maken met culturele organisaties. 2. A) Hoe wordt de Governance Code Cultuur betrokken als thema bij de subsidieverstrekking (dit is niet uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda voor zover wij kunnen beoordelen)? De Governance Code Cultuur wordt onderschreven door de professionele kunst- en cultuurorganisaties in onze gemeente. In huidige en toekomstige subsidieafspraken wordt dit meegenomen. In een recent advies heeft de Raad van Cultuur een landelijke evaluatie gepresenteerd en grondige herziening voorgesteld (zie bijlage landelijke ontwikkelingen). B) Voldoet de gemeente aan Governance Code Cultuur? Zo nee, wat is de ambitie om hier wel aan te gaan voldoen? De Governance Code Cultuur is een handvest voor bestuurders en toezichthouders van culturele organisaties. De code is niet van toepassing op of bedoeld voor de gemeente zelf. 3.
Voldoet de gemeente nu aan de code Diversiteit en Inclusie? Zo nee, wat is de ambitie om hier wel aan te gaan voldoen? De Code Diversiteit en Inclusie is tevens een handvest voor culturele organisaties, maar ook de gemeente heeft hier aandacht voor. Bijvoorbeeld via de ontwikkeling van de Lokale Inclusie Agenda en het thema Diversiteit en Inclusie binnen deze cultuurnota. Daarnaast heeft de gemeente aandacht voor dit thema binnen de eigen organisatie. 4. Wat wordt precies verstaan onder ‘duurzaam ondernemerschap’, waarop wordt ingezet? Duurzaam in de letterlijke zin: langdurig en toekomstbestendig.
pagina
5/11
Memo beantwoording beeldvormende vragen
5. Cultuur krijgt een belangrijke plek in de nota en uitvoeringsagenda. Maar het is ons nog niet duidelijk welke plek kunst krijgt in de nota. Kan dit nader worden toegelicht? De definitie van kunst en cultuur als geheel wordt gegeven in hoofdstuk 3 van de Cultuurnota 2026. De termen ‘kunst’ en ‘cultuur’ worden vaak in combinatie en soms door elkaar gebruikt, en komen in beide documenten even vaak voor. 6. Hoe wordt de artistieke kwaliteit versterkt (buiten de cultuureducatie op scholen)? De artistieke kwaliteit van kunst- en cultuur ligt bij de betreffende maker, kunstenaar of organisator. De gemeente faciliteert, ondersteunt, promoot en stimuleert. 7. Welke afspraken heeft het college gemaakt of gaat het college maken ten aanzien van de exploitatiekosten van: a. CulturA & Zo?
Het structureel beschikbare subsidiebedrag zoals vastgesteld in de begroting is leidend.
b. het nieuwe Sociaal Cultureel Centrum?
Het structureel beschikbare exploitatiebedrag zoals vastgesteld in de begroting is leidend.
8. In de vorige nota stond: ‘We houden rekening met mens en dier’. Klopt het dat dit niet meer terugkomt in deze nota? Op welke wijze komt ‘rekening met dieren’ nu terug? In het zeer uitzonderlijke geval dat dieren onderdeel uitmaken van activiteiten gaat dit om evenementen. Evenementen worden vanuit de beleidsregel evenementen getoetst tijdens het proces van vergunningverlening. Hierin volgt de gemeente landelijke weten regelgeving. 9. Cultuur draagt bij aan het welzijn van onze inwoners lees ik. Is het een harde randvoorwaarde dat de toekomstige exploitatie van het nieuwe SCC zelfvoorzienend (alleen met de voorafgaande bepaalde gemeentelijke subsidie) en sluitend moet zijn, zodat niet gevraagd wordt om aanvullende subsidie door de gemeente bij exploitatietekorten? Zie antwoord op vraag 7. In aanvulling daarop worden vragen specifiek over het SCC en de mogelijke toekomstscenario’s die momenteel voorliggen in het kader van dat agendapunt behandeld.
10. Hoe wordt dit gecommuniceerd en vastgelegd?
pagina
6/11
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Op basis van de Algemene Subsidie Verordening en de subsidieregelingen beoordelen we aanvragen voor subsidies. Op basis daarvan worden afspraken vastgelegd en gecommuniceerd in subsidiebeschikkingen. 11. Hoe wordt voorkomen dat we voor onverwachte financiële exploitatie-situaties komen te staan (eigen kracht en ondernemerschap?) Het is aan de gemeenteraad om de financiële kaders vast te stellen waarbinnen culturele organisaties werken. Door realistische planvorming, meerjarige afspraken en regelmatig bestuurlijk overleg worden risico’s geminimaliseerd. 12. In de Uitvoeringsagenda staat dat er een gezamenlijke marketingcommunicatie strategie voor lokaal cultureel aanbod komt. Kan dit nader worden toegelicht. De ambitie is duidelijk maar hoe weten we of deze aanpak effectief is (zoals zichtbaarheid en participatie)? Deze ambitie is rechtstreeks gebaseerd op inzichten uit het inwonersonderzoek en het Culturele Doelgroepenmodel. Uit het inwonersonderzoek blijkt dat een groot deel van de inwoners onvoldoende weet wat er lokaal te doen is op cultureel gebied. Tegelijkertijd laat het Culturele Doelgroepenmodel zien dat verschillende doelgroepen op uiteenlopende manieren informatie zoeken, ontvangen en waarderen. Een uniforme communicatiestrategie bereikt daardoor niet alle inwoners even goed.
De gezamenlijke marketing- en communicatiestrategie richt zich daarom op betere vindbaarheid en herkenbaarheid van lokaal cultureel aanbod; meer doelgroepgerichte communicatie, afgestemd op de leefwereld, interesses en mediavoorkeuren van verschillende groepen inwoners; meer samenhang tussen aanbieders, zodat inwoners niet zelf hoeven te zoeken langs versnipperde kanalen. De effectiviteit van deze aanpak kan pas achteraf worden gemeten en wordt meegenomen in de evaluatiemomenten.
Beeldvormende vragen CDA – Cultuurnota 2026 1. Op pag. 14 van de Cultuurnota staat dat ‘[h]et belangrijk [is] om te vermelden dat de respectievelijke thema's niet in een specifieke volgorde staan’ en ‘[e]r dus geen prioritering [is].’ De Uitvoeringsagenda zou daarentegen duidelijkheid bieden over prioriteiten. Of, zoals geformuleerd op pag. 5: ‘Deze actualisatie is expliciet gepland om koers, prioriteiten en middelen opnieuw te wegen op basis van de dan geldende financiële realiteit.’ a. Het CDA vraagt zich daarbij af waarom hetgeen in de Uitvoeringsagenda geschetst niet is meegenomen in de ambities van de Cultuurnota op pag. 7? De uitvoeringsagenda is een praktische vertaling van de visie en ambities uit de cultuurnota. De beschreven aanpak is indicatief voor de prioritering van de gemeente bij het bereiken van de doelstellingen. b. In hoeverre is de geldende financiële realiteit voor het college een relevant kader voor het formuleren van ambities?
pagina
7/11
Memo beantwoording beeldvormende vragen
De geldende financiële realiteit wordt in het stuk weergegeven en toegelicht en is een leidend kader voor de komende periode. 2. Op pag. 5 van de aanbiedingsnota staat ‘[b]elangrijk is dat Cultuurnota 2026 niet doet alsof alles tegelijk kan. De gemeente heeft beperkte capaciteit en opereert in financieel onzekere jaren.’ Tegelijkertijd kiest het college (zie vraag 1) nadrukkelijk niet om te prioriteren. Kan het college deze keuze toelichten? De visie, ambities en zeven strategische thema’s zijn unaniem vastgesteld in de besluitvormende notitie visie en ambities cultuurnota. De thema’s groeperen de actuele ontwikkelingen op het gebied van kunst en cultuur, maar zijn niet van 1 t/m 7 genummerd of geprioriteerd. Ze hangen onderling samen en hebben geen volgorde. Binnen elk thema zijn doelstellingen geformuleerd op basis van participatie, onderzoek en ambitie. De uitvoeringsagenda geeft de aanpak per thema weer en daarmee de prioritering en inzet voor de uitvoering. 3. Het CDA heeft bij de vorige behandeling van de actualisatie cultuurnota gevraagd waarom er was gekozen om de toekomstige exploitatie van het SCC Pijnacker niet mee te nemen in de financiële reeksen.
Ook is in de motie verfijning cultuurnota expliciet gevraagd om ‘een financieel kader te schetsen […] met aandacht voor zowel de culturele subsidies als de basisstructuur van het cultuurbeleid.’ Toentertijd heeft het college geantwoord dat dit niet was gedaan, omdat het alleen directe uitgaven aan cultuur in 2025 betrof: ‘De toekomstige exploitatie aan het SCC is niet meegenomen omdat dit geen uitgave is in 2025, maar gaat om uitgaven in de toekomst.’ Nu gaat het in de reeks op pag. 18 wel om uitgaven tot en met 2029. Waarom is er hier opnieuw gekozen om de toekomstige exploitatie van het SCC Pijnacker niet mee te nemen? De jaarlijkse exploitatiesubsidie van het SCC zit in het totaalbedrag voor culturele voorzieningen. Dit is opgenomen vanaf 2027 (aanloopjaar) en verder conform begroting vanaf 2028. Deze bedragen komen overeen met de huidige voorgenomen exploitatiesubsidie voor het SCC en zijn recent vastgesteld tijdens de begrotingsbehandeling. 4. In de aanbiedingsnota staat dat u ‘het Cultuurplatform om advies [heeft] gevraagd’ en dat advies en uw reactie daarop, voor de behandeling van de Cultuurnota 2026 bij de gemeenteraad aanlevert.
Bij het stellen van deze vragen waren deze stukken nog niet voor de raad beschikbaar – kunt u het advies van het Cultuurplatform alsmede uw reactie daarop alsnog en met spoed naar de raad sturen? Het Cultuurplatform is betrokken en heeft een advies uitgebracht. Het advies en de formele reactie van het College van B&W, worden per omgaande aan de raad toegezonden. 5. ‘Om de voortgang van het cultuurbeleid te waarborgen, wordt doorlopend bekeken hoe de doelstellingen worden gerealiseerd.’ Voor thema 5 Samenwerking, verbinding en impact zijn als indicatoren onder meer het aantal structurele overlegmomenten per jaar en deelname door doelgroepen uit het sociaal domein (bijv. ouderen, jongeren, nieuwkomers) genoemd.
pagina
8/11
Memo beantwoording beeldvormende vragen
a. Wie is verantwoordelijk voor het verzamelen van informatie over genoemde indicatoren? Is dat de gemeente zelf of partners in het culturele veld? De gemeente en de partners in het culturele veld verzamelen gezamenlijk informatie. In subsidiebeschikkingen worden daarover afspraken vastgelegd. Het lijkt er op dat er voor € 5.000 aan structurele uitgaven vijf indicatoren zijn geformuleerd. b. In hoeverre staat de tijdsbesteding om te rapporteren over de indicatoren in verhouding tot deze uitgaven? Het werkbudget van € 5.000 is o.a. bedoeld om samenwerking te stimuleren door middel van bijvoorbeeld het organiseren van bijeenkomsten. Daarnaast zetten we ambtelijke capaciteit in en subsidieregelingen, om de gestelde doelen te realiseren. Dat zorgt er in onze ogen voor dat de tijdsbesteding om te rapporten over de indicatoren in verhouding staat tot deze uitgaven. 6. Onder ‘Realisatie en inrichting van het Sociaal Cultureel Centrum (SCC)’ staat ‘Indicatoren/mijlpalen (in 2026 nulmeting)’. Dit terwijl het SCC pas in 2028 wordt geopend. Moet hier daarom niet ‘2028’ staan als jaar voor de nulmeting? Het SCC is een van de manieren waarop aan de doelstellingen kan worden gewerkt. De nulmeting (bijvoorbeeld op het gebied van beschikbare ruimtes) in 2026 is van belang om de impact van nieuwe ontwikkelingen zoals het SCC in een latere fase te kunnen meten.
Beeldvormende vragen PNV – Cultuurnota 2026 1. 84% van de inwoners ziet cultuur als middel voor mentaal welzijn, maar de sector geeft aan dat de verbinding met zorg en welzijn nog onderbenut is. Hoe gaat het college concreet de regierol invullen om de "structurele verbinding tussen domeinen" te realiseren zonder dat dit leidt tot extra ambtelijke druk? De Cultuurnota 2026 erkent expliciet het grote belang dat inwoners hechten aan cultuur voor mentaal welzijn en signaleert tegelijkertijd dat de verbinding tussen cultuur en zorg en welzijn nog onvoldoende wordt benut. Het college kiest daarom voor een regierol op samenhang, niet voor extra uitvoering. Concreet betekent dit dat de gemeente inzet op verbinding van bestaande netwerken en structuren, cultuur positioneert als onderdeel van de sociale basis, in samenhang met bestaand beleid binnen het sociaal domein en gebruikmaakt van bestaande rollen, zoals de cultuurcoördinator en samenwerkingspartners, om initiatieven te verbinden. De nota bevat geen uitbreiding van ambtelijke capaciteit voor deze opgave. De regierol bestaat uit agenderen, verbinden en faciliteren binnen bestaande kaders, niet uit het overnemen van uitvoering. 2. Vanaf 2027/2028 vallen diverse tijdelijke financieringsstromen weg en is de impact van de nieuwe Bibliotheekwet (Wsob) nog onduidelijk. De nota wordt gepresenteerd als "Zuinig op cultuur".
Is de ambitie tot 2030 wel realistisch als de financiering na 2027 nog zo onzeker is? Lopen we niet het risico dat we in
pagina
9/11
Memo beantwoording beeldvormende vragen
2028 een prachtig nieuw gebouw openen, maar geen budget meer hebben voor de programmering? De opening van het Sociaal Cultureel Centrum staat los van een gegarandeerd structureel programmabudget vanuit het Rijk. De programma’s voor cultuureducatie en de cultuurcoaches staan eveneens los van de exploitatie van het SCC. 3. De motie Maas vroeg om concrete indicatoren om de voortgang te monitoren. Het eerste jaar van de uitvoeringsagenda (2026) wordt gebruikt voor een "nulmeting" van de indicatoren. Zonder vastgestelde streefcijfers in deze nota, op welke basis gaat de raad dan de voortgang in 2026 en 2027 beoordelen? Wanneer worden de harde doelcijfers (bijv. groei in jongerenparticipatie) aan de raad voorgelegd? In lijn met de motie Maas kiest het college ervoor om in 2026 een nulmeting uit te voeren per strategisch thema. Dit is nodig omdat veel indicatoren nog niet eenduidig meetbaar zijn en gegevens ontbreken. De voorgenomen nulmeting in 2026 is essentieel om zorgvuldig realistische doelcijfers te kunnen formuleren voor de jaren daarna.
Beeldvormende vragen VVD – Cultuurnota 2026 1. De cultuurnota noemt het nog te openen Sociaal Cultureel centrum Pijnacker (SCC) op verschillende punten als essentieel onderdeel van het cultuuraanbod en -beleid. Start bouw is nu pas voorzien in 2027, waardoor realisatie bij de huidige planning vermoedelijk op zijn vroegst eind 2027 of 2028 gereed zal zijn, dus halverwege de looptijd van deze cultuurnota. Zijn de doelstellingen uit het cultuurbeleid voor de periode 2026-2030 dan nog wel haalbaar? Het Sociaal Cultureel Centrum (SCC) is een belangrijk toekomstig onderdeel van het culturele aanbod. Het Sociaal Cultureel Centrum (SCC) is een belangrijk toekomstig onderdeel van het culturele aanbod. De geplande realisatie halverwege de beleidsperiode 2026–2030 betekent dat het SCC niet vanaf de start volledig beschikbaar zal zijn. Dat doet echter geen afbreuk aan de haalbaarheid van de doelstellingen uit de cultuurnota. Deze doelstellingen zijn breder geformuleerd dan het SCC alleen en steunen ook op bestaande voorzieningen, netwerken en samenwerkingen. In de jaren voorafgaand aan de opening wordt ingezet op optimaal gebruik van bestaande locaties, tijdelijke oplossingen en samenwerking met culturele en maatschappelijke partners. Met onze ambities, zoals het stimuleren van culturele participatie, talentontwikkeling en inclusiviteit, kunnen we daardoor reeds nu al aan de slag. 2.
Kan het college nog even toelichten wat een cultuurcoach precies doet? Wat zijn de gevolgen voor de uitvoerbaarheid van de cultuurnota als de regeling medio 2027 zou aflopen? De cultuurcoach is een combinatiefunctionaris cultuur, die fungeert als aanjager tussen het culturele veld en het onderwijsveld en culturele programma's aanbiedt aan de scholen. Dit wordt gefinancierd vanuit een landelijke SPUK-regeling. Als er meer duidelijkheid is over het eventueel wegvallen van rijksmiddelen, dan wordt de gemeenteraad financieel, maar ook over de inhoudelijke impact geïnformeerd.
pagina
10/11
Memo beantwoording beeldvormende vragen
3. De cultuurnota stuurt op het aangaan van meerjarige (subsidie)relaties met instellingen en organisatoren. In hoeverre maken nieuwe aanbieders kans op subsidie of andere ondersteuning naast de partijen die nu al in beeld zijn? De meerjarige afspraken kunnen allereerst worden gemaakt met culturele instellingen met een gebouw, zoals CulturA & Zo, Bibliotheek Oostland en in de toekomst het SCC. Dit vermindert administratieve lasten en geeft vertrouwen. Nieuwe aanbieders kunnen in aanmerking komen voor subsidie wanneer zij voldoen aan de in de diverse subsidieregelingen opgenomen subsidiecriteria en –voorwaarden. 4. De cultuurnota verwijst naar de Benchmark. Zijn de extra gelden die voor CulturA in 2025 zijn vrijgemaakt daarin meegenomen? Ja. 5. Spelen (uitgaven aan) culturele faciliteiten in buurgemeenten die makkelijk bereikbaar zijn voor onze inwoners een rol in de benchmark? Ja. De benchmark geeft een beeld van de gemiddelde gemeentelijke uitgaven aan culturele faciliteiten per categorie gemeentegrootte.
pagina
11/11