Beantwoording beeldvormende vragen D66 over 5e wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning
Tekst van het document
Memo
zaaknummer
1380925
berichtnummer
aan
raad
van
college
afschrift datum onderwerp status
12 januari 2023 Beantwoording beeldvormende vragen D66 over de Vijfde wijziging verordening maatschappelijke ondersteuning Informatief
Door de D66-fractie zijn beeldvormende vragen gesteld over agendapunt 4b (Vijfde wijziging verordening maatschappelijke ondersteuning) van de raadsvergadering van 12 januari 2023. Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1 De wijziging bij artikel 7.2.2 regelt de mogelijkheid voor invoering van vouchers. Op basis van welke criteria is bepaald dat er geen duurzame hulpverleningsrelatie is bij een voucher huishoudelijke hulp? Wat is dan de verwachte maximale periode wanneer er een duurzame hulpverleningsrelatie ontstaat? Antwoord Voor het bepalen of er sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie gebruiken we de criteria uit de handreiking ‘Algemene voorzieningen & duurzame hulpverleningsrelatie’ van de VNG. Volgens deze handreiking is er sprake van een duurzame hulpverleningsrelatie als een algemene voorziening aan deze drie voorwaarden voldoet: - Er is in belangrijke mate sprake van persoonlijke hulpverlening (waarbij arbeid verreweg de grootste kostencomponent is); - De continuïteit van de band tussen cliënt en hulpverlener is belangrijk voor de ondersteuning van de cliënt; - Er wordt langdurig gebruik van gemaakt. Voorzieningen waar cliënten incidenteel gebruik van maken hoeven niet onder het abonnementstarief gebracht te worden. Onder langdurig wordt over het algemeen een periode van meer dan zes maanden verstaan. Ook de VNG haalt dit aan als voorbeeld.
De algemene voorziening voucher huishoudelijke hulp heeft niet als doel om een duurzame hulpverleningsrelatie aan te gaan. De voucher is bedoeld voor een periode van maximaal zes maanden. Vraag 2 Gaat de gemeente zich houden bij de inkoop en / of contractering voor het voucher huishoudelijke hulp voor de aanbieders die het gaan uitvoeren aan de AMvB reële prijs van de Wmo 2015, artikel 2.6.6? Antwoord Ja, de gemeente houdt zich bij de inkoop van Wmo voorzieningen aan de AMvB reële prijs. Dat volgt uit de wet. Vraag 3 Waarom is er voor gekozen om deze verantwoordelijkheid voor de keuze over de implementatie te beleggen bij het college en niet bij de gemeenteraad bij de volgende wijziging van de verordening sociaal domein?
pagina
1/2
Memo
Antwoord Uit artikel 2.1.3, tweede lid, van de Wmo 2015 volgt niet dat criteria voor algemene voorzieningen in de verordening moeten worden opgenomen. Uit artikel 2.1.4 eerste lid, van de Wmo 2015 volgt wel dat een bijdrage voor het gebruik van een algemene voorziening in de verordening moet worden opgenomen. Daarom is ervoor gekozen in de verordening op te nemen dat de cliënt een eigen bijdrage verschuldigd is wanneer hij gebruik maakt van de algemene voorziening voucher huishoudelijke hulp. De voucher huishoudelijke hulp wordt nader uitgewerkt in het kader van het interventieplan ‘Grip op het sociaal domein’ als nieuwe maatregel. In juli 2023 bieden wij de raad de volgende voortgangsrapportage over het interventieplan aan zodat de raad deze kan betrekken bij de besluitvorming over de Jaarrekening 2022. Het opnemen van de eigen bijdrage voor de voucher huishoudelijke hulp bij de huidige wijziging van de verordening houdt de mogelijkheid open de voucher in de loop van 2023 in te voeren.
pagina
2/2