CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen D66, CDA, Progressief PN, TROTS, PvdD en FG - Ruimtelijke visie Vrijenban 2025

Raad Besluitvorming 25 september 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 15987014.094 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo beantwoording beeldvormende vragen

zaaknummer

1610981

berichtnummer

1471161

aan

Raad

van

College

afschrift datum onderwerp status

18 september 2025 Beantwoording beeldvormende vragen over ruimtelijke visie Vrijenban Informatief

Door de fracties van D66, CDA, TROTS, Graafland, PvdD en Progressief PN zijn vragen gesteld over ruimtelijke visie Vrijenban (agendapunt 4a van de oordeelsvormende vergadering van vanavond). Hieronder treft u de beantwoording aan. De vragen van D66 Vraag 1 Dit traject begon met de nota uit juni 2024 (nummer 1362071) waarin werd vermeld dat het plangebied bestaat uit de S-bocht en ook de Meikoninginlaan, de Pauwmolen en de Keet". Halverwege het participatietraject is dit aangepast, en maken de S-bocht, de Meikoninginlaan en de Pauwmolen geen deel meer uit van deze visie. a. Hoe rijmt het college dit met de opdracht van de raad uit de motie: "Bij deze gebiedsvisie ook de S-bocht in de Delftsestraatweg te betrekken"? b. Wat is de (mogelijke) impact op de ruimtelijke visie van de werkzaamheden aan de waterkering door het Hoogheemraadschap, en de Verlengde Komkommerweg? c. Wat is de stand van zaken rondom de S-bocht? Antwoord Het spijt ons dat de indruk is ontstaan dat de motie niet goed is meegenomen. Het plangebied is niet aangepast. De ruimtelijke scenario’s gaan over het gebied tussen de Kooltuin, Noordeindseweg en Delftsestraatweg, zoals ook in de informatienota is opgenomen. Wel hebben we in het proces nadrukkelijk rekening gehouden met de omgeving rond het plangebied, waaronder de S-bocht, Meikoninginlaan en Pauwmolen.

Voor deze gebieden zijn echter geen afzonderlijke scenario’s uitgewerkt. De S-bocht maakt dus onderdeel van de (bredere) omgeving van Vrijenban. De impact van de scenario’s op de S-bocht is beperkt. De herinrichting van de S-bocht zelf valt buiten de reikwijdte van de scenario’s. Wat betreft de overige opgaven: de scenario’s hebben geen invloed op de bestaande opgave voor de waterkering. Over de geplande werkzaamheden zijn wij in gesprek met het Hoogheemraadschap. We willen deze opgaven in samenhang oppakken en hier duidelijke samenwerkingsafspraken over maken. Daarnaast houden de scenario’s rekening met de plannen voor de Verlengde Komkommerweg. Vraag 2 Wat zijn de plannen voor de gronden die in particulier eigendom zijn? Is er gesproken over de mogelijkheid of deze eigenaar zelf gaat ontwikkelen, of dat de betreffende gronden mogelijk beschikbaar zouden zijn voor het Bart Dekkerveld?

pagina

1/13

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord We hebben ambtelijk en bestuurlijk met de particuliere eigenaren gesproken over de gronden. De eigenaar heeft aangegeven niet open te staan voor ontwikkelingen op de betreffende gronden. We hebben begrip voor de houding van de eigenaren en zij zijn op de hoogte dat zelfontwikkeling dan ook niet mogelijk is. Vraag 3 Is herstructurering van 'Vrijenban 0' nog overwogen, zoals in de motie was genoemd? Antwoord Ja, tijdens het opstellen van de gebiedsvisie zijn ook de ontwikkelmogelijkheden voor het bestaande deel van Vrijenban onderzocht. Dit is ook terug te zien in de verschillende scenario’s. Vraag 4 Bij de stukken over Vrijenban wordt verwezen naar financiële doorrekeningen, deze zijn niet toegevoegd als bijlage. Om tot een goede afweging te kunnen komen tussen de drie geschetste scenario’s is het van belang om van elk scenario het financiële plaatje te kennen. In het bijzonder omdat aangegeven is dat scenario a en c financieel neutraal kunnen worden gerealiseerd, maar scenario b niet. Graag ontvangen we dus van elk scenario de financiële doorrekening, met per scenario een toelichting op de cijfers en berekeningen waarom het betreffende scenario wel of niet financieel neutraal uitvoerbaar is. Antwoord Voor de scenario’s is een eerste verkenning gedaan naar de financiële gevolgen. Het woningaantal, de woningbouwprogramma’s en inrichting staan niet vast.

Door deze variabelen zijn er geen vaste financiële resultaten gekoppeld aan de scenario’s. Wel geeft de verkenning voldoende houvast om de (financiële) haalbaarheid van scenario’s te beoordelen. We zullen dit per scenario toelichten:  Scenario A: Voor dit scenario zijn geen verwervingen nodig. Ontwikkelingen vinden plaats op gronden die in eigendom zijn bij de gemeente. De boekwaarde van deze gronden is laag en benodigde aanpassingen aan de (openbare) ruimte zijn klein. Door de kleinschaligheid van de bouwlocatie zijn de bouwkosten hoger dan bij grotere aantallen woningen. Het verwachte resultaat ligt tussen de € 0 - € 0,3 miljoen.  Scenario B: In dit scenario zijn naast de gemeentelijke gronden ook de gronden van de ontwikkelaar betrokken. Afhankelijk van het woningbouwprogramma is het resultaat meer of minder negatief. We hebben verschillende opties verkend: - Een programma met woon-zorg units op de plek waar op dit moment de schuren staan creëert te weinig opbrengsten om de realisatie- en verwervingskosten van alle partijen te dekken. Het verwachte negatieve resultaat ligt dan tussen de € 1,5 - € 2 miljoen. - Een programma met voornamelijk duurdere woningen: 2/3e duur en 1/3e betaalbaar (en geen sociaal programma) is beleidsmatig niet wenselijk, maar ook niet financieel neutraal met een geschat negatief resultaat van € 0,5 - € 0,8 miljoen.

- Een woonprogramma dat beter aansluit bij de behoefte (met ook sociale woningen) zal het resultaat verder negatief beïnvloeden. Het verwachte negatieve resultaat ligt dan tussen de € 0,8 - € 1,2 miljoen. Het verhogen van het aantal woningen kan het financiële resultaat verbeteren. Voor een financieel neutraal resultaat zijn veel extra woningen nodig. Er zijn echter een aantal ruimtelijke bezwaren en onmogelijkheden om het woningaantal in model B te verhogen. Voor meer woningen zijn snel meer bouwlagen en hoogte nodig. Dit sluit niet aan bij de omgeving (en

pagina

2/13

Memo beantwoording beeldvormende vragen

pagina

3/13

wensen vanuit de participatie). Daarnaast zijn er fors meer parkeerplekken nodig; mogelijk een verdubbeling van wat nu is getekend. Deze ruimte is (rekening houdend met voetpaden, oevers, etc.) niet aanwezig. Ook het toevoegen van een paar plekken zet de openbare ruimte onder druk. Dit deel van het gebied wordt erg versteend met vrijwel geen ruimte voor groen. Scenario C: Ook in dit scenario zijn naast de gemeentelijke gronden ook de gronden van de ontwikkelaar betrokken. Door het verschuiven van het Bart Dekkerveld is er ruimte om meer woningen toe te voegen wat een hogere opbrengst creëert. De kosten voor de aanleg van het openbaar gebied zijn door de verschuiving van het Bart Dekkerveld en de aanleg van de benodigde parkeerplaatsen hoger dan bij de andere scenario’s. Met een woonprogramma van 1/3e sociaal, 1/3e betaalbaar en 1/3e duur is een klein positief resultaat te verwachten tussen de € 0 en 0,2 miljoen.

Memo beantwoording beeldvormende vragen

De vragen TROTS Vraag 1 In de bijgevoegde plattegrond zijn de waterdoorgangen niet zichtbaar. Hierdoor lijkt het nieuwe Bart Dekkerveld één geheel. a) Wat gebeurt er met deze waterdoorgangen? b) Is hier toestemming voor van het Hoogheemraadschap om deze te dempen? Antwoord In model C wordt de sloot die midden door het plangebied loopt gedempt. Water zal op een andere locatie gecompenseerd moeten worden. Dit kan door de bestaande sloten te verbreden. Het Hoogheemraadschap heeft aangegeven dat dit mogelijk is. Vraag 2 Is dit veld niet te klein geworden voor de grote tent die gebruikt wordt bij evenementen zoals koningsdag met de daarbij behorende spelen? Antwoord De Oranjevereniging heeft aangegeven welke ruimte nodig is voor het organiseren van evenementen. Voor de grote tent is ongeveer 30 bij 10 meter ruimte nodig. Dit past ook op het veld in model C, met een oppervlakte van ongeveer 2.200 m². Naast ruimte voor de tent houden we er ook rekening mee dat er ruimte nodig is voor het (evenementen) veld, een opstelplaats voor fietsen, opslag en toegang tot de opslag. In totaal is 2.400 m² gereserveerd voor evenementen.

Vraag 3 In de beraadslaging in 2021 heeft de toenmalige wethouder Trots de toezegging gedaan om bij het heroverwegen en opnieuw het plan te maken ook zeer zeker de verkeersafwikkeling te betrekken op de Delftsestraatweg en dit mee te nemen in het herinrichten van de Delftsestraatweg. Waarom wordt deze toezegging genegeerd? Antwoord Bereikbaarheid is één van de vijf thema’s in de ruimtelijke scenario's. Voor ieder scenario is de verkeerskundige impact in beeld gebracht, waaronder ook de gevolgen voor de Delftsestraatweg. Het is echter belangrijk onderscheid te maken tussen een ruimtelijke visie en een concreet inrichtingsplan. In deze fase gaat het om het verkennen van ruimtelijke mogelijkheden en samenhang. De daadwerkelijke herinrichting van de S-bocht en de Delftsestraatweg komt in een vervolgfase aan de orde. Vraag 4 In 2021 hebben de bewoners van Vrijenban 1 duidelijk haar zorgen uitgesproken over deze verkeersafwikkeling. Heeft u al contact met deze groep opgenomen over deze verkeersafwikkeling? Antwoord We hebben een intensief participatietraject gevolgd, bestaande uit een afwisseling van bijeenkomsten van de klankbordgroep en inloopbijeenkomsten. Bewoners uit Vrijenban hebben deelgenomen aan de klankbordgroep en zijn aanwezig geweest bij de inloopavonden. De verkeerssituatie is ook onderwerp van gesprek geweest tijdens deze participatiemomenten.

Vraag 5 Bent u voor de ontwikkeling van dit plan in gesprek geweest met de tuinders in dit gebied?

pagina

4/13

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord Eén van de deelnemers aan de klankbordgroep is tuinder in de Noordpolder van Delfgauw. Ook hebben verschillende tuinders deelgenomen aan de bredere participatiemomenten.

pagina

5/13

Memo beantwoording beeldvormende vragen

De vragen van het CDA Vraag 1 a) Hoeveel minder ruimte (in m2) krijgt Bart Dekkerveld in model C? b) Wil de particuliere eigenaar van het weiland meewerken om eventueel een deel van het weiland tijdens activiteiten aan de Oranjevereniging af te staan? Zodat er meer dan voldoende ruimte is. c) Is de minimale benodigde ruimte met de Oranjevereniging besproken en afgestemd? En op welke manier is dit besproken. Antwoord a) Het huidige Bart Dekkerveld heeft een oppervlakte van ongeveer 2.900 m². Dit is de oppervlakte inclusief speelruimte en exclusief oevers en begroeiing. In model C is de oppervlakte van het veld (met dezelfde uitgangspunten) ongeveer 2.200 m². Het Bart Dekkerveld is ongeveer 700 m² kleiner. b) De particuliere eigenaar heeft aangegeven niet open te staan voor (tijdelijk) ander gebruik. c) Ja, de Oranjevereniging heeft (per mail) aangegeven welke oppervlaktes nodig zijn voor het organiseren van evenementen. De aangegeven ruimtebehoefte is aangehouden bij het bepalen van de afmetingen van het Bart Dekkerveld in model C. Vraag 2 Ongeacht welke ontwikkeling komt er nog meer druk te staan op de wijkontsluiting van Vrijenban op de Delftsestraatweg. Hierbij gaan vooral de zorgen naar verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers.

Hoe wilt u de verkeerveiligheid voor nu en in de toekomst verbeteren? Antwoord We hebben vaker, ook tijdens de participatie, reacties gekregen dat de aansluiting op de Delftse straatweg als onveilig wordt ervaren. Recent zijn daarom ook markeringen aangebracht op de weg om verkeerssituatie te verduidelijken. De cijfers laten geen verkeersonveilige situatie zien. We gaan daarom tijdens planvorming voor de herinrichting van de weg kijken we hoe de situatie kan worden geoptimaliseerd. Vraag 3 In model B staan 16-20 woonzorg units aangegeven. a) Welke doelgroepen worden hier beoogd? b) Zijn er op dit moment sociale woon-zorg initiatieven bij de gemeente bekend die hiervan gebruik zouden kunnen maken? Zo ja, kunt deze benoemen. Zo nee, denkt het college dat er behoefte aan is? Antwoord Tijdens het participatietraject hebben we reacties ontvangen van inwoners die graag voor jongeren met een beperking woonvoorzieningen willen realiseren (Stichting ForMe, Stichting Samen Thuis Delfland). De woonruimte voor deze doelgroep is regionaal geregeld en cijfermatig zijn er voldoende plekken. Desondanks zou deze groep graag zien dat een deel van het (sociale)programma gebruikt wordt voor deze doelgroep, met name vanwege de rustige ligging en kleine buurt. Het staat niet vast voor welke doelgroepen in model B woningen worden gerealiseerd.

Vraag 4 Model B wordt als niet financieel neutraal betiteld. Kunt u meer richting geven wat niet financieel neutraal is? Graag in euro's.

pagina

6/13

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord Niet financieel neutraal betekent dat het financieel resultaat van de ontwikkeling negatief is. De te realiseren opbrengsten zijn onvoldoende om de voorbereidings-, realisatie- en verwervingskosten van alle partijen te dekken. Afhankelijk van het woningbouwprogramma is het resultaat van model B meer of minder negatief. We hebben verschillende opties verkend:  Een programma met woon-zorg units op de plek waar op dit moment de schuren staan creëert te weinig opbrengsten om de realisatie- en verwervingskosten van alle partijen te dekken. Het verwachte negatieve resultaat ligt dan tussen de € 1,5 - € 2 miljoen.  Een programma met voornamelijk duurdere woningen: 2/3e duur en 1/3e betaalbaar (en geen sociaal programma) is beleidsmatig niet wenselijk, maar ook niet financieel neutraal met een geschat negatief resultaat van € 0,5 - € 0,8 miljoen.  Een woonprogramma dat beter aansluit bij de behoefte (met ook sociale woningen) zal het resultaat verder negatief beïnvloeden. Het verwachte negatieve resultaat ligt dan tussen de € 0,8 - € 1,2 miljoen.

pagina

7/13

Memo beantwoording beeldvormende vragen

De vragen van de fractie Graafland Vraag 1 De motie vraagt nadrukkelijk om de S-bocht mee te nemen in de gebiedsvisie, maar de nota stelt dat dit buiten de reikwijdte van de scenario’s valt. Hoe kan dit rijmen met de aangenomen motie? Waarom is dit niet in samenhang opgepakt? Antwoord De ruimtelijke scenario’s gaan over het gebied tussen de Kooltuin, Noordeindseweg en Delftsestraatweg. Dit staat ook in de informatienota uit 2024. De scenario’s zijn opgesteld voor Vrijenban I en II waarbij we nadrukkelijk rekening houden met de omgeving rond het plangebied. De Sbocht is onderdeel van de omgeving van Vrijenban. De impact van de ontwikkeling van Vrijenban op de S-bocht is (zeer) klein. Bovendien is een visie iets anders dan een herinrichtingsplan. De daadwerkelijke herinrichting van de S-bocht valt buiten de reikwijdte van de scenario’s. Vraag 2 Als de ontsluiting via de Delftsestraatweg plaatsvindt, versterkt dit de druk op de S-bocht. Is er een verkeerskundige doorrekening die laat zien wat de toename van verkeersbewegingen betekent voor de doorstroming en veiligheid in de S-bocht? Antwoord Nee, er is geen berekening gemaakt. De bijdrage van Vrijenban is (zeer) klein ten opzichte van de bestaande verkeerswegingen. Het toevoegen van 40 woningen genereert ongeveer 140 autoritten per (werkdag)etmaal.

Zowel de straat Vrijenban als de Delftsestraatweg kunnen deze bewegingen goed aan. Vraag 3 Scenario C gaat uit van ongeveer 40 woningen. Gezien de woningnood en het feit dat dit scenario al de meeste uitbreiding biedt, welke mogelijkheden ziet het college om dit aantal verder te verhogen – bijvoorbeeld door een efficiëntere verkaveling of een hogere dichtheid – zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid en het groene karakter?” Antwoord Bij het bepalen van het aantal woningen is rekening gehouden met de kenmerken van het plangebied en de omgeving en de verschillende ambities voor de ontwikkeling. Denk hierbij aan een passende bouwhoogte, voldoende parkeerplaatsen en het inpassen van het (kleinere) Bart Dekkerveld. Binnen deze uitgangspunten is ongeveer 40 woningen het maximaal haalbare. Het vergroten van het plangebied of aanpassen van de uitgangspunten kan leiden tot een hoger woningaantal.

pagina

8/13

Memo beantwoording beeldvormende vragen

De vragen van PvdD Vraag 1 We zien dat scenario C in het participatieverslag een ander scenario C is dan in de aanbiedingsnota en dat de scenario’s in het participatieverslag en in de aanbiedingsnota sowieso erg verschillen? Dit is best verwarrend, ook voor de participanten. Kan dit nader worden toegelicht? Antwoord Tijdens de participatie hebben we waardevolle informatie opgehaald. Dit heeft geleid tot aanpassingen aan de scenario’s. Naar aanleiding van de participatie is één scenario afgevallen en is een scenario toegevoegd. Dit heeft ook geleid tot andere nummering van scenario’s. Vraag 2 Is het juist dat de participanten over andere scenario’s hebben meegepraat dan nu in de aanbiedingsnota wordt voorgesteld? Zo ja, hoe kan de participatie en de uitkomst ervan dan worden beoordeeld ten opzichte van het nu voorgestelde scenario C? Antwoord Participanten hebben over dezelfde scenario’s meegepraat. Tijdens de participatie zijn meerdere scenario’s met de participatiepartners gedeeld, deze kunt u zien in het verslag. Tegen het einde van het participatieproces is duidelijk geworden dat de particuliere eigenaar zijn gronden buiten de scenario’s wilde houden. Om het richting de raad helder te presenteren, hebben we de scenario’s daarom van een aangepaste nummering voorzien. De scenario’s zijn naar aanleiding van de participatie wel bijgesteld.

Scenario A is toegevoegd naar aanleiding van reacties van inwoners die liever minder veranderingen zien in het gebied. Scenario B is onveranderd gebleven. Scenario C (tijdens de participatie A) is in ruimtegebruik hetzelfde gebleven. Wel zijn meer betaalbare woningen toegevoegd. Vraag 3 In het participatieverslag is scenario A vergelijkbaar met het “nieuwe” scenario C, maar daar zouden maar 25-30 huizen gerealiseerd kunnen worden. Echter in het “nieuwe” scenario C (in de aanbiedingsnota) staan 40 huizen. Dat is bijna 150 procent meer. Kan dit verschil nader worden toegelicht? Antwoord In model A, tijdens de participatie, was sprake van een woningbouwprogramma met 1/3e sociaal programma en 2/3e duur programma. Tijdens de participatie hebben we veelvuldig de wens gehoord voor betaalbare woningen. In het voorliggende model C is in de programmering dan ook rekening gehouden met meer betaalbare woningen (>30% van het woonprogramma). Dit zijn kleinere woningen dan die in het duurdere segment, waardoor meer woningen passen binnen de beschikbare ruimte. Vraag 4 In de aanbiedingsnota staat: “De overeenkomst tussen particuliere eigenaar en ontwikkelende partij is niet verlengd en de gronden worden niet opnieuw beschikbaar gesteld door de huidige eigenaar. Dit heeft als gevolg dat de grip op de gronden is gewijzigd wat invloed heeft op het te ontwikkelen gebied.

Hoe is deze vermindering van grond meegewogen in het aantal te bouwen woningen? Kan nader worden toegelicht hoe deze afweging heeft plaatsgevonden?

pagina

9/13

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord Gedurende het proces zijn vijf thema’s benoemd die van belang zijn voor ontwikkelingen op deze locatie: groen, ontmoeten en spelen, wonen, het historische lint & de bereikbaarheid. In de scenario’s is gezocht naar een balans tussen deze thema’s en de financiële haalbaarheid. In scenario C wordt de optimale balans gevonden. Het aantal woningen is voortgekomen uit de zoektocht naar deze balans. Het vergroten van het huidige plangebied kan leiden tot een hoger woningaantal. Vraag 5 Kan worden aangegeven welke scenario’s passen binnen het provinciale beleid en welke niet, en dan ook waarom niet? Antwoord Scenario’s A, B en C passen binnen het provinciale beleid. Alle ontwikkelingen vinden plaats binnen het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Vraag 6 Wat vindt de provincie van de keuze van het college voor scenario C? Is daar overleg over geweest en wat was de reactie van de provincie? En wat vindt de provincie van scenario A of B of is deze niet voorgelegd aan de provincie? Antwoord De provincie is op de hoogte van onze wens om hier ontwikkelingen mogelijk te maken. Medewerking van de Provincie is met name van belang bij afwijkingen van het provinciaal beleid. In dit kader hebben we hebben in dit specifieke geval bevestiging gekregen over mogelijkheden om buiten het BSD, op de gronden in particuliere eigendom, uit te breiden.

Hier is in het huidige voorstel, rekening houdend met de wensen van eigenaren, echter geen sprake meer van. Vraag 7 Scenario 2 is niet financieel neutraal. Om hoeveel investering gaat het hier ongeveer? Antwoord Afhankelijk van het woningbouwprogramma is het resultaat van model B meer of minder negatief. We hebben verschillende opties verkend:  Een programma met woon-zorg units op de plek waar op dit moment de schuren staan creëert te weinig opbrengsten om de realisatie- en verwervingskosten van alle partijen te dekken. Het verwachte negatieve resultaat ligt dan tussen de € 1,5 - € 2 miljoen.  Een programma met voornamelijk duurdere woningen: 2/3e duur en 1/3e betaalbaar (en geen sociaal programma) is beleidsmatig niet wenselijk, maar ook niet financieel neutraal met een geschat negatief resultaat van € 0,5 - € 0,8 miljoen.  Een woonprogramma dat beter aansluit bij de behoefte (met ook sociale woningen) zal het resultaat verder negatief beïnvloeden. Het verwachte negatieve resultaat ligt dan tussen de € 0,8 - € 1,2 miljoen. Vraag 8 Om wat voor soort woningen gaat het bij de ongeveer 20 woningen in scenario B? Antwoord In scenario B is ruimte voor 16 tot 20 appartementen. Het staat niet vast voor welke doelgroepen woningen worden gerealiseerd.

pagina

10/13

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 9 Is bij scenario 2 sociale woningbouw eventueel mogelijk? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe zou dat gerealiseerd kunnen worden en om hoeveel woningen gaat het dan? Antwoord Er is voldoende ruimte voor de realisatie van sociale woningen. De opbrengst van sociale woningen is echter fors lager dan van andere woningtypes. Het financiële tekort zal daardoor verder oplopen. Vraag 10 Zou er bijvoorbeeld een mogelijkheid in scenario 2 zijn om een combinatie te maken van wat duurdere woningen en sociale woningbouw? Zo nee, waarom niet? Antwoord Een combinatie van sociale en duurdere woningen is onwaarschijnlijk. Met name doordat voor corporaties meerdere woningen bij elkaar nodig zijn om het realisatie- en beheerstechnisch haalbaar te maken. Corporaties gaan daarbij uit van ongeveer 20 woningen bij elkaar. Vraag 11 In de stukken over participatie staat het volgende: “WILDE BLOEMEN DIJKJE BIJ HET SPUI” Bewoners rondom het Spui hebben het verzoek gedaan om het dijkje langs het water tegenover het Spui in te zaaien met wilde bloemen. Dat is niet alleen leuk om te zien, maar ook nog eens goed voor de biodiversiteit en hechting van de bodem. Ook hoeft het dan minder gemaaid te worden We geven dit idee mee aan onze collega’s die gaan over de inrichting en het beheer van de openbare ruimte.

Is dit idee overgenomen door de gemeente? Zo nee, waarom niet? Antwoord Nee dit is niet overgenomen. Hoe groen wordt ingericht en onderhouden wordt vastgelegd in het gemeentelijke beheerplan. Afwijking van het beheerplan voor één locatie is moeilijk uitvoerbaar. Vraag 12 Tijdens de bespreking over Vrijenban in 2022 was één van de grote bezwaren de toegenomen verkeersdrukte en toenemende onveiligheid in Vrijenban richting de ontsluiting naar de Delftsestraatweg. Die zorgen zijn er bij de bewoners nog steeds bij scenario 3. Hoe kunnen deze bezwaren bij het nu voorgestelde scenario C worden weggenomen? Welke maatregelen kunnen hiervoor worden getroffen en gebeurt dat ook? We zien in de stukken namelijk geen extra maatregelen, alleen dat het in de verdere uitwerking wordt meegenomen. Kan dit nader worden toegelicht? Antwoord Voor ieder scenario is aangegeven wat de verkeerskundige impact is. Wel is het zo dat een ruimtelijke visie iets anders is dan een inrichtingsplan. De daadwerkelijke herinrichting van de S-bocht dan wel de Delftsestraatweg valt buiten de reikwijdte van de scenario’s. Tijdens planvorming voor de herinrichting van de weg kijken we hoe de situatie kan worden geoptimaliseerd en wat passende maatregelen kunnen zijn.

pagina

11/13

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 13 Aangegeven wordt dat de S-bocht niet betrokken wordt bij de huidige uitwerking, omdat de impact van de ontwikkeling van Vrijenban op de S-bocht (zeer) klein is. Gezien de verkeersafwikkeling van de nieuwbouwwoningen, met name gezien scenario C (ongeveer 40 woningen) vanuit Vrijenban naar de Delftsestraatweg zal dit toch best gevolgen hebben. Waarom wordt dan de impact dan toch (zeer) klein geacht? Graag een nadere toelichting. Antwoord De bijdrage van Vrijenban is (zeer) klein ten opzichte van de bestaande verkeerswegingen, waardoor er vrijwel geen effect wordt verwacht op de Delftsestraatweg. Vraag 14 Wanneer is er zicht op de aanpak van de S-bocht en wordt dan wel woningbouw Vrijenban betrokken, met name de ontsluiting vanuit Vrijenban naar de Delftsestraatweg? Antwoord De herinrichting van de S-bocht, inclusief de aansluiting tussen Vrijenban en de Delftsestraatweg, is nauw verbonden met werkzaamheden ten behoeve van de waterkering. Deze opgaven moeten in samenhang worden opgepakt. We zijn hierover in gesprek met het Hoogheemraadschap. Onze intentie is om hier samenwerkingsafspraken voor te maken.

pagina

12/13

Memo beantwoording beeldvormende vragen

De vragen van Progressief PN Vraag 1 Weten wij waarom die ene grondeigenaar afgehaakt is? Antwoord De particuliere eigenaar heeft aangegeven de grond zelf te willen gebruiken o.a. voor het houden van dieren. Vraag 2 Waarom staan in scenario 3 [op het zuidelijke stukje kavel] 2-onder-1-kapwoningen ingetekend en niet 5 rijtjeshuizen? Antwoord Op deze locatie is gekozen voor 2-onder-1-woningen. Dit is een ruimtelijke afweging: zo ontstaat een minder massale wand, meer variatie in straatbeeld en een betere overgang naar de achterliggende omgeving. Daarnaast zijn voor rijwoningen relatief veel parkeerplekken in de openbare ruimte nodig. Afhankelijk van het segment tot 2 plekken per woningen. Deze ruimte is er niet in model C. Bij 2-onder1-kap-woningen is sprake van minder druk op de openbare ruimte, doordat parkeren deels op eigen terrein wordt opgelost.

pagina

13/13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15998978/1