Beantwoording beeldvormende vragen CDA - Werkwijze revolverend fonds starterslening
Tekst van het document
Memo
zaaknummer
1412641
berichtnummer
1255525
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
9 maart 2023 Beantwoording beeldvormende vragen CDA over de werkwijze revolverend fonds starterslening Informatief
Op 7 maart 2023 heeft de CDA-fractie vragen gesteld over Starterslening. Hieronder treft u de beantwoording van de vragen aan. Vraag 1 Begrijpt het CDA het goed dat het krediet wat wij als gemeente beschikbaar stellen te klein is om revolverend te zijn? Antwoord Dat klopt Vraag 2 En dat wij met nu te kiezen werkwijze naar deze richting gaan werken, waarbij de komende jaren toch mogelijke bijstorting (jaarlijks of tussentijds) nodig zijn om jaarlijks een minimaal of maximaal aantal of naar behoefte leningen/ kredieten te kunnen verstrekken. Heeft het college nagedacht hoeveel leningen minimaal, maximaal of juist naar behoefte wil verstrekken? Antwoord Dat klopt, maar de verwachting is dat het krediet wel langer meegaat door ook de aflossingen bij het budget te voegen. Sinds de start in 2013 zijn er geen minimum of maximum afspraken gemaakt. Afgesproken is wel dat zodra het krediet op is, de raad weer besluit over een nieuw budget. Deze afspraak blijft ongewijzigd. Vraag 3 Hoe groot moet een volledig revolverend fonds zijn? Antwoord Dat is eigenlijk niet te zeggen vanwege het aantal variabelen dat invloed heeft op het verloop van de rekening.
Hierbij gaat het om: - de verschillen in rente door de jaren heen (tussen 1,9% en 5,4%); - de tussentijdse aflossingen (mede door gunstige marktomstandigheden); - het verschil in jaarlijkse aanvragen (tussen 3 en 19) mede door de oplevering vanuit nieuwbouwprojecten; - de ontwikkeling van de waarde van de woningen en de invloed hiervan op de aanvragen en tussentijdse aflossingen. In de memo staat beschreven dat er een groot verschil zit tussen de jaarlijkse uitgaven en inkomsten. In 2022 is er bijna € 650.000 aan leningen toegekend. Terwijl er qua vaste inkomsten ongeveer € 55.000 binnenkwam (goed voor 1,5 lening).
pagina
1/2
Memo
Om voldoende vaste inkomsten te hebben, moeten er dus eigenlijk meer uitstaande leningen zijn, waarover we aflossingen ontvangen. We zouden dan 12 keer zoveel uitstaande leningen moeten hebben in vergelijking met de huidige situatie. Dat is niet reëel en daar kan je niet echt op sturen. Wel kun je een grote buffer aanmaken waarmee je voor lange tijd voldoende krediet hebt. Maar geadviseerd wordt om dit niet te doen, omdat geld dan als voorzorg geparkeerd staat, terwijl dit onder bijvoorbeeld “schatkistbankieren” meer rente oplevert voor de gemeente. Vraag 4 In welk risico-profiel wordt de starterslening beoordeeld? Antwoord Het risicoprofiel wordt als laag beoordeeld. De gemeente loopt alleen risico als een inwoner zijn hypotheek niet kan betalen en de woning gedwongen verkocht wordt. Dan ontstaat er vervolgens alleen een probleem als de woning minder waard is geworden dan deze was ten tijde van de aankoop. Vraag 5 En welk financieel risicobedrag moet de gemeente aanhouden? Antwoord Dat is niet aan de orde, zie vraag 4
pagina
2/2