Beantwoording beeldvormende vragen CDA - Voortgangsrapportage projecten en actualisatie grondexploit
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1584477
berichtnummer
1438707
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
8 mei 2025 Beantwoording beeldvormende vragen over voortgangsrapportage projecten en actualisatie grondexploitaties 1-1-2025 Informatief
Door de CDA-fractie zijn vragen gesteld over de Voortgangsrapportage projecten en actualisatie grondexploitaties 1-1-2025 (agendapunt 4a). Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1 De voorziening negatieve complexen is verhoogd met 0,7 mln. (de tekst) maar volgens de grafiek op blz. 3 met 0,9, van 8,0 naar 8,9 mln. Kunt u het verschil verklaren? Antwoord
In de grafiek is het benodigde weerstandsvermogen weergegeven per 1 januari 2024, 1 juli 2024 en 1 januari 2025. De aanpassing van de voorziening negatieve complexen wordt aangepast op basis van het verschil tussen 1 januari 2024 en 1 januari 2025. Het verschil van 0,9 miljoen komt tot stand door het verschil te berekenen van 1 juli 2025 (8,0 miljoen) en 1 januari 2025 (8,9 miljoen). Het gepresenteerde benodigde weerstandsvermogen van 1 juli 2024 wordt niet verwerkt. De aanpassing van de voorziening negatieve complexen betreft het verschil tussen 1 januari 2024 (8,2 miljoen) naar 1 januari 2025 (8,9 miljoen), hierdoor is de voorziening negatieve complexen met 0,7 miljoen verhoogd. Vraag 2 Op blz. 7 worden de parameters voor de grondexploitatie weergegeven. De kostenstijging gww zijn resp. 3,5, 2,5 en 2,0 procent resp. dit jaar en de volgende 2 jaren. Acht u de geraamde stijging realistisch gezien de stijgingen in de afgelopen jaren? Antwoord Ja, de parameters die zijn toegepast zijn vastgesteld in de raad van december mede op basis van verschillende recente bronnen. Recente aanbestedingen laten zien dat de geraamde kosten nog passend zijn. De huidige grondexploitaties hebben een looptijd tot en met 2029. De parameters zullen eind van dit jaar weer ter vaststelling aan het college worden aangeboden, zodat de grondexploitaties aan blijven sluiten op de actualiteit in de markt.
pagina
1/2
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Vraag 3 Een winstuitname is volgens het BBV verplicht, maar de omvang is met de net de voorgeschreven rekenregels (POC) met een zekere marge omgeven, immers omdat de risico’s worden afgetrokken van het resultaat en zijn dus schattingen. Dat betekent dat met een geringere winstuitname, het saldo minder negatief is en de winst meer naar de toekomst wordt verschoven. Ook tekorten moeten worden afgedekt via de voorziening waarbij een beroep moet worden gedaan op de algemene reserve. De vraag is of, gezien het verwachte ongunstige meerjarenperspectief van het begrotingssaldo, er ruimte is om met de grondexploitatie kosten naar voren halen en opbrengsten naar de toekomst te schuiven. Antwoord In de lopende grondexploitaties ligt de ontvangst van de grondopbrengsten voor bijna alle gronden vast in de gesloten contracten of lopende aanbestedingen. We kunnen hier niet mee schuiven. Het is een bevoegdheid van de raad hoe de jaarlijkse winstuitname “op termijn” ingezet wordt.
pagina
2/2