Beantwoording beeldvormende vragen CDA over nota handhaving bedrijventerreinen
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1458372
berichtnummer
1308461
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
28 september 2023 Beantwoording beeldvormende vragen over beeldvormende vragen CDA over nota handhaving bedrijventerreinen Informatief
Door de CDA-fractie zijn vragen gesteld over de Nota handhaving bedrijventerreinen (agendapunt 4e). Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1 In hoeverre zijn het geschetste 'wettelijke instrumentarium', 'bestuurlijke beleidskaders' en het legaliseringsbeleid in de nota handhaving bedrijventerreinen nog up-to-date? Graag per kopje beantwoorden. Antwoord De Nota handhaving bedrijventerreinen is per abuis niet formeel ingetrokken en daardoor op de lijst van kaderstellende notities blijven staan. Het betreft een beleidsnota uit 2006 en hier wordt al geruime tijd niet meer aan getoetst bij ruimtelijke handhavingsvraagstukken. Voor ruimtelijke handhavingsvraagstukken op bedrijventerreinen wordt getoetst aan meer recent beleid en wettelijke kaders. Bijvoorbeeld de geldende bestemmingsplannen, de Nota uitnodigende ruimtelijke ordening, de Economische visie, de Omgevingsvisie en het VHT-beleid. De Nota handhaving bedrijventerreinen is dus in zijn geheel niet meer up-to-date te noemen. Hieronder wordt u vraag verder per kopje beantwoord. Wettelijke instrumentarium De nota is, zoals op pagina 2 staat aangegeven, van februari 2006. Het geschetste wettelijke instrumentarium dat in deze nota uiteen is gezet is op diverse punten verouderd. Zo is bijvoorbeeld op 1 juli 2008 de nieuwe Wet ruimtelijke ordening in werking getreden.
Een andere belangrijke verandering in de wet- en regelgeving is de komst van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna te noemen: de Wabo) in 2010. De bestemmingsplannen die in deze nota staan benoemd zijn niet meer geldend. Inmiddels heeft uw raad andere bestemmingsplannen vastgesteld voor de bedrijventerreinen. De Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen: de Awb) is nog steeds geldend en daarmee ook de bestuursrechtelijke handhavingssancties op een overtreding, die genoemd zijn in deze nota. Bestuurlijke beleidskaders Ook de bestuurlijke beleidskaders zijn inmiddels allemaal (meerdere malen) veranderd. Het rijksbeleid staat hoofdzakelijk in de nationale omgevingsvisie (Novi) met daarbij behorende programma’s. Het ruimtelijk beleid van de provincie staat in het provinciale omgevingsbeleid en bestaat uit een omgevingsvisie, omgevingsprogramma en omgevingsverordening. Voor zowel het nationaal als het provinciaal beleid geldt dat het beleid aan verandering onderhevig is. Zo werkt het rijk momenteel toe naar een Nota Ruimte en is er een herziening van het provinciaal omgevingsbeleid in procedure. Aan de samenwerking in het Stadsgewest Haaglanden is in 2015 een einde gekomen. Het door het Stadsgewest Haaglanden geformuleerde beleid is achterhaald en niet meer van toepassing. Ook het lokale beleid is inmiddels gewijzigd.
We werken nu op basis van documenten zoals de Omgevingsvisie PijnackerNootdorp 2050 en de Economische Visie 2020-2025. Legaliseringsbeleid
pagina
1/4
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Deze tekst beschrijft op hoofdlijnen op welke wijze economische functies een plek krijgen. Afwegingen als bereikbaarheid, milieuhinder en bedrijfstypen hebben daarin een plek gekregen. Ook staat beschreven op welke wijze dit verwerkt wordt of kan worden in een bestemmingsplan. Dergelijke afwegingen worden nu ook gemaakt, maar de tekst is verouderd en nieuwe inzichten in economische ontwikkelingen, milieuzoneringen, optimaal benutten van bedrijventerreinen en (bedrijfs)woningen maken geen deel uit van deze tekst. Daarnaast wordt ook verwezen naar een bestemmingsplanmethodiek die inmiddels aangepast is en juridische procedures die niet meer bestaan (artikel 19) en wordt niet gewerkt met het stappenplan uit de nota. Het legaliseringsbeleid is niet up-todate.
Vraag 2 Ten geleide: in paragraaf 2.1 van de nota is aangegeven dat 'als het gaat om handhaving het bestemmingsplan of een daarop verleende vrijstelling het toetsingskader vormt voor de beoordeling of een bepaalde activiteit of bebouwing overeenkomstig de ruimtelijke regelgeving functioneert of is gerealiseerd, of dat sprake is van met de ruimtelijke regelgeving strijdig gebruik of bebouwing.' Het daaropvolgende beleid behelst dat er 'in dat laatste geval op de eerste plaats moet worden onderzocht of het bestemmingsplan mogelijkheden biedt tot legalisering van het strijdige gebruik of de strijdige bebouwing en of dit dan ook wenselijk is.' Kan het college aangeven in hoeveel zaken de afgelopen jaren (a) een dergelijk onderzoek is gedaan en (b) in hoeveel gevallen bestemmingsplannen mogelijkheden boden tot legalisering? Antwoord a) Voordat over wordt gegaan tot handhaving wordt altijd onderzocht of legalisatie mogelijk is. b) Het is niet mogelijk om op deze korte termijn deze gegevens over de afgelopen 17 jaar aan te leveren. Om deze informatie te verkrijgen is dossieronderzoek nodig naar alle handhavingsdossiers van de afgelopen 17 jaar. Er is geen database waarin deze informatie kwantitatief wordt bijgehouden en snel kan worden verkregen.
Vraag 3 Vervolgens valt te lezen dat 'op de tweede plaats onderzocht moet worden of het wenselijk is door het verlenen van bijvoorbeeld een vrijstelling van het bestemmingsplan, het gebruik of de bebouwing alsnog te legaliseren.' Kan het college aangeven in hoeveel zaken de afgelopen jaren (a) een dergelijk wenselijkheidsonderzoek is gedaan; (b) in hoeveel gevallen een vrijstelling van het bestemmingsplan, het gebruik of de bebouwing is gelegaliseerd; (c) hoe wordt afgewogen of dergelijk gebruik wenselijk is en (d) welke rol de raad heeft in de bepaling daarvan? Antwoord a) Ook hiervoor geldt dat het niet mogelijk is om op deze korte termijn de gevraagde gegevens over de afgelopen 17 jaar aan te leveren, omdat hiervoor uitgebreid dossieronderzoek nodig is. b) Zie antwoord 2b en 3a. c) Wanneer wij een (legaliserings)verzoek ontvangen voor ander gebruik of andere bebouwing dan in het geldende bestemmingsplan is toegestaan, dan overwegen we altijd of we daar medewerking aan kunnen verlenen. Daarvoor toetsen we aan vastgesteld beleid. Denkt u bijvoorbeeld aan de omgevingsvisie, de economische visie, de nota uitnodigende ruimtelijke ordening, de nota parkeernormen, etc. Vanuit diverse vakdisciplines wordt een advies opgesteld waarin de argumenten en kanttekeningen uiteen worden gezet. Dit advies vormt de basis van ons besluit. d) De raad heeft aan de voorkant een rol.
Het is immers de raad die de kaders bepaalt in de vorm van het bestemmingsplan en het beleid waar wij aan toetsen en uitvoering aan geven. Wanneer bijvoorbeeld een herziening van het bestemmingsplan nodig is om medewerking te
pagina
2/4
Memo beantwoording beeldvormende vragen
verlenen aan een initiatief dan is het ook uw raad die hierover een besluit neemt. Kleinere ontheffingen (kruimelontheffingen) zijn een bevoegdheid van ons college. Vraag 4 In algemene zin: is de constatering die destijds door het ministerie van VROM is gedaan, nl. dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp onvoldoende inzet pleegt op de handhaving van de ruimtelijke regelgeving volgens het college verholpen? Antwoord Ja. De constatering van het ministerie van VROM is van 18 jaar geleden. Hierna is de gemeente aan de slag gegaan om dit te verbeteren. Er wordt momenteel voldoende ingezet op handhaving van de ruimtelijke regelgeving. Daarnaast wordt ook gewerkt aan een projectmatige aanpak van ruimtelijke knelpunten op een bedrijventerrein en de glastuinbouwgebieden. Vraag 5 Met het oog op de inwerkingtreding van de Ow: a. is het in de samenvatting geschetste proces van constateringsrapport-onderzoek legaliseringlegalisering/handhaving nog actueel? b. Is de beleidsvrijheid om al dan niet over te gaan tot het verlenen van een vrijstelling een collegebevoegdheid? Welke rol heeft de raad hierbij? c. In hoeverre is het geschetste beleid in lijn met de aankomende Ow? Antwoord a) Het proces zal met de komst van de Omgevingswet ongewijzigd blijven.
Het college dient alvorens een overtreding te legaliseren of handhaven, een overtreding vast te stellen middels een constateringsrapport van een toezichthouder die daartoe is aangewezen door het college. De overtreding dient vervolgens te worden getoetst aan de regels van de Omgevingswet, het omgevingsplan en het daaronder liggende beleid. Daaruit zal moeten volgen of een overtreding kan worden gelegaliseerd of moet worden gehandhaafd. b) Bij het verlenen van een vrijstelling zal uit de Omgevingswet moeten blijken of een dergelijke vrijstelling kan worden verleend middels een collegebesluit of via een uitgebreidere procedure waarbij de raad dient te besluiten. c) Het geschetste beleid is verouderd en is niet in lijn met de aankomende Omgevingswet. Daarnaast is een losse beleidsnota als deze ook niet in overeenstemming met de doelstelling van de Omgevingswet om alles zoveel mogelijk in omgevingsprogramma’s onder te brengen en juist niet met allerlei verschillende beleidsnota’s te werken. Vraag 6 In het IVP staat dat veilige bedrijventerreinen en winkelgebieden deels terugkomen in de prioriteiten ‘aanpak van ondermijning’, ‘jeugd en veiligheid’ en ‘weerbaarheid tegen digitale criminaliteit’. a. Draagt het beleid uit 2006 in voldoende mate bij aan het terugdringen van ondermijning en andere prioriteiten uit het IVP? b.
Hoe wordt invulling gegeven aan veilige bedrijventerreinen in de prioriteiten ‘aanpak van ondermijning’, ‘jeugd en veiligheid’ en ‘weerbaarheid tegen digitale criminaliteit’? Antwoord a) Nee. De Nota handhaving bedrijventerreinen uit 2006 is dusdanig verouderd dat deze niet meer relevant is in deze tijd en dus ook niet van toegevoegde waarde is voor de prioriteiten in het Integraal veiligheidsplan 2023 – 2026. b) De prioriteiten ‘aanpak van ondermijning’ en ‘weerbaarheid tegen digitale criminaliteit’ zijn de belangrijkste in relatie tot (veilige) bedrijventerreinen. Er wordt de komende jaren ingezet op bewustwording over deze vormen van criminaliteit de ondernemers op de bedrijventerreinen.
pagina
3/4
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Daarnaast worden er integrale controles uitgevoerd en daar waar nodig wordt handhavend opgetreden vanuit het bestuursrecht dan wel strafrecht. Meer informatie over de invulling aan veilige bedrijventerreinen kunt u terugvinden in het Uitvoeringsplan integrale veiligheid 2023 – 2024. Vraag 7 Kunt u deze vragen los van elkaar beantwoorden? Antwoord Ja.
pagina
4/4