CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen CDA - Ontwerp-woonzorgvisie

Raad Beeldvorming 11 mei 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen2.063 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

zaaknummer

1427471

berichtnummer

1272608

aan

De raad

van

college

afschrift datum onderwerp status

8 mei 2023 Beantwoording beeldvormende vragen CDA over het ontwerp van de Woonzorgvisie Informatief

Op 3 mei heeft de fractie van het CDA schriftelijke vragen gesteld over de Ontwerp-woonzorgvisie 20232030. Hieronder treft u de beantwoording van de vragen aan.

Vragen over de aanbiedingsnota Vraag 1 Kunt u aangeven hoe de woonzorgvisie zich verhoudt met de startnotitie nieuwe visie op sociaal domein? We gaan immers input ophalen en stellen de kaders voor de nieuwe visie op het sociaal domein pas in het voorjaar 2024, terwijl we voorliggend ontwerp al in oktober 2023 willen vaststellen? Kortom in hoeverre kleuren we nu al de woonzorgvisie in, terwijl we nog via een brede participatie werken aan de nieuwe visie op het sociaal domein. De kaders die in het voorjaar vastgesteld gaan worden zouden o.i. hier invulling aan moeten geven? Antwoord Beide visies bekijken het vraagstuk vanuit een andere hoek en vullen elkaar aan, maar hebben wel met dezelfde ontwikkelingen te maken. Voorbeelden daarvan zijn vergrijzing, personeelstekort, extramuralisering en de inzet op zo thuis mogelijk begeleiding te krijgen. In de woonzorgvisie kijken we met name met een ruimtelijke bril naar de huidige en toekomstige woonzorg opgave. Dus hoe zien ons woningaanbod en de voorzieningen er nu uit en welke opgave zien we hierin. Dit met het oog op ontwikkelingen zoals vergrijzing en de ambitie om inwoners zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen.

Diezelfde ontwikkelen vragen naast passende woningen en voorzieningen in de buurt (ruimtelijk), ook inzet op bijvoorbeeld preventie, tegengaan van eenzaamheid, het efficiënt geven van zorg en de begeleiding van mantelzorg (maatschappelijk). De manier waarop we als gemeente hiermee omgaan vormt onderdeel van de visie op het sociaal domein. Opgemerkt moet worden dat de Woonzorgvisie straks wordt gebruikt bij de ontwikkeling van nieuwe locaties. De opgave en inzet benoemt in de visie worden dus ook meegenomen bij het invullen van de kaders voor de transformatiegebieden. Dit gebeurt al op korte termijn en daarvoor is het belangrijk dat de woonzorgvisie op tijd af is. Bij de participatie voor de woonzorgvisie is gebruik gemaakt van de inbreng van een aantal maatschappelijke organisaties en partners die ook bij de visie op het sociaal domein dadelijk betrokken worden. Daarmee wordt geborgd dat dezelfde opgave en ontwikkelingen benoemd worden. Vraag 2 Wij missen het totale financiële kader bij de aanbiedingsnota. Kunt u aangeven over aantallen en kosten per onderdeel voor de woonzorg? Ook graag om hoeveel inwoners het gaat. Antwoord Het is helaas niet mogelijk om per onderdeel (pijler) van het ontwerp van de Woonzorgvisie een financiële uitwerking te maken. Evenals bij andere visies wordt in het ontwerp van de Woonzorgvisie

pagina

1/4

Memo

aangegeven wat onze opgaven zijn en wat onze inzet is. De uitwerking daarvan vindt op verschillende manieren plaats. Zo worden nieuwe woningen voor de verschillende doelgroepen opgenomen in projecten. Per project worden de financiële gevolgen in beeld gebracht. Individuele aanpassingen aan de woning (zie vraag 10) vinden plaats na een daartoe strekkende aanvraag. Wel kunnen en zullen we de financiële gevolgen van een aantal algemene maatregelen, zoals de doorstroommakelaar, in beeld brengen en u hier bij de vaststelling van het document een voorstel voor doen.

Vragen over Woonzorgvisie: Vraag 3 Pagina 14 stelt u dat het uitgangspunt van het huidige kabinet is, dat er geen verpleeghuizen meer bijkomen. Op pagina 38 stelt u dat DSW wel ziet dat er behoefte is in de regiovisie naar meer verpleegplekken. DSW heeft ook in eerdere bijeenkomst aangeven die te willen realiseren. Kunt u aangeven of u contact heeft met DSW hoe zij dit willen realiseren en wat de gemeente kan betekenen? Antwoord Wij hebben hier inderdaad contact over met zowel DSW als de gemeenten in de WSD regio. Sinds 2022 zijn wij als gemeente ook aangesloten bij het Programma Regionale Aanpak Ouderenzorg (WSD). Onderdeel van dit programma is dat iedere gemeente een bestuurlijk convenant opstelt met afspraken over de uitbreiding intramurale capaciteit en nieuwe woonoplossingen (inclusief richtlijn op aantallen per gemeente en prestatieafspraken). Wonen en Zorg wordt wel meer gescheiden dan voorheen. Van uitsluitend een verpleeghuis zal minder snel sprake zijn. Voor het realiseren van een dergelijk complex is samenwerking tussen DSW, de zorgaanbieders en woningcorporaties nodig. Ook de rol van de gemeente staat beschreven in het convenant. Het convenant wordt dan ook samen met deze partijen getekend. Wij verwachten dat het convenant na vaststelling van de woonzorgvisie wordt getekend.

Vraag 4 Pagina 16 spreekt u over de versnelling van de uitstroom vanuit de jeugdzorg, door voldoende betaalbaar aanbod en kleinschalige vormen van (geclusterd) zelfstandig wonen. Kunt u aangeven waar u deze wilt realiseren en hoe? Antwoord Onze inzet staat verder beschreven op pagina 20. Aan de ene kant willen we in de bestaande voorraad kijken welke mogelijkheden er zijn. Zo willen we met de woningcorporaties afspraken maken over het toevoegen van trainingsplekken binnen hun bestaande woningvoorraad. Ook het project Kamers met aandacht kan extra plekken opleveren. Aan de andere kant wordt er ook gekeken naar nieuwbouwmogelijkheden. De gemeente gaat uiteraard niet zelf woningen bouwen. Bij dit type woningen zijn de woningcorporaties onze vaste partner. Bij de nieuwbouwprojecten gaan we bij de programmering afspraken maken over het toevoegen van 1- en 2-kamerwoningen door deze corporaties. We weten nog niet precies waar deze woningen gerealiseerd kunnen worden. Oranjepark en Centrumlijn zouden hier goede locaties voor zijn, maar ook in de transformatiegebieden zien we ruimte voor deze doelgroep. Daarnaast wordt er gezocht naar één of meer locaties waar flexwoningen voor deze doelgroep kunnen worden gerealiseerd. Dit zijn locaties waar op de korte termijn geen permante woningbouw in zicht is.

Vraag 5 Pagina 18 spreekt u over 16 jongeren met een herkomst uit Pijnacker-Nootdorp uit jeugdhulp met verblijf binnen regio Haaglanden. Waarom stelt u dan voor om 100 woningen te realiseren? Antwoord Het aantal van 16 personen gaat om een jaarlijkse uitstroom uit instellingen. Waar deze groep behoefte aan heeft en het aandeel dat weer terug wil naar onze gemeente is ons onbekend. Wel weten we dat

pagina

2/4

Memo

het aanbod waar deze doelgroep waarschijnlijk op is aangewezen nagenoeg ontbreekt in onze gemeente. De toevoeging van die 100 woningen gaat over het uitbreiden van 1-en 2-kamer woningen naar 2030 toe en zijn niet alleen bestemd voor deze doelgroep maar ook voor een bredere doelgroep. Tot nu toe bouwden onze woningcorporaties met name 3- en 4-kamerwoningenn. Aangezien we steeds meer bijzondere doelgroepen hebben, is de uitbreiding de voorraad aan kleinere woningen ook nodig. Vraag 6 Pagina 22 wordt gesproken over 16 plekken, 7 beschermd thuis en 9 beschermd thuis plus, we hebben geen plekken nodig voor beschermd wonen. Terwijl op pagina 24 stelt dat er 30 plekken benodigd zijn, hierbij gaat het om 6 plekken voor Beschermd Wonen en 24 plekken voor Beschermd Thuis. Klopt het met deze cijfers dat wij een regionale taak erbij krijgen voor huisvesting beschermd wonen uit andere gemeenten? Zo ja, hoe verhoudt dit zicht tot het op pagina 24 uitgangspunt dat uitstromers een herkomst moeten hebben in Pijnacker-Nootdorp? Antwoord Per 1 januari 2024 is Beschermd wonen een taak van alle gemeenten, niet alleen van de centrumgemeenten. De doordecentralisatie betekent dat wij als regiogemeente een verantwoordelijkheid krijgen voor het huisvesten van deze doelgroepen. Het is dus het gevolg van een landelijke ontwikkeling en niet per se een regionale taakstelling.

De rijksmiddelen komen straks niet meer bij de centrumgemeente, maar bij alle gemeenten. Deze middelen worden op basis van het “objectief verdeelmodel” verdeeld over de gemeenten. Dit model voorspelt hoeveel inwoners uit die eigen gemeente beschermd wonen nodig hebben. Dat is dus al op basis van de verwachte herkomst van de cliënten. De nieuwe verdeling betekent niet dat alle gemeenten alle voorzieningen moeten realiseren. De reden waarom we niet inzetten op het toevoegen van 6 extra Beschermd Wonen plekken, is omdat dit aanbod nu al beschikbaar is binnen de regio. Bovendien is het niet rendabel om voor een dergelijke kleine groep een nieuwe voorziening te realiseren. Over dit aanbod en de financiën moeten we dus wel afspraken met de gemeenten binnen de DWO-regio maken. Vraag 7 Pagina 24 thuis en daklozen, u stelt dat zich 14 mensen hebben aangemeld vanuit Pijnacker-Nootdorp. Waarom realiseren we dan maar 5 woningen? Antwoord De inzet om 5 woningen te realiseren is onderdeel van de transformatie van de Maatschappelijke opvang naar maatschappelijk wonen. En onderdeel van de regionale Uitvoeringsagenda Transformatie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang 2022-2026. Eén van de doelen van de transformatie is om de centrale nachtopvang te transformeren naar eenkamervoorzieningen voor dak- en thuislozen. De capaciteit van de nachtopvang wordt door deze transformatie wel minder.

Om dit te compenseren wordt er binnen de regio ingezet op een uitbreiding van 40 plekken gericht op shortstay, doorstroomwoningen en Housing First. Op basis van het objectief verdeelmodel betekent dit, dat er in Pijnacker-Nootdorp twee woningen voor Housing First beschikbaar gesteld worden en drie flexwoningen voor doorstroom en shortstay. Deze woningvoorraad kan gezien worden als een soort tussenvoorziening tot er permante huisvesting is. Dit is dus onafhankelijk van de 14 personen die in 2020 een plek bij de maatschappelijke opvang hebben gekregen. Wel geeft dit aantal een indicatie van de instroom vanuit onze gemeente.

pagina

3/4

Memo

Vraag 8 Pagina 33 in hoeverre is dit plaatje nog actueel, daar het onderzoek heeft plaatsgevonden in 2020? Is duidelijk dat het een wens is of een concrete stap? Immers veel senioren willen een appartement, maar zijn niet bereidt te verhuizen i.v.m. de kosten Antwoord In de figuur op pagina 33 is aan de ene kant zichtbaar wat de huidige woonsituatie is van onze 75plussers. Aan de andere kant toont het de woonwens die deze doelgroep heeft, aangevuld met de daadwerkelijke verhuizingen in de afgelopen jaren. Het is niet achter de komma nauwkeurig, maar geeft wel een indicatie van de woningbehoefte van deze doelgroep. Het plaatje is actueel omdat de huidige situatie woonsituatie nagenoeg gelijk zal zijn. Dit komt enerzijds door het feit dat deze groep niet snel verhuist. Anderzijds veranderen de woonwensen van een hele doelgroep niet ineens binnen drie jaar. Deze tabel geeft aan dat de vraag van senioren breder is dan alleen huurappartementen. Vraag 9 Pagina 34 Wat is de opdracht geweest voor Springco? Is hier ook rekening gehouden dat een deel van de inwoners op den duur niet meer zelfredzaam kan zijn Antwoord De tabellen van SpringCo komen voort uit een groter landelijk onderzoek (De Grote OmgevingsTest). SpringCo heeft in samenwerking met Platform-31 10 woonprofielen gedefinieerd voor 55-plussers in Nederland.

Zij hebben de uitkomsten uit hun onderzoek gespiegeld aan onze bevolking. Van een deel van de bevolking wisten zij de woonprofielen en door te kijken naar de kenmerken van die huishoudens (leeftijd, leefstijl, woonsituatie) is ook van de overige huishoudens ingeschat welk woonprofiel hun voorkeur heeft. Onderdeel van de vragenlijst is ook de huidige en verwachte zorgvraag geweest. Hoewel deze vraag dus wel mee is genomen, is het wel zo dat mensen niet altijd een goede inschatting kunnen maken van deze zorgvraag. Er wordt bijvoorbeeld weinig voorgesorteerd op het krijgen van dementie, maar toch heeft dat wel impact op de zelfredzaamheid. Deze tabel geeft dus met name inzicht hoe je de “wensverhuizing” zou kunnen stimuleren. Vaak is het de noodverhuizing die de doorslag geeft. Vraag 10 Pag 37 u stelt dat er gekeken wordt naar een grens van 10.000 euro om de woning geschikt te maken.

Heeft u inzichtelijk om hoeveel woningen we de komende jaren dan spreken, die we moeten aanpassen? Wat voor aanpassingen zitten in dit bedrag? (RaboResearch spreekt over een investering voor levensloopbestendige woning van ongeveer 60.000 euro, traplift, rolstoelvrij, aangepast sanitair en woning drempelvrij) Wat betekent dit voor de meerjarenbegroting qua kosten? Antwoord Dit beleid en deze grens is vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2018 (versie 2023). Op het moment dat de kosten hoger zijn dan deze grens, wordt gekeken of er mogelijkheden zijn om door te verhuizen. Dit kan straks bijvoorbeeld in samenwerking met een doorstroommakelaar. Deze verhuizing kunnen we alleen niet verplichten. Voor de uitwerking van de Woonzorgvisie willen we op korte termijn kijken welke kosten er nu gemiddeld gemaakt worden en wat we op basis van onze demografische ontwikkelingen mogen verwachten in de toekomst. Wellicht dat we de informatie vanuit RaboResearch hier ook voor kunnen gebruiken.

pagina

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12719545/1