Beantwoording beeldvormende vragen CDA - Najaarsnota
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1472737
berichtnummer
1323831
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
30 november 2023 Beantwoording beeldvormende vragen CDA fractie over de najaarsnota 2023 Informatief
Geachte leden van de raad, Door de CDA-fractie zijn vragen gesteld over de Najaarsnota 2023 (agendapunt 5b). Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1 Er wordt gevraagd een investeringsbudget beschikbaar te stellen voor de bouwweg Hoogseweg 8 (€ 30.000), maar deze weg is reeds gerealiseerd, hoe zit dat? Kunt u het raadsbesluit wat hiertoe is genomen delen met de raad? Of betreft het hier een collegebevoegdheid? Zo ja, waar is deze vastgelegd? Antwoord Het beschikbaar stellen van dit investeringsbudget is een college bevoegdheid, want de kapitaallasten worden gedekt door het budget dat door de raad beschikbaar is gesteld bij het vaststellen van de Programmabegroting 2023 voor het beheer van het strategisch vastgoed. Deze bevoegdheid is vastgelegd in artikel 6 van de financiële verordening 2021. Vraag 2 Uit uw overzicht blijkt dat de uiteindelijke besteding van de investeringsbudgetten in 2023 € 27,1 miljoen bedraagt terwijl er voor bijna € 59 mln. was geautoriseerd voor 2023. Dit houdt in dat er voor € 33,2 miljoen aan investeringsbudgetten wordt doorgeschoven naar 2024 of verder. a. Om hoeveel projecten gaat het hier? b. Kunt u deze projecten nader specificeren in domeinen (bijv. groen/veiligheid/infrastructuur)? Antwoord a. Een overzicht van de doorgeschoven investeringsbudgetten is opgenomen op pagina 64 en 65 van de Najaarsnota 2023. b.
De verdeling van de investeringen is gespecificeerd op programmaniveau. Vraag 3 Op pag. 23 valt te lezen dat "De uitvoeringsactiviteiten binnen de huidige beheerplannen 2023 [niet allemaal] verlopen volgens planning en dat dit ondermeer te maken heeft met een tekort aan personeel, stijgende marktprijzen en langere levertijden. Diverse activiteiten zullen medio 2024 worden uitgevoerd. a. Welke activiteiten worden medio 2024 uitgevoerd? Welke niet? b. Op basis waarvan kiest u welke projecten wel/niet uit te voeren? Welke rol is hierbij weggelegd voor de gemeenteraad?
pagina
1/3
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Antwoord a. We verwachten medio januari 2024 daar duidelijkheid over te kunnen geven. Zoals eerder aangegeven proberen we met de beperkingen die er op dit moment zijn, een juiste planning op te maken en af te geven. b. Gezien het huidige personeelstekort zullen we projecten prioriteren. We kijken naar aspecten als o.a. verkeersveiligheid en wetgeving maar ook projecten die bijdragen aan een beter klimaat en milieu. De gemeenteraad stelt via de PenC documenten de investeringsbudgetten vast. Vraag 4 Uit de NJN valt op te maken dat de Wmo-kosten in 2023 met € 727.000 stijgen t.o.v. de begroting. Het college ligt toe dat dit in lijn is met de trendmatige groei van de vraag naar Wmo-voorzieningen en dat deze o.a. wordt veroorzaakt door de vergrijzing. Verder geeft u aan dat de extra koststijging als gevolg van bovengemiddeld hoge indexatie bijzonder is, maar samenhangt met de hoge inflatie. Later valt te lezen dat u voor wat betreft begeleiding naast een toename van de vraag in volume, ook een toename in intensiteit waarneemt en dat het aandeel specialistische begeleiding stijgt vanwege zwaardere zorgvragen van inwoners die langer thuis wonen. Het CDA vraagt zich in dit licht af: a)
Daar de oorzaken van deze stijging niet van incidentele aard zijn: in hoeverre zijn dit nu wel incidentele kosten? Gaat het hier niet om structurele kosten?
Ook t.a.v. de budgetten voor Jeugdhulp valt een kostenstijging te constateren, waardoor de budgetten met € 2.698.000 worden opgehoogd aan de meest recente prognose van het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden als gevolg van een lichte stijging van het aantal unieke klanten dat gebruikmaakt van de voorzieningen, een toename van de inzet van duurdere voorzieningen in antwoord op zwaarder zorgvragen en als laatste een relatief hoge indexatie en tariefstijgingen als gevolg van groepsverkleining b) Daar het ook hier oorzaken betreft die niet van incidentele aard zijn: in hoeverre zijn dit nu wel incidentele kosten? Gaat het hier niet om structurele kosten? c) Hoe denkt u de budgetten voor zowel Wmo-voorzieningen als Jeugdhulp robuuster te gaan begroten ter voorkoming van bijstellingen bij NJN? Antwoord a. In deze Najaarsnota 2023 verklaren wij kostenontwikkeling voor het lopende jaar 2023. Het klopt dat de trendmatige ontwikkeling in de Wmo als gevolg van de vergrijzing een structurele ontwikkeling is. Wat de verklaring voor de kostenontwikkeling van 2023 bijzonder maakt, is specifiek de indexatie en de hierdoor stijgende tarieven. De hoge indexatie in verband met de inflatie is incidenteel. Deze was afgelopen jaar erg hoog, nu is deze gemiddeld al lager en heeft dus een fluctuerend karakter.
De intensiteit met betrekking tot Wmo-begeleiding en het aandeel specialistische zorg, is een nieuwe ontwikkeling die wij zien in het jaar 2023. Daarvoor bewoog de trend rondom Wmobegeleiding zich een aantal jaar in tegenstelde richting, minder intensiteit en ook een hoger aandeel van basisbegeleiding. Op dit moment vinden wij het te vroeg om deze ontwikkeling als structureel te kwalificeren. b.
pagina
2/3
In het jaar 2023 zien wij een ommekeer van de kostenontwikkeling in de jeugdhulp. In 2021 en 2022 was er sprake van een dalende trend van kosten. In 2023 zien wij een scherpe kostenstijging. Het is voor ons nu te vroeg om deze ontwikkeling als structureel te kwalificeren. De analyse van de plotselinge stijging van de kosten is lokaal en regionaal een blijvende activiteit. Daarnaast zet het college in op een nieuw programma kostenbeheersing sociaal domein, waarbij wij ook voor de jeugdhulp een aantal maatregelen willen nemen om de scherpe stijging af te vlakken.
Memo beantwoording beeldvormende vragen
c.
pagina
3/3
Zoals ook aangegeven is bij de beantwoording van uw vragen bij de begroting 2024, begroten wij in onze gemeente in de basis met een T minus 1 systematiek. Dat wil zeggen dat we het bedrag opnemen in de begroting 2024 voor de kosten van de activiteiten in het sociaal domein, dat gelijk is aan het bedrag uit de jaarrekening 2022. Om vanwege de stijgende kosten robuuster te begroten, hebben wij dit jaar een uitzondering gemaakt op de T minus 1 systematiek bij een aantal budgetten in het sociaal domein. Het nader bekijken van de begrotingssystematiek wordt ook onderdeel van het nieuwe programma kostenbeheersing sociaal domein. Daarnaast heeft de gemeente binnen de Wmo, en ook binnen de Jeugdzorg, een zorgplicht. Wij dienen gevraagde zorg te leveren. Hierdoor zijn de stijgende kosten binnen deze domeinen niet volledig te beïnvloeden.