CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen CDA en Trots - Doelgroepenverordening

Raad Besluitvorming 21 december 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Antwoorden toezeggingen926 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo beantwoording beeldvormende vragen

zaaknummer

1472815

berichtnummer

1323930

aan

Raad

van

College

afschrift datum onderwerp status

30 november 2023 Beantwoording beeldvormende vragen over de Doelgroepenverordening Informatief

Door de CDA-fractie en de fractie TROTS zijn vragen gesteld over beeldvormende vragen doelgroepenverordening (agendapunt 5e). Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1 (CDA) Waarom is in de definities geen definitie opgenomen voor de 'inkomensgrens sociale huur'? Antwoord In artikel 1 zijn de begrippen (of definities) opgenomen. Daarin worden begrippen die later in de verordening worden gebruikt omschreven. Het gaat daarbij vooral om ‘wat’ onder het betreffende begrip moet worden verstaan. In artikel 2 tot en met 5 zijn vervolgens de doelgroepen opgenomen. Bij iedere doelgroep is beschreven welke inkomensgrens daarbij hoort. De inkomensgrens voor sociale huur vindt u in artikel 2. Vraag 2 (CDA) Waarom is gekozen om in de definities voor betaalbare koopwoning- laag en -hoog geen zinsnede op te nemen met dat het hier gaat om woningen inclusief keuken (en badkamer)? Antwoord We willen de doelgroepenverordening zo eenvoudig mogelijk maken. Niet iedere woning wordt opgeleverd met een keuken en badkamer. Bovendien kiezen kopers er soms zelf voor om geen keuken of badkamer te laten plaatsen, maar dit zelf te doen.

Vraag 3a (CDA) Waarom is er gekozen om geen artikel differentiatie woningbouw op te nemen waarin de uitgangspunten voor de programmering vastgelegd kunnen worden voor woningbouwplannen? Antwoord De doelgroepenverordening is een middel om woningen die voor doelgroepen worden gebouwd ook daadwerkelijk voor de doelgroep beschikbaar te houden, maar is geen instrument dat de bouw van woningen mogelijk maakt. Het bestemmingsplan (of straks omgevingsplan) kan regels bevatten met betrekking tot bijvoorbeeld sociale huurwoningen, geliberaliseerde woningen voor middenhuur en sociale koopwoningen. De regels in het bestemmingsplan kunnen alleen betrekking hebben op percentages woningbouwcategorieën in een plangebied. Het is dus het bestemmingsplan waarin de differentiatie wordt geregeld. De doelgroepenverordening werkt pas ‘door’ als de koppeling is gemaakt met het bestemmingsplan. Hiervoor moet in het bestemmingsplan een gebied worden aangeduid (op de verbeelding) waarbij in de bestemmingsplanregels wordt bepaald welk percentage voor welke woningbouwcategorie geldt in het betreffende gebied. Op die manier wordt gewaarborgd dat een bepaald percentage van een woningbouwcategorie (bijvoorbeeld 30% sociale huurwoningen) moet worden gebouwd

pagina

1/3

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 3b (CDA) Waarom is er gekozen om geen artikel op te nemen waardoor verhuurders/verkopers gehouden zijn om woningen in de sociale huur, middenhuur, sociale koop laag en sociale koop hoog uitsluitend te verhuren respectievelijk verkopen aan de doelgroep zoals omschreven in deze verordening? Antwoord In artikel 6 is de instandhoudingstermijn voor de verschillende doelgroepen geregeld. Daarmee is vastgelegd dat de woningen gedurende een bepaalde periode beschikbaar blijven voor de doelgroep. Vraag 4a (CDA) Hoe gaat het college de voorgestelde instandhoudingstermijn voor betaalbare koopwoningen-laag en hoog blijven gedurende ten minste 10 jaar na de eerste ingebruikname voor de doelgroep handhaven? Antwoord We willen de instandhoudingstermijn op diverse manieren borgen en monitoren. Ten eerste wordt de instandhoudingstermijn opgenomen in de onderliggende (anterieure) overeenkomsten. Bovendien wordt een meldingsplicht opgenomen. Wanneer woningen gedurende de voorgeschreven instandhoudingstermijn worden verkocht of verhuurd, dan moet een melding worden gedaan. Ten derde wordt bij betaalbare koopwoningen de instandhoudingstermijn via een koppelbeding contractueel vastgelegd. De notaris controleert dit bij de verkoop. Bovendien zullen we door middel van een steekproef controleren of aan de voorwaarden is voldaan.

Vraag 4b (CDA) Hoe gaat het college de prijsgrenzen voor sociale koopwoningen indexeren gedurende de instandhoudingstermijn? En hoe gaat zij dit doen voor middenhuurwoningen? Antwoord Voor de indexatie van de betaalbare koopwoningen kunnen we het volgende aangeven. Tot 2023 was de grens voor een betaalbare koopwoning gekoppeld aan de NHG-grens. Omdat deze grens te hard is gestegen is deze losgekoppeld en apart gedefinieerd als koopwoning met een koopprijs van ten hoogste € 355.000. Deze wordt bij ministeriële regeling jaarlijks per 1 januari gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex. Voor de hoogte van de middenhuur verwijzen wij naar artikel 1. Daarin staat dat het gaat om woonruimten met een aanvangshuurprijs boven de huurprijsgrens die minder of gelijk is de volgens de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimten gestelde maximale huurprijs voor 186 punten. Dat staat in 2023 gelijk aan €1123,13. Dit wordt landelijk geïndexeerd. Vraag 5 (TROTS) Op basis van welke inzichten is de norm van 0,8 vastgesteld? Antwoord Wij hebben deze norm bepaald in relatie tot de woningmarkt in Pijnacker-Nootdorp. Kijkend naar onze woningmarkt zien we dat kleinere woningen, vaak appartementen, tot deze prijs beschikbaar zijn. Zo zijn bijvoorbeeld appartementen in Wijck (centrumlijn) te koop voor €275.000.

Het is dus zowel gezien onze woningmarkt als de leencapaciteit van inwoners met een inkomen tot €66.000 een passende grens. De grens kan per gemeente verschillen. Vraag 6 (TROTS) Waarom hanteren wij de norm van 0,8 en kunnen we niet overgaan op 0,65 voor redelijkere prijzen voor betaalbare koopwoningen? Wat zouden de gevolgen kunnen zijn?

pagina

2/3

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord Wanneer de norm verlaagd wordt naar 0,65 dan betekent het dat onder betaalbare koopwoning-laag (in 2023) een woning met een prijs van maximaal €230.750 wordt verstaan. De doelgroep is dan aangewezen op een zeer kleine voorraad woningen. Het is van belang om te realiseren dat de doelgroepenverordening zich richt op het behouden van woningen voor doelgroepen. Het daadwerkelijk mogelijk maken van nieuwe woningen verloopt via het bestemmingsplan (zie ook vraag 3a van de CDAfractie). Vraag 7 (TROTS) Is er gekeken naar het gemiddelde inkomen van jongeren uit onze gemeente bij het vaststellen van de norm? Antwoord Nee, dat hebben we niet gedaan.

pagina

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13552000/1