Beantwoording beeldvormende vragen CDA en PPN - Huisvestingsverordening 2023
Tekst van het document
Memo
zaaknummer
1434435
berichtnummer
1282030
aan
raad
van
college
afschrift datum onderwerp status
7 juni 2023 Beantwoording beeldvormende vragen CDA en PPN over de Huisvestingsverordening 2023 Informatief
Op 6 juni hebben de fracties van het CDA en PPN schriftelijke vragen gesteld over de Huisvestingsverordening 2023. Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1. U geeft aan dat de toekomstbestendigheid van inschrijfduur als volgordebepaling raakt aan een fundamentele discussie over inschrijfduur als volgordebepaling. Daarbij geeft u aan dat er meer tijd nodig is om deze discussie goed te (kunnen) voeren met alle betrokken partijen. Hoeveel meer tijd verwacht het college hiervoor nodig te hebben? Antwoord Op dit moment zijn de woningcorporaties in Haaglanden bezig met een procesvoorstel. Onduidelijk is hoe lang spoor 2 gaat duren. Dat ligt ook aan de uitkomst van de discussie. Het proces duurt langer als we tot de conclusie komen dat we een heel ander systeem willen. Daarom is het van belang om deze discussie nu al te starten. Op die manier kunnen we ook met alle betrokken partijen in gesprek gaan. Omdat de woonruimteverdeling geautomatiseerd is, kosten wijzigingen in beleid ook tijd om in de praktijk door te voeren. Daarmee bestaat de kans dat de uitkomsten van de discussie pas landen in de verordening van 2027. Vraag 2.
In hoeverre verwacht het college dat spoor 1B en 2 parallel kunnen lopen? (Dat wil zeggen (1B) het meenemen nieuwe wet- en regelgeving in eerste herziening van de Huisvestingsverordening 2023 en (2) de voorbereiding en het voeren van de discussie over toekomstbestendigheid van het woonruimteverdeelsysteem. Antwoord Beide sporen moeten nu gestart worden. Spoor 1b vanwege de juridische consequenties van de nieuwe wetgeving. Spoor 2 vanwege de tijd die de discussie mogelijk gaat kosten. Wij denken dat deze sporen goed parallel kunnen lopen. Spoor 1b is wat praktischer ingestoken. In de nieuwe wet- en regelgeving zitten verplichte zaken die we als gemeente en regio moeten doorvoeren. Denk daarbij aan bijvoorbeeld verplichte urgentie categorieën en het maximum percentage voor lokaal maatwerk en urgenties. In spoor 2 willen we een bredere discussie voeren over de toekomstbestendigheid van het woonruimteverdeelsysteem. Deze discussie hoeft spoor 1b niet in de weg te zitten. Wel is het van belang dat wijzigingen in de wet- en regelgeving worden meegenomen in de discussie in spoor 2. Vraag 3. Kunt u aangeven wat de toevoeging van artikel 3:5 (f) voor praktische gevolgen heeft voor woningzoekenden (in B1)?
pagina
1/3
Memo
Antwoord Met dit artikel krijgen de gemeenten met meerdere lokale voorrangsregels de mogelijkheid om een volgorde af te stemmen en toe te passen. Uitgangspunt hierbij is dat regels die de schaarste verminderen (doorstroming verbeteren) boven regels komen die dit niet doen. Het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte is ook de basis van een huisvestingsverordening. Op dit moment zijn er in binnen de regio Haaglanden meer dan 30 lokale voorrangsregels. In sommige gemeenten kunnen er meerdere voorrangsregels tegelijk gelden voor 1 advertentie. Er is op dit moment geen duidelijke onderbouwing of afspraak waarom een bepaalde voorrangsregel boven een ander komt. Dit is lastig uit te leggen aan de woningzoekenden Binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp is er op dit moment maar 1 lokale voorrangsregel. Artikel 3.5f heeft dus nog geen gevolgen voor woningen die worden verhuurd binnen onze gemeente. Het is vooral een wijziging die voor de andere gemeenten in de regio van toepassing is. Vraag 4. Waarom is in deze verordening geen regeling opkoopbescherming opgenomen in de Huisvestingsverordening? Antwoord De voorgelegde wijzigingen gaan specifiek over de woonruimteverdeling. Dit is het gedeelte dat we regionaal afstemmen.
Voor de nieuwe verordening is samen met de woningcorporaties en huurdersverenigingen gekeken welke kleine aanpassingen er voor nu wenselijk zijn. De opkoopbescherming gaat over het behoud van de woningvoorraad. Dat is een hoofdstuk uit het “lokale gedeelte” van de huisvestingsverordening. Dit hoofdstuk is vorig jaar aangepast in het kader van ons beleid rondom verkamering en woningsplitsing. Voor het toepassen van de opkoopbescherming is een goede onderbouwing nodig. De maatregel moet noodzakelijk, geschikt en proportioneel zijn om de schaarste te bestrijden. Mede door ons beleid rondom verkamering, de relatief hoge woningprijzen, de stijgende rente en de wijzigingen in de overdrachtsbelasting zien wij het aantal particuliere huurwoningen niet toenemen. Daarom zien wij geen noodzaak om dit mogelijke probleem in deze verordening al op te pakken. Wel is de opkoopbescherming een van de instrumenten waarover we later dit jaar een advies willen geven (instrumentenkoffer). Vraag 5. In bijlage 2 blz. 49 (Was-wordt versie) valt te lezen dat de NHG-grens wordt gehanteerd als definitie voor betaalbare koop. (a) In hoeverre is deze grens nog accuraat? (b) Is het college bekend met de betaalbaarheidsgrens die het ministerie voor VRO heeft geïntroduceerd eind maart 2023? (c) In hoeverre is dit voor het college aanleiding om het beleid t.a.v.
betaalbare koopwoningen te herzien? Antwoord a) De NHG-grens wordt gebruikt voor het beschermen van de woningen tegen onder andere verkamering. Woningen tot de NHG-grens zijn bij ons schaars. Dit beleid is recent vastgesteld en nog steeds accuraat. b) Het ministerie heeft in maart inderdaad de NHG-grens losgekoppeld van de betaalbaarheidsgrens. De betaalbaarheidsgrens wordt gebruikt om aan te geven wat het ministerie ziet als betaalbaar. Dit is van belang voor de afspraken over nieuwbouw. c) In zowel het nationaal Programma Woningbouw als de regionale woondeal is de ambitie dat vanaf 2025 de programmering van gemeenten voor minimaal 2/3 deel bestaat uit betaalbare woningen. Bij toekomstige woningbouwprojecten moeten we dus al rekening houden met deze
pagina
2/3
Memo
betaalbaarheidsgrens. Maar dat staat los van de regels die wij over het behoud van de woningvoorraad hebben opgenomen in de huisvestingsverordening. Vraag 6. Is het College van plan om de gemeenteraad vroegtijdig te betrekken in de discussie over de gewenste veranderingen bij de eerste herziening van de Huisvestingsverordening n.a.v. nieuwe wet- en regelgeving en wanneer kan de raad een voorstel hiervoor verwachten? Antwoord Ja, zodra het procesvoorstel voor spoor 1b bekend is wordt dat gedeeld met de raad. Dit procesvoorstel wordt vastgesteld in de bestuurlijke tafel wonen. Uitgangspunt hierbij is ook dat de raden vroegtijdig betrokken worden. Vraag 7. Is het College van plan om de gemeenteraad vroegtijdig te betrekken in de discussie over de toekomstbestendigheid van het woonruimteverdeelsysteem en wanneer kan de raad een voorstel hiervoor verwachten? Antwoord Ja, zodra het procesvoorstel voor spoor 2 bekend is wordt dat gedeeld met de raad. Dit procesvoorstel wordt vastgesteld in de bestuurlijke tafel wonen. Uitgangspunt hierbij is ook dat de raden vroegtijdig betrokken worden.
pagina
3/3