Beantwoording beeldvormende vragen CDA D66 en Trots -Startnotitie parkeerbeleid
Tekst van het document
Memo
zaaknummer
1412423
berichtnummer
1255095
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
9 maart 2023 beantwoording beeldvormende vragen CDA, D66 en Trots informatief
Van de fracties van het CDA, D66 en Trots hebben wij beeldvormende vragen ontvangen over de startnotitie actualisatie parkeerbeleid. Hieronder treft u de beantwoording aan. Beeldvormende vragen fractie CDA 5c. Startnotitie parkeerbeleid Vraag 1 In de Startnotitie Actualisatie Parkeerbeleid komt het woord 'mobility hub' niet voor, terwijl er een concrete ambitie is bij het college om deze te realiseren bij het Centrumlijn-project. Kan het college toelichting geven waarom hier geen aandacht aan geschonken is in de startnotitie? Antwoord In de startnotitie wordt onder 3 (‘parkeerbeleid voor de bestaande woonwijken’) de vraag opgeworpen of de gemeente bewoners moet stimuleren tot minder autobezit, zodat er ruimte kan worden gevonden voor bijvoorbeeld meer groen in de wijken. En zo ja, hoe de gemeente dat zou kunnen doen en of stimulerende maatregelen zoals de aanbieding van deelmobiliteit hierin een rol kan spelen. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord in de komende parkeervisie zou deelmobiliteit in een mobility hub opgenomen kunnen worden. De mobility hub beschouwen we daarmee als een middel waarmee eventueel uitvoering gegeven kan worden aan het parkeerbeleid en is daarmee niet als een zelfstandig vraagpunt benoemd.
De mobilityhub had daarbij wel aangehaald kunnen worden als een voorziening waarin alternatieve mobiliteitsvoorzieningen – zoals deelmobiliteit- kunnen worden ondergebracht. Vraag 2 In het raadsvoorstel wordt bij van belang zijnde beleidskaders niet gerept over de parkeernormen-nota. Is deze hier bewust weggelaten? Zo ja, waarom? Antwoord De nota parkeernormen is niet bewust weggelaten. Onder het kopje kanttekeningen van de aanbiedingsnota is opgenomen dat verwacht wordt dat er na de vaststelling van de parkeervisie nog een uitwerking moet volgen in een nota parkeernormen. Vraag 3 Onder het kopje 'duurzaamheid' valt in het raadsvoorstel enkel te lezen dat 'parkeerbeleid een bijdrage levert aan de duurzame inrichting van de openbare ruimte'. a. Kan het college ingaan op of het parkeerbeleid ook een bijdrage kan leveren aan vraagstukken op het gebied van natuur en milieu? Daarbij valt te denken aan warmtestress en andere vormen van klimaatadaptatie (of natuur inclusief parkeren).
pagina
1/5
Memo
b. In de startnotitie erkent het college dat er sprake is van een dilemma daar er enerzijds wordt geroepen om meer parkeerplaatsen in de woonwijken, maar anderzijds wordt gehechte aan een groene woonomgeving. Neemt het college mogelijkheden voor meer 'groene' parkeerplekken ook mee? Antwoord 3a Deze vraag zien we graag beantwoord worden bij de totstandkoming van de parkeervisie. In dat kader verwijzen wij onder meer naar onderdeel 3 van de startnotitie: ‘In de huidige woonwijken is relatief veel ruimte in gebruik voor parkeren. Daarbij hebben veel woonwijken een hoge parkeerdruk. Dit leidt tot klachten van bewoners over een tekort aan parkeerplaatsen en parkeeroverlast door fout geparkeerde auto’s. Aanleg van extra parkeerplaatsen gaat echter ten koste van groen. Daarbij is voor de realisatie van de leefbaarheids-en klimaatambities ook fysieke ruimte nodig. In sommige gevallen hebben bewoners twee of meer auto’s, terwijl auto’s in Nederland gemiddeld 23 van de 24 uur stil staan . De gemeentelijke inzet op fietsen en reizen met het openbaar vervoer zal naar verwachting op de lange termijn leiden tot minder autobezit. Maar de vraag is wat in de tussentijd gedaan moet worden.
Moet de gemeente bewoners stimuleren tot minder autobezit, zodat er ruimte kan worden gevonden voor bijvoorbeeld meer groen in de wijken?’ Antwoord 3b Deze vraag moet bij de totstandkoming van de parkeervisie worden beantwoord. We verwijzen naar onderdeel 8 van de startnotitie (‘Vormgeving van parkeerplaatsen in relatie tot de ambities voor de ruimtelijke kwaliteit’). Hierin wordt de vraag opgeworpen wat de ambities van de Omgevingsvisie voor een groenere openbare ruimte betekenen voor de plek, uitstraling en vormgeving van parkeerplekken. En in onderdeel 10 (‘Hoe gaan we om met de parkeerdruk in de bestaande woonwijken’) wordt de vraag gesteld wat een acceptabele parkeersituatie in de woonwijken is. Beeldvormende vragen fractie D66 - Startnotitie parkeerbeleid De fractie van D66 is bezorgd over het grote aantal onderwerpen, dat in de startnotitie aan de orde komt en heeft de volgende vragen: Vraag 1 Richt de nota zich alleen op nieuwbouw of ook op de bestaande bebouwing? Antwoord De startnotitie richt zich zowel op nieuwbouw als op de bestaande bebouwing. We verwijzen hiervoor naar de onderdelen 1 ‘(vraagvolgend of vraagsturend beleid bij nieuwe ontwikkelingen?’), 2 (‘parkeerbeleid voor de komende woningbouwlocaties’) en 3 (‘parkeerbeleid voor de bestaande wijken’).
Vraag 2 Op welke concrete vragen gaat de parkeervisie een antwoord geven? Antwoord De beantwoording van alle in de startnotitie opgenomen vragen moet leiden tot nieuw parkeerbeleid en een parkeervisie. Vragen TROTS betreffende Startnotitie Parkeerbeleid Vraag 1 Wat is de oorzaak dat de in de nota genoemde aantal personenauto’s niet overeenkomen met die van de open bron van het CBS? Worden de lease auto’s ook meegenomen in de telling? En zijn de cijfers
pagina
2/5
Memo
onder te verdelen per type kenteken (geel, wit, grijs, blauw)? Bron: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/37209hvv/table?searchKeywords=pijnacker Antwoord Er is gebruikt gemaakt van een CBS-bestand (‘personenauto’s per gemeente en provincie; aantal voertuigen en gemiddeld jaarkilometrage, 2019’). Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen het aantal auto’s op benzine, diesel & overig en volledig elektrisch. De gegevens zijn afkomstig uit de Basisregistratie Voertuigen. De Basisregistratie Voertuigen wordt onderhouden door het RDW (Dienst Wegverkeer). De Basisregistratie Voertuigen, is een integraal register met technische gegevens van motorvoertuigen, zoals gewicht, bouwjaar en brandstof. De RDW registreert gegevens van voertuigen, hun eigenaren/houders en de afgegeven documenten. Leaseauto’s kunnen of op naam van de leasemaatschappij of op naam van de leasenemer. We gaan ervan uit dit verschil bepaalt of een leaseauto wel of niet in dit overzicht is opgenomen. Vraag 2 Wordt onder het begrip “Vergunning parkeren” ook de blauwe zones voor parkeren voor een beperkte tijdsduur bedoeld? Antwoord Ja. Vraag 3 Wordt de parkeergarage bij winkelcentrum Keijzershof niet beschouwd als dure parkeergarage? Antwoord De investering voor een gebouwde parkeervoorziening ligt hoger dan voor parkeerplaatsen in de openbare ruimte.
Vraag 4 Wordt de MobiliteitsHub voor het bouwplan Centrumlijn Noord, voldoende groot om in de toekomst zowel voor bewoners als voor gebruikers van het OV in voldoende mate te voorzien? Antwoord Voor deze hub wordt in april 2023 een voorstel aan u voorgelegd. Vraag 5 In de beleidsnotitie wordt een positief beeld geschetst met betrekking tot deelmobiliteit. Kan de wethouder aangegeven waarop dit is gebaseerd? Graag onderbouwd met onderzoek en cijfers. Antwoord De informatie is afkomstig van: -
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), 2015, Effecten van autodelen op mobiliteit en CO2uitstoot. Het Kennisinstituut voor Mobiliteit (KiM), 2021, Deelauto en deelfietsmobiliteit in Nederland.
Vraag 6 Welke aanname is gedaan met betrekking tot het moment waarop inwoners hun auto verkopen en gebruik gaan maken van deelvervoer? Antwoord Er is geen aanname gedaan.
pagina
3/5
Memo
Vraag 7 De historische cijfers van het CBS geven een toename van het aantal voertuigen per huishouden in de Gemeente Pijnacker-Nootdorp aan. Wordt dit meegenomen in het parkeerbeleid? Antwoord Deze vraag nemen we mee bij de beantwoording van onderdeel 1 van de startnotitie (vraagvolgend of vraagsturend parkeerbeleid bij nieuw ontwikkelingen?) Vraag 8 Zijn bij de telling van het aantal parkeerplaatsen de parkeerplaatsen op eigen terrein en in mandelige gebieden meegeteld? Antwoord De telling richt zich ook op privéparkeerplaatsen, voor zover zichtbaar vanaf de openbare weg of toegankelijk. Vraag 9 Hoe verhoudt het parkeerbeleid zich tot een demografische samenstelling van een wijk? Te denken aan oudere kinderen die thuis wonen, etc. Antwoord Deze vraag moet bij de totstandkoming van het parkeerbeleid worden beantwoord. In dat kader wordt verwezen naar onderdeel 10 van de startnotitie, waarin de vraag wordt opgeworpen hoe we om willen gaan met de parkeerdruk in de bestaande wijken. Vraag 10 In hoeverre worden de bevindingen van de handhaving met betrekking tot parkeeroverlast meegenomen in de aanpassing van het parkeerbeleid? Antwoord We gaan de beelden over parkeeroverlast ophalen. De uitkomsten zullen moeten leiden tot een afweging of aanpassing van het parkeerbeleid noodzakelijk is.
Vraag 11 Welke variabelen worden meegenomen in het bepalen van het aantal parkeerplaatsen? Antwoord We kunnen deze vraag nog niet beantwoorden, omdat eerst de vraag moet worden beantwoord of de parkeernormen flexibel gemaakt zouden moeten worden en in welke gevallen er dan aanleiding is om de normen aan te passen (zie onderdeel 11 van de startnotitie). Vraag 12 Wat is het effect op het gebruik van deelscooters nu voor deze categorie deelvoertuigen de helmplicht is ingevoerd? Antwoord We hebben geen actueel beeld hiervan. I&O Research en Arcadis (2020) hebben in opdracht van het Ministerie van I&W onderzoek gedaan naar dit effect. Zij geven aan dat ongeveer de helft (51%) van de snorfietsgebruikers op een andere manier zal gaan reizen. Ongeveer 35% stapt over op een ander vervoersmiddel en 16% laat de snorfiets ombouwen tot een bromfiets. Indien de verwachting uit het onderzoek van I&O Research uitkomen, zal
pagina
4/5
Memo
de helmplicht een negatief effect hebben op het gebruik van snorfietsen. In dat geval zal dat naar verwachting ook gelden voor deelscooters.
pagina
5/5