CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen CDA, D66 en FG - Startnotitie visie op sociaal domein

Raad Beeldvorming 11 mei 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen april 20233.467 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

zaaknummer

1420507

berichtnummer

1263727

aan

de raad

van

het college

afschrift datum onderwerp status

6 april 2023 Beantwoording beeldvormende vragen startnotitie visie op het sociaal domein informatief

Door de fracties van het CDA, D66 en de fractie Graafland zijn vragen gesteld over de startnotitie visie op het sociaal domein (agendapunt 6c). Hieronder treft u de beantwoording aan: Vraag 1 CDA Hoe verhoudt de in de aanbiedingsnota onder het kopje wat willen we bereiken onderwerpen, bestaanszekerheid, kansengelijkheid en positieve gezondheid tot de eerder gestelde kaders voor de thans geldende visie op het sociaal domein 2013 en grip op het sociaal domein met haar maatregelen? Antwoord De Visie op het sociaal domein 2013 is opgesteld in het licht van de decentralisaties in het sociaal domein. Hierbij kreeg onze gemeente nieuwe taken op grond van de Participatiewet, jeugdhulp, extramurale begeleiding en persoonlijke verzorging en passend onderwijs. Met deze nieuwe taken ging een stevige bezuiniging gepaard. De kaders hebben ons geholpen met de herinrichting van het sociaal domein. Het vertrekpunt voor de transformatie in het sociaal domein is nog actueel: Door meer taken op het gebied van werken, meedoen, welzijn, opgroeien en opvoeden bij de gemeente neer te leggen, kunnen inwoners in een vroeger stadium, beter en dichter bij huis geholpen kunnen worden. De ontwikkelingen en opgaven waar onze samenleving en organisatie voor staan, zijn echter anders dan tien jaar geleden.

De thema’s bestaanszekerheid, kansengelijkheid en positieve gezondheid vormen de kapstok voor een samenhangende benadering van maatschappelijke problemen en van de verschillende wettelijke domeinen (zoals de Participatiewet, de WMO, jeugdhulp, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de wet Inburgering, -passend- onderwijs, welzijn en gezondheid etc.). Dit wordt onderschreven door o.a. de VNG en Divosa. Vraag 2 CDA Kan het college onderbouwen, waarom zij heeft gekozen voor deze drie thema’s bestaanszekerheid, kansengelijkheid en positieve gezondheid? (8.2.3. startnotitie) Het staat o.i. haaks op de opmerking op pagina 3 waar u stelt dat u voor het hele sociale beleid een nieuwe stip op de horizon wilt zetten. Daarnaast worden in het raadsakkoord meerdere onderwerpen benoemd en ruimte gelaten voor anderen. Antwoord In het raadsakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 Pijnacker-Nootdorp ‘Bouwen aan de toekomst’ heeft uw raad meegegeven, dat we voor ons hele sociale beleid over de volle breedte van het sociaal domein een nieuwe stip op de horizon gaan zetten. De thema’s bestaanszekerheid, kansengelijkheid en positieve gezondheid zijn ook opgenomen in het hoofdlijnenakkoord als thema’s die in de nieuwe visie aan de orde moeten komen.

Net als uw raad zijn wij van mening dat door in deze drie thema’s te investeren, onderliggende oorzaken van problematiek in samenhang kunnen worden aangepakt om toe te werken naar (citaat omgevingsvisie:) een inclusieve gemeente. Dat betekent dat iedereen op zijn of haar eigen wijze meedoet in de samenleving. Door ieders talenten naar vermogen aan te spreken staat er niemand

pagina

1/8

Memo

aan de kant. De eigen kracht van inwoners en het omzien naar elkaar is de basis voor de gemeenschap en wordt gestimuleerd en gefaciliteerd in zowel de fysieke als sociale leefomgeving. Met de gekozen thema’s willen we juist een nieuwe stip op de horizon zetten voor het gehele sociale beleid. De thema’s bestaanszekerheid, kansengelijkheid en positieve gezondheid vormen immers de kapstok voor een samenhangende benadering van maatschappelijke vraagstukken en van de verschillende -wettelijke- domeinen (zoals de Participatiewet, de WMO, jeugdhulp, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet inburgering, -passend- onderwijs, welzijn en gezondheid etc.). Zoals uit pagina 9 van de startnotitie blijkt, hebben wij naast deze drie thema’s oog voor alle kaders, opgaven (kinder-armoedebeleid, sociale cohesie, inclusie, antidiscriminatie, vluchtelingenbeleid, ondersteuning van gezinnen, dementie, normaliseren en respijtzorg) en doelgroepen (mensen met psychische problemen, jongeren, ouderen, mantelzorgers, vrijwilligers en mensen uit de LHBTIQ+ gemeenschap) die zijn meegegeven in het raadsakkoord op hoofdlijnen en de omgevingsvisie. Deze worden verder uitgewerkt onder de ‘kapstok’ bestaanszekerheid, kansengelijkheid en positieve gezondheid.

Vraag 3 CDA Kunt u duiden hoe groot het probleem bestaanszekerheid, kansengelijkheid is in Pijnacker-Nootdorp ten opzichte van de kwetsbaren ouderen en jongeren? Kunt u dit aangeven hoeveel inwoners vallen onder deze groepen? Antwoord Het sociaal domein bedient vele gezichten: van jongeren met een licht verstandelijke beperking, tot ouderen met dementie. Van ouders met zorgen over een verslaafde puber tot mantelzorgers die overbelast dreigen te raken. Hoeveel inwoners binnen deze groepen vallen is moeilijk te duiden. Vaak is sprake van problematiek op meerdere leefgebieden. Op dit moment zien we dat circa 5% van de inwoners kwetsbaar is. Circa 15% van de inwoners is potentieel of incidenteel kwetsbaar. De demografische ontwikkeling (waaronder bijvoorbeeld de toenemende vergrijzing en het aantal vluchtelingen) zal leiden tot een grotere vraag naar ondersteuning en hulp binnen het sociaal domein. Vraag 4 CDA Kunt u aangeven in het sociaal domein (onderdeel: jeugdwet, WMO, participatiewet, wet schuldhulpverlening, wet inburgering) hoeveel inwoners gebruik maken per “onderdeel” en waar de meeste kosten mee zijn gemoeid? Antwoord: In verschillende documenten informeren wij uw raad over deze gegevens.

In 2022 hebben wij u- onder andere- de onderstaande documenten toegestuurd: Voortgangsrapportage Schuldhulpverlening, vroegsignalering en hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire, zaaknummer 1391317, verzonden op 20 december 2022 Monitor Sociaal Domein, zaaknummer 1349365, verzonden op 18 oktober 2022 Jaarrekening 2021, vastgesteld door uw raad op 7 juli 2022 Voortgangsrapportage Jeugdzorg 2018- 2021, zaaknummer 1349366, verzonden op 07-07-2022 Regiovisiemonitor Jeugdhulp H10 2021, zaaknummer 1349366, verzonden op 07-07-2022 Voortgangsrapportage interventieplan Grip op het sociaal domein 2021, zaaknummer 1380230, verzonden op 03-11-2022. Jaarverslag participatie 2021, zaaknummer: 1338489, verzonden op 31 mei 2022. Bestedingsvoorstel Wet inburgering 2022, zaaknummer: 1263053, verzonden op 22-07-2021.

pagina

2/8

Memo

De meeste kosten zijn gemoeid met de uitgaven voor Participatie, de WMO en jeugdhulp. Zie de tabel hiernaast. N.b. de stijgende uitgaven voor particpatie zijn te verklaren door de uitbetaling van de energietoeslag. Hier stonden evenhoge inkomsten tegenover.

Vraag 5 CDA Kunt u aangeven van de 1700 kinderen er gebruik maken van de jeugdzorg en hoeveel van de jeugdhulp? Antwoord Sinds de decentralisatie (2015) wordt het begrip jeugdzorg gebruikt als verzamelterm voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Alle kinderen met jeugdhulp ontvangen dus een vorm van jeugdzorg. In de praktijk worden jeugdzorg en jeugdhulp vaak door elkaar heen gebruikt. Vraag 6 CDA In hoofdstuk 5 zien wij een opsomming van nieuwe ontwikkelingen, o.a. ‘recht op zorg’, positie en strategie in (regionale) samenwerkingsverbanden. Waarom zijn deze niet nader uitgewerkt in voorstellen voor de raad, dan wel thematisch bij de vraagstelling? Antwoord Het recht op zorg (zorgplicht) is opgenomen in diverse wetten. Voorbeelden voor onze gemeente zijn de Participatiewet, de WMO en de Jeugdwet. Uw raad is vanuit deze wetten bevoegd om bij verordening regels vast te stellen voor de inwoners binnen de gemeente. Deze verordeningen worden dan ook regelmatig ter besluitvorming aan u voorgelegd. Actuele voorbeelden zijn: -

de Verordening tot vijfde wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2018, welke uw raad in januari 2023 heeft vastgesteld; de Verordening tot eerste wijziging van de Verordening jeugdhulp gemeente PijnackerNootdorp 2020, welke uw raad in december 2022 heeft vastgesteld; de Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Pijnacker-Nootdorp 2021, welke uw raad in juni 2021 heeft vastgesteld.

In februari 2021 heeft ons college een regionale netwerkstrategie vastgesteld, in de vorm van een regionale agenda sociaal domein 2021. Uw raad is hierover in februari 2021 geïnformeerd. https://pijnacker-nootdorp.raadsinformatie.nl/modules/1/Ingekomen%20stukken/650513 In paragraaf 5.3 van de startnotitie beschrijven we een ontwikkeling die erom vraagt (opnieuw) na te denken over onze positie en strategie in (regionale) samenwerkingsverbanden. Op pagina 8, laatste alinea, staat beschreven dat de herijking van de netwerkstrategie in uitvoeringsagenda van de visie op het sociaal domein wordt opgenomen. Vraag 7 CDA U wilt geen hek plaatsen om het sociaal domein (Pag. 4 aanbiedingsnota), maar kunt u aangeven hoe u dit als organisatie in de toekomst wilt oppakken? Is er ook gekeken om onderwijs, sport onder het sociaal domein te laten vallen? Daarnaast hoe verbindt je de woonvisie, woon/zorgvisie, omgevingsvisie in relatie met sociaal domein me elkaar?

pagina

3/8

Memo

Antwoord De samenleving kent geen hekken en zo willen wij vraagstukken ook benaderen. In paragraaf 2 van de startnotitie hebben we aangegeven dat wij een sterke verbondenheid zien met de domeinen wonen, onderwijs, economie, ruimtelijke ontwikkeling en openbare orde en veiligheid. Graag gaan wij tijdens themasessie voor de raad (als onderdeel van het participatietraject, zie paragraaf 8.2.5. van de startnotitie) met uw raad in gesprek over deze vragen. Vraag 8 CDA Waarom is gekozen om deze vragen te stellen (pag. 11 startnotitie)? Antwoord De nieuwe visie op het sociaal domein is van invloed op inwoners, cliënten, subsidiepartners, overige partners, aanbieders en onze interne organisatie. De visie op het sociaal domein ontwikkelen we dan ook samen met inwoners (inclusief belangenverenigingen), medewerkers, (maatschappelijke)partners en aanbieders. Door het stellen van deze vragen krijgen we een goed beeld van de ideeën, behoeften, toekomstbeelden, kansen en prioriteiten voor de diverse doelgroepen en partijen binnen de gemeente. Dit geeft input voor het bepalen van de ambities, de gewenste maatschappelijke effecten, de prioriteiten en de activiteiten die nodig zijn de doelen te bereiken. Vraag 9 CDA Wanneer gaat u in overleg met de raad over de genoemde drietal zaken, informatievoorziening raad, herijking netwerkstrategie en de uitwerking van omgevingsprogramma’s? (pag.

8 startnotitie) Antwoord De startnotitie geeft uw raad de gelegenheid om hierover vooraf het gesprek aan te gaan. Daarnaast worden elementen verwerkt in de visie op het sociaal domein en de uitvoeringsagenda daarvan. Vraag 1 D66 Op bladzijde 7 van de Startnotitie lezen we onder punt 5.3. laatste alinea: "Bij het werken aan deze complexe (lokaal overstijgende) maatschappelijke vraagstukken wordt de beïnvloeding (gedragsverandering) van de zorgsector als grote uitdaging gezien. Dit maakt dat een visie en sturing op de samenwerking in (regionale) netwerken steeds belangrijker wordt. Dit vraagt ons (opnieuw) na te denken over onze positie en strategie in (regionale) samenwerkingsverbanden. Onze vraag: kan het College dit met een voorbeeld duiden? We zien bijvoorbeeld de veranderingen in H10 Jeugdhulp organisatie. Voorschoten eruit, Den Haag die een groot deel van de ambulante jeugdhulp per 1.1.2024 lokaal gaat inkopen. Zijn er meer van dit soort veranderingen te verwachten? Antwoord Een recent voorbeeld is het uittreden uit de H6 regio en het toetreden tot de H5 regio op het gebied van de Wmo. De onzekerheid over toekomst van de H6 en de positie van Pijnacker-Nootdorp in de H6 hebben ertoe geleid dat we zijn gaan nadenken over andere mogelijkheden voor regionale samenwerking.

Met de gemeenten Delft, Westland, Midden-Delfland en Rijswijk (destijds: H4) werkten we al samen aan grote strategische thema’s zoals dementie en ouderenzorg, een congruente zorgregio, en beschermd wonen, beschermd thuis & maatschappelijke opvang. Op basis van de positieve ervaringen met deze samenwerking, gecombineerd met het hoge ambitieniveau, is in 2021 besloten om toe te treden tot de H5. Andere veranderingen zijn nu nog niet voorzien. Vraag 2 D66 Op bladzijde 9 wordt vervolgens een definitie gegeven van wat er onder positieve gezondheid wordt verstaan: " Positieve gezondheid is een benadering waarbij gezondheid niet meer alleen wordt gezien als de af- of aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke,

pagina

4/8

Memo

emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te geven". Kan het College deze tekst met voorbeelden verduidelijken? Wat wordt hier precies mee bedoeld en/of onder verstaan? Antwoord Bij Positieve Gezondheid gaat het niet alleen om lichamelijke klachten, maar ook om het vermogen om je aan te passen, welbevinden, eigen regie, veerkracht, participatie en zingeving. Gezondheid is meer dan niet ziek zijn. Positieve Gezondheid is een bredere domein overstijgende kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes dimensies en gaat uit van wat mensen nog wel kunnen. Met die bredere benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. In de landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024 is het volgende opgenomen: ‘’De problemen die achter een verminderde gezondheid schuilgaan, gaan verder dan het gezondheidsdomein. Armoede, schulden, problemen rondom huisvesting, eenzaamheid, werkloosheid, een beperking, een praktische opleiding of de kwaliteit en de inrichting van de leefomgeving hebben allemaal invloed op hoe gezond je bent en hoe gezond je je voelt’’.

Vraag 1 fractie Graafland Is het wijs en raadzaam om € 75.000 extra uit te geven voor beraadslaging en ideeën ophalen voor een visie op 2050 terwijl in de afgelopen 3 jaar al is gebleken dat eerdere ideeën over veiligheid en milieu compleet een nieuwe wending hebben gekregen? Antwoord Wij hebben een bedrag van € 75.000 geraamd voor de ontwikkeling van de nieuwe visie op het sociaal domein inclusief het participatieplan. Dit is wat ons betreft een realistisch bedrag om uitvoering aan dit proces te kunnen geven, terwijl tegelijkertijd ook andere ambities en going concern door kunnen gaan. Uiteindelijk is het aan uw raad om dit bedrag beschikbaar te stellen. Graag willen wij u meegeven dat geen visie wordt ontwikkeld voor 2050. De nieuwe visie zal na vaststelling in 2024 worden geïmplementeerd en geeft een geactualiseerde stip op de horizon, die houvast geeft bij actuele vraagstukken.

Vraag 2 fractie Graafland Op pagina 5 geeft het rapport aan dat de nieuwe visie nodig is omdat “is in de tussentijd veel ervaring opgedaan, zijn we tegen vraagstukken aangelopen en hebben accentverschuivingen plaatsgevonden.” Hoe ziet het college een toegevoegde waarde in de ontwikkeling van een gemeentelijke visie over 2050 op ‘accentverschuivingen’ terwijl de landelijke politiek, milieu en klimaat lijkt af te stevenen op een al dan niet spreekwoordelijke ‘aardverschuiving’ ver (?) voor 2040? Antwoord Zie het antwoord op vraag 1.

pagina

5/8

Memo

Vraag 3 fractie Graafland Kan het college toelichten dat ideeën over de toekomst van het sociaal Domein niet bij de eigen medewerkers en maatschappelijke partners opgehaald kan worden? Ik bedoel: de 80-plusser van de toekomst is nu nog 55 en die komt waarschijnlijk niet naar de bijeenkomst. De mensen die nu niet zelfstandig redzaam zijn doorgaans ook niet. Die mensen hebben al genoeg zorgen in het nu. Je treft hooguit de ouders van een gehandicapt kind want die maken zich (terecht) zorgen over de zorg over 25 jaar. In hoeverre is het praktischer om met die mensen, of de mensen die hen nu al begeleiden een persoonlijk gesprek aan te gaan. In plaats van thema bijeenkomsten en of ‘een conferentie’ Antwoord Door participatie willen we inzicht krijgen op de ideeën, behoeften, toekomstbeelden, kansen en prioriteiten van alle betrokkenen. De nieuwe visie op het sociaal domein ontwikkelen we daarom, met inwoners, (belangenverenigingen), medewerkers, (maatschappelijke)partners, ASD, uw raad en aanbieders. Hiervoor verwijzen we u naar paragraaf 8.2.2 van de startnotitie. Tevens verwijzen we u naar het antwoord op vraag 1.

Vraag 4 fractie Graafland De huidige beleidsuitgangspunten van de huidige visie Sociaal Domein (2013) onder nummer 6 is “het budget(plafond) is leidend.” Waarom dan nu het voorstel voor deze extra uitgave van € 75.000, terwijl er waarschijnlijk bij de burger andere problemen (energienota, verduurzaming, betaalbare (sociale) woningen prevaleren? Antwoord Dit budget(plafond) gaat over de structurele inkomsten en uitgaven in het sociaal domein. Door de zorgplicht die wij als gemeente hebben, is dit uitgangspunt in de praktijk- in het verleden- lastig uitvoerbaar gebleken. In de eerste jaren na de decentralisaties hebben wij de uitgaven in het sociaal domein dan ook zien stijgen. Mede door de het interventieplan ‘Grip op het sociaal domein’, waarmee een scherpe focus is gelegd op normaliseren, preventie, integraal samenwerken en innoveren, is het gelukt de kwaliteit van onze dienstverlening te verhogen en grip te krijgen op de kostenontwikkeling in het sociaal domein. Met het oog op de sterke vergrijzing en de overige (kosten)ontwikkelingen is het zaak een gezamenlijke koers te bepalen waarbij inwoners in een kwetsbare situatie kunnen blijven rekenen op ondersteuning, binnen verantwoorde financiële kaders.

Vraag 5 fractie Graafland Onder punt 5.1 wordt gesproken over een demografische ontwikkeling waarbij alle leeftijdsgroepen tot en met 64 jaar in de gemeente afnemen en de 65-plussers en vooral de 75-plussers groeien (lees verdubbelen) in 2050. In hoeverre is het dan logisch om uit te blijven gaan van 5% kwetsbaren en 80% zelfredzamen. Antwoord: De verhouding tussen circa 5% kwetsbaren en circa 80% zelfredzamen beschrijft de huidige situatie. Paragraaf 5.1 gaat over toekomstige ontwikkelingen. De vergrijzing zal leiden tot een grotere vraag naar ondersteuning en hulp binnen het sociaal domein. Vooral bij de Wmo zal dit goed voelbaar zijn. Het antwoord op de door u gestelde vraag zal een plek krijgen in de nieuwe visie op het sociaal domein. Vraag 6 fractie Graafland Kan de wethouder toelichten hoe de visie van 5% kwetsbaren bij een sterk vergrijsde bevolking binnen P-N gelijk kan blijven met de gegevens van 2013?

pagina

6/8

Memo

Antwoord Zie het antwoord op vraag 5 Vraag 7 fractie Graafland Op pagina 6 staat dat de herverdeling van het gemeentefonds tot en met 2025 redelijk zeker zijn en dat ze onzeker zijn na 2026. Is het ook om deze reden niet raadzaam een herijking van de visie over de komende jaren en de jaren na 2040 voorlopig uit te stellen totdat duidelijk is hoe de landelijke politiek een consistent beleid heeft vastgesteld? Antwoord Wat ons betreft vraagt deze onzekerheid om een proactieve houding. Het interventieplan heeft ons geleerd, dat door met een scherpe focus in te zetten op normaliseren, preventie, integraal samenwerken en innoveren de kwaliteit van onze dienstverlening is verhoogd en de stijgende kostenontwikkeling is afgevlakt. Vraag 8 fractie Graafland De hervormingsagenda Jeugd 2022-2028 verdient beslist extra aandacht. Dat hoeft niet te wachten op een totaal nieuwe visie op het Sociaal Domein. Kan het college toelichten waarom de hervormingsnota Jeugd 2022-2028 beter kan wachten op de conferenties en themabijeenkomsten in de loop van het 2023-2024? Antwoord De landelijke Hervormingsagenda Jeugd komt voort uit de bestuurlijke afspraken die de VNG en het Rijk op 2 juni 2021 over de jeugdhulp hebben gemaakt. Deze wordt zowel op landelijk, regionaal en lokaal niveau geïmplementeerd.

Er is dus geen sprake van dat de uitvoering van de Hervormingsagenda wordt uitgesteld gedurende de ontwikkeling van de nieuwe visie. Sterker nog, de Hervormingsagenda zal input geven voor de nieuwe visie. Wel gaat de Hervormingsagenda gepaard met een bezuiniging die oploopt tot ruim € 800.000 vanaf 2025. Hoe om te gaan met deze en andere financiële ontwikkelingen binnen het sociaal domein, is een van de vragen waar we met de nieuwe visie op in willen spelen. Vraag 9 fractie Graafland Onder ‘Meer taken voor de gemeenten” op pagina 7 geeft het college aan dat er meer taken naar de gemeente gaan komen zoals de huisvesting van de hoge instroom van vluchtelingen. Dat is een maatschappelijk complex vraagstuk waarvoor het college goed moet nadenken over onze positie en strategie. Kan het college toelichten wat de reden is om dit zeer actuele punt niet direct te beoordelen en te wachten tot een nieuwe toekomstvisie Sociaal Domein 2050? Antwoord Dit vraagstuk heeft uiteraard de aandacht van ons college. Beleidsontwikkelingen met een wettelijke grondslag of (maatschappelijke) prioriteit vinden ook gedurende het ontwikkelen van de nieuwe visie op het sociaal domein doorgang. Denk hierbij aan de doordecentralisatie van Beschermd Wonen en Beschermd Thuis. Vraag 10 fractie Graafland Onder ‘Veranderende samenleving’ uit het college terechte zorgen over de veranderende samenleving.

Die zorgen over het veranderen beperken zich helaas niet tot P-N. Kan het college toelichten wat de reden is voor een eigen (plaatselijk) onderzoek met themabijeenkomsten en conferenties in plaats van deel te nemen aan landelijke conferenties daarover. Als er geen landelijke conferenties of informatiedagen daarover komen voor de wethouder en ambtelijke ondersteuning, zou het aandringen op zo’n landelijke conferentie binnen VNG dan niet meer effectief zijn?

pagina

7/8

Memo

Antwoord Ons college en de ambtelijke organisatie participeren in landelijke en regionale netwerken. Ook worden (landelijke) bijeenkomsten georganiseerd en bezocht en worden werkbezoeken bij organisaties en andere gemeenten afgelegd. We willen graag leren van ervaringen van andere gemeenten en organisaties. Net als dat andere gemeenten willen leren van de goede ervaringen die wij hebben opgedaan. Deze informatie wordt ingebracht bij de ontwikkeling van de nieuwe visie op het sociaal domein. Om goed aansluiting te vinden met onze lokale situatie, zetten wij in op een participatietraject waarin we graag in gesprek gaan met inwoners, medewerkers, maatschappelijke partners, ASD, uw raad en aanbieders. Vraag 11 fractie Graafland Waarom moet er extra budget komen uit het energiefonds? Zijn dit geen zaken van “staand beleid” die passen binnen het beleidscyclus en zouden moeten passen binnen de huidige begroting dat opgebouwd volgens het principe van plan-do-act-check? Antwoord: Wanneer u de energietoeslag bedoelt: de energietoeslag is in 2022 en wordt in 2023 aanvullend beschikbaar gesteld vanuit het Rijk en uitgevoerd door gemeenten.

pagina

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12684515/1