Beantwoording beeldvormende vragen CDA - Bestendiging voorkeursrecht op grond van artikel 9.1 lid 1 aanhef en sub c Omgevingswet
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1609759
berichtnummer
1469871
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
11 september 2025 Beantwoording beeldvormende vragen over bestendiging voorkeursrecht op grond van artikel 9.1 lid 1 sub c Omgevingswet Informatief
Door de CDA-fractie zijn vragen gesteld over de bestendiging van het voorkeursrecht op grond van artikel 9.1 lid 1 sub c Omgevingswet (agendapunt ). Hieronder treft u de beantwoording aan. Bij kanttekening 5 (van de aanbiedingsnota) wordt gesproken over een realisatie van een bedrijfsverzamelgebouw (aanvraag omgevingsvergunning) en is door de betreffende grondeigenaar al reeds bezwaar gemaakt tegen het voorkeursrecht. Hierbij heeft het CDA 3 vragen: Vraag 1 Is de aanvraag al reeds/ondertussen afgehandeld? Zo nee, wanneer wel en wat is de eventuele uitkomst? Zo ja, wat is de uitkomst? Antwoord De aanvraag voor een omgevingsvergunning is momenteel nog in behandeling. Vooralsnog kan geen uitspraak worden gedaan over het moment waarop een besluit zal worden genomen, omdat wij in afwachting zijn van een advies. Zonder dit advies is het niet mogelijk om de aanvraag inhoudelijk te beoordelen, waardoor ook geen uitspraken kunnen worden gedaan over de uitkomst. De verwachting is dat dit advies binnen afzienbare tijd beschikbaar wordt gesteld. Vraag 2 Is de juridische impact van het bezwaar reeds bekend? Zo ja, wat is de uitkomst hiervan? Zo nee, wanneer wel en kan het college aangeven wat de mogelijke/eventuele gevolgen voor de gemeente zijn? Antwoord De juridische gevolgen van het ingediende bezwaarschrift zijn op dit moment nog niet bekend.
De inhoudelijke behandeling van het ingediende bezwaar door de bezwaarschriftencommissie heeft nog niet plaatsgevonden. Afhankelijk van de uitkomst van deze behandeling kan het college besluiten het eerder genomen besluit tot vestiging van het voorkeursrecht te heroverwegen dan wel te handhaven. Het college is niet gebonden aan het advies van de commissie en beslist zelfstandig over de verdere afhandeling. Indien de grondeigenaar zich niet kan verenigen met het uiteindelijke besluit van het college, kan zij beroep in stellen bij de rechtbank. Vraag 3 Indien de omgevingsvergunning wordt verleend. Wat zijn mogelijke gevolgen voor de ontwikkeling van Oranjepark? Antwoord
pagina
1/2
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Indien en zodra de omgevingsvergunning wordt verleend, krijgt de grondeigenaar de bevoegdheid om het bouwplan met bedrijfsunits en maximaal één bedrijfswoning ten uitvoer te brengen. De realisatie van deze ontwikkeling heeft effect op het beoogde woningbouwblok in dit gedeelte van Oranjepark.
pagina
2/2