Beantwoording beeldvormende vragen CDA - Beheerplan baggeren
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1496181
berichtnummer
1347370
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
14 maart 2024 Beantwoording beeldvormende vragen over vragen over Beheerplan baggeren 2024-2027 Informatief
Door de CDA-fractie zijn beeldvormende vragen gesteld over het Beheerplan baggeren 2024-2027 (agendapunt 5a). Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1 We constateren dat de risico's op PFAS-, chloride- en het gehalte "overige vreemde stoffen" steeds groter wordt. Wordt hierop momenteel risicomanagement gevoerd? Kan het college haar antwoord toelichten? Antwoord De gemeente voert hierop geen risicomanagement. Wel brengt het Hoogheemraadschap van Delfland (hierna Delfland) de risico’s in kaart middels de strategie microverontreinigingen binnen het beheergebied van Delfland. Microverontreinigingen zijn complexe probleemstoffen waarover weinig bekend is, medicijnresten, microplastics (en nano-deeltjes) en opkomende stoffen (inclusief de zeer zorgwekkende stoffen). Delfland werkt aan een gestructureerde strategische aanpak om deze mogelijke probleemstoffen in het watersysteem en de waterketen tegen te gaan. Delfland wil met maatregelen de waterkwaliteit verbeteren door onder andere microverontreinigingen in het watersysteem te verminderen of te verwijderen. Vraag 2 Welke factoren en/of oorzaken zijn er voor de verzilting waaraan wordt gerefereerd? Antwoord Droogte, ligging nabij kust en diepe polders. Een deel van de gemeente ligt in lagergelegen delen, enkele meters onder zeeniveau. In deze gebieden veroorzaakt zoute kwel verzilting van het oppervlaktewater.
Vraag 3 Voordat er tot baggeren wordt overgegaan, worden er metingen uitgevoerd. Indien blijkt dat er in de bagger verboden verontreiniging/stoffen en/of te hoge concentraties zitten, moet de gemeente meer actie(s) ondernemen t.a.v. de bagger. Met als gevolg dat de kosten (mogelijk) hoger zullen uitvallen dan begroot. Daarom de vraag: wordt er, in het kader van de P&C-cyclus, jaarlijks bijgestuurd? In die zin dat de raad gevraagd wordt om bij najaarsnota het benodigd budget voor het baggeren te herzien? Antwoord Het beheerplan baggeren wordt eens in de vier jaar opgesteld. In de P&C-cyclus (paragraaf kapitaalgoederen) wordt gerapporteerd over de voortgang van de geplande werkzaamheden. Mochten de kosten voor het baggeren flink uit de pas gaan lopen met de budgetten zoals opgenomen in het baggerplan dan is een actualisatie van het beheerplan of bijstelling van het beschikbare budget de overweging. Aangezien er sprake is van een wettelijke verplichting betreft dit dan het aanpassen van de benodigde middelen aan het te baggeren areaal.
pagina
1/2
Memo beantwoording beeldvormende vragen
a.
Vraag 4 Er valt te lezen dat er jaarlijks voor de komende vier jaar gemiddeld € 360.000 nodig is. Hoeveel moeten en/of mogen wij als gemeente doorbelasten naar de eindgebruikers (om kostendekkend te (kunnen) zijn)? Kunt u dit uitdrukken in minimale en maximale doorbelasting? Antwoord In het gemeentelijk rioleringsplan wordt 75% van de kosten van het baggeren toegerekend aan de rioolheffing. Dit betreft een maximaal percentage dat is vastgesteld in het vigerende gemeentelijk rioleringsplan.
b.
Hoeveel euro is er de afgelopen jaren doorbelast naar de eindgebruikers? En in hoeverre was deze doorbelasting kostendekkend (%)? Antwoord De afgelopen jaren is 75% van de jaarlijkse baggerkosten van € 86.000, zijnde € 64.500 via de rioolheffing gedekt. Deze dekking ten laste van de rioolheffing zal aankomende jaren dus stijgen naar 75% van 360.000, zijnde € 270.000.
pagina
2/2