Beantwoording beeldvormende vragen CDA - Actualisering APV
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1472765
berichtnummer
1323887
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
29 november 2023 Beantwoording beeldvormende vragen over Actualisering APV Informatief
Door de CDA-fractie zijn vragen gesteld over Actualisering APV aanpassing 2024 (agendapunt 5d). Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1 a. Klopt het dat het art. m.b.t. plakken en kladden (art. 2:42) feitelijk slechts handhaving op heterdaad mogelijk maakt? Hoe is het bestuursrechtelijk mogelijk om tegen deze overtreding op te treden (daar toepassen bestuursrecht achteraf gecompliceerd is)? b. Hoe ziet het optreden tegen het vervoeren/bij je dragen van plakgereedschap, verf, e.d. er in de praktijk uit (art. 2:43)? Antwoord a. Het klopt dat handhaving van artikel 2:42 Plakken en kladden nagenoeg alleen mogelijk is op basis van een heterdaadsituatie. De dader kan op basis van de strafbepaling in de APV (artikel 6:1) worden gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete in de tweede categorie. Vanuit het bestuursrecht kan er voor worden gekozen om een preventieve last onder dwangsom op te leggen. Deze bestuurlijke maatregel heeft als doel te voorkomen dat de dader het verbod nogmaals overtreedt. b.
Handhaving van artikel 2:43 ziet er feitelijk gezien hetzelfde uit als handhaving van artikel 2:42. Er kan zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk worden opgetreden op het moment dat een persoon plakgereedschap, verf, e.d. vervoert of bij zich draagt. Het moet daarbij wel aannemelijk zijn dat deze middelen gebruikt zijn of zullen worden voor plakken en kladden.
Vraag 2 Art. 2:57 maakt het mogelijk locaties buiten de bebouwde kom aan te wijzen waar het verboden is om met meer dan drie loslopende honden per begeleider te lopen. Dit omdat dit vervelende situaties voor andere hondenbezitters en recreanten veroorzaakt. Het college geeft aan dat klachten voornamelijk betrekking hebben op het hondenbos bij de Dobbeplas en er vooralsnog geen aanleiding is om andere gebieden aan te wijzen. In hoeverre is het college bang voor het zgn. waterbedeffect als gevolg van deze maatregel? Antwoord Het is mogelijk dat wanneer het college het hondenbos bij de Dobbeplas aanwijst als gebied waar het verboden is om met meer dan drie loslopende honden per begeleider te lopen, de doelgroep (voornamelijk hondenuitlaatservices) uitwijkt naar andere gebieden binnen en/of buiten PijnackerNootdorp. Mocht het zo zijn dat een waterbedeffect optreedt waarbij in andere (uitlaat)gebieden binnen Pijnacker-Nootdorp overlast ontstaat, kan het college deze gebieden ook aanwijzen. Het college wil niet op voorhand gebieden aanwijzen zonder dat daar klachten/meldingen van overlast door te veel loslopende honden per begeleider zijn.
pagina
1/2
Memo beantwoording beeldvormende vragen
Vraag 3 Is het mogelijk om - naar gelijkenis van Den Haag - het verbod om zonder vergunning of (als het om monumentale bomen gaat) ontheffing een boom te (doen) vellen (art. 2:87 Haagse APV) ook in onze APV op te nemen daar onze gemeente geen bomenverordening heeft? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom zijn deze art. niet opgenomen c.q. hoe handhaaft de gemeente op dit moment "illegale" kappraktijken? Antwoord In het eerste lid van artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtsopstanden van de Algemene Plaatselijke Verordening Pijnacker-Nootdorp is het verbod opgenomen om zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op de Bomenlijst. Het is dus niet nodig om artikel 2:87 van de gemeente Den Haag in onze APV op te nemen. Als een of meerder bomen illegaal gekapt worden én de illegale kap niet gelegaliseerd kan worden met een omgevingsvergunning, kan het college een herplantingsplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften (artikel 4:11, tweede lid). In de APV van Pijnacker-Nootdorp is niet de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete opgenomen. Het bestuursrecht heeft een herstellend en preventief karakter en is niet punitief bedoeld. Herstel wordt in het geval van de kap van bomen bereikt met een herplantingsplicht.
Daarnaast is er nog de mogelijkheid tot strafrechtelijke vervolging bij overtreding van dit verbod op basis van artikel 6:1 APV en de Wet economische delicten. De strafrechtelijke weg zal ook alleen worden ingeslagen op het moment dat de kap niet kan worden gelegaliseerd met een omgevingsvergunning. Naar aanleiding van de bomenkap in Nootdorp onderzoeken wij nu of (voorafgaand aan het vaststellen van het Omgevingsprogramma groen in en om de kernen) het gedeelte in de APV met betrekking tot het vellen van houtopstanden moet worden uitgebreid of dat hiervoor een aparte bomenverordening wordt opgesteld. Dit al dan niet als onderdeel van het omgevingsprogramma groen in en om de kernen. Ook zal de overweging worden gemaakt of de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete voor het illegaal vellen van moet worden opgenomen.
pagina
2/2