CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording beeldvormende vragen - Actualisatie subsidiebeleid

Raad Oordeelvorming 27 november 2025, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Beeldvormende vragen3.092 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo beantwoording beeldvormende vragen

zaaknummer

1626107

berichtnummer

1487267

aan

Raad

van

College

afschrift datum onderwerp status

20 november 2025 Beantwoording beeldvormende vragen over actualisatie subsidiebeleid Informatief

Door diverse fracties zijn vragen gesteld over actualisatie subsidiebeleid (agendapunt 4c). Hieronder treft u de beantwoording aan. Fractie PNV Vraag 1 Hoe zijn de voorgestelde subsidieplafonds tot stand gekomen? Is er een onderbouwing op basis van historische uitgaven of behoefteonderzoek? Antwoord Subsidieplafond subsidieregeling voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisaties Bij de vaststelling van het Subsidiebeleidskader Maatschappelijke Voorzieningen 2014-2017 in juni 2013 is tevens door de raad besloten tot het instellen van een stimuleringsfonds particulier initiatief (later subsidieregeling voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisaties genoemd) met een subsidieplafond van € 100.000. Dit subsidieplafond is als gevolg van indexeringen gegroeid tot € 127.000 in 2026. Subsidieplafond Buurtknip Bij de vaststelling van de Buurtknip in 2018 is het een inschatting geweest om een subsidieplafond te hanteren van € 40.000. Op basis van ervaringen van de afgelopen jaren constateren wij dat het subsidieplafond aan de behoefte voldoet. Zie ook het overzicht bij het antwoord op vraag 3. Subsidieplafond Cultuurknip Bij het vaststellen van de cultuurnota ‘Verbinden door cultuur ’ en de daarbij behorende uitvoeringsagenda in september 2019 is het instellen van de Cultuurknip als ambitie opgenomen.

Het daarvoor door de raad beschikbaar gestelde budget bedroeg € 5.000. Vraag 2 Art. 19 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Pijnacker -Nootdorp 2026. Kan het college uitleggen waarom het in tijden van financiële schaarste, waarin de gemeente zelf geen ruimte heeft om reserves op te bouwen, toch toe zou kunnen staan dat gesubsidieerde instellingen bestemmingsreserves vormen uit publieke middelen? Is het college van mening dat het maatschappelijk verdedigbaar is dat instellingen geld oppotten terwijl de gemeentelijke begroting onder druk staat? Of erkent het college dat artikel 19 in deze context niet langer wenselijk is en feitelijk haaks staat op het principe van doelmatige besteding van gemeenschapsgeld? Antwoord Het opbouwen van een bestemmingsreserve is belangrijk voor goed financieel beheer door de organisatie, zodat zij de lasten voor toekomstige uitgaven over meerdere jaren kunnen spreiden. Als voorbeeld noemen wij hier de aanschaf of vervanging van uniformen of instrumenten bij een muziekvereniging. Door hier jaarlijks voor te mogen reserveren, wordt de begroting van de vereniging over een langere periode voor kleinere en overzichtelijke bedragen belast. Bijvoorbeeld: vijf jaar een

pagina

1/8

Memo beantwoording beeldvormende vragen

bedrag reserveren van € 5.000, in plaats van in één jaar € 25.000. Het in één keer opvoeren van een dergelijke investering op de begroting zou negatieve gevolgen kunnen hebben voor de subsidieaanvraag en dientengevolge voor de toekenning van de subsidie. Hiermee voorkomen wij ook (zoveel mogelijk) fluctuaties in de subsidieaanvragen en de inzet van de beschikbare subsidiemiddelen en behouden we meer overzicht. Vraag 3 Kan het college een overzicht aanleveren van het gebruik van de subsidieregelingen zoals genoemd in het besluit (activiteiten en evenementen vrijwilligersorganisaties, bewonersinitiatieven Buurtknip, Cultuurknip) over de afgelopen drie jaar? Het overzicht bevat per regeling: − het jaarlijks gereserveerde bedrag (subsidieplafond), − het aantal ingediende aanvragen, − het aantal toegekende aanvragen, − het totaal toegekende bedrag. Graag in een overzichtelijke tabel per jaar en per regeling, zodat inzichtelijk wordt in hoeverre de beschikbare middelen zijn benut en wat de vraagontwikkeling is geweest. Antwoord Subsidie vrijwilligersorganisaties 2023 Subsidieplafond

2024

€ 112.697 € 118.444

Buurtknip

2025

Cultuurknip

2023

2024

2025

€ 124.208 € 40.000

€ 40.000

€ 40.000

2023 €

5.000

2024 €

5.000

€

5.000

Ingediende aanvragen

26

26

26

69

64

64

8

8

11

Toegekende aanvragen

20

26

24

60

61

59

8

6

5¹

€ 100.741 € 40.710

€ 38.277

€ 39.628

Totaal toegekend

€ 103.830 €

88.860

€

3.175

€

3.000

¹ In 2025 is een aantal aanvragen afgewezen. Sommige aanvragen sloten beter aan bij de subsidieregeling voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisaties in verband met de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag. Eén aanvraag voldeed niet aan de regeling en is doorverwezen naar een extern fonds (en heeft daar ook subsidie gekregen). Bij één aanvraag bleek dat er voldoende inkomsten waren, waardoor er geen sprake was van subsidienoodzaak. Vraag 4 Klopt het dat in het besluit “subsidieregeling voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisaties 2026”, “subsidieregeling cultuurknip Pijnacker -Nootdorp 2026” daar waar gesproken wordt van “Pijnacker-Nootdorp” bedoeld wordt “gemeente Pijnacker-Nootdorp” (de omissie begint al in de aanhef, dat is op zich niet erg, maar wel daar waar in de artikelen gesproken wordt van alleen Pijnacker-Nootdorp, zie art. 1, 3, 4, 5, 12). Antwoord Wij zijn van mening dat uit de tekst voldoende naar voren komt waar het om gaat. Waar nodig passen wij dit bij een volgende gelegenheid aan. Vraag 5 Waarom is ervoor gekozen om alleen vernieuwende culturele activiteiten te subsidiëren, en niet ook terugkerende activiteiten die aantoonbaar bijdragen aan sociale cohesie of cultuurparticipatie (art. 3 cultuurknip).

Antwoord De Cultuurknip is één van de ambities die volgt uit de cultuurnota ‘Verbinden door cultuur’ en bedoeld om een impuls te geven aan het lokale cultuurbeleid. Niet om bestaande activiteiten in stand te houden.

pagina

2025

2/8

€

2.500

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 6 Art. 11 sub e cultuurknip: Hoe wordt onderscheid gemaakt tussen een culturele activiteit met religieuze elementen en een activiteit die een religieuze boodschap uitdraagt? Antwoord Elke subsidieaanvraag wordt inhoudelijk beoordeeld en getoetst aan de subsidiecriteria met behulp van een toetsingsformulier. Bij deze beoordeling en toetsing komen deze verschillen tot uiting. Vraag 7 Uitsluitingsgronden subsidies: Waarom is in de Cultuurknip gekozen voor het woord “boodschap” en in de Buurtknip voor “doelstelling” bij het uitsluiten van politieke of religieuze activiteiten? Hoe voorkomt het college dat deze terminologische verschillen leiden tot inconsistentie in beoordeling en uitvoering? Antwoord Wij achten dit onderscheid niet van zwaarwegend belang. In beide gevallen zal bij de beoordeling en toetsing van de aanvragen duidelijk blijken wat wel of niet in aanmerking komt voor subsidiering.

Vraag 8 Subsidieregeling activiteiten en evenementen vrijwilligersorganisaties: Als een organisatie als hoofddoel heeft om een religie actief te verspreiden, kan zij dan in aanmerking komen voor subsidie onder deze regeling, gezien het feit dat in de regelingen Buurtknip en Cultuurknip expliciet uitsluitingsgronden voor religieuze doelstellingen of boodschappen zijn opgenomen, maar in deze regeling niet? Antwoord Het actief verspreiden van een religie past niet binnen de doelstellingen van deze regeling. Vraag 9 ASV: Waarom is in artikel 12 gekozen voor een kan-bepaling (“kan de verplichting worden opgelegd”) bij subsidies hoger dan € 50.000 voor activiteiten die langer dan een jaar duren, in plaats van een verplichting? - Zou het niet wenselijk zijn om dit standaard verplicht te stellen, zodat tussentijdse verantwoording altijd plaatsvindt bij langdurige en omvangrijke subsidies? - Hoe wordt nu geborgd dat er voldoende controle is op voortgang en besteding van middelen als deze bepaling niet verplicht is? - Welke argumenten zijn er om dit niet als harde verplichting op te nemen? Antwoord Er is gekozen voor een kan-bepaling, zodat in voorkomende gevallen (als de aanvraag daartoe aanleiding geeft) in de beschikking nadere voorwaarden kunnen worden opgenomen over de verantwoording.

Door het niet direct als een verplichting in de ASV op te nemen voorkomen we op voorhand een extra administratieve last voor de aanvragende organisatie. Fractie Eerlijk Alternatief Vraag 10 Wat is de ratio achter de hoogte van de subsidieplafonds 2026 en welke indicatoren zijn gebruikt voor deze vaststelling? Antwoord Zie het antwoord op vraag 1. Vraag 11 Hoe verklaart het college de structurele onderbenutting van o.a. Cultuurknip en Buurtknip en welke alternatieve instrumenten zijn overwogen?

pagina

3/8

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord Uit het overzicht bij het antwoord op vraag 3 blijkt geen structurele onderbenutting van de Buurtknip. Ondanks dat de Cultuurknip regelmatig onder de aandacht wordt gebracht van potentiële aanvragers bleef er jaarlijks subsidiebudget over. In de geactualiseerde Cultuurknip 2026 is de doelgroep verruimd. Subsidie kan nu worden verstrekt aan particulieren of instellingen die culturele activiteiten uitvoeren ten behoeve van inwoners van de gemeente Pijnacker -Nootdorp. Dit betekent dat aanvrager geen inwoner van Pijnacker-Nootdorp hoeft te zijn. De verwachting is dat deze verruiming zal leiden tot meer aanvragen. Vraag 12 Op welke wijze wordt gemonitord of subsidies leiden tot lagere uitgaven voor individuele maatwerkvoorzieningen binnen Wmo en Jeugd? Antwoord Voor het monitoren van de resultaten op het gebied van de maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo en Jeugd maken wij gebruik van de monitor Sociaal Domein. Het is echter bijzonder lastig om een directe relatie te leggen tussen de effecten van de preventieve activiteiten die wij subsidiëren via de verschillende subsidieregelingen en de uitgaven voor de individuele maatwerkvoorzieningen.

Vraag 13 Welke kwalitatieve en kwantitatieve beoordelingscriteria worden gebruikt om aanvragen te toetsen op ‘maatschappelijke meerwaarde’ en ‘iedereen doet mee’? Antwoord Alle aanvragen worden inhoudelijk beoordeeld en getoetst aan de doelstellingen en toetsings- of beoordelingscriteria van de betreffende subsidieregeling. Uit deze beoordeling en toetsing blijkt wat de meerwaarde is en voor welke doelgroepen subsidie wordt aangevraagd. Vraag 14 Hoe wordt voorkomen dat subsidieregelingen bijdragen aan ongewenste verdienmodellen of verkapte vormen van inkoop? Antwoord Elke subsidieaanvraag wordt inhoudelijk beoordeeld. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de financiële gegevens die bij de aanvraag ingediend moeten worden. Uit de aanvraag moet een subsidienoodzaak blijken: “In welke mate is de subsidie nodig om de activiteit(en) te kunnen organiseren?” Als blijkt dat deze subsidienoodzaak er niet is en dat er sprake is van een verdienmodel en/of een verkapte vorm van inkoop, dan komt dat bij de inhoudelijke beoordeling naar voren. Vraag 15 Hoe gaat het college aanvragers ondersteunen bij de verhoogde inhoudelijke onderbouwing? Antwoord Het is niet helemaal duidelijk wat met deze vraag bedoeld wordt. Organisaties die hulp nodig hebben bij de aanvraag kunnen daarbij desgewenst ondersteund worden door de medewerkers die betrokken zijn bij de subsidieverstrekking.

Vraag 16 Hoe worden inwoners, maatschappelijke organisaties en wijkpartners betrokken in de doorontwikkeling van de subsidieregelingen?

pagina

4/8

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord De ervaringen die de afgelopen jaren zijn opgedaan bij het verstrekken van subsidies, afkomstig uit de relaties met onze subsidiepartners (inwoners, maatschappelijke organisaties, etc.) zijn ingebracht bij het onderzoek naar en vervolgens de actualisatie van het subsidiebeleid door Berenschot. Eén van de aanbevelingen van Berenschot is om de subsidieregelingen periodiek te evalueren en een verslag te publiceren over de effectiviteit en efficiëntie van subsidie in de praktijk. Deze aanbeveling van Berenschot nemen wij over. Bij toekomstige evaluaties betrekken wij, indien nodig, inwoners en maatschappelijke partners. Vraag 17 Hoe wordt geborgd dat kleine vrijwilligersinitiatieven niet worden ontmoedigd door administratieve lasten? Antwoord Waar mogelijk houden wij per subsidieregeling de administratieve last zo laag mogelijk. Zo worden subsidies voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisaties tot een bedrag tot en met € 10.000 direct vastgesteld en hoeft er na uitvoering van de activiteiten geen aanvraag voor vaststelling meer te worden ingediend. Bij de verantwoording van de subsidie volgens de Buurtknip kan worden volstaan met een kort verslag, inclusief foto’s/filmpje, aantal deelnemers en een financieel overzicht met daarbij bonnen en /of facturen.

Bij de verantwoording van de subsidie volgens de Cultuurknip wordt de subsidie eveneens direct vastgesteld en wordt steekproefsgewijs gecontroleerd of de subsidie correct is besteed. Vraag 18 Hoe zijn de algemene Bevindingen uit het Berenschot rapport gebruikt om ons subsidiebeleid te verbeteren? Antwoord Er is meer uniformiteit in de indeling aangebracht in de verschillende subsidieregelingen. Dat geldt ook voor het opnemen van regels over de verdeling van het beschikbare subsidieplafond . Waar nodig of wenselijk is er een toelichting toegevoegd aan de subsidieregeling. Het vaststellen van de subsidieplafonds is, conform artikel 5 van de ASV, onveranderd de bevoegdheid van de gemeenteraad gebleven. Om meer zicht te krijgen op de effectiviteit en efficiëntie van de subsidieregelingen gaan we periodiek evalueren. Zie ook het antwoord op vraag 16. Fractie D66 Vraag 19 Waarom wordt dit voorstel nu pas, dus na het vaststellen van de programmabegroting, aan de Raad voorgelegd? Antwoord Er is geen relatie met de planning van dit voorstel en het vaststellen van de programmabegroting. Als het gaat om het vaststellen van de subsidieplafonds voor 2026 die gehanteerd worden bij de diverse subsidieregelingen, dan zijn deze, behoudens een eventuele indexering, niet afwijkend van voorgaande jaren en zijn de budgetten hiervoor opgenomen in de programmabegroting 2026.

Vraag 20 Voor de subsidieregeling voor activiteiten en evenementen van vrijwilligersorganisaties stelt het college een verdeelplafond van 60.000 Euro voor structurele activiteiten en een verdeelplafond van 67.000 Euro voor incidentele activiteiten en evenementen voor. Op basis waarvan is/wordt deze verdeling gemaakt?

pagina

5/8

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Antwoord Deze verdeling is gemaakt op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren (zie hieronder). Met deze verdeling verwachten wij tegemoet te kunnen komen aan de behoefte. Ontwikkeling toekenning subsidies voor structurele, respectievelijk incidentele activiteiten : Jaar

Tot beschikbaar

Struc. Act.

Toegekend

Inc. Act.

2020

€

100.000

€

75.000

€

62.000

€

25.000

Toegekend €

12.750

2021

€

100.000

€

75.000

€

57.000

€

25.000

€

15.724

2022

€

100.000

€

75.000

€

52.113

€

25.000

€

28.257

2023

€

112.697

€

84.523

€

54.598

€

28.174

€

49.232

2024

€

118.444

€

88.833

€

39.888

€

29.611

€

48.972

2025

€

124.208

€

93.156

€

42.139

€

31.052

€

58.602

Vraag 21 Kan het college aangeven of de bedragen voor de Buurtknip en de Cultuurknip, 46.000 Euro respectievelijk 5000 Euro, volledig is benut in voorgaande jaren? Antwoord Wij verwijzen hierbij naar het overzicht van het antwoord op vraag 3. Fractie VVD Vraag 22 De VVD vindt de aanbiedingsnota wat lastig te begrijpen. Kan het college nog kort onder woorden brengen wat het doel is van deze aanpassing en wat hiervan de voordelen zijn voor inwoners en ondernemers? Antwoord De subsidieregelingen zijn aangepast op basis van de ervaringen die de afgelopen jaren zijn opgedaan bij de subsidieverstrekking. Dit heeft o.a. geleid tot meer uniformiteit in de verschillende regelingen en duidelijkere regels over de verdeling van de subsidies. Onduidelijkheden zijn zoveel mogelijk uit de subsidieregelingen gehaald. Bij de Buurtknip is nu onderscheid tussen buurt- en wijkinitiatieven. Er zijn nu drie mogelijkheden: 1. Straatinitiatief 2. Buurtinitiatief 3. Wijkinitiatief Het Subsidiebeleidskader Maatschappelijk Voorzieningen was een mix van een visie en elementen van een subsidieregeling. De nieuwe Visie op een veerkrachtig sociaal domein 2024 beschouwen wij nu als visie en richtinggevend kader. Er komt een nieuwe subsidieregeling voor maatschappelijke ondersteuning, conform het advies van Berenschot.

Fractie Progressief PN Vraag 23 Nieuw in de actualisering subsidiebeleid is dat minimaal 50% van de kosten wordt gedekt door cofinanciering of eigen inkomsten. Wat voor gevolgen kan dit hebben voor kleinere organisaties/verenigingen? Antwoord Het gaat hier om artikel 6, lid 2 van de geactualiseerde subsidieregeling voor vrijwilligersorganisaties. Dit artikel is niet nieuw en stond ook in de ‘oude’ subsidieregeling onder artikel 5, het tweede lid.

pagina

6/8

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Fractie Trots Vraag 24 Waarom wordt het subsidiebeleid nu al vastgesteld, terwijl de nieuwe cultuurnota nog niet is vastgesteld? Antwoord Er is geen relatie tussen de planning van dit voorstel en het vaststellen van de nieuwe cultuurnota. Het subsidiebeleid gaat verder dan alleen het beleidsterrein cultuur en gaat ook over jeugd, sport, zorg, welzijn, etc. Fractie CDA Vraag 25 Rapport Berenschot 2.3.2. Wordt het profijtbeginsel nu wel of niet toegepast op dit moment? Antwoord Bij het vaststellen van het Subsidiebeleidskader Maatschappelijk Voorzieningen 2014 -2017 in juni 2013 werd het ‘profijtbeginsel’ toegepast op activiteiten voor zelfredzame inwoners. Met toepassing van het profijtbeginsel kwamen deze activiteiten niet langer in aanmerking voor subsidie. Dit uitgangspunt is onverminderd van toepassing. Subsidie is in beginsel bedoeld voor het ondersteunen van activiteiten voor specifieke doelgroepen waaronder jeugd, kwetsbare inwoners en mensen met een beperking. Vraag 26 Wanneer komt de subsidieregeling maatschappelijke organisaties naar de raad, is dit nog in januari? - Kan het college aangeven wie de doelgroepen zijn wie mee kunnen dingen naar de subsidie? Wat zijn de criteria? Komen bijvoorbeeld een hospice, sportverenigingen, Oranje verenigingen ook in aanmerking? -

Artikel 3.1.Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere subsidieregeling vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie.

Antwoord De subsidieregeling maatschappelijke ondersteuning wordt naar verwachting eind dit jaar of begin volgend jaar vastgesteld door het college. De subsidieregeling wordt na vaststelling ter informatie naar de raad gestuurd. Hoewel de subsidieregeling nog niet volledig is afgerond, is het de intentie dat subsidie kan worden aangevraagd door instellingen die activiteiten aanbieden voor inwoners van Pijnacker -Nootdorp. Met de activiteiten moet worden bijgedragen aan het bereiken van ambities en doelstellingen zoals opgenomen in de visie op een veerkrachtig sociaal domein 2024, de programma’s 5, 6 of 7 van de programmabegroting en door de raad vastgestelde beleidsdocumenten die betrekking hebben op het sociaal domein, zoals beleidsnota’s op het gebied van sport, welzijn, cultuur, gezondheid, zorg, jeugd en onderwijs. Mits de aanvraag past binnen de doelstellingen van de subsidieregeling en aan de subsidievereisten voldoet kunnen een hospice, sportverenigingen en Oranjeverenigingen in aanmerking komen voor subsidie. Vraag 27 Wat zijn de criteria die het college aanhoudt bij het verstrekken van subsidies? Antwoord Zie het antwoord op vraag 26. Zodra de nieuwe subsidieregeling voor maatschappelijke ondersteuning is vastgesteld wordt deze ter informatie naar de raad gestuurd.

pagina

7/8

Memo beantwoording beeldvormende vragen

Vraag 28 Wat gebeurd er als meerdere partijen een aanvraag doen en het plafond is bereikt (9.1.g. )? Zie ook artikel 7 Berenschot. We lezen in de separate subsidieregelingen dat hier loting is opgenomen. Waarom staat dit niet in de verordening. Antwoord Het toepassen van een loting is afhankelijk van de verdeelwijze. De verdeelwijze kan per subsidieregeling afwijken en is daarom niet als uniforme regeling opgenomen in de Algemene subsidieverordening (ASV). De ASV bevat algemene subsidiecriteria en -vereisten. In een subsidieregeling kan specifiek(er) worden bepaald: welke activiteiten en doelgroepen in aanmerking komen voor subsidiering; hoe de subsidiehoogte wordt berekend en welke verdeelregels worden gehanteerd; hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald en hoe de verantwoording is geregeld ; welk subsidieplafond van toepassing is. Voorbeeld Volgens de Subsidieregeling voor vrijwilligersorganisaties kan subsidie worden aangevraagd voor structurele activiteiten voor het daarop volgende jaar. In deze regeling is bepaald dat wanneer op 1 juli, als alle compleet ingediende aanvragen voor structurele aanvragen zijn beoordeeld, blijkt dat het beschikbare subsidieplafond niet toereikend is om alle aanvragen toe te kennen, dat het subsidieplafond evenredig wordt verdeeld onder de aanvragers (artikel 9, lid 1).

In dezelfde subsidieregeling kunnen ook aanvragen ingediend worden voo r incidentele activiteiten en evenementen. Deze aanvragen kunnen het hele jaar door worden ingediend. Beslissing op een aanvraag is binnen acht weken na het indienen van een aanvraag, zolang het subsidieplafond niet is bereikt. Wanneer het subsidieplafond op enige dag dreigt te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting (artikel 9, lid 4).

pagina

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16259929/1