Agressieprotocol voor politieke ambtsdragers gemeente Pijnacker-Nootdorp 2024
Tekst van het document
zaaknumme r berichtnum mer
1502740 1355119
Agressieprotocol voor politieke ambtsdragers Gemeente Pijnacker-Nootdorp
pagina
1/14
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
2
Inleiding
3
1. Begripsomschrijving
4
2. Uitgangspunten
5
3. Preventie
6
4. Handelen bij incidenten
8
5. Melden
9
6. Afhandeling van incidenten
10
7. Opvang en nazorg
11
8. Aangifte en verhalen van schade
13
9. Communicatie
14
Bijlage 1 – Soorten emotioneel en normoverschrijdend gedrag Bijlage 2 – Handelingskader verstoren raadsvergadering
pagina
2/14
Inleiding Het werk van politici ligt steeds meer onder een vergrootglas. Mede door de opkomst van sociale media is veel beter te volgen waar politici mee bezig zijn. Dit is enerzijds goed, want zo wordt het werk van politici steeds transparanter. Anderzijds zorgt het ervoor dat het veel gemakkelijker is om te reageren op politici. Helaas gebeurt dit steeds vaker op een manier die normale omgangsvormen overschrijdt. Politici krijgen steeds meer te maken met normoverschrijdend gedrag zoals (digitaal) uitschelden, belediging of bedreiging, intimidatie, discriminatie, stalking, fysiek geweld en vernieling. Voor politici is het juist belangrijk dat zij benaderbaar zijn, vrij het politieke debat kunnen voeren en zonder druk besluiten kunnen nemen. De bovenstaande voorbeelden zorgen ervoor dat dit in het gedrang kan komen. Daarom vindt de gemeente Pijnacker-Nootdorp normoverschrijdend gedrag tegen politici absoluut onacceptabel. Het kan zeer ingrijpend zijn voor politici die ermee te maken krijgen, als ook voor hun familie en daarmee iemands optreden of besluitvorming beïnvloeden. Hierdoor is het ondermijnend voor de gehele democratie. In dit protocol staat beschreven wat als normoverschrijdend gedrag tegen politici wordt gezien en hoe de gemeente Pijnacker-Nootdorp hiermee omgaat. Er zijn uniforme uitgangspunten opgenomen, zodat in iedere casus hetzelfde kan worden gehandeld.
Daarbij staat voorop dat de politicus die met normoverschrijdend gedrag te maken krijgt hier niet in zijn of haar eentje mee aan de slag gaat, maar dat de gemeente de afweging maakt over te zetten stappen. Uiteraard gebeurt dit in overleg met de getroffen politicus. Zo wordt de politicus in dit vervelende proces zoveel mogelijk uit de wind gehouden. Dit protocol wordt door zowel de gemeenteraad als het college van B&W van Pijnacker-Nootdorp vastgesteld, waarmee de gemeenteraad en het college van B&W de verantwoordelijkheid nemen om politici te beschermen tegen agressie en geweld tijdens hun werk.
pagina
3/14
1. Begripsomschrijving Politici In de inleiding wordt gesproken over politici, maar dit is een breed begrip. Vanaf hier wordt dan ook gesproken over politieke ambtsdragers. Dit zijn de burgemeester, wethouders, raadsleden, buitenraadsleden en leden van de Rekenkamer. Tevens geldt het protocol voor oud-burgemeesters, oud-wethouders, oud-raadsleden, oud-buitenraadsleden en oud-Rekenkamerleden, voor zover het normoverschrijdende gedrag betrekking heeft op hun voormalige werk als politiek ambtsdrager. Voor de gemeentesecretaris en griffier geldt het Agressieprotocol 2014 van de gemeente PijnackerNoordorp, wanneer zij bij hun werk te maken krijgen met grensoverschrijdend gedrag. Dit aangezien zij ambtenaar zijn en geen politiek ambtsdrager.
Emotioneel gedrag Inwoners en derden kunnen op veel verschillende manieren reageren op uitingen door de gemeente of politieke ambtsdragers. Dit kan op een emotionele manier gebeuren. Onder emotioneel gedrag wordt verstaan dat een inwoner of derde op een emotionele manier begrip vraagt voor zijn of haar persoonlijke situatie, kritiek geeft op de regels of op het beleid van de gemeente, of bijvoorbeeld boos is over een beslissing van de gemeente. Emotioneel gedrag is van korte duur en laat zich corrigeren. Voor dergelijk gedrag kan (enig) begrip worden getoond. Emotioneel gedrag is niet verboden, boosheid is niet normoverschrijdend en is geen agressie.
Normoverschrijdend gedrag Het gedrag van inwoners of derden kan echter ook zodanig zijn of worden, dat sprake is van normoverschrijdend gedrag. Dit is aanhoudend emotioneel gedrag, aanhoudende boosheid of het aanhoudend uiten van beledigingen en gedrag dat – ook nadat de burger erop is aangesproken – niet verandert of zelfs verergert. Het normoverschrijdende gedrag kan op het volgende gericht zijn:
-
Het teweegbrengen van onlustgevoelens, bijvoorbeeld door belediging, bedreigingen, intimidatie; Het verstoren van de orde; Het op ontoelaatbare wijze beïnvloeden van de taakuitoefening, waardoor de politieke ambtsdrager zich niet veilig voelt om bepaalde besluiten te nemen; Het veroorzaken van pijn, letsel of schade.
Het normoverschijdende gedrag kan (overigens net zoals emotioneel gedrag) face-to-face, schriftelijk, via e-mail of via sociale media worden geuit. In bijlage 1 staat opgenomen welke soorten emotioneel en normoverschrijdend gedrag te onderscheiden zijn, in welke situaties een melding gedaan dient te worden en welke reactie gegeven zal worden aan een inwoner of derde. Dit is grotendeels overgenomen van het voorbeeld dat door het Netwerk Weerbaar Bestuur ter beschikking is gesteld.
pagina
4/14
2. Uitgangspunten Gemeentelijke norm De norm van de gemeente Pijnacker-Nootdorp ten aanzien van normoverschrijdend gedrag is als volgt: Normoverschrijdend gedrag tegen politieke ambtsdragers, in welke vorm dan ook, is onacceptabel en wordt niet getolereerd.
Nadere uitwerking Daarnaast zijn de volgende uitgangspunten in de gemeente Pijnacker-Nootdorp leidend bij de preventie en aanpak van normoverschrijdend gedrag tegen politieke ambtsdragers:
-
-
Politieke ambtsdragers melden alle gevallen van normoverschrijdend gedrag, ongeacht of het juridisch strafbaar is. De gemeente Pijnacker-Nootdorp registreert alle meldingen, draagt bij aan de strafrechtelijke vervolging van de dader (dossieropbouw), helpt bij het in kaart brengen van de problematiek binnen de gemeente en het op gang brengen van het gesprek over intimidatie en bedreiging binnen het politieke ambt en werkt daardoor zowel intern als extern normstellend. De gemeente Pijnacker-Nootdorp zet in op preventie (voorlichting, training, basismaatregelen). De gemeente Pijnacker-Nootdorp faciliteert en ontzorgt politieke ambtsdragers bij melding en aangifte bij eventuele schade. Tenslotte wordt gezorgd voor adequate nazorg voor de politieke ambtsdragers die te maken krijgen met normoverschrijdend gedrag.
Bij twijfel of sprake is van normoverschrijdend gedrag, raadpleegt de politieke ambtsdrager de burgemeester, griffier of gemeentesecretaris. Deze hebben waar nodig contact met de agressiecoördinator van de gemeente, om vast te stellen of sprake is van normoverschrijdend gedrag.
pagina
5/14
3. Preventie Anticiperen Voorkomen is beter dan genezen. Door steeds na te denken welke situaties zich voor kunnen doen en politieke ambtsdragers hier ook bewust van te maken, kan een deel van het normoverschrijdende gedrag worden voorkomen. Hiervoor doet de gemeente Pijnacker-Nootdorp het onderstaande.
Organisatorische maatregelen Als politieke ambtsdragers tijdens kantoortijdens een gesprek met een inwoner of derde voeren in het gemeentekantoor, dan doen ze dat in hun eigen kantoor (collegeleden), in een fractiekamer (raads- en buitenraadsleden) of een andere daarvoor ingeruimde ruimte. Indien bij een gesprek mogelijke problemen worden verwacht, dan kan een gesprek in een spreekkamer met alarmknop worden gehouden. Op die manier kan – indien nodig – een beroep worden gedaan op binnen de organisatie aanwezige beveiligers. Indien voorafgaand aan een gesprek duidelijk is dat sprake is van een risico-gesprek, dan wordt dit gesprek altijd in het gemeentekantoor gehouden. Dit wordt door middel van een risico-inschatting gedaan. Bijstand door een beveiliger wordt daarnaast preventief ingeschakeld. Geadviseerd wordt om een risco-gesprek nooit alléén te voeren, maar een tweede persoon vanuit de organisatie aan het gesprek te laten deelnemen. Voor het inplannen van een spreekkamer met alarmknop en/of het melden van een risicogesprek, kan contact opgenomen worden met de griffie (voor (buiten)raadsleden en leden van de Rekenkamer) of het bestuurssecretariaat (voor het college). Voorafgaand aan raadsavonden, bijvoorbeeld bij raadsvergaderingen, wordt door de burgemeester en griffier een risico-inschatting gemaakt.
Waar nodig worden de agressiecoördinator en/of veiligheidsadviseurs betrokken bij het maken van de inschatting. Op basis van het resultaat worden organisatorische maatregelen getroffen en wordt – waar nodig – beveiliging ingezet. Wanneer tijdens een bezoek op locatie sprake is van onacceptabel gedrag van een inwoner, zal de politieke ambtsdrager het bezoek direct beëindigen. Ook buiten ‘diensttijd’ en in privésituaties dient de veiligheid van de politieke ambtsdrager gewaarborgd te zijn. Indien inwoners hierop inbreuk maken, dient dit direct gemeld te worden zoals beschreven in hoofdstuk 5. De organisatie zal daarop reageren als ware het dat het grensoverschrijdende gedrag in het gemeentekantoor heeft plaatsgevonden. Training en dialoog Bij een nieuwe raads- en collegeperiode wordt binnen een half jaar na installatie door de griffie een bijeenkomst ingepland over de beleidsuitgangspunten van veilig werken. De griffier en agressiecoördinator geven tijdens deze bijeenkomst uitleg over de gemeentelijke norm bij normoverschrijdend gedrag, het melden van incidenten, hoe om te gaan met normoverschrijdend gedrag en de mogelijkheid tot nazorg. Daarnaast worden de volgende zaken georganiseerd:
-
pagina
6/14
Er worden door de griffie en gemeentelijke organisatie vaardigheidstrainingen ‘op maat’ aangeboden aan politieke ambtsdragers.
-
pagina
7/14
Jaarlijks wordt door de griffier, in samenspraak met de agressiecoördinator, een geanonimiseerd verslag gemaakt van incidenten waarbij politieke ambtsdrager betrokken zijn. Dit verslag wordt aangeboden aan het presidium van de gemeenteraad en het college. Indien nodig geacht wordt door de griffie aan de hand van casuïstiek en het jaarverslag een bijeenkomst georganiseerd, waarbij ervaringen en dilemma’s in de aanpak worden besproken.
4. Handelen bij incidenten Regulier Zoals hierboven reeds aangegeven, kan door steeds na te denken welke situaties zich voor kunnen doen en politieke ambtsdragers hier ook bewust van te maken, een deel van het normoverschrijdende gedrag worden voorkomen. Het is echter niet uit te sluiten dat dit toch plaatsvindt. Het is belangrijk om in die situaties adequaat te handelen en de impact van het incident tot een minimum te beperken. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:
-
-
In geval van acute nood, dus bij dreiging tegen ‘lijf en leden’, kan altijd direct contact worden opgenomen met 112. In het geval er geen sprake is van acute nood, maar dat er wel politie nodig is, kan er gebeld worden met 0900-8844. Indien een gesprek plaatsvindt in het gemeentekantoor en sprake is van normoverschrijdend gedrag, wordt het gesprek beëindigd en verzoekt / sommeert de politieke ambtsdrager de inwoner (of andere gesprekspartner) het pand te verlaten. Weigert deze dat, dan wordt tijdens kantoor- en vergadertijdens gebeld met de beveiliging via het interne alarmnummer 015 – 362 68 88. Zijn deze voorzieningen er niet, of vindt het gesprek buiten kantoor- en vergadertijden of buiten het gemeentekantoor plaats, dan belt de politieke ambtsdrager in geval van nood altijd 112 en geeft aan waar hij/zij zich bevindt en (indien mogelijk) wat de situatie is. De eigen veiligheid staat altijd voorop.
Tijdens raadsvergaderingen Bij incidenten tijdens raadsvergaderingen wordt het ‘Handelingskader verstoren raadsvergadering’ gevolgd. Dit handelingskader is uitgegeven door het Nederlands Genootschap van Burgemeesters. Versie 2024.01 is als bijlage 2 aan dit stuk toegevoegd. In aanvulling hierop, wordt tijdens een ordeverstoring van een vergadering de livestream van de vergadering altijd stopgezet en vanzelfsprekend gehandeld zoals in de vorige alinea’s beschreven.
pagina
8/14
5. Melden Ieder mens is anders Iedere persoon reageert anders op emotioneel of normoverschrijdend gedrag. De ene persoon zal het afdoen als iets vervelends, terwijl de andere persoon er zeer veel psychische schade door kan ondervinden. Daarom moeten politieke ambtsdragers normoverschrijdend gedrag altijd melden, ook al heeft het mogelijk (nog) geen vervelende invloed. Alleen als alle gevallen van normoverschrijdend gedrag gemeld worden, kan gewerkt worden aan een eenduidige manier van reageren hierop richting inwoners en derden. Dit met het uiteindelijke doel dat alle politieke ambtsdragers op een veilige wijze hun rol kunnen vervullen.
Wijze van melden Alle gevallen van normoverschrijdend gedrag, zoals opgenomen in de bijlage, worden intern gemeld binnen de gemeente. Hierbij gelden de volgende aanspreekpunten:
-
-
pagina
9/14
Raadsleden melden incidenten bij de griffier. De griffier stelt de burgemeester zo snel mogelijk op de hoogte. Wethouders melden incidenten bij de burgemeester. De burgemeester stelt de gemeentesecretaris op de hoogte. De burgemeester meldt een incident bij de gemeentesecretaris en griffier. De agressiecoördinator van de gemeente wordt over alle incidenten geïnformeerd. Incidenten worden geregistreerd in een nog in te richten meldingssysteem, dat in samenspraak met de agressiecoördinator wordt ontwikkeld. Hierdoor ontstaat een compleet overzicht van alle meldingen die worden gedaan door politieke ambtsdragers. Het melden van incidenten geeft inzicht in de aard, vorm en mogelijke toe- of afname van incidenten en is hiermee de basis voor te nemen (preventieve) maatregelen. Registreren is ook belangrijk voor het – mogelijk later – aangifte doen bij de politie en het verhalen van mogelijke schade. Bij online incidenten via sociale media legt de politiek ambtsdrager het bericht en de eventueel hierbij behorende gegevens zoveel mogelijk vast als bewijsmiddel. Ook als de politiek ambtsdrager twijfelt of er wel sprake is van normoverschrijdend gedrag, kan altijd contact worden opgenomen met de gemeentesecretaris, griffier en/of burgemeester. Deze hebben waar nodig contact met de agressiecoördinator van de gemeente, om vast te stellen of sprake is van normoverschrijdend gedrag.
6. Afhandeling van incidenten Na een melding wordt in de bestuurlijke driehoek (burgemeester, secretaris en griffier) besproken en besloten welke maatregel tegen een veroorzaker wordt genomen. Hierbij vindt waar nodig ondersteuning en advisering plaats vanuit de agressiecoördinator en/of veiligheidsadviseurs. Daarbij zijn de onderstaande maatregelen mogelijk. Dit betreft een niet-limitatieve opsomming. Bij het bepalen van de maatregel wordt meegenomen of er sprake is van een eerste of een herhaald incident.
-
-
Het schriftelijk waarschuwen van de persoon in kwestie. De persoon oproepen voor een incidentgesprek / stopgesprek met een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de gemeente over het normoverschrijdend gedrag. Het voorval melden bij de politie als het gedrag niet strafbaar is, maar wel normoverschrijdend. Op die manier is het incident in ieder geval bekend bij de politie. (Tijdelijk) de dienstverlening beperken of (tijdelijk) de toegang ontzeggen tot de gemeentelijke gebouwen. Politieke ambtsdragers zijn altijd bevoegd een burger te verzoeken een gebouw te verlaten en bij aanhoudende weigering van de burger de politie te bellen. Er is dan sprake van huis/lokaalvredebreuk en dat is een strafbaar feit. De schriftelijke ontzegging voor een bepaalde tijd is een eenzijdig opgelegde ordemaatregel van de burgemeester. Als hier geen gevolg aan wordt gegeven dan wordt de politie eveneens direct in kennis gesteld en is opnieuw sprake van een strafbaar feit waarvan aangifte zal worden gedaan. Aangifte doen bij de politie indien sprake is van een strafbaar feit.
Indien benodigd, bijvoorbeeld wanneer sprake is van een zeer ernstig normoverschrijdend gedrag, informeert de burgemeester het Openbaar Ministerie en de politie en bespreekt hij het incident binnen de veiligheidsdriehoek.
pagina
10/14
7. Opvang en nazorg Mogelijkheden Hierboven is met name ingegaan op praktische zaken die spelen bij incidenten en het melden hiervan. Het is daarnaast ook zeer belangrijk dat de politieke ambtsdrager die wordt getroffen door het incident (emotioneel) wordt ondersteund. Dit voor het behoud van persoonlijk welzijn én voor het goed kunnen blijven functioneren in de toekomst. De impact van een incident kan groot zijn. Daarom wordt altijd opvang en nazorg geboden. Hiervoor is niet altijd een externe professional nodig. Het is in sommige gevallen vooral belangrijk dat begrip bestaat voor de situatie waarin de politieke ambtsdrager zich bevindt, gecombineerd met inlevend vermogen.
Interne opvang De burgemeester en gemeentesecretaris verlenen opvang en nazorg aan wethouders; burgemeester en griffier aan raadsleden en buitenraadsleden; gemeentesecretaris en griffier aan de burgemeester. Daarbij worden altijd de onderstaande gesprekken aangeboden. Uiteraard is maatwerk mogelijk, afhankelijk van de zwaarte van het incident. Eerste gesprek (binnen 24 uur) Direct na een agressie-incident gaat het erom de veiligheid te herstellen en steun te bieden aan de betrokken politieke ambtsdrager(s). Het eerste gesprek heeft als doelen: veiligheid, emotionele ondersteuning en praktische hulp bieden, informatie geven over het verwerkingsproces en vervolgafspraken maken. Het is vooral belangrijk om de politieke ambtsdrager(s) het verhaal te laten vertellen en te onderzoeken waar hij of zij behoefte aan heeft. Tweede gesprek (binnen drie dagen) Het doel van dit gesprek is – net als bij het eerste gesprek – het bieden van een luisterend oor en steun (emotioneel en praktisch). Daarnaast is het belangrijk dat samen met de betrokkene het verloop van de afgelopen dagen in kaart wordt gebracht en zodoende meer informatie wordt verkregen over het verwerkingsproces. Het verloop en eventuele gemaakte afspraken worden vastgelegd door de gesprekspartners van de getroffen politieke ambtsdrager.
Derde gesprek (na 4-6 weken of eerder waar nodig) Naast emotionele ondersteuning, gaat het tijdens het derde gesprek om de terugblik op de gebeurtenis en de periode daarna. Het is belangrijk om stil te staan bij eventuele veranderingen in de kijk op het ambt en het functioneren daarbinnen, het privéleven en de persoonlijke beleving. Bij mogelijke signalen op stagnatie van het verwerkingsproces is het zinvol om de betrokkene in ieder geval door te verwijzen naar professionele hulpverlening
Externe ondersteuning Indien de interne opvang in een casus niet voldoende is, kan ook van de volgende externe ondersteuning gebruik worden gemaakt:
pagina
11/14
-
-
pagina
12/14
Er kan contact worden opgenomen met het Netwerk Weerbaar Bestuur. Diverse organisaties, waaronder het Ministerie van BZK, het Ministerie van Veiligheid en Justitie, de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden en de Wethoudersvereniging zijn hierbij aangesloten. Via het ‘ambassadeursnetwerk’ van het Netwerk Openbaar Bestuur kan geholpen worden bij de emotionele ondersteuning van getroffen politieke ambtsdragers. Indien verdere ondersteuning nodig is, kan contact worden opgenomen met Slachtofferhulp Nederland (via 0900-0101; kosteloos) of met het Nationaal Psychotrauma Centrum (ARQ IPV). Bij mogelijk noodzakelijke ondersteuning van het thuisfront van de getroffen politieke ambtsdrager, dient sowieso externe professionele hulp ingeschakeld te worden. Dit gebeurt in overleg met de getroffen politieke ambtsdrager.
8. Aangifte en verhalen van schade Zoals in de inleiding beschreven staat, is het belangrijk dat een getroffen politieke ambtsdrager niet alleen staat na een incident. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:
-
-
-
-
-
-
pagina
13/14
Indien sprake is van strafbare feiten, dan doet de gemeente hiervan aangifte. Dit gebeurt in overleg met de politieke ambtsdrager. Op deze manier ontlast de gemeente de politieke ambtsdrager. Aangifte van een strafbaar feit tegen een wethouder gebeurt door de gemeentesecretaris, aangifte van een strafbaar feit tegen een gemeenteraadslid door de griffier. Aangifte van een strafbaar feit tegen de burgemeester gebeurt in overleg tussen burgemeester, gemeentesecretaris en griffier. Bij het doen van aangifte wordt altijd vermeld dat sprake is van normoverschrijdend gedrag tegen een politieke ambtsdrager. In dat geval moet de politie bij het opnemen van de aangifte de ‘VTP-code’ (Veilige Publieke Taak) toekennen. Hierdoor wordt meer prioriteit gegeven aan de aangifte en worden hogere straffen geëist. De getroffen politieke ambtsdrager verleent als benadeelde volledige medewerking aan het politieonderzoek. Bij de aangifte wordt waar mogelijk het gemeentekantoor als adres gekozen, zodat de persoonsgegevens van een politieke ambtsdrager niet in een proces verbaal komen. Het Openbaar Ministerie wordt, voor zover nog niet betrokken in een eerdere fase, door de politie of de burgemeester op de hoogte gesteld bij een dreigingsmelding en/of een aangifte.
Bij een acute, ernstige dreiging tegen een persoon ligt de verantwoordelijkheid voor de beslissing over het treffen van beveiligingsmaatregelen, in het kader van de strafrechtelijke handhaving en het bewaken en beveiligen, bij de Hoofdofficier van Justitie en doet de politie voorstellen over de te nemen maatregelen (artikel 1 lid 2 Politiewet, aanwijzing beveiliging van personen, objecten en diensten). Als de burgemeester zelf onderwerp is van acute, ernstige dreiging, blijft de Hoofdofficier van Justitie verantwoordelijk en kan worden overlegd met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Als de burgemeester slachtoffer is, wordt tevens de Commissaris van de Koning op de hoogte gesteld. De werkgever is, ook als sprake is van een ‘fictief dienstverband’ verplicht de Nederlandse Arbeidsinspectie binnen 24 uur te waarschuwen als sprake is van een ernstig incident waarbij een politieke ambtsdrager lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, in het ziekenhuis moet worden opgenomen, blijvende schade overhoudt aan de gezondheid of overlijdt aan de gevolgen. De gemeentesecretaris en/of de griffier bewaken terugkoppeling aan de benadeelde en desgewenst aan het college van B&W en/of het presidium over de strafrechtelijke vervolging en de resultaten daarvan.
Er kan een veiligheidsscreening van huis/thuisomgeving van de benadeelde worden uitgevoerd om risico’s te beperken. De burgemeester bepaalt of deze veiligheidsscreening wordt toegepast.
9. Communicatie Indien noodzakelijk is de burgemeester - als voorzitter van de raad en als voorzitter van het college woordvoerder, dit in afstemming met betrokkene en in voorkomende gevallen met politie en/of het Openbaar Ministerie. De burgemeester kan zich desgewenst laten bijstaan door de gebiedsofficier van Justitie. Als de burgemeester direct betrokken is, wordt in overleg met de burgemeester en eventueel de commissaris van de Koning, de handelwijze bepaald. Andere politieke ambtsdragers worden, met inachtneming van AVG-regels en vertrouwelijkheid, op de hoogte gebracht. Zodra er een strafrechtelijk onderzoek is gestart, ligt de woordvoering bij de politie of bij het OM. De agressiecoördinator van de gemeente stemt over een eventuele communicatieboodschap bij een ernstige (be)dreiging altijd af met de betrokkenen en met de afdeling voorlichting van de politie en/of het Openbaar Ministerie. Getroffen beveiligingsmaatregelen (in de publieke ruimte of elders) worden nooit naar de pers gecommuniceerd.
pagina
14/14